40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz-uitvoerders Wlz 2018 | BWBR0040960 | zbo | geldend | 2018-06-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040960 | Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz-uitvoerders Wlz 2018 |
Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz-uitvoerders Wlz 2018
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
Deze beleidsregels verstaan onder:
a. a.
*Aanwijzing:*
Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2018;
b. b.
*beheerskostenbudget:* Het bedrag van de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskosten Wlz ten laste van het Fonds langdurige zorg;
c. c.
*NZa:* Nederlandse Zorgautoriteit;
d. d.
*Wlz:*
Wet langdurige zorg;
e. e.
*Wlz-uitvoerder:* een rechtspersoon als bedoel bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wlz;
f. f.
*het Zorginstituut:* Zorginstituut Nederland;
g. g.
*zorgkantoor:* een zorgkantoor als bedoeld in het Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2015, houdende de aanwijzing van zorgkantoren;
h. h.
*Nadere aanwijzing:*
Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2018.
Artikel 2
Het Zorginstituut keert het voor iedere Wlz-uitvoerder voorlopig vastgestelde, het nader vastgestelde en het definitief vastgestelde beheerskostenbudget voor het jaar 2018 uit met inachtneming van de Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015.
Paragraaf 2. Voorlopige vaststelling beheerskostenbudget 2018
Artikel 3
Het Zorginstituut stelt in februari 2018 voor iedere Wlz-uitvoerder een voorlopig beheerskostenbudget vast.
Artikel 4
Het Zorginstituut verdeelt het bedrag dat in artikel 2 van de Aanwijzing beschikbaar is gesteld voor de overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt over de Wlz-uitvoerders:
a. a. een bedrag van € 1.471.000 op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2017 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz; b. b. een bedrag van € 2.942.000 op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2017 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. c. een bedrag van € 0,290 miljoen verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. d. een voorwaardelijk bedrag van ten hoogste € 9,850 miljoen dat uitsluitend bestemd is voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de door de Wlz-uitvoerders opgegeven en door de NZa goedgekeurde kosten die zij voor de onafhankelijke cliëntondersteuning voor het kalenderjaar 2016 hebben opgegeven in hun financiële verantwoording; e. e. een bedrag van € 0,169 miljoen voor de Wlz-uitvoerder die de minister van VWS heeft aangewezen voor het uitvoeren van het project ‘Leven zoals je wilt’; f. f. een bedrag van € 72,600 miljoen op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2017 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen.
Artikel 5
Ter voorlopige vaststelling van het beheerskostenbudget per Wlz-uitvoerder sommeert het Zorginstituut per Wlz-uitvoerder de conform artikel 4 berekende bedragen. Het Zorginstituut rondt het voorlopige beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger naar boven afrondt en overige bedragen naar beneden.
Artikel 6
Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in artikel 4, onderdeel a en b, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2017 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaat Wlz voor de Wlz-uitvoerder 2017. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring.
Artikel 7
Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,6243610 als vergoeding in de beheerskosten.
Artikel 8
Voor een nieuwe Wlz-uitvoerder, die geen rechtsopvolger is van een of meer bestaande Wlz-uitvoerders, kan het Zorginstituut uitgaan van andere dan in dit besluit genoemde verzekerdenaantallen.
Paragraaf 3. Nadere vaststelling beheerskostenbudget 2018
Artikel 9
Uiterlijk op de eerste werkdag van mei 2019 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar 2018 nader vast. Het Zorginstituut verdeelt daarbij het bedrag dat in de Nadere aanwijzing beschikbaar is gesteld voor de overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt over de Wlz-uitvoerders:
a. a. een bedrag van € 1.471.000 op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2018 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz; b. b. een bedrag van € 2.942.000 op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. c. een bedrag van € 0,290 miljoen verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. d. een voorwaardelijk bedrag van ten hoogste € 9,850 miljoen dat uitsluitend bestemd is voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de door de Wlz-uitvoerders opgegeven en door de NZa goedgekeurde kosten die zij voor de onafhankelijke cliëntondersteuning voor het kalenderjaar 2016 hebben opgegeven in hun financiële verantwoording; e. e. een bedrag van € 0,169 miljoen voor de Wlz-uitvoerder die de Minister van VWS heeft aangewezen voor het uitvoeren van het project ‘Leven zoals je wilt’; f. f. een bedrag van € 75,416 miljoen op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen.
Artikel 10
1. Ter nadere vaststelling van de beheerskostenbudgetten per Wlz-uitvoerder sommeert het Zorginstituut per Wlz-uitvoerder de ingevolge artikel 9 berekende bedragen. Het Zorginstituut rondt de beheerskostenbudgetten af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger naar boven afrondt en overige bedragen naar beneden.
2. Het Zorginstituut betaalt het verschil tussen het bedrag van het nader vastgestelde en het voorlopig vastgestelde beheerskostenbudget in geval van een positief saldo voor de Wlz-uitvoerder uit. Indien het verschil tot een negatief saldo voor de Wlz-uitvoerder leidt, vordert het Zorginstituut het verschil terug.
Artikel 11
Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in artikel 9, onderdeel a en b, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2018 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaat Wlz voor de Wlz-uitvoerder 2018. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring.
Artikel 12
Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,7338484 als vergoeding in de beheerskosten.
Paragraaf 4. Definitieve vaststelling beheerskostenbudget 2018
Artikel 13
Uiterlijk in 2021 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar 2018 definitief vast. Het Zorginstituut verdeelt daarbij het bedrag dat in de Nadere aanwijzing beschikbaar is gesteld voor de overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt over de Wlz-uitvoerders:
a. a. een bedrag van € 1.471.000 op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2018 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz; b. b. een bedrag van € 2.942.000 op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. c. een bedrag van € 0,290 miljoen verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. d. een voorwaardelijk bedrag van ten hoogste € 9.850.000 dat uitsluitend bestemd is voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de werkelijke kosten inzake onafhankelijke cliëntondersteuning die de Wlz-uitvoerders voor het kalenderjaar 2018 hebben opgegeven in hun financiële verantwoording 2018 en die zijn gecontroleerd door de NZa; e. e. een bedrag van € 0,169 miljoen voor de Wlz-uitvoerder die de Minister heeft aangewezen voor het uitvoeren van het project ‘Leven zoals je wilt’; f. f. een bedrag van € 75,416 miljoen op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen.
Artikel 14
1. Ter definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget per Wlz-uitvoerder sommeert het Zorginstituut per Wlz-uitvoerder de ingevolge artikel 13 berekende bedragen. Het Zorginstituut rondt het definitieve beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger naar boven afrondt en overige bedragen naar beneden.
2. Het Zorginstituut betaalt het verschil tussen het bedrag van het definitief vastgestelde en het nader vastgestelde beheerskostenbudget in geval van een positief saldo voor de Wlz-uitvoerder uit. Indien het verschil tot een negatief saldo voor de Wlz-uitvoerder leidt, vordert het Zorginstituut het verschil terug.
Artikel 15
Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in artikel 3, onderdeel a en b, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2018 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaat Wlz voor de Wlz-uitvoerder 2018. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring.
Artikel 16
Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,7338484 als vergoeding in de beheerskosten.
Paragraaf 5. Slot
Artikel 17
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2018.
Artikel 18
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz-uitvoerders Wlz 2018.