rijk/zbo/beleidsregels-programmaquota/BWBR0023155/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

19 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregels programmaquota BWBR0023155 zbo geldend 2008-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023155 Beleidsregels programmaquota

Beleidsregels programmaquota

Paragraaf . strekking van de regeling

Artikel 1

De Beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

Paragraaf . definities

Artikel 2

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. wet: de Mediawet; b. b. besluit: het Mediabesluit; c. c. besluit ondertiteling: besluit van 19 september 2006 tot wijziging van het Mediabesluit (ondertiteling ten behoeve van mensen met een auditieve beperking) (Stb. 438); d. d. convenant: het convenant inzake de implementatie en toepassing van artikel 54 van de Mediawet gesloten tussen de Nederlandse Omroep Stichting en het Commissariaat voor de Media op 16 november 1999; e. e. Commissariaat: het Commissariaat voor de Media; f. f. onafhankelijke productie: een programmaonderdeel als bedoeld in artikel 54, tweede lid, van de Mediawet of artikel 71n, tweede lid, van de Mediawet; g. g. onafhankelijke producent: de producent van een onafhankelijke productie; h. h. recente productie: een onafhankelijke productie die niet ouder is dan vijf jaar; i. i. percentage ondertiteling: percentage oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen voorzien van Nederlandstalige ondertiteling; j. j. neventaakprogramma: neventaak bestaande uit het uitzenden van televisieprogrammas.

Hoofdstuk I. Europese quota

Paragraaf . Europese producties

Artikel 3

1. Een producent, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Europese richtlijn, wordt geacht in een Europese staat gevestigd te zijn indien zijn onderneming permanent is en over vast personeel beschikt dat zich zowel met productie- als commerciële activiteiten in Europa bezighoudt.

2. Indien niet bekend is welke producent een productie tot stand heeft gebracht wordt onder producent, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Europese richtlijn, mede verstaan de distributeur van de productie. In dat geval wordt de staat waarin de distributeur is gevestigd aangemerkt als de staat waar de producent is gevestigd.

3. Het tweede lid is slechts van toepassing indien de omroepinstelling die de productie heeft uitgezonden, naar genoegen van het Commissariaat, heeft aangetoond dat zij zich voldoende heeft ingespannen om de relevante gegevens over de producent van de productie te achterhalen.

Paragraaf . onafhankelijke producties

Artikel 4

1.

Als onafhankelijke productie wordt mede aangemerkt:

a. a. een programmaonderdeel dat geproduceerd is door een instelling die een programma verzorgt tezamen met een onafhankelijke producent; b. b. een aangekochte onafhankelijke productie.

2.

Niet als onafhankelijke productie wordt aangemerkt:

a. a. een programmaonderdeel dat geproduceerd is door een instelling die een programma verzorgt; b. b. een programmaonderdeel dat geproduceerd is door een producent die meer dan negentig procent van de door hem geproduceerde programmaonderdelen, in de drie afgelopen boekjaren, heeft geleverd aan dezelfde instelling die een programma verzorgt, en gedurende deze periode meer dan één programmaonderdeel of één serie programmaonderdelen heeft geproduceerd.

3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de landelijke publieke omroep, voorzover deze gebonden is aan het convenant.

Paragraaf . bereik commerciële omroepinstellingen

Artikel 5

Voor de toepassing van artikel 71n, vijfde lid, van de wet wordt een televisieprogramma aangemerkt als een televisieprogramma dat in slechts een beperkt aantal aan elkaar grenzende gemeenten kan worden ontvangen, indien het programma is bestemd voor die betreffende gemeenten en niet tevens wordt uitgezonden op een ander deel van het nationale omroepnetwerk of in andere gemeenten via een omroepzender.

Paragraaf . berekeningswijze

Artikel 6

1.

Voor de vaststelling van het behaalde percentage Europese, onafhankelijke en recente producties

wordt uitgegaan van de totale hoeveelheid zendtijd per net en per kalenderjaar, verminderd met de zendtijd die is besteed aan de volgende programmaonderdelen:

a. a. programmaonderdelen, bestaande uit nieuws; b. b. programmaonderdelen die betrekking hebben op sport; c. c. programmaonderdelen die het karakter van een spel hebben, met uitzondering van programmaonderdelen van culturele en educatieve aard, die mede het karakter van een spel hebben; d. d. programmaonderdelen, bestaande uit reclameboodschappen of telewinkelboodschappen en e. e. programmaonderdelen, bestaande uit stilstaande beelden.

