40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders | BWBR0033394 | zbo | geldend | 2008-01-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033394 | Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders |
Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze richtsnoeren wordt verstaan onder:
-
- ACM: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
-
- vergunninghouder: de houder van een leveringsvergunning als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
-
- kleinverbruiker: een afnemer als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet.
-
- overeenkomst: een overeenkomst tussen een vergunninghouder en een kleinverbruiker voor de levering van elektriciteit en/of gas.
-
- opzegvergoeding: een vergoeding die een vergunninghouder kan opnemen in een overeenkomst voor bepaalde duur en die een kleinverbruiker bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst aan de vergunninghouder is verschuldigd.
Artikel 2
Voor de uitleg van deze regeling wordt een kleinverbruiker onderscheiden in:
-
- consument: een kleinverbruiker, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf.
-
- kleinzakelijke afnemer: alle kleinverbruikers die niet onder de definitie van consument vallen.
Hoofdstuk 2. Redelijke opzegvergoeding
Afdeling 1. - Redelijke opzegvergoeding algemeen
Artikel 3
1. De ACM acht een opzegvergoeding niet redelijk indien de overeenkomst tussentijds wordt beëindigd in de periode van twee weken vóór tot twee weken na de datum waarop de overeenkomst afloopt.
2. De genoemde bedragen in deze richtsnoeren zijn maximum bedragen.
Afdeling 2. - Redelijke opzegvergoeding consumenten
Artikel 4
1.
De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor consumenten indien de maximale hoogte van een opzegvergoeding voor consumenten afhankelijk is van de duur van de overeenkomst en van de resterende looptijd op het moment van beëindigen, volgens onderstaande tabel:
| Contractduur | Resterende looptijd | Maximale opzegvergoeding |
|---|---|---|
| 1 jaar | < 1 jaar | 50 Euro |
| > 1 jaar | < 1,5 jaar | 50 Euro |
| 1,5 - 2 jaar | 75 Euro | |
| 2 - 2,5 jaar | 100 Euro | |
| > 2,5 jaar | 125 Euro |
2.
De ACM oordeelt dat het in de overeenkomst bedingen van een vergoeding voor een uitgedeeld welkomstcadeau niet redelijk is indien:
– – de beëindiging heeft plaatsgevonden na verloop van een jaar van de overeenkomst; of – – de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een jaar na het sluiten van de overeenkomst en de vergoeding voor het welkomstcadeau meer dan de reële waarde van het cadeau of meer dan 50 Euro bedraagt.
3. Bij een overeenkomst voor de levering van elektriciteit én gas acht de ACM het bedingen van een afzonderlijke opzegvergoeding per product slechts redelijk indien de kleinverbruiker voor zowel elektriciteit als gas de overeenkomst vroegtijdig beëindigt en overstapt naar een andere vergunninghouder.
4. De ACM oordeelt dat het bedingen van een opzegvergoeding niet redelijk is indien zich de situatie voordoet als beschreven in artikel 7.
Artikel 5
Vervallen
Afdeling 3. - Redelijke opzegvergoeding kleinzakelijke afnemers
Artikel 6
De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor kleinzakelijke afnemers indien deze voldoet aan één van drie onderstaande criteria:
-
- de opzegvergoeding bedraagt maximaal 15% van de resterende (verwachte) waarde van de overeenkomst;
-
- de opzegvergoeding bedraagt het verschil tussen de waarde van de overeenkomst op basis van de marktprijs op het moment van beëindigen en de resterende waarde van de overeenkomst, plus een administratieve vergoeding van maximaal 50 Euro; of,
-
- de opzegvergoeding bedraagt maximaal 100 Euro per niet uitgediend jaar.
Hoofdstuk 3. Redelijke voorwaarden met betrekking tot de opzegvergoeding
Afdeling 1. – Onredelijke tariefverhoging in overeenkomsten met consumenten
Artikel 7
De ACM oordeelt dat er geen sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer:
-
- de vergunninghouder in een overeenkomst voor bepaalde duur met een variabel tarief een beding opneemt dat hem het recht geeft het leveringstarief aan te passen; en
-
- de vergunninghouder het leveringstarief verhoogt terwijl deze verhoging, naar objectieve maatstaven gemeten, ten opzichte van het tot dan toe geldende tarief onredelijk hoog is.
Afdeling 2. - In rekening brengen opzegvergoeding
Artikel 8
1. De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke voorwaarde indien het beding, op grond waarvan de vergunninghouder het recht verkrijgt een opzegvergoeding in rekening te brengen, wordt opgenomen in de overeenkomst, waarbij duidelijk wordt aangegeven wat de hoogte van de opzegvergoeding is.
2. In aanvulling op het eerste lid oordeelt de ACM dat er sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer de vergunninghouder de opzegvergoeding binnen een redelijke termijn bij de kleinverbruiker in rekening brengt.
3. Onder ‘binnen een redelijke termijn in rekening brengen’ verstaat de ACM dat de vergunninghouder de opzegvergoeding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij het versturen van de eindafrekening, in rekening brengt.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 9
De ACM acht het redelijk dat vanaf de inwerkingtreding van deze richtsnoeren geen opzegvergoedingen meer in rekening mogen worden gebracht die in strijd zijn met deze richtsnoeren.
Artikel 10
Deze richtsnoeren wordt aangehaald als “Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders”.
Artikel 11
1. De bekendmaking van deze richtsnoeren met toelichting geschiedt door plaatsing in de Staatscourant.
2. Deze richtsnoeren treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.
3. Op de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt de “Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders” van april 2006 ingetrokken.
4. Deze richtsnoeren zullen geëvalueerd worden indien de ACM dit noodzakelijk acht.