rijk/wet/wijzigingswet-wet-op-het-financieel-toezicht-enz-introductie-geschiktheidseis-en/BWBR0031085/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (introductie geschiktheidseis en versterking samenwerking tussen toezichthouders (geschiktheidstoets en betrouwbaarheidstoets)) BWBR0031085 wet geldend 2012-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031085 Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (introductie geschiktheidseis en versterking samenwerking tussen toezichthouders (geschiktheidstoets en betrouwbaarheidstoets))

Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (introductie geschiktheidseis en versterking samenwerking tussen toezichthouders (geschiktheidstoets en betrouwbaarheidstoets))

Artikel I

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel II

Wijzigt de Wet financiële markten BES.

Artikel III

Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.

Artikel IV

1. De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet binnen een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht deel uitmaken van een orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van die financiële onderneming, worden tot het einde van hun op dat tijdstip lopende benoemingstermijn, doch uiterlijk tot 1 januari 2016, geacht geschikt te zijn in de zin van artikel 3:8, tweede volzin, of 4:9, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op het financieel toezicht, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling van die geschiktheid.

2. In afwijking van het eerste lid worden de personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet binnen een bank of een verzekeraar met zetel in Nederland die, gerekend naar het geconsolideerd balanstotaal van de groep waarvan deze bank of verzekeraar deel uitmaakt, per ultimo van het boekjaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet behoorde tot de vier grootste banken met zetel in Nederland, onderscheidenlijk de vier grootste verzekeraars met zetel in Nederland, deel uitmaken van een orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van die bank of verzekeraar, tot zes maanden na inwerkingtreding van deze wet geacht geschikt te zijn in de zin van artikel 3:8, tweede volzin, van de Wet op het financieel toezicht, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling van die geschiktheid.

Artikel V

Indien een persoon die het dagelijks beleid van een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht bepaalt voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet deskundig is in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming wordt die persoon vanaf dat tijdstip geacht te beschikken over de daartoe ingevolge de Wet op het financieel toezicht vereiste geschiktheid, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling of herbeoordeling van die geschiktheid.

Artikel VI

Indien een persoon als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel b, en 11, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet deskundig is, wordt die persoon vanaf dat tijdstip geacht te beschikken over de daartoe ingevolge de Wet toezicht trustkantoren vereiste geschiktheid, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling of herbeoordeling van die geschiktheid.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.