40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel geschiktheid Wta | BWBR0041095 | zbo | geldend | 2018-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041095 | Beleidsregel geschiktheid Wta |
Beleidsregel geschiktheid Wta
Hoofdstuk 1. – Algemene bepalingen met betrekking tot de geschiktheidstoetsing van beleidsbepalers
Artikel 1.1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a) a)
*accountantsorganisatie:* een accountantsorganisatie, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wta, die beschikt over een vergunning die mede strekt tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang, zoals bedoeld in artikel 6 jo. artikel 1 van de Wta;
b) b)
*belanghebbenden:* personen, ondernemingen en instellingen ten behoeve waarvan accountantsorganisaties financiële verantwoordingen van ondernemingen of instellingen controleren en die gebruikmaken van en vertrouwen op de uitkomsten van die controles, met uitsluiting van de toezichthouder;
c) c)
*beleidsbepaler:* een persoon die bij of krachtens de Wta moet worden getoetst op geschiktheid:
•
De natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen van een accountantsorganisatie met een vergunning die mede strekt tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang zijn geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de accountantsorganisatie. (artikel 16, derde lid, Wta; collectief I);
•
Indien een accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 16, derde lid, Wta onderdeel uitmaakt van een netwerk, zijn de natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen van het binnen het netwerk hiërarchisch hoogste netwerkonderdeel met zetel in Nederland dat invloed uitoefent op het beleid van de accountantsorganisatie eveneens geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de tot het netwerk behorende accountantsorganisatie. (artikel 16, vierde lid, Wta; collectief II);
•
De personen die belast zijn met het interne toezicht, bedoeld in artikel 22a, tweede lid, Wta, zijn geschikt in verband met de uitoefening van dit toezicht. (artikel 16, vijfde lid, Wta; collectief III)
• • De natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen van een accountantsorganisatie met een vergunning die mede strekt tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang zijn geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de accountantsorganisatie. (artikel 16, derde lid, Wta; collectief I); • • Indien een accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 16, derde lid, Wta onderdeel uitmaakt van een netwerk, zijn de natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen van het binnen het netwerk hiërarchisch hoogste netwerkonderdeel met zetel in Nederland dat invloed uitoefent op het beleid van de accountantsorganisatie eveneens geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de tot het netwerk behorende accountantsorganisatie. (artikel 16, vierde lid, Wta; collectief II); • • De personen die belast zijn met het interne toezicht, bedoeld in artikel 22a, tweede lid, Wta, zijn geschikt in verband met de uitoefening van dit toezicht. (artikel 16, vijfde lid, Wta; collectief III) d) d)
*collectief:* de beleidsbepalers die gezamenlijk behoren tot één van de in onderdeel 1.1., onder c genoemde collectieven
e) e)
*EU-verordening:* verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang (PbEU 2014, L 158);
f) f)
*intern toezicht:* het toezicht door het orgaan dat belast is met het interne toezicht als bedoeld in artikel 22a, derde lid, Wta;
g) g)
*toezichthouder:* de AFM;
h) h)
*wettelijke controle:* een controle zoals bedoeld in artikel 1 van de Wta.
Artikel 1.2
Geschiktheid bestaat uit kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. De geschiktheid van een beleidsbepaler blijkt in ieder geval uit de opleiding, werkervaring en competenties van de beleidsbepaler en de doorlopende toepassing hiervan. In de bijlage bij deze beleidsregel zijn relevante competenties om geschiktheid aan te tonen opgenomen. De opsomming van deze competenties is niet cumulatief en niet limitatief.
Beleidsbepalers zijn geschikt met betrekking tot de volgende onderwerpen:
A. A.
** Bestuur, organisatie en communicatie,** waaronder het aansturen van processen, taakgebieden en medewerkers, het naleven en handhaven van algemeen aanvaarde sociale, ethische en professionele normen, waaronder het zorgen voor een kwaliteitsgerichte cultuur en het tijdig, juist en duidelijk informeren van (controle)cliënten, overige belanghebbenden en de toezichthouder;
B. B.
**Producten, diensten en markten waarop de accountantsorganisatie actief is**, inclusief relevante wet- en regelgeving en financiële aspecten;
C. C.
** Beheerste en integere bedrijfsvoering,** waaronder de administratieve organisatie, het stelsel van kwaliteitsbeheersing, de zorgplicht, het waarborgen van de geschiktheid en vakbekwaamheid van beleidsbepalers en medewerkers die werkzaam zijn bij of verbonden zijn aan de accountantsorganisatie, het risicomanagement, compliance en de uitbesteding van werkzaamheden; en
D. D.
** Evenwichtige en consistente besluitvorming,** met inachtneming van het publiek belang om de kwaliteit van wettelijke controles te waarborgen.
Artikel 1.3
Algemene en specifieke vakinhoudelijke kennis moet zijn opgedaan maximaal vijf jaar voorafgaand aan het moment van toetsing. De geschiktheid ten aanzien van de bedrijfsvoering en de bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden moeten zijn opgedaan maximaal tien jaar voorafgaand aan het moment van toetsing.
Artikel 1.4
De toetsing van geschiktheid van een beleidsbepaler geschiedt op evenredige wijze met inachtneming van:
a) a) de functie van een beleidsbepaler; en b) b) de omvang, de complexiteit en het risicoprofiel van de accountantsorganisatie.
