rijk/zbo/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-commissariaat-voor-de-media-2010/BWBR0029051/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

13 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2010 BWBR0029051 zbo geldend 2010-12-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0029051 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2010

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2010

Paragraaf 1:. begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a.

    *het College:* de voorzitter en de leden van het Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 7.1, eerste lid, Mediawet 2008;

b. b.

    *mandaat:* de bevoegdheid op basis van artikel 10:1 Awb om in naam van het College besluiten te nemen;

c. c.

    *volmacht:* de bevoegdheid op basis van artikel 10:12 Awb, juncto artikel 3:60 BW om in naam van het College privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

d. d.

    *machtiging:* de bevoegdheid op basis van artikel 10:12 Awb om in naam van het College handelingen te verrichten die noch een publiekrechtelijke rechtshandeling, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Paragraaf 2:. algemene mandatering van bevoegdheden, volmacht en machtiging

Artikel 2

Aan de onderscheiden leden van het College wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden die tot hun portefeuille behoren en die naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij door het College behoren te worden afgedaan.

Artikel 3

1. Aan de zakelijk directeur, de communicatiemanager, de secretaris van het College en de hoofden van: de afdeling Financieel Toezicht; de afdeling Handhaving; de afdeling Registratie, Vergunningen en Toezicht; de afdeling Strategie, Beleid en Onderzoek en het Bedrijfsbureau dan wel bij hun afwezigheid hun plaatsvervangers wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden die tot hun werkterrein behoren.

2. Nadere aanduiding van de aangelegenheden waartoe het in het eerste lid bedoelde mandaat zich uitstrekt, zal geschieden door het College in een interne regeling die zal worden geplaatst op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).

Artikel 4

Als aanvulling en nadere toelichting op het bepaalde in artikel 3 geldt ten aanzien van de zakelijk directeur dat deze:

a. a. binnen de hoofdlijnen van het formatiebeleid als bedoeld in artikel 6, derde lid, onder a en c, bevoegd is besluiten te nemen tot de aanstelling, schorsing of het ontslag van een ambtenaar; b. b. optreedt als hoofd van dienst in de zin van artikel 4, eerste lid, onder b, van het ARAR, als bestuurder in de zin van artikel 1, eerste lid, onder e, van de WOR en als werkgever in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de ARBO wet ten aanzien van de onder hem ressorterende medewerkers.

Paragraaf 3:. bijzondere bepalingen

Artikel 5

De uitoefening van bevoegdheden waardoor namens het College en binnen de kaders van dedoor het College vastgestelde begrotingfinanciële verplichtingen tot een bedrag van € 10.000,00 worden aangegaan, is voorbehouden aan de communicatiemanager, de secretaris van het College en de hoofden van: de afdeling Financieel Toezicht; de afdeling Handhaving; de afdeling Registratie, Vergunningen en Toezicht; de afdeling Strategie, Beleid en Onderzoek en het Bedrijfsbureau, dan wel bij hun afwezigheid hun plaatsvervangers. De uitoefening van bevoegdheden waardoor namens het College en binnen de kaders van de door het College vastgestelde begroting financiële verplichtingen tussen een bedrag van € 10.000,00 en € 50.000,00 worden aangegaan, is voorbehouden aan de zakelijk directeur. De uitoefening van bevoegdheden waardoor financiële verplichtingen boven een bedrag van € 50.000,00 worden aangegaan, is voorbehouden aan het College.

Artikel 6

Onverminderd de mogelijkheid van mandatering overeenkomstig artikel 3 zijn de volgende handelingen voorbehouden aan het College:

    1. het nemen van besluiten van het Commissariaat voor de Media, waaronder in ieder geval de besluiten:

      a.
      tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;
      
      
      b.
      tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;
      
      
      c.
      tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;
      
      
      d.
      tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;
      
      
      e.
      tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;
      
      
      f.
      tot het opleggen van een administratieve sanctie;
      
      
      g.
      tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.
      

