rijk/zbo/impulsregeling-zzpers-en-erfgoedvrijwilligers/BWBR0044826/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

22 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Impulsregeling ZZPers en erfgoedvrijwilligers BWBR0044826 zbo geldend 2021-02-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044826 Impulsregeling ZZPers en erfgoedvrijwilligers

Impulsregeling ZZPers en erfgoedvrijwilligers

Paragraaf 1. - ALGEMEEN

Artikel 1.1

a. a.

    *Actieve cultuurparticipatie:* kunstzinnige- of erfgoedactiviteiten die door een cultuurmaker in de vrije tijd worden beoefend.

b. b.

    *Cultuureducatie:* het doelbewust leren over en door middel van kunst, erfgoed en media via gerichte instructie, zowel binnen als buiten de school,

c. c.

    *Algemeen Subsidiereglement:*
    Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.

d. d.

    *Corona:* het virus bekend onder de naam COVID-19.

e. e.

    *Fonds:* stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.

f. f.

    *Koninkrijk der Nederlanden:* Nederland inclusief Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

g. g.

    *Zelfstandige zonder personeel:* persoon die achttien jaar of ouder is maar de pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt en die voor de voorziening in het bestaan aangewezen is op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier in Nederland, die daarbij geen personeel in dienst heeft, en die als zodanig ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel; verder aangeduid als ZZPer.

h. h.

    *Beoefenaar van traditionele ambachten:* persoon die specifieke producten van begin tot eind maakt, vanuit een historische en culturele basis, waarbij het vakmanschap van die maker terug te zien is in het product.

i. i.

    *Culturele instelling:* een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde instelling met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, die zich inzet voor actieve cultuurparticipatie of cultuureducatie.

j. j.

    *Penvoerder CmK:* een culturele instelling aan wie op basis van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2017-2020 of de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024 een subsidie door het Fonds verstrekt is;

k. k.

    *Erfgoedhuis:* provinciale erfgoedinstelling die bij inwerkingtreding van deze regeling aangesloten is bij het overleg provinciale erfgoedinstellingen Nederland.

l. l.

    *Erfgoedvrijwilliger:* persoon die zich in zijn of haar vrije tijd actief inzet voor het beschermen, behouden, ontwikkelen, doorgeven en zichtbaar maken van cultureel erfgoed.

m. m.

    *Vmbo:* voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.

Artikel 1.2

Met deze subsidieregeling stimuleert het Fonds de artistieke en inhoudelijke ontwikkeling van ZZPers werkzaam op het gebied van cultuurparticipatie en cultuureducatie, en wordt ondersteuning geboden aan erfgoedvrijwilligers ten behoeve van de continuïteit van hun inzet voor cultureel erfgoed in verband met de coronacrisis.

Artikel 1.3

1. Paragraaf 2 richt zich uitsluitend op ZZPers werkzaam op het gebied van cultuurparticipatie en cultuureducatie, inclusief beoefenaars van traditionele ambachten.

2. Paragraaf 3 richt zich uitsluitend op culturele instellingen en op penvoerders CmK.

3. Paragraaf 4 richt zich uitsluitend op erfgoedhuizen.

Artikel 1.4

1. Indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten zoals opgenomen in artikel 2.2 of artikel 3.2, eerste lid dan geldt een indieningstermijn tot en met 31 mei 2021, uiterlijk tot 13:00 Midden Europese Tijd.

2. Indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten zoals opgenomen in artikel 3.2, tweede lid, of artikel 4.2 dan geldt een indieningstermijn tot en met 30 april 2021, uiterlijk tot 13:00 Midden Europese Tijd.

3. De aanvraag wordt in behandeling genomen indien deze tijdig is ingediend en er ten minste aan de daartoe gestelde vereisten van deze regeling is voldaan.

Paragraaf 2. ZZPers

Artikel 2.1

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ZZPer werkzaam op het gebied van cultuurparticipatie en cultuureducatie, inclusief beoefenaars van traditionele ambachten.

Artikel 2.2

1.

De aanvrager kan eenmalig subsidie aanvragen. Die aanvraag richt zich op een of meerdere activiteiten op het gebied van cultuurparticipatie of cultuureducatie, gericht op het:

a. a. bevorderen van de eigen deskundigheid; b. b. ontwikkelen van het vakmanschap; c. c. door ontwikkelen van bestaande of ontwikkelen van nieuwe activiteiten voor cultuurmakers in de vrije tijd en op school; d. d. digitaliseren van activiteitenaanbod; of e. e. realiseren van andere randvoorwaarden die nodig zijn om hun artistiek inhoudelijke activiteiten in of na corona-tijd voort te zetten of op te starten.