2. Voor de vaststelling van het behaalde percentage Europese, onafhankelijke en recente producties, worden herhalingen van eerdere uitzendingen meegeteld.

Paragraaf . ontheffingen

Artikel 7

1. Ontheffingen van het percentage Europese producties, bedoeld in artikel 32h, derde lid, van het besluit kunnen in bijzondere gevallen, ten aanzien van een bepaald neventaakprogramma, tijdelijk gedeeltelijk worden verleend.

2. Ontheffingen van het percentage Europese producties, bedoeld in artikel 71n, zesde lid, van de wet kunnen in bijzondere gevallen, ten aanzien van een bepaalde commerciële omroepinstelling tijdelijk gedeeltelijk worden verleend.

3. Bij de vaststelling of sprake is van een bijzonder geval worden de aard van de zender, het niet voldoende kunnen verkrijgen van rechten voor Europese producties en bijzondere economische omstandigheden betrokken.

4. Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval wordt in beginsel ontheffing verleend voor een periode van drie kalenderjaren.

5. Het verzoek om ontheffing dient voorafgaand aan de periode waarvoor ontheffing wordt gevraagd, te worden ingediend.

Hoofdstuk II. Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen

Paragraaf . oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen

Artikel 8

Als oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen bedoeld in artikel 54a, eerste lid, van de wet en artikel 71o, eerste lid, van de wet, worden mede aangemerkt:

a. a. programmaonderdelen die Nederlands- of Friestalig zijn ingesproken; b. b. programmaonderdelen die onderdelen van niet oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen bevatten, die in de Nederlandse of Friese taal worden begeleid door een presentator;

Paragraaf . berekeningswijze

Artikel 9

1. Voor de vaststelling van het behaalde percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen bedoeld in artikel 54a en artikel 71o van de wet wordt uitgegaan van de totale hoeveelheid zendtijd per net en per kalenderjaar.

2. Voor de vaststelling van het behaalde percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen worden herhalingen van eerdere uitzendingen meegeteld.

Paragraaf . ontheffingen

Artikel 10

1. In bijzondere gevallen kan op grond van artikel 32g, derde lid, van het besluit ten aanzien van een bepaald neventaakprogramma desgevraagd en onder voorwaarden het percentage oorspronkelijk Nederlandstalige of Friestalige programmaonderdelen lager worden vastgesteld.

2. In bijzondere gevallen kan op grond van artikel 71o, derde lid, van de wet ten aanzien van een bepaalde commerciële omroepinstelling desgevraagd en onder voorwaarden het percentage oorspronkelijk Nederlandstalige of Friestalige programmaonderdelen lager worden vastgesteld.

3. Bij de vaststelling of sprake is van een bijzonder geval bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt gekeken naar de aard van de zender.

4. Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval wordt het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen in beginsel lager vastgesteld voor een periode van drie kalenderjaren.

5. Wanneer een commerciële omroepinstelling zich uitsluitend richt op een uitzendgebied buiten Nederland kan het percentage bedoeld in artikel 71o, eerste lid, van de wet op nul worden gesteld, zolang het format van het programma niet wijzigt.

6. Het verzoek het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen lager vast te stellen dient voorafgaand aan het kalenderjaar te worden ingediend.

Hoofdstuk III. Nederlandstalige programmaonderdelen voorzien van ondertiteling

Paragraaf . ondertiteling

Artikel 11

Als oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen die voorzien zijn van ondertiteling ten behoeve van mensen met een auditieve beperking worden aangemerkt oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen met ingebrande ondertiteling en oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen die voorzien zijn van een ondertiteling die is op te roepen via een (ingebouwde) decoder zoals teletekst.

Paragraaf . bereik commerciële omroepinstellingen

Artikel 12

Een commerciële omroepinstelling meldt onverwijld aan het Commissariaat wanneer zij een bereik heeft van ten minste 75 procent van alle huishoudens in Nederland.

Paragraaf . berekeningswijze

Artikel 13

1. Voor de vaststelling van het percentage ondertiteling bedoeld in artikel 16a en 34a van het besluit wordt uitgegaan van de totale hoeveelheid zendtijd per net en per kalenderjaar besteed aan programmaonderdelen die kunnen worden aangemerkt als oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen als bedoeld in artikel 54a, derde lid en artikel 71o, eerste lid, van de wet.