Artikel 1.5
Indien sprake is van een collectief geschiedt de toetsing van geschiktheid mede met inachtneming van de samenstelling en het functioneren van het collectief.
Artikel 1.6
De toezichthouder toetst geschiktheid van een beleidsbepaler:
a) a) vóór het aantreden van een beleidsbepaler, bij vergunningaanvraag, of bij het voornemen tot aantreden als nieuwe beleidsbepaler; en b) b) na het aantreden van een beleidsbepaler, indien feiten of omstandigheden daartoe redelijke aanleiding geven.
Artikel 1.7
1. Bij het toetsen van geschiktheid van een beleidsbepaler neemt de toezichthouder informatie en antecedenten met betrekking tot geschiktheid in aanmerking.
2.
Onder informatie en antecedenten als bedoeld in onderdeel 1.7.1 worden in ieder geval verstaan:
a) a) het volledig ingevulde en ondertekende Meldingsformulier voorgenomen benoeming; b) b) toezichtinformatie en -antecedenten, zoals formele en informele toezichtmaatregelen; c) c) het door een accountantsorganisatie gehanteerde beleid, en de uitkomsten daarvan, voor werving en selectie en voor periodieke beoordeling van beleidsbepalers. Hieronder valt:
i)
het door de accountantsorganisatie gedocumenteerde beleid waarin rekening is gehouden met onderdelen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.5;
ii)
het door de accountantsorganisatie opgestelde functieprofiel voor de functie waarvoor een beleidsbepaler getoetst wordt en de (schriftelijk vastgelegde) besluitvorming over de selectie van een beleidsbepaler waarbij ook de overwegingen die tot deze uitkomst hebben geleid worden weergegeven; en
iii)
voor zover van toepassing, de periodieke (schriftelijk vastgelegde) beoordeling van een beleidsbepaler op basis van het functieprofiel en de uitgeoefende functie, inclusief de overwegingen die tot deze beoordeling hebben geleid;
i) i) het door de accountantsorganisatie gedocumenteerde beleid waarin rekening is gehouden met onderdelen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.5; ii) ii) het door de accountantsorganisatie opgestelde functieprofiel voor de functie waarvoor een beleidsbepaler getoetst wordt en de (schriftelijk vastgelegde) besluitvorming over de selectie van een beleidsbepaler waarbij ook de overwegingen die tot deze uitkomst hebben geleid worden weergegeven; en iii) iii) voor zover van toepassing, de periodieke (schriftelijk vastgelegde) beoordeling van een beleidsbepaler op basis van het functieprofiel en de uitgeoefende functie, inclusief de overwegingen die tot deze beoordeling hebben geleid; d) d) overige door de accountantsorganisatie aan te leveren informatie voor zover dit van belang kan zijn bij de toetsing van geschiktheid van een beleidsbepaler; e) e) overige informatie, waaronder betrokkenheid van een beleidsbepaler bij surséance van betaling of faillissement; en f) f) openbare informatie.
Artikel 1.8
Bij de weging van de in onderdeel 1.7 genoemde informatie en antecedenten betrekt de toezichthouder de volgende factoren:
a) a) het onderlinge verband tussen de aan informatie of een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval; b) b) de belangen die de Wta en de EU-verordening beogen te beschermen; c) c) de overige belangen van een accountantsorganisatie en een betrokken beleidsbepaler; d) d) de zwaarte van de informatie of het antecedent; e) e) de ouderdom van de informatie of het antecedent; f) f) de houding of motivering van een betrokken beleidsbepaler ten aanzien van de informatie of het antecedent; g) g) de combinatie van beschikbare informatie en antecedenten.
Hoofdstuk 2. – Slotbepalingen
Artikel 2.1
Deze beleidsregel wordt periodiek geëvalueerd.
Artikel 2.2
Deze beleidsregel treedt in werking op 1 juli 2018.
Artikel 2.3
Op grond van artikel VI van de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties, worden bij inwerkingtreding van de geschiktheidseis zittende beleidsbepalers, zijnde de dagelijks beleidsbepalers van de accountantsorganisatie en de dagelijks beleidsbepalers van het hiërarchisch hoogste netwerkonderdeel met zetel in Nederland dat invloed uitoefent op het beleid van de accountantsorganisatie, geacht geschikt te zijn tot twaalf maanden na inwerkingtreding van de geschiktheidseis, en personen die belast zijn met het interne toezicht worden geacht geschikt te zijn tot achttien maanden na inwerkingtreding, zolang de toezichthouder niet tot een andersluidend oordeel is gekomen.
Artikel 2.4
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel geschiktheid Wta.
Bijlage . – Competenties in alfabetische volgorde (behorend bij
De competenties uit deze bijlage zijn niet cumulatief en niet limitatief. Dit betekent dat niet alle competenties tegelijkertijd vereist zijn en dat ook andere dan de in de bijlage genoemde competenties door de accountantsorganisatie kunnen worden gebruikt om geschiktheid aan te tonen. Het is aan de accountantsorganisatie om samen met de beleidsbepaler aan te tonen over welke competenties de beleidsbepaler beschikt en op welke wijze hij of zij deze toepast. De toezichthouder toetst de competenties niet afzonderlijk.