rijk/zbo/regeling-verantwoording-bbaz-2020-compartimenten-1-en-2/BWBR0045262/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

24 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling verantwoording bbaz 2020 compartimenten 1 en 2 BWBR0045262 zbo geldend 2021-06-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045262 Regeling verantwoording bbaz 2020 compartimenten 1 en 2

Regeling verantwoording bbaz 2020 compartimenten 1 en 2

Gelet op de artikelen 61, 62 en 68, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van informatie die benodigd is om de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bbaz) te kunnen vaststellen.

1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Academische patiënt: Patiënten die topreferente zorg ontvangen.

  • Academische zorg: Het uitvoeren van topreferente zorg en innovatieve zorg, en de ontwikkeling van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling. De omschrijving van academische zorg is opgenomen in onderdeel B van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG (Stb. 2012, 396).

  • Beschikbaarheidbijdrage: Een bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

  • Beschikbaarheidbijdrage academische zorg Een beschikbaarheidbijdrage zoals bedoeld in de Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020.

  • Compartiment 1 Dit compartiment is bedoeld voor academische ziekenhuizen waarbij de topreferente zorg niet volledig wordt bekostigd via prestaties en tarieven.

  • Compartiment 2 Dit compartiment is bedoeld voor zorgaanbieders, niet zijnde academische ziekenhuizen, waarbij de topreferente zorg niet volledig wordt bekostigd via prestaties en tarieven.

  • DIS (DBC-Informatiesysteem) Digitale databank zoals omschreven in de Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS).

  • Diagnosegroep Een diagnosegroep is een classificatiesysteem van de combinatie diagnose en specialismecode. Het is een tabel afkomstig van de NFU en veelal gebaseerd op de ICD-10 classificatie. De tabel bevat 3135 regels en onderscheid 271 unieke groepen. Deze tabel is opgenomen in de bijlage 1 diagnosegroepentabel bij deze nadere regel.

  • Meerkosten Het verschil tussen de instellingsspecifieke kostprijzen van alle subtrajecten behorende bij academische patiënten (zoals geïdentificeerd volgens de patiëntgebonden labelsystematiek) en de referentie kostprijzen. Zowel de postieve als de negatieve verschillen dienen hier te worden meegenomen.

  • Ontvangers De ontvangers van de bbaz die op basis van de toegangscriteria zoals opgenomen in artikel 5 van de beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020 recht hebben op een beschikbaarheidbijdrage.

  • Ontwikkeling en Innovatie Ontwikkeling en Innovatie hebben betrekking op het bedenken, uitproberen, systematisch uittesten en verspreiden van nieuwe behandelingen en vormen van diagnostiek. Het betreft uitsluitend die vormen van ontwikkeling en innovatie die steunen op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.

  • Patiëntgebonden labels Patiëntgebonden labels zijn zeven verschillende labels. Per label zijn variabelen bepaald die van toepassing kunnen zijn op een patiënt; valt een patiënt onder een van deze labels, dan is sprake van een academische patiënt. Dit zijn patiënten die topreferente zorg krijgen. De verdeling van academische patiënten over de ontvangers van de bbaz bepaalt vanaf 2020 de verdeling van het variabele deel van de bbaz over de ontvangers. Zie de toelichting bij deze regeling voor een omschrijving van de zeven patiëntgebonden labels.

  • Referentie kostprijzen De landelijk gemiddelde kostprijzen berekend over 2019 van de DBC-zorgproducten die gekoppeld zijn aan deze subtrajecten gedeïndexeerd naar het niveau van 2018. In de referentie kostprijs zijn de kostprijzen van de huidige ontvangers van de bbaz meegewogen. Topreferente zorg Topreferente zorg is zeer specialistische patiëntenzorg die:

        
        gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is;
    
    
        
        vereist een infrastructuur waarbinnen vele disciplines op het hoogste deskundigheidsniveau samenwerken;
    
    
        
        is gekoppeld aan fundamenteel patiëntgericht onderzoek.
    

gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is; vereist een infrastructuur waarbinnen vele disciplines op het hoogste deskundigheidsniveau samenwerken; is gekoppeld aan fundamenteel patiëntgericht onderzoek.

  • Variabel deel bbaz Het variabele deel van de bbaz is het deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten van de behandelde academische patiënten dekt. Voor de verantwoording van het variabele deel is daarmee het aantal academische patiënten dat door de ontvangers behandeld werd in voorgaande jaren bepalend.
  • Vast deel bbaz Het vaste deel van de bbaz is het deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten dekt voor het in stand houden van de kennis en infrastructuur voor het continue kunnen leveren van academische zorg.

