rijk/amvb/besluit-rijksmilieuhygiënische-commissie/BWBR0003697/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

67 lines
4 KiB
Markdown

---
titel: Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie
bwb_id: BWBR0003697
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1984-08-15'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003697
citeertitel: Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie
---
# Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie
### Artikel 1
Er is een Rijksmilieuhygiënische commissie, hierna te noemen de commissie.
### Artikel 2
De commissie heeft tot taak ter bevordering van de samenhang in het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne, over onderwerpen op dat gebied interdepartementaal overleg te voeren en adviezen uit te brengen aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en desgevraagd aan Onze andere Ministers.
### Artikel 3
**1.** Over voornemens tot het treffen van wettelijke maatregelen en van andere maatregelen, die van betekenis zijn voor het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne, alsmede over voornemens waarvan de uitvoering belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor de milieuhygiëne, horen Onze Ministers onder wier verantwoordelijkheid die maatregelen onderscheidenlijk de uitvoering van die voornemens tot stand komen, vooraf de commissie.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de commissie niet gehoord over maatregelen en voornemens die worden behandeld in de Centrale Landinrichtingscommissie, ingevolge artikel 7 van de Landinrichtingswet, behoudens in die gevallen waarin van de zijde van een Onzer Ministers die in de commissie vertegenwoordigd is, tegen de maatregel of het voornemen bezwaar wordt gemaakt op grond van het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne.
### Artikel 4
**1.** De voorzitter van de commissie wordt door Ons benoemd.
**2.** De Directeur-Generaal voor de Milieuhygiëne is lid van de commissie.
**3.** De andere leden van de commissie worden benoemd door Onze Ministers van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Defensie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ieder één lid benoemen, door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw en Visserij en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, die ieder twee leden benoemen, en door Onze Minister van Economische Zaken, die drie leden benoemt.
**4.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan een of meer deskundigen tot lid van de commissie benoemen.
### Artikel 5
**1.** De voorzitter van de commissie kan zich bij ontstentenis of ziekte doen vervangen door een door hem aan te wijzen lid.
**2.** Bij ontstentenis of ziekte van een lid van de commissie kan Onze betrokken Minister voor een bepaalde termijn een ander tot lid benoemen.
### Artikel 6
Het secretariaat van de commissie berust bij het directoraat-generaal voor de milieuhygiëne.
### Artikel 7
**1.** De voorzitter roept de commissie in vergadering bijeen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt of indien een lid dit verzoekt. De oproep vermeldt de agenda van de vergadering.
**2.** De commissie kan uit haar midden werkcommissies vormen. De voorzitter kan deskundigen uitnodigen tot het deelnemen aan beraadslagingen van de commissie of van een werkcommissie.
**3.** Op verzoek van een lid schorst de voorzitter de behandeling van een zaak tot de volgende vergadering teneinde het lid gelegenheid te geven met Onze Minister die hem heeft benoemd, ruggespraak te houden.
### Artikel 8
**1.** In de adviezen van de commissie wordt desverlangd van gevoelens, van die der meerderheid afwijkende, melding gemaakt.
**2.** De leden die in een vergadering van de commissie een mening kenbaar hebben gemaakt, van die der meerderheid afwijkende, kunnen zich in deze vergadering de bevoegdheid voorbehouden tot het uitbrengen van een afzonderlijk advies, dat bij het advies van de commissie wordt gevoegd.
### Artikel 9
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie.
### Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 augustus 1984.