2. Voor de vaststelling van het percentage ondertiteling bedoeld in artikel 16a en 34a van het besluit worden herhalingen van eerdere uitzendingen meegeteld.

3. Voor de vaststelling van de totale hoeveelheid zendtijd genoemd in het eerste lid wordt de zendtijd besteed aan programmaonderdelen bestaande uit reclameboodschappen of telewinkelboodschappen buiten beschouwing gelaten.

4. Voor de vaststelling van de totale hoeveelheid zendtijd genoemd in het eerste lid wordt de zendtijd besteed aan programmaonderdelen die in de Nederlandse taal zijn ingesproken én in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan 8 jaar buiten beschouwing gelaten.

5. Voor de vaststelling van de totale hoeveelheid zendtijd genoemd in het eerste lid worden afzonderlijke videoclips buiten beschouwing gelaten.

Paragraaf . ontheffingen

Artikel 14

1. In bijzondere gevallen kan op grond van artikel 32g, derde lid, van het besluit, ten aanzien van een neventaakprogramma desgevraagd en onder voorwaarden het percentage ondertiteling lager worden vastgesteld.

2. In bijzondere gevallen kan op grond van artikel 71o, derde lid, van de wet ten aanzien van een bepaalde commerciële omroepinstelling desgevraagd en onder voorwaarden het percentage ondertiteling lager worden vastgesteld.

Artikel 15

1. Indien voor een neventaakprogramma naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval wordt het percentage ondertiteling in beginsel lager vastgesteld voor een periode van maximaal 5 kalenderjaren.

2. Indien ontheffing is verleend van het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen voor een neventaakprogramma, kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, waarbij het Commissariaat in dat geval het uit te zenden percentage ondertiteling gelijktijdig met het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen vaststelt.

Artikel 16

1. Indien er ontheffing is verleend aan een commerciële omroepinstelling van het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen geldt de overgangstermijn opgenomen in artikel II van het besluit ondertiteling niet.

2. Het Commissariaat stelt in dat geval het uit te zenden percentage ondertiteling gelijktijdig met het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen vast, waarbij rekening wordt gehouden met de bedoeling van de overgangstermijn als bedoeld in artikel II, tweede lid, van het besluit ondertiteling.

Hoofdstuk IV. Rapportage

Artikel 17

1. De NPO brengt eenmaal per jaar voor 1 april over het voorafgaande jaar verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de artikelen 2.115, 2.116, 2.119 tot en met 2.123 van de Mediawet 2008 en de artikelen 14b en 15 van het Mediabesluit 2008, op de televisieprogrammakanalen met uitzondering van de themakanalen van de NPO.

2. De NPO brengt eenmaal per jaar voor 1 april over het voorafgaande jaar verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de artikelen 2.115, 2.116, 2.119 tot en met 2.123 van de Mediawet 2008 en de artikelen 14b en 15 van het Mediabesluit 2008, op de themakanalen.

3. De regionale publieke media-instellingen brengen eenmaal per twee jaar voor 1 april over de voorafgaande jaren verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de artikelen 2.115, 2.117, 2.119 tot en met 2.122 van de Mediawet 2008 op de televisieprogrammakanalen.

4. De commerciële media-instellingen met televisieprogrammakanalen met een technisch bereik gelijk aan of groter dan 75% van de Nederlandse huishoudens of een landelijk marktaandeel gelijk aan of groter dan 0,3% in ten minste één Europese lidstaat brengen eenmaal per twee jaar voor 1 april over de twee voorafgaande jaren verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de artikelen 3.20 tot en met 3.25 van de Mediawet 2008 en artikel 17 van het Mediabesluit 2008.

5. De commerciële media-instellingen met televisieprogrammakanalen met een technisch bereik kleiner dan 75% van de Nederlandse huishoudens en een landelijk marktaandeel kleiner dan 0,3% brengen op verzoek van het Commissariaat verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de artikelen 3.20 tot en met 3.25 van de Mediawet 2008.