2. De activiteiten kennen een maximale looptijd van een jaar en starten uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening, maar niet eerder dan na het ontvangen van het subsidieverleningsbesluit.

Artikel 2.3

1. Het subsidieplafond bedraagt € 1.077.000.

2.

Van het subsidieplafond in het eerste lid is maximaal € 270.000 bestemd voor beoefenaars

van traditionele ambachten.

3. Het Fonds kan het subsidieplafond wijzigen.

4. Het Fonds kan een tweede subsidieperiode en bijbehorend subsidieplafond instellen.

5. Een besluit van het Fonds tot wijziging van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds: www.cultuurparticipatie.nl.

Artikel 2.4

De subsidie bedraagt minimaal € 2.500 en maximaal € 5.000 per aanvraag.

Artikel 2.5

1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren.

2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

3. Slechts direct aan de activiteiten gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking. Het Fonds ondersteunt maximaal 100% van de in de aanvraag begrote kosten.

4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.

5. Maximaal 20% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die nodig zijn voor het project.

6. Indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten zoals opgenomen in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, dan mag, in afwijking van hetgeen in het vijfde lid is bepaald, maximaal 75% van de subsidie van het Fonds worden ingezet voor materiële investeringen.

7. Indien de aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, zoals opgenomen in artikel 2.2, eerste lid, dan wordt het percentage zoals genoemd in het zesde lid alleen naar rato toegepast op de activiteiten die op digitalisering gericht zijn.

Artikel 2.6

1. Een aanvraag wordt ingediend via de online aanvraagomgeving Mijn Fonds middels een digitaal aanvraagformulier. Deze omgeving is te bereiken via de website van het Fonds.

2. Een aanvraag gaat ten minste vergezeld van een curriculum vitae, een recent uittreksel van de KvK dat niet ouder is dan 3 maanden, een omschrijving van de activiteiten en een sluitende begroting.

3. Beoefenaars van traditionele ambachten leveren ook een portfolio aan.

Artikel 2.7

1. Alle aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag, in relatie tot het doel van de regeling.

2.

Naast de in het eerste lid bedoelde criteria worden:

a. a. aanvragen die betrekking hebben op artikel 2.2, eerste lid onderdelen a en b, beoordeeld op het belang voor de aanvrager en de meerwaarde van de investering; b. b. aanvragen die betrekking hebben op artikel 2.2, eerste lid onderdelen c, d en e, beoordeeld op hun organisatorische kwaliteit.

3. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag te voldoen aan alle van toepassing zijnde criteria. De wijze waarop aan de criteria wordt getoetst, is terug te vinden in de toelichting bij deze regeling.

Paragraaf 3. Culturele instellingen en penvoerders CmK

Artikel 3.1

Subsidie kan worden aangevraagd door culturele instellingen of penvoerders CmK.

Artikel 3.2

1.

Een instelling zoals bedoeld in artikel 3.1 kan eenmalig subsidie aanvragen voor het realiseren van aanbod voor ZZPers werkzaam op het gebied van cultuurparticipatie of cultuureducatie waarmee zij kunnen werken aan een of meerdere activiteiten gericht op:

a. a. bevorderen van de deskundigheid; b. b. ontwikkelen van vakmanschap; c. c. door ontwikkelen van bestaande of het ontwikkelen van nieuwe activiteiten voor cultuurmakers in de vrije tijd of op school; d. d. digitaliseren van activiteitenaanbod; of e. e. realiseren van andere randvoorwaarden die nodig zijn om hun artistiek inhoudelijke activiteiten tijdens of na de coronapandemie voort te zetten of op te starten.

2.

Een penvoerder zoals bedoeld in lid 3.1, kan eenmalig subsidie aanvragen voor het realiseren van aanbod voor ZZPers die werkzaam zijn op het gebied van binnen schoolse cultuureducatie, voor:

a. a. digitalisering van het cultuureducatieaanbod op school; of b. b. bevordering van deskundigheid, waarbij

        i.
        in het bijzonder didactische vaardigheden;
      
      
        ii.
        in het bijzonder voor het vmbo; en
      
      
        iii.
        hedendaagse kunst- en cultuurbeleving.

i. i. in het bijzonder didactische vaardigheden; ii. ii. in het bijzonder voor het vmbo; en iii. iii. hedendaagse kunst- en cultuurbeleving.

3. Het project heeft een maximale looptijd van 2 jaar en start uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening, maar niet eerder dan na het ontvangen van het subsidieverleningsbesluit.

Artikel 3.3

1. Het subsidieplafond bedraagt € 1.600.000.

2. Van het subsidieplafond in het eerste lid is maximaal € 450.000 bestemd voor culturele instellingen.

3. Het Fonds kan het subsidieplafond wijzigen.

4. Het Fonds kan een tweede subsidieperiode en bijbehorend subsidieplafond instellen.

5. Een besluit van het Fonds tot wijziging van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds: www.cultuurparticipatie.nl.

Artikel 3.4

1. Voor aanvragen zoals bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, bedraagt de subsidie minimaal € 25.000 en maximaal € 50.000 per aanvraag.

2. Voor aanvragen zoals bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, bedraagt de subsidie minimaal € 25.000 en maximaal € 35.000 per aanvraag.

Artikel 3.5

1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren.

2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

3. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking. Het Fonds ondersteunt maximaal 100% van de in de aanvraag begrote kosten.

4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer dan 5% van de totale kosten van het project bedragen. De coördinatielasten bedragen niet meer dan 7% van de projectbegroting.

5. Maximaal 10% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die nodig zijn voor het project.

6. Voor penvoerders geldt dat de activiteiten moeten aansluiten op de doelen zoals geformuleerd in de Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024.

Artikel 3.6

1. Een aanvraag wordt ingediend via de online aanvraagomgeving Mijn Fonds middels een digitaal aanvraagformulier. Deze omgeving is te bereiken via de website van het Fonds.

2. Een aanvraag gaat ten minste vergezeld van een projectplan voor de gehele looptijd van het project en een sluitende begroting.

Artikel 3.7

1.

Alle aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a. a. inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag in relatie tot het doel van de regeling; b. b. verwacht aantal te bereiken ZZPers; en c. c. organisatorische kwaliteit.

2. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag te voldoen aan alle van toepassing zijnde criteria. De wijze waarop aan de criteria wordt getoetst, is terug te vinden in de toelichting bij deze regeling.

Paragraaf 4. Erfgoedvrijwilligers

Artikel 4.1

1. Subsidie kan alleen worden aangevraagd door een erfgoedhuis of een samenwerkingsverband van erfgoedhuizen.

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een samenwerkingsverband:

a. a. treedt een van de erfgoedhuizen in het samenwerkingsverband namens dat samenwerkingsverband als aanvrager op; b. b. wordt een door de partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat de rechtspersoon die namens het samenwerkingsverband optreedt gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen; en c. c. wordt de subsidie verleend aan de rechtspersoon die namens het samenwerkingsverband optreedt.

Artikel 4.2

1. Een aanvrager kan eenmalig subsidie aanvragen voor het realiseren van aanbod voor erfgoedvrijwilligers en organisaties die met erfgoedvrijwilligers werken om de inzet van vrijwilligers voor cultureel erfgoed te behouden.

2. Het project heeft een maximale looptijd van 2 jaar en start uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening, maar niet eerder dan na het ontvangen van het subsidieverleningsbesluit.

Artikel 4.3

1. Het subsidieplafond bedraagt € 200.000.

2. Het Fonds kan het subsidieplafond wijzigen.

3. Het Fonds kan een tweede subsidieperiode en bijbehorend subsidieplafond instellen.

4. Een besluit van het Fonds tot wijziging van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds: www.cultuurparticipatie.nl.

Artikel 4.4

1. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000 per aanvraag.

2. Bij samenwerkingsverbanden bedraagt de subsidie maximaal het aantal erfgoedhuizen dat deelneemt aan het samenwerkingsverband vermenigvuldigt met € 20.000.

Artikel 4.5

1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren.

2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

3. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking. Het Fonds ondersteunt maximaal 100% van de in de aanvraag begrote kosten.

4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer dan 5% van de totale kosten van het project bedragen. De coördinatielasten bedragen niet meer dan 7% van de projectbegroting.

5. Maximaal 10% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die nodig zijn voor het project.

Artikel 4.6

1. Een aanvraag wordt ingediend via de online aanvraagomgeving Mijn Fonds middels een digitaal aanvraagformulier. Deze omgeving is te bereiken via de website van het Fonds.

2. Een aanvraag gaat ten minste vergezeld van een projectplan voor de gehele looptijd van het project en een sluitende begroting.

Artikel 4.7

1.

Alle aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a. a. inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag in relatie tot het doel van de regeling; b. b. verwacht aantal te bereiken erfgoedvrijwilligers; en c. c. organisatorische kwaliteit.

2. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag te voldoen aan alle van toepassing zijnde criteria. De wijze waarop aan de criteria wordt getoetst, is terug te vinden in de toelichting bij deze regeling.

Paragraaf 5. Aanvullende bepalingen

Artikel 5.1

1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:5 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd als:

a. a. voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is of zal worden verleend door het Fonds of door één van de andere rijkscultuurfondsen; b. b. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds worden uitgevoerd; of c. c. als de activiteiten niet, of niet voldoende aansluiten bij het doel van de regeling.

2.

Subsidie kan worden geweigerd als:

a. a. een aanvrager in voorgaande jaren subsidie van het Fonds heeft ontvangen en niet of niet geheel heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; of b. b. de aanvraag gericht is op activiteiten die kunnen worden aangemerkt als reguliere of terugkerende activiteiten dan wel redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager.

Artikel 5.2

Bij de uitvoering van de activiteiten dient rekening te worden gehouden met de landelijke richtlijnen en protocollen die gelden in verband met de coronamaatregelen.

Paragraaf 6. Beoordeling tot vaststelling

Artikel 6.1

In afwijking van artikel 9 van het Huishoudelijk reglement beoordeelt het Fonds de aanvragen en het bestuur van het Fonds besluit over de aanvragen.

Artikel 6.2

1. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen complete aanvragen in behandeling worden genomen.

2. Niet complete aanvragen dienen binnen de in artikel 1.4 genoemde indieningstermijn te worden aangevuld.

Artikel 6.3

1. Het Fonds beslist binnen 13 weken nadat een volledige aanvraag is ontvangen.

2. Het moment waarop een niet volledig complete aanvraag op de juiste wijze wordt aangevuld, wordt beschouwd als het moment waarop de aanvraag is ingediend.

Artikel 6.4

1. Bij subsidies tot en met € 25.000 wordt een voorschot verstrekt van 100%.

2.

Bij subsidies hoger dan € 25.000 wordt het toegekende bedrag in gedeelten en bij wijze van voorschot verstrekt:

a. a. het eerste gedeelte van het voorschot betreft 90%; en b. b. na de subsidievaststelling wordt de resterende 10% verstrekt.

Artikel 6.5

1. Bij subsidies tot en met € 25.000 kan het Fonds de subsidie direct vaststellen. Dat gebeurt binnen 13 weken na de aanvraag.

2.

Indien de subsidie niet direct wordt vastgesteld:

a. a. wordt in het subsidieverleningsbesluit aangegeven op welke datum de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, en binnen 22 weken na die datum wordt de subsidie vastgesteld; en b. b. toont de subsidieontvanger op verzoek van het Fonds aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidieverplichtingen.

Artikel 6.6

1. De subsidieontvanger toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidieverplichtingen.

2.

De subsidie wordt vastgesteld maximaal 22 weken na:

a. a. het in het verleningsbesluit opgenomen moment dat de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn uitgevoerd; of b. b. de aanvraag van de vaststelling.

Artikel 6.7

1. De subsidieontvanger legt rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag en een inhoudelijk voortgangsverslag.

2. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant zoals bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

3. De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek verricht overeenkomstig een controleprotocol, indien dat door het Fonds wordt vereist.

4. In de verklaring geeft de accountant tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de in het protocol genoemde voorschriften.

5. De subsidieontvanger onderhoudt een goede en inzichtelijke administratie van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten. De subsidieontvanger bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende zeven jaar na vaststelling van de subsidie.

6.

De subsidie wordt vastgesteld maximaal 22 weken na:

a. a. het in het verleningsbesluit opgenomen moment dat de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn uitgevoerd; of b. b. de aanvraag van de vaststelling.

Artikel 6.8

Bij subsidieverstrekking boven de € 25.000 wordt aan een subsidie de verplichting voor de subsidieontvanger verbonden om direct een melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig, of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1

In bijzondere of uitzonderlijke gevallen, waar bij het opstellen van deze regeling geen rekening mee is gehouden en die een onredelijke uitwerking hebben, kan het Fonds ten gunste van de aanvrager afwijken van de rechten en plichten die in de oorspronkelijke subsidieregeling zijn opgenomen.

Artikel 7.2

Voor zover deze regeling daar niet in voorziet, zijn de bepalingen uit het Algemeen Subsidiereglement van toepassing.

Artikel 7.3

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag nadat deze in de Staatscourant is gepubliceerd.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond blijft het bepaalde in deze regeling van toepassing.

Artikel 7.4

Deze regeling wordt aangehaald als:

Impulsregeling ZZPers en erfgoedvrijwilligers