rijk/amvb/wijzigingsbesluit-besluit-tankstations-milieubeheer-enz-financiële-zekerheid-keu/BWBR0014450/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingsbesluit Besluit tankstations milieubeheer, enz. (financiële zekerheid, keuringsdocumenten en bevoegdgezagorganen) BWBR0014450 AMvB geldend 2003-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014450 Wijzigingsbesluit Besluit tankstations milieubeheer, enz. (financiële zekerheid, keuringsdocumenten en bevoegdgezagorganen)

Wijzigingsbesluit Besluit tankstations milieubeheer, enz. (financiële zekerheid, keuringsdocumenten en bevoegdgezagorganen)

Artikel I

Wijzigt het Besluit tankstations milieubeheer.

Artikel II

Wijzigt het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998.

Artikel III

Wijzigt het Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen.

Artikel IV

1. Gedurende een jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, blijft KIWA Inspecties BV, gevestigd te Rijswijk, gerechtigd de in het Besluit tankstations milieubeheer onderscheidenlijk het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 voorgeschreven inspecties uit te voeren met toepassing van het bepaalde bij en krachtens dit besluit, zoals dit luidde voor bedoeld tijdstip.

2. Een met toepassing van het eerste lid uitgevoerde inspectie wordt voor de toepassing van het Besluit tankstations milieubeheer gelijkgesteld met een inspectie, uitgevoerd volgens het bepaalde bij en krachtens dat besluit.

Artikel V

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van:

a. a. de onderdelen C, E en H van artikel I, die in werking treden van ingang van 1 juli van het daarna volgende kalenderjaar; b. b.

    onderdeel I van artikel I, dat op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treedt.

Bijlage . Bijlage bij Besluit van tot wijziging van het Besluit tankstations milieubeheer, het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 en het Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen (financiële zekerheid, keuringsdocumenten en bevoegdgezagorganen), als bedoeld in

  1. Afleverinstallaties voor motorbrandstoffen

4.1 Vaste afleverinstallaties

4.1.1 Afleverinstallaties moeten zijn geplaatst op een vloeistofdichte constructie. Deze constructie moet deel uit maken van de vloeistofdichte verharding of daar vloeistofdicht op aansluiten. Een afsluiter en een eventuele terugslagklep moeten boven de vloeistofdichte afdichting zijn geplaatst zodat de vloeistof niet in de bodem kan dringen.

4.1.2 Vaste afleverinstallaties moeten tegen aanrijden worden beschermd door plaatsing op een terreingedeelte dat ten minste 10 cm hoger ligt dan de aansluitende vloeistofdichte bestrating of door middel van een hieraan gelijkwaardige voorziening.

4.1.3 De afleverinstallatie moet ten minste 4 meter van een (riool)put of ander lager gelegen ruimte zijn opgesteld. Deze afstand geldt niet ten opzichte van de onderdelen van het opvangsysteem voor gemorst product.

4.1.4 De omkasting van de afleverinstallatie moet voldoende zijn geventileerd. De uitsparing in de omkasting van de afleverinstallatie waarin het vulpistool wordt geborgen, moet gasdicht zijn uitgevoerd. Aan de afleverinstallatie mogen geen contactdozen zijn aangebracht.

4.1.5 Onbevoegden mogen de afleverinstallatie, indien deze buiten gebruik is, niet in werking kunnen stellen.

4.1.6 De afleverinstallatie moet zodanig zijn uitgevoerd dat slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijke bediening van het vulpistool vloeistof kan worden afgeleverd. Een eventueel optredende drukstoot ten gevolge van het plotseling sluiten van het vulpistool moet zonder gevolgen door de afleverinstallatie kunnen worden opgevangen.

4.1.7 Indien de afleverinstallatie is uitgevoerd voor het afleveren van een tevoren bepaalde hoeveelheid brandstof, moet tijdens het afleveren de vloeistofstroom op ieder gewenst moment kunnen worden onderbroken.

4.1.8 Aan de panelen van de omkasting van een afleverinstallatie voor levering van brandstof zonder toezicht moeten temperatuurgevoelige elementen zijn aangebracht, die bij een temperatuur van meer dan 70°C de motoren en de verlichting van de afleverinstallatie definitief buiten werking stellené n de beheerder of een door deze daartoe aangewezen persoon alarmeren.

4.1.9 In of aan de afleverinstallatie moet een schakelaar zijn aangebracht voor het in- en uitschakelen van de afleverinstallatie.

4.1.10 Een afleverinstallatie moet zijn voorzien van een noodstop waarmee de afleverinstallatie direct kan worden uitgeschakeld. De noodstop moet onder alle omstandigheden goed bereikbaar en toegankelijk zijn.

4.1.11 Indien aan het vulpistool of aan de afleverslang elektrisch materieel is aangebracht, moet dit explosieveilig zijn uitgevoerd.

4.1.12 Het vulpistool:

4.1.13 In afwijking van voorschrift 4.1.12 mag een vulpistool van een afleverinstallatie voor diesel met een afleversnelheid van meer dan 60 l/min die bestemd is voor het afleveren van brandstof aan vrachtwagens en autobussen, zijn voorzien van een vastzetinrichting.

4.1.14 Op de afleverinstallatie moet een duidelijk leesbaar bedieningsvoorschrift zijn aangebracht, dat indien nodig door kunstlicht wordt verlicht.

4.1.15 Per 3 opstelplaatsen van tankende voertuigen moet ten minste één poederblusser aanwezig zijn met een vulling van ten minste 6 kg bluspoeder.

4.1.16 Degene die de inrichting drijft ziet erop toe dat de motor van een voertuig waaraan brandstof wordt afgeleverd buiten werking is gesteld.

4.1.17 Op of nabij een afleverinstallatie moet een bord met tekst of een pictogram zijn aangebracht met als strekking «Motor afzetten, Vuur, open vlam en roken verboden».

4.1.18 Degene die de inrichting drijft ziet erop toe dat de greep van een vulpistool dat niet is voorzien van een vastzetinrichting niet in geopende stand wordt vastgezet.

4.2 Mobiele afleverinstallaties

4.2.1 Een mobiele afleverinstallatie mag alleen gebruikt worden voor benzine met mengsmering. De inhoud van de tank mag ten hoogste 100 liter bedragen.

4.2.2 Het vullen van de tank van een mobiele afleverinstallatie mag uitsluitend in de open lucht en boven een vloeistofdichte voorziening plaatsvinden.

4.2.3 Wanneer de inrichting gesloten is of geen toezicht aanwezig is moet een mobiele afleverinstallatie staan opgesteld:

4.2.4 De opvangcapaciteit van de in voorschrift 4.2.3 bedoelde vloeistofdichte bak moet ten minste gelijk zijn aan de maximale inhoud van de tank van de mobiele afleverinstallatie.

4.2.5 De mobiele afleverinstallatie mag alleen onder toezicht in bedrijf zijn.

4.2.6 Wanneer de inrichting geopend is en er toezicht aanwezig is moet een mobiele installatie op een vaste plaats in de buitenlucht zijn opgesteld.

4.2.7 Een duidelijk leesbaar bedieningsvoorschrift moet op de mobiele afleverinstallatie zijn aangebracht.