40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaststellingsregeling 2006 artikel 6 toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992 | BWBR0019418 | zbo | geldend | 2006-01-13 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019418 | Vaststellingsregeling 2006 artikel 6 toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992 |
Vaststellingsregeling 2006 artikel 6 toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
kostenregeling: de Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992.
Artikel 2
1.
Het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de kostenregeling wordt vastgesteld:
a. a. voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet:
1°.
wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet niet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, onvoldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 35.500;
2°.
wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, voldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 23.300.
1°. 1°. wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet niet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, onvoldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 35.500; 2°. 2°. wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, voldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 23.300. b. b. voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet:
1°.
wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet niet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, onvoldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 28.400;
2°.
wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, voldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 23.300.
1°. 1°. wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet niet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, onvoldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 28.400; 2°. 2°. wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een onderneming of instelling waarvan de staten op grond van artikel 55 van de wet op geconsolideerde basis in de staten van een op grond van de wet vergunninghoudende instelling worden opgenomen, of wanneer het betreft aanvragers van een vergunning voor een dochtermaatschappij van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling, waarop de toezichthoudende autoriteit in de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is, voldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, op € 23.300.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de kostenregeling wordt vastgesteld op € 1.500.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, van de kostenregeling wordt vastgesteld op € 0.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder d, van de kostenregeling wordt vastgesteld op € 0.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de kostenregeling wordt vastgesteld op € 0.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de kostenregeling wordt vastgesteld op € 0.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Vaststellingsregeling 2006 artikel 6 toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992.