rijk/amvb/besluit-bevoegde-instanties-grensoverschrijdende-representatieve-vorderingen/BWBR0048383/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.3 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit bevoegde instanties grensoverschrijdende representatieve vorderingen BWBR0048383 AMvB geldend 2023-07-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048383 Besluit bevoegde instanties grensoverschrijdende representatieve vorderingen

Besluit bevoegde instanties grensoverschrijdende representatieve vorderingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    *achterban:* de natuurlijke personen die handelen voor doeleinden die geen verband houden met hun handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, tot bescherming van wier collectieve belangen een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met zetel in Nederland rechtsvorderingen wil instellen in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte;

    *bevoegde instantie:* bevoegde instantie als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Richtlijn;

    *grensoverschrijdende representatieve vorderingen:* een rechtsvordering ter bescherming van een belang als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Richtlijn die een stichting of vereniging instelt in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte dan die waarin zij werd aangewezen;

    *lijst:* de lijst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Richtlijn;

    *Onze Minister:* Onze Minister voor Rechtsbescherming;

    *Richtlijn:*
    Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409);

    *wet:*
    Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2

1. Een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met zetel in Nederland kan een aanvraag doen om te worden aangewezen als bevoegde instantie.

2. De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister.

3.

Bij de aanvraag verschaft de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, ten minste de volgende gegevens en bescheiden:

a. a. een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel niet ouder dan één maand op het moment van aanvraag, waarin de naam van de rechtspersoon, de datum van de oprichting, de rechtsvorm, het statutair doel en de namen van de bestuurders zijn opgenomen; b. een omschrijving van de achterban van de rechtspersoon en voor zover bekend, van de grootte van de achterban; c. c. een bestuursverslag en jaarrekening als bedoeld in artikel 305a lid 5 van de wet; d. d. informatie waaruit blijkt dat de rechtspersoon voldoet aan artikel 305a, lid 2, onderdelen a en b, en lid 3, onderdeel a, van de wet; e. e. een verwijzing naar een algemeen toegankelijke internetpagina, waarop de informatie, genoemd in de artikelen 305a lid 2, onder d, subonderdelen 1 tot en met 9 en 305e, lid 2, onder a tot en met c, van de wet beschikbaar is.

Artikel 3

1. Onze Minister beslist op de aanvraag tot aanwijzing binnen zes weken nadat de aanvraag is ontvangen.

2.

Onze Minister wijst een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met zetel in Nederland aan als bevoegde instantie, indien:

a. a. de rechtspersoon voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 305e leden 1 en 2 van de wet; en b. b. voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 2.

3. De aanvraag wordt afgewezen indien de rechtspersoon of de aanvraag niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde eisen.

Artikel 4

1. De aanwijzing heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.

2. De rechtspersoon kan vanaf drie maanden voor het einde van de geldigheidsduur van de aanwijzing steeds verzoeken om verlenging daarvan. De verlenging van de aanwijzing heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar.

3. Op de aanvraag tot verlenging van de aanwijzing zijn de artikelen 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

Een bevoegde instantie informeert Onze Minister onverwijld over relevante wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de in artikel 305e leden 1 en 2 van de wet genoemde eisen.

Artikel 6

Onze Minister onderzoekt of een bevoegde instantie nog aan de eisen, genoemd in artikel 305e leden 1 en 2 van de wet voldoet, indien daarover twijfels worden geuit door een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte of de Europese Commissie.

Artikel 7

1.

De aanwijzing wordt door Onze Minister ingetrokken:

a. a. op verzoek van de rechtspersoon; b. b. indien de aanvraag, gelet op dit besluit, ten onrechte is verleend; c. c. indien de rechtspersoon op enig moment niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 305e leden 1 en 2 van de wet.

2. Een intrekking van de aanwijzing op grond van het eerste lid, onder b of c, wordt niet genomen dan nadat toepassing is gegeven aan artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8

1.

De lijst vermeldt van iedere daarin opgenomen rechtspersoon in elk geval de volgende gegevens:

a. a. de naam en rechtsvorm; b. b. het statutaire doel; c. c. de datum waarop de beschikking is verleend of de datum van de laatste verlenging van de beschikking.

2. Onze Minister verwerkt een wijziging in de in het eerste lid genoemde gegevens in de lijst en verwijdert een rechtspersoon van de lijst, indien de geldigheidsduur van de aanwijzing is verlopen gelet op artikel 4, of indien de beschikking wordt ingetrokken op grond van artikel 7. Onze Minister stelt de Europese Commissie hiervan op de hoogte.

Artikel 9

Onze minister maakt de lijst openbaar.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van 25 juni 2023. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 24 juni 2023, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevoegde instanties grensoverschrijdende representatieve vorderingen.