2. Doel van de regeling

Deze regeling beoogt om op transparante wijze vast te leggen welke gegevens de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bbaz) uit compartiment 1 en 2 verstrekken aan de NZa en hoe zij deze gegevens aan de NZa verstrekken.

De regeling legt vast op welke wijze ontvangers van de bbaz zich dienen te verantwoorden over het jaar 2020.

De verantwoording over het jaar 2020 heeft geen invloed op het bedrag dat de NZa vaststelt voor dat jaar.

3. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg uit compartiment 1 en 2.

4. Te verstrekken informatie

4.1. Procedure

De procedure voor het verantwoordingsjaar 2020 is als volgt:

    Uiterlijk 1 maart 2021: de NZa levert over de jaren 2016 tot en met 2018 aan de ontvangers de volgende gegevens:
  
    
      a.
      Per jaar de onderliggende gebruikte data in een csv bestand.
    
    
      b.
      Toelichtingsdocument met daarin opgenomen:
      
        
          i.
          Per jaar, per label het aantal academische patiënten dat door hun instelling behandeld is.
        
        
          ii.
          Per jaar het aantal geschoonde subtrajecten
        
        
          iii.
          Specificatie van de kolomnamen van het csv-bestand.
        
      
    
    
      c.
      Per ontvanger de vulling van de DIS van de top 10 doorverwijzende ziekenhuizen

a. a. Per jaar de onderliggende gebruikte data in een csv bestand. b. b. Toelichtingsdocument met daarin opgenomen:

          i.
          Per jaar, per label het aantal academische patiënten dat door hun instelling behandeld is.
        
        
          ii.
          Per jaar het aantal geschoonde subtrajecten
        
        
          iii.
          Specificatie van de kolomnamen van het csv-bestand.

i. i. Per jaar, per label het aantal academische patiënten dat door hun instelling behandeld is. ii. ii. Per jaar het aantal geschoonde subtrajecten iii. iii. Specificatie van de kolomnamen van het csv-bestand. c. c. Per ontvanger de vulling van de DIS van de top 10 doorverwijzende ziekenhuizen 2. 2.

    Uiterlijk 1 augustus 2021: de NZa levert de referentiekostprijzen aan de ontvangers van de BBAZ aan.
    Uiterlijk 1 augustus 2021: de NZa levert het indexpercentage aan om de meerkosten van 2018 naar 2020 te kunnen indexeren.
    Uiterlijk 1 oktober 2021: de ontvanger levert de informatie terug aan de NZa zoals uitgewerkt in artikel 4.2.1, lid 3 en artikel 4.2.2, lid 1.
    Uiterlijk 1 november 2021: Bij eventuele onderverantwoording in eerste aanleg wordt door de betreffende ontvanger en de NZa onderzocht hoe met maatwerk de vergelijking tussen gerealiseerde kosten 2020 en de ontvangen beschikbaarheidbijdrage voor 2020 kan worden verbeterd.
    Uiterlijk 1 november 2021: de NZa stelt de bbaz 2020 formeel vast conform de beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2020.

4.2. Verantwoording

De jaarlijkse verantwoording vindt plaats aan de hand van de volgende twee onderdelen:

    1. Patiëntgebonden labels
    1. Ontwikkeling en Innovatie

4.2.1. Verantwoording patiëntgebonden labels:

De systematiek voor de verantwoording van de labels bestaat uit de volgende stappen:

    1. De NZa berekent de score per label per ontvanger
    1. De NZa verstuurt uiterlijk 1 maart 2021 de informatie via het uitwisselportaal naar de ontvanger zoals genoemd in paragraaf 4.1, lid 1.
    1. De ontvanger levert uiterlijk 1 oktober 2021 de volgende gegevens aan:

      Kwantitatief

      a.
      De kosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2020, uitgedrukt in meerkosten op instellingsniveau.
      
      
      b.
      De meerkosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2020, voor de vijf diagnosegroepen met de hoogste meerkosten.
      

      In aanvulling op bovenstaande geldt: Ad a) De ontvanger berekent de meerkosten op instellingsniveau als volgt:

      1.
      Selecteer alle subtrajecten (inclusief zorgtype 51) met bijbehorende zorgproducten en diagnosegroep o.b.v. het bestand zoals de NZa uitlevert op uiterlijk 1 maart conform artikel 4.1.1 die gekoppeld kunnen worden aan een academische patiënt.
      
