rijk/amvb/besluit-hoofdspoorweginfrastructuur/BWBR0017626/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit hoofdspoorweginfrastructuur BWBR0017626 AMvB geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017626 Besluit hoofdspoorweginfrastructuur

Besluit hoofdspoorweginfrastructuur

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • gebruik van een hoofdspoorweg: met een spoorvoertuig rijden over of stilstaan op een hoofdspoorweg;
  • wet: Spoorwegwet.

Paragraaf 2. Eigenschappen en keuring van de hoofdspoorweginfrastructuur

Artikel 2

1. Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld waaraan hoofdspoorweginfrastructuur moet voldoen.

2. Deze eisen hebben onder meer betrekking op aspecten als bedoeld in artikel 6 van de wet.

Artikel 3

1. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in artikel 2.

2. De beheerder legt bij zijn aanvraag voor een ontheffing de bescheiden over en verstrekