40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
12 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit afbreking zwangerschap | BWBR0003677 | AMvB | geldend | 2024-04-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003677 | Besluit afbreking zwangerschap |
Besluit afbreking zwangerschap
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
wet: de Wet afbreking zwangerschap (Stb. 1981, 257);
behandeling: een behandeling, gericht op het afbreken van zwangerschap.
Paragraaf 2. Algemene voorschriften met betrekking tot het afbreken van zwangerschappen in ziekenhuizen en klinieken
Artikel 2
1. Het ziekenhuis dat behandelingen verricht en de abortuskliniek dragen ervoor zorg dat medewerking van deskundigen op psychologisch en maatschappelijk gebied in voldoende mate beschikbaar is.
2. Aan deze deskundigen wordt voldoende tijd en ruimte in het ziekenhuis of de kliniek ter beschikking gesteld.
Artikel 3
1. Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat de arts één of meer gesprekken met de vrouw voert om te komen tot een zorgvuldige besluitvorming overeenkomstig artikel 5 van de wet.
2. Aan de arts wordt voldoende tijd en ruimte in het ziekenhuis of de kliniek ter beschikking gesteld.
Artikel 4
Door het bestuur van het ziekenhuis en de kliniek worden, na overleg met de artsen die behandelingen verrichten en de deskundigen, bedoeld in artikel 2, regels gesteld omtrent hun onderlinge samenwerking en omtrent het toezicht van de geneesheer-directeur op de juiste uitvoering daarvan.
Artikel 5
Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat er voldoende gelegenheid is voor verantwoorde voorlichting aan de vrouw over de voorkoming van ongewenste zwangerschap.
Artikel 6
Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat, indien de vrouw uitdrukkelijk daarin toestemt, aan haar huisarts of de andere arts die haar heeft verwezen, een verslag betreffende haar behandeling wordt gezonden, zonodig vergezeld van een advies over de haar te verlenen nazorg.
Artikel 7
1. Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat aan de vrouw het advies wordt gegeven zich na de behandeling onder controle van haar huisarts of van de arts die haar heeft verwezen, te stellen.
2. Indien de vrouw geen huisarts heeft en niet door een andere arts is verwezen, of indien zij ernstige bezwaren ertegen heeft om zich onder controle van haar huisarts of van de arts die haar heeft verwezen, te stellen, wordt zij in de gelegenheid gesteld, die controle in het ziekenhuis of de kliniek te doen verrichten.
Artikel 8
Het ziekenhuis en de kliniek dragen zorg voor zodanige afspraken met daarvoor in aanmerking komende andere instellingen of personen werkzaam op het terrein van de gezondheids- en welzijnszorg, dat een goede nazorg voor de vrouw en de haren kan worden verwezenlijkt.
Paragraaf 3. Voorschriften met betrekking tot klinieken
Artikel 9
Bestuursleden van de rechtspersoon die de abortuskliniek beheert, mogen geen financieel belang hebben bij de oprichting of de exploitatie van de kliniek. Tussen de afzonderlijke leden van het bestuur enerzijds en de leden van de directie of andere aan de kliniek verbonden medewerkers anderzijds dient geen arbeidsverhouding te bestaan.
Artikel 10
1. Het bestuur draagt de dagelijkse leiding van de kliniek op aan een directie; voorzover het de medische aspecten van de werkzaamheden betreft: aan een geneesheer-directeur.
2. Het bestuur verstrekt de directie een schriftelijke instructie, gericht op het functioneren van de kliniek overeenkomstig de doelstelling en overeenkomstig het in de wet en dit besluit bepaalde. Deze instructie dient onder meer richtlijnen te bevatten voor de zorg voor de patiënten, het personeelsbeleid, de administratie, met inbegrip van de medische administratie, de verslaglegging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 11
1. De personele voorzieningen dienen zowel kwantitatief als kwalitatief afgestemd te zijn op het goed functioneren van de kliniek overeenkomstig de doelstelling.
2. De communicatie tussen de directie en de medewerkers van de kliniek dient door geformaliseerde besprekingen verzekerd te zijn.
Artikel 12
De kliniek draagt ervoor zorg dat een vrouw die in de kliniek een behandeling heeft ondergaan, zich te allen tijde voor een spoedeisende nabehandeling kan wenden tot een arts.
Artikel 13
De administratie dient op dusdanige wijze te zijn ingericht dat te allen tijde een inzicht kan worden verkregen in het functioneren van de kliniek.
Artikel 14
De materiële voorzieningen dienen zowel kwantitatief als kwalitatief afgestemd te zijn op het goed functioneren van de kliniek overeenkomstig de doelstelling.
Artikel 15
De kliniek draagt ervoor zorg dat met betrekking tot iedere behandeling in de kliniek een overzichtelijk verslag wordt gemaakt, dat alle gegevens bevat, die van belang zijn voor een goede hulpverlening.
Artikel 16
1. De kliniek draagt ervoor zorg dat de medische en verpleegkundige hulpverlening aan de vrouw gewaarborgd is voor de duur van haar verblijf in de kliniek.
2. De kliniek draagt ervoor zorg dat de persoonlijke levenssfeer van de vrouw zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd.
3. De kliniek draagt ervoor zorg dat de vrouw als mondig wordt benaderd.
4. De kliniek draagt ervoor zorg dat een regeling voor een onafhankelijke klachtenbemiddeling tot stand komt.
Artikel 17
De kliniek treft maatregelen met betrekking tot:
-
- het voorkomen, opsporen en bestrijden van infecties;
-
- de algemene hygiëne, door het opstellen van regelen en voorschriften;
-
- een deugdelijke sterilisatie en bewaking van het sterilisatieproces.
Artikel 18
1. Tussen het bestuur van de kliniek en het bestuur van een ziekenhuis in de omgeving van de kliniek, dient een samenwerkingsovereenkomst te zijn gesloten.
2. De overeenkomst strekt in ieder geval tot het verlenen van hulp vanwege het ziekenhuis aan en ten behoeve van patiënten van de kliniek, op verzoek van de arts die in de kliniek een behandeling verricht. Die hulp omvat in ieder geval diagnostische en therapeutische consultatie van aan het ziekenhuis verbonden medische specialisten.
3. De overeenkomst wordt ter kennis gebracht van de inspecteur.
Artikel 19
1. De kliniek dient te voldoen aan de algemeen geldende wettelijke regelingen en voorschriften onder meer ten aanzien van het gebouw, de arbeidsomstandigheden en de geneesmiddelenvoorziening.
2. De kliniek treft de nodige maatregelen met betrekking tot de brandveiligheid.
Artikel 20
De kliniek draagt ervoor zorg dat de instelling zelf, het personeel en de overige voor de kliniek werkzame personen op passende wijze verzekerd zijn tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.
Paragraaf 4. Bijzondere voorschriften met betrekking tot klinieken waar zwangerschappen worden afgebroken die langer dan dertien weken hebben geduurd
Artikel 21
Met betrekking tot een kliniek waar behandelingen worden verricht, gericht op het afbreken van zwangerschappen die langer dan dertien weken hebben geduurd, moet tevens worden voldaan aan de in deze paragraaf gestelde eisen.
Artikel 22
Tijdens een behandeling als bedoeld in artikel 21 dienen ten minste twee artsen in de kliniek aanwezig te zijn.
Artikel 23
Zodanige voorzieningen moeten worden getroffen dat een vrouw die in de kliniek een behandeling heeft ondergaan, te allen tijde een daarmee samenhangende nabehandeling in de kliniek kan ondergaan.
Artikel 24
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 dient in ieder geval te worden gesloten met een ziekenhuis waar eveneens behandelingen als bedoeld in artikel 21 worden verricht.
Paragraaf 4a. Voorschriften met betrekking tot de medicamenteuze afbreking van de zwangerschap via de huisarts
Artikel 24a
1. De huisarts, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de wet, heeft een scholing gevolgd die in overleg met relevante beroepsorganisaties tot stand is gekomen en door de wetenschappelijke beroepsorganisatie van huisartsen is geaccrediteerd.
2.
In de scholing wordt in ieder geval ingegaan op:
a. a. het bespreken van de zorgvraag en de voorlichting en begeleiding bij de besluitvorming; b. b. het bepalen van de duur van de zwangerschap; c. c. het komen tot een zorgvuldige besluitvorming; d. d. het voorschrijven van het medicament en het door de vrouw zelf ophalen en toedienen daarvan; e. e. het bieden van nazorg; f. f. de registratieplicht, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de wet.
Artikel 24b
De algemene voorschriften met betrekking tot het afbreken van zwangerschappen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, en 5 tot en met 7, zijn van overeenkomstige toepassing op de huisarts, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de wet, met dien verstande dat:
a. a. de beschikbaarheid van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde deskundigen ook het bieden van nazorg aan de vrouw omvat; b. b. de zorgplicht van artikel 3, eerste lid, erop is gericht om te komen tot een zorgvuldige besluitvorming overeenkomstig artikel 6a, derde lid, van de wet; c. c. de artikelen 6 en 7 van toepassing zijn indien de huisarts tot wie de vrouw zich heeft gewend voor het afbreken van de zwangerschap niet haar eigen huisarts is, in welk geval de controle, bedoeld in artikel 7, tweede lid, kan worden verricht door de huisarts die de afbreking van de zwangerschap heeft uitgevoerd.
Paragraaf 5. Gegevens, te verstrekken bij het aanvragen van een vergunning
Artikel 25
1. Het ziekenhuis of de kliniek verstrekt bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de wet de gegevens waaruit blijkt dat aan de in de artikelen 2, eerste lid, en 8 gestelde voorschriften wordt voldaan.
2.
De kliniek verstrekt naast de in het eerste lid bedoelde gegevens tevens de volgende gegevens:
a. a. een omschrijving van de aard van de rechtspersoon; b. b. een exemplaar van de statuten, indien de rechtspersoon geen openbaar lichaam is; c. c. de samenstelling van het bestuur; d. d. het adres van de kliniek met een beschrijving van de voor behandelingen beschikbare ruimten; e. e. een exemplaar van de overeenkomstig artikel 18 gesloten samenwerkingsovereenkomst of samenwerkingsovereenkomsten.
Paragraaf 6. Gegevens met betrekking tot het afbreken van zwangerschappen
Artikel 26
1. De arts bedoeld in artikel 11 van de wet doet de in het eerste lid van dat artikel bedoelde gegevens aan de geneesheer-directeur toekomen binnen een maand na het verstrijken van het kalenderjaar waarop ze betrekking hebben.
2. Hij vermeldt die gegevens op een formulier, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
Artikel 27
1. De geneesheer-directeur doet de in artikel 11, derde lid, van de wet bedoelde opgave aan de inspecteur toekomen binnen drie maanden na het verstrijken van het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.
2. Hij doet die opgave op een formulier, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
Artikel 27a
1. De huisarts, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de wet, doet de in artikel 11a, eerste lid van de wet bedoelde gegevens aan de door Onze Minister aangewezen rechtspersoon toekomen binnen drie maanden na het verstrijken van het kalenderjaar waarop ze betrekking hebben.
2. Hij doet die opgave op een formulier, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
Artikel 28
1. De arts, bedoeld in artikel 11, zesde lid, van de wet dan wel de huisarts, bedoeld in artikel 11a, zesde lid, van de wet draagt ervoor zorg dat vóór of zo spoedig mogelijk na de behandeling aantekening wordt gemaakt van de bevindingen, op grond waarvan de behandeling overeenkomstig artikel 5, eerste en tweede lid, onder c, van de wet, onderscheidenlijk artikel 6a, derde lid, aanhef en onder c, van de wet verantwoord is te achten.
2. Aan de hand van de gegevens, vervat in de aantekeningen, dient de inspecteur zich een oordeel te kunnen vormen of de arts overeenkomstig artikel 5 van de wet dan wel de huisarts overeenkomstig artikel 6a, derde lid, van de wet handelt.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 29
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit afbreking zwangerschap.
Artikel 30
De Wet afbreking zwangerschap en dit besluit treden in werking met ingang van 1 november 1984.