a. a. tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media; b. b. tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media; c. c. tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling; d. d. tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling; e. e. tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels; f. f. tot het opleggen van een administratieve sanctie; g. g. tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media. 2. 2. het uiten van het voornemen tot oplegging van een administratieve sanctie. 3. 3. de aangelegenheden betreffende:

      a.
      de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen:
      het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;
      het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
    
    
      b.
      de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;
    
    
      c.
      de hoofdlijnen van het formatiebeleid.

a. a. de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen: het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid; het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid; b. b. de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën; c. c. de hoofdlijnen van het formatiebeleid. 4. 4. de afdoening en ondertekening van stukken;

      a.
      gericht aan ministers en staatssecretarissen;
    
    
      b.
      gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;
    
    
      c.
      gericht aan de Algemene Rekenkamer;
    
    
      d.
      gericht aan de Nationale Ombudsman.

a. a. gericht aan ministers en staatssecretarissen; b. b. gericht aan de Eerste en Tweede Kamer; c. c. gericht aan de Algemene Rekenkamer; d. d. gericht aan de Nationale Ombudsman.

Paragraaf 4:. Ondertekening

Artikel 7

1. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College, dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd Commissariaat voor de Media en onder vermelding aan het slot van Commissariaat voor de Media, gevolgd door de naam en functie van de voorzitter en het lid van het College wiens portefeuille het betreft.

2. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door het College, wordt ondertekend door de voorzitter en het lid van het College wiens portefeuille het betreft. In het geval dat het onderwerp binnen de portefeuille van de voorzitter valt, wordt het document ondertekend door de voorzitter en één van de twee andere leden van het College, ongeacht de portefeuille.

3. Bij ontstentenis van de voorzitter of het lid van het College wiens portefeuille het betreft, wordt het door het College vastgestelde document ondertekend door de voorzitter dan wel het lid van het College wiens portefeuille het betreft en het andere lid van het College onder toevoeging van bij afwezigheid (b.a.).

4. Bij ontstentenis van twee leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door het aanwezige lid van het College onder toevoeging van bij afwezigheid (b.a.) en de secretaris van het College indien het document ziet op de uitvoering van inhoudelijke taken van het Commissariaat voor de Media, dan wel de zakelijk directeur indien het document betrekking heeft op de organisatie of bedrijfsvoering van het Commissariaat voor de Media onder toevoeging van in opdracht (i.o.). Het in dit lid gemaakte onderscheid in taakverdeling tussen de secretaris van het College en de zakelijk directeur is eveneens van toepassing in de volgende leden.

5. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van in opdracht (i.o.) en de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van in opdracht (i.o.).

6. Bij ontstentenis van alle leden van het College, de secretaris van het College of de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van in opdracht (i.o.) en een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van in opdracht (i.o.)

7. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College overeenkomstig artikel 2 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd Commissariaat voor de Media en onder vermelding aan het slot van Commissariaat voor de Media, gevolgd door de naam en functie van het lid van het College wiens portefeuille het betreft.

8. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door het lid van het College wiens portefeuille het betreft.

9. Bij ontstentenis van het betrokken lid van het College wordt het document ondertekend door een ander lid van het College onder toevoeging van bij afwezigheid (b.a.)

10. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van in opdracht (i.o.).

11. Bij ontstentenis van alle leden van het College en de secretaris van het College of de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van in opdracht (i.o.).

12. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling namens het College overeenkomstig de artikelen 3 en 4 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd Commissariaat voor de Media gevolgd door de naam en functie van de functionaris wiens werkterrein het betreft.

13. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door de functionaris wiens werkterrein het betreft.

14. Bij ontstentenis van de betrokken functionaris wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van bij afwezigheid (b.a.).

15. Bij ontstentenis van de secretaris van het College en de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van bij afwezigheid (b.a.).

Paragraaf 5:. Slotbepalingen

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 9

Dit besluit vervangt het Besluit van het College van het Commissariaat voor de Media houdende mandatering, volmacht en machtiging van bevoegdheden van het Commissariaat voor de Media aan leden van het College, onderscheidenlijk ambtenaren in dienst van het Commissariaat voor de Media (Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media) van 11 oktober 2005, gepubliceerd in de Staatscourant van 7 november 2005, nr. 216.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2010.