Artikel 18

De verslagen bedoeld in artikel 17, eerste lid, bevatten gegevens zowel in absolute zin als procentueel per televisieprogrammakanaal en voor de publieke landelijke media-instellingen als geheel, met uitzondering van de themakanalen, over de volgende onderwerpen:

a. a. totale duur van het programma-aanbod; b. b. de voor berekening in aanmerking te nemen duur van het programma-aanbod, als bedoeld in artikel 6, eerste lid; c. c. het percentage Europese producties; d. d. het percentage Europese onafhankelijke producties; e. e. het percentage recente producties; f. f. het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties; g. g. het percentage ondertiteling; h. h. in opdracht geproduceerde producties bij Nederlandse onafhankelijke producenten; i. i. coproducties met Nederlandse onafhankelijke producenten; j. j. aankoop Europees onafhankelijk product, waarbij de producent is gevestigd buiten Nederland; k. k. coproducties met Europese onafhankelijke producenten gevestigd buiten Nederland; l. l. eigen producties; m. m. overige producties; n. n. herhalingen; o. o. een statistisch overzicht van de mate waarin door de verschillende televisieprogrammakanalen aan de verplichtingen is voldaan; p. p. per verzorgde productie moet in ieder geval worden aangegeven of

      (1)
      de productie meetelt voor de berekening van de in aanmerking te nemen duur van het programma-aanbod als bedoeld in artikel 9 van deze regeling,
    
    
      (2)
      taal,
    
    
      (3)
      land van herkomst,
    
    
      (4)
      productiejaar,
    
    
      (5)
      naam van de producent,
    
    
      (6)
      indien het een oorspronkelijk Nederlandstalig productie betreft of de productie is ondertiteld, en
    
    
      (7)
      indien het een oorspronkelijk Nederlandstalig productie betreft die niet is ondertiteld of de productie in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan acht jaar.

(1) (1) de productie meetelt voor de berekening van de in aanmerking te nemen duur van het programma-aanbod als bedoeld in artikel 9 van deze regeling, (2) (2) taal, (3) (3) land van herkomst, (4) (4) productiejaar, (5) (5) naam van de producent, (6) (6) indien het een oorspronkelijk Nederlandstalig productie betreft of de productie is ondertiteld, en (7) (7) indien het een oorspronkelijk Nederlandstalig productie betreft die niet is ondertiteld of de productie in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan acht jaar.

Artikel 19

1. De verslagen bedoeld in artikel 17 tweede tot en met vijfde lid, bevatten gegevens op basis van een steekproef van een week, per kwartaal voor elk rapportagejaar.

2.

In de verslagen bedoeld in artikel 17, tweede tot en met vijfde lid, van deze regeling wordt per verspreide productie aangegeven:

a. a. datum en tijdstip van verspreiding; b. b. naam van de productie; c. c. duur van de productie; d. d. of de productie meetelt voor de berekening van de in aanmerking te nemen duur van het programma-aanbod als bedoeld in artikel 6 van deze regeling; e. e. of het een Europese productie betreft; f. f. land van herkomst; g. g. of het een onafhankelijke Europese productie betreft; h. h. naam van de producent; i. i. naam van de distributeur; j. j. of het een recente Europese productie betreft; k. k. productiejaar; l. l. of het een oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige productie betreft; m. m. of de productie is voorzien van een voice-over, dan wel Nederlands is ingesproken; n. n. indien het een oorspronkelijk Nederlandstalige productie betreft of deze is ondertiteld. o. o. indien het een oorspronkelijk Nederlandstalige productie betreft die niet is ondertiteld of de productie in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan 8 jaar.

3. De media-instellingen rapporteren op de door het Commissariaat voorgeschreven wijze.

4. Het Commissariaat kan een media-instelling toestaan op andere wijze dan genoemd in het tweede lid te rapporteren.

5. Het Commissariaat bepaalt welke weken dienen als steekproef als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Het Commissariaat deelt dit in de loop van het desbetreffende kalenderjaar mee.

6. Het tweede lid, onder n en o is niet van toepassing op de regionale publieke media-instellingen en niet op commerciële media-instellingen met televisieprogrammakanalen met een technisch bereik kleiner dan 75% van de Nederlandse huishoudens.

Artikel 20

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

2. De regeling van 1 december 2006 wordt ingetrokken.

3. Deze regeling wordt aangehaald als Beleidsregels programmaquota.

4. Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).

Bijlage 1. Beleidsregels programmaquota