      
      2.
      Hanteer de instellingspecifieke kostendragers die binnen het kostprijsmodel 20181Indien kostprijzen 2018 niet beschikbaar zijn, kies dan het boekjaar met beschikbare kostprijzen waarbij de productstructuur van het betreffende boekjaar het minst afwijkt van de productstrucuur 2018. zijn gebruikt.2De regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch- specialistische zorg (kenmerk: NR/REG-1932). Hierbij gaan we er vanuit dat de niet- patiëntgebonden opbrengsten zoals bv. O&I buiten beschouwing zijn gelaten.
      
      
      3.
      Bereken per subtraject de kostprijs door het zorgprofiel te vermenigvuldigen met de kostendragers (uit stap 2).
      
      
      4.
      Verminder de kostprijs van het subtraject (uit stap 3) met de gemiddelde (patiënt-gebonden) opbrengsten zoals verwerkt in het kostprijsmodel exclusief de opbrengsten kolom Beschikbaarheidsbijdrage academische component -TRF 2018.
      
      
      5.
      Koppel via de zorgproductcode de referentiekostprijs3De referentiekostprijs is een gewogen gemiddelde kostprijs inclusief bbaz- ontvangers gebaseerd op het kostprijsmodel 2018, waarbij de opbrengsten buiten beschouwing zijn gelaten met uitzondering van bbaz- TRF. die de NZa heeft opgeleverd aan de geselecteerde subtrajecten (uit stap 1).
      
      
      6.
      Aggregeer de instellingsspecifieke kosten (uit stap 4) en de referentiekosten (uit stap 5) op het niveau van de patiënt tot twee bedragen. Indien er sprake is van IC-activiteiten die al vergoed zijn via een IC-tarief, dienen deze opbrengsten in mindering gebracht te worden bij de patiënt.
      
      
      7.
      Aggregeer de meerkosten over alle patiënten tot de totale meerkosten van de instelling.
      
      
      8.
      Indexeer de meerkosten op instellingsniveau naar het niveau van 2020 op basis van de door de NZa uitgeleverde indexpercentages.
      

      ad b) De instelling bepaalt de top vijf diagnosegroep als volgt:

      9.
      Hanteer het bestand zoals berekend uit stap 5 (in onderdeel b) Bereken de totale instelingspecifieke kosten en de referentiekosten per diagnosegroep. De subtrajecten zijn gegroepeerd naar diagnosegroep volgens bijage diagnosegroepentabel.
      
      
      10.
      Selecteer de 5 hoogste bedragen om de top 5 van diagnosegroepen te bepalen en neem deze op in de verantwoording.
      
      
      11.
      Indexeer de meerkosten op instellingsniveau naar het niveau van 2020 op basis van de door de NZa uitgeleverde indexpercentages.
      

      Scope

      Bij het bepalen van de kosten voor de subtrajecten is de volgende scope van toepassing. Het gaat uitsluitend om verzekerde dbc-zorgproductie gerelateerd aan academische patiënten die zijn uitgeleverd door de NZa zoals bedoeld onder artikel 4.1 inclusief zorgtpe 51. De volgende zorg is uitgesloten bij het bepalen van meerkosten voor de patiënten:

      
      Overig zorgproducten (o.a. kaakchirurgie)
      
      
      
      Psychiatrie
      
      
      
      Klinische genetica
      
      
      
      Zorgprofielklassen dure geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen met add-on indicatie en stollingsfactoren.
      

      Kwalitatief

      a.
      Een inhoudelijke uitwerking op instellingsniveau van de activiteiten van de ontvanger gericht op academische patiëntenzorg.
      

a. a. De kosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2020, uitgedrukt in meerkosten op instellingsniveau. b. b. De meerkosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2020, voor de vijf diagnosegroepen met de hoogste meerkosten.

    1. Selecteer alle subtrajecten (inclusief zorgtype 51) met bijbehorende zorgproducten en diagnosegroep o.b.v. het bestand zoals de NZa uitlevert op uiterlijk 1 maart conform artikel 4.1.1 die gekoppeld kunnen worden aan een academische patiënt.
      
    1. Hanteer de instellingspecifieke kostendragers die binnen het kostprijsmodel 20181Indien kostprijzen 2018 niet beschikbaar zijn, kies dan het boekjaar met beschikbare kostprijzen waarbij de productstructuur van het betreffende boekjaar het minst afwijkt van de productstrucuur 2018. zijn gebruikt.2De regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch- specialistische zorg (kenmerk: NR/REG-1932). Hierbij gaan we er vanuit dat de niet- patiëntgebonden opbrengsten zoals bv. O&I buiten beschouwing zijn gelaten.
      
    1. Bereken per subtraject de kostprijs door het zorgprofiel te vermenigvuldigen met de kostendragers (uit stap 2).
      
    1. Verminder de kostprijs van het subtraject (uit stap 3) met de gemiddelde (patiënt-gebonden) opbrengsten zoals verwerkt in het kostprijsmodel exclusief de opbrengsten kolom Beschikbaarheidsbijdrage academische component -TRF 2018.
      
    1. Koppel via de zorgproductcode de referentiekostprijs3De referentiekostprijs is een gewogen gemiddelde kostprijs inclusief bbaz- ontvangers gebaseerd op het kostprijsmodel 2018, waarbij de opbrengsten buiten beschouwing zijn gelaten met uitzondering van bbaz- TRF. die de NZa heeft opgeleverd aan de geselecteerde subtrajecten (uit stap 1).
      
    1. Aggregeer de instellingsspecifieke kosten (uit stap 4) en de referentiekosten (uit stap 5) op het niveau van de patiënt tot twee bedragen. Indien er sprake is van IC-activiteiten die al vergoed zijn via een IC-tarief, dienen deze opbrengsten in mindering gebracht te worden bij de patiënt.
      
    1. Aggregeer de meerkosten over alle patiënten tot de totale meerkosten van de instelling.
      
    1. Indexeer de meerkosten op instellingsniveau naar het niveau van 2020 op basis van de door de NZa uitgeleverde indexpercentages.
      
    1. Hanteer het bestand zoals berekend uit stap 5 (in onderdeel b) Bereken de totale instelingspecifieke kosten en de referentiekosten per diagnosegroep. De subtrajecten zijn gegroepeerd naar diagnosegroep volgens bijage diagnosegroepentabel.
      
    1. Selecteer de 5 hoogste bedragen om de top 5 van diagnosegroepen te bepalen en neem deze op in de verantwoording.
    1. Indexeer de meerkosten op instellingsniveau naar het niveau van 2020 op basis van de door de NZa uitgeleverde indexpercentages. Overig zorgproducten (o.a. kaakchirurgie) Psychiatrie Klinische genetica Zorgprofielklassen dure geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen met add-on indicatie en stollingsfactoren. a. a. Een inhoudelijke uitwerking op instellingsniveau van de activiteiten van de ontvanger gericht op academische patiëntenzorg.
    1. De NZa controleert of de aanlevering van elke ontvanger compleet is; of alle informatie geleverd is zoals omschreven in lid 3, sub a en b van dit artikel.
    1. De informatie wordt niet gebruikt om de bbaz voor het jaar 2020 te muteren, maar wel:

      a.
      door de NZa om de verantwoordings- en verdeelsystematiek waar nodig te verbeteren. Met betrokken partijen worden de uitkomsten en verklaringen periodiek besproken, waarin getoetst wordt of de systematiek verbeterd moet worden. Dit wordt dan opgenomen in de verantwoording van het daarop volgende jaar;
      
      
      b.
      door de ontvanger om zijn bedrijfsvoering waar nodig aan te passen;
      
      
      c.
      Een traject voor maatwerk in te zetten en op te starten wanneer er sprake is van onderverantwoording zoals beschreven in artikel 4.1.5.
      

a. a. door de NZa om de verantwoordings- en verdeelsystematiek waar nodig te verbeteren. Met betrokken partijen worden de uitkomsten en verklaringen periodiek besproken, waarin getoetst wordt of de systematiek verbeterd moet worden. Dit wordt dan opgenomen in de verantwoording van het daarop volgende jaar; b. b. door de ontvanger om zijn bedrijfsvoering waar nodig aan te passen; c. c. Een traject voor maatwerk in te zetten en op te starten wanneer er sprake is van onderverantwoording zoals beschreven in artikel 4.1.5.

4.2.2. Verantwoording ontwikkeling en innovatie

De verantwoording van ontwikkeling en innovatie (O&I) ziet er als volgt uit:

    1. De ontvanger levert uiterlijk 1 oktober 2021 de volgende gegevens aan:

      Kwantitatief

      a.
      De kosten voor ontwikkeling en innovatie betrekking hebbend op 2020, onderverdeeld naar de volgende categorieën:
      
      
          i.
          Innovatie gekoppeld aan de innovatiekalender van het Ministerie van VWS
      
      
          ii.
          Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici
      
      
          iii.
          (Nog) niet vergoede zorg
      
      
          iv.
          Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen
      
      
          v.
          Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën
      
      
          vi.
          Kennisdeling en consultatie
      
      
          vii.
          Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen
      
      
          viii.
          Databank-functie en big data-ontwikkeling
      
      
          ix.
          Overkoepelende kosten
      

      Kwalitatief

      b.
      Een inhoudelijke omschrijving van welke activiteiten per kostencategorie zijn uitgevoerd door de instelling in 2020, waarvan in elk geval categorie ix nader gespecificeerd wordt.
      

a. a. De kosten voor ontwikkeling en innovatie betrekking hebbend op 2020, onderverdeeld naar de volgende categorieën:

          i.
          Innovatie gekoppeld aan de innovatiekalender van het Ministerie van VWS
        
        
          ii.
          Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici
        
        
          iii.
          (Nog) niet vergoede zorg
        
        
          iv.
          Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen
        
        
          v.
          Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën
        
        
          vi.
          Kennisdeling en consultatie
        
        
          vii.
          Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen
        
        
          viii.
          Databank-functie en big data-ontwikkeling
        
        
          ix.
          Overkoepelende kosten

i. i. Innovatie gekoppeld aan de innovatiekalender van het Ministerie van VWS ii. ii. Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici iii. iii. (Nog) niet vergoede zorg iv. iv. Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen v. v. Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën vi. vi. Kennisdeling en consultatie vii. vii. Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen viii. viii. Databank-functie en big data-ontwikkeling ix. ix. Overkoepelende kosten b. b. Een inhoudelijke omschrijving van welke activiteiten per kostencategorie zijn uitgevoerd door de instelling in 2020, waarvan in elk geval categorie ix nader gespecificeerd wordt. 2. 2. De NZa stelt vast dat elke ontvanger de informatie heeft aangeleverd. 3. 3. De informatie wordt niet gebruikt om de bbaz te muteren, maar wel:

      a.
      door de NZa om de omschrijving van O&I en de te onderscheiden kostencategorieën te verbeteren;
    
    
      b.
      door de ontvangers om inzicht te krijgen in passendheid van de bbaz voor de kosten verbonden aan het in stand houden van academische zorg.
    
    
      c.
      Een traject voor maatwerk in te zetten en op te starten wanneer er sprake is van onderverantwoording zoals beschreven in artikel 4.2 lid 4.

a. a. door de NZa om de omschrijving van O&I en de te onderscheiden kostencategorieën te verbeteren; b. b. door de ontvangers om inzicht te krijgen in passendheid van de bbaz voor de kosten verbonden aan het in stand houden van academische zorg. c. c. Een traject voor maatwerk in te zetten en op te starten wanneer er sprake is van onderverantwoording zoals beschreven in artikel 4.2 lid 4.

De richtlijnen voor het opstellen van de verantwoording per categorie zoals opgenomen in artikel 4.2.2 lid 1 zijn verder uitgewerkt in de bijlage 2 formulier huisspecifieke toelichting O&I en TRF 2020.

5. Accountantsrapport

De accountant doet onderzoek of bij het opstellen van de verantwoording van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg, het van toepassing zijnde accountantsprotocol is gevolgd en dat de opgegeven bedragen in de verantwoording voor de beschikbaarheidbijdrage conform dit accountantsprotocol zijn bepaald.

De accountant rapporteert zijn bevindingen via een Rapport van feitelijke bevindingen gericht aan de NZa. Het accountantsprotocol is opgenomen als bijlage bij de nadere regel in bijlage 3 accountantsprotocol vaste deel bbaz compartiment 1 en 2.

6. Intrekken oude regeling

Gelijktijdig met de inwerkintreding van deze regeling wordt de Regeling verantwoording bbaz 2019 nieuwe systematiek, met kenmerk NR/REG-1933, ingetrokken.

7. Toepasselijkheid voorafgaande regeling

De Regeling verantwoording bbaz 2019 nieuwe systematiek, met kenmerk NR/REG-1933, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen en al dan niet beëindigd in de periode dat die regeling gold.

8. Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

9. Citeerregel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verantwoording bbaz 2020 compartimenten 1 en 2.

Bijlage 1. Diagnosegroepentabel 2020

Bijlage 2. Formulier huisspecifieke verantwoording O&I en TRF 2020 beschikbaarheidbijdrage academische zorg

Datum 08-06-2021

Bijlage 3. Accountantsprotocol beschikbaarheidbijdrage ambtshalve Academische zorg compartiment 1 en 2 vaste deel

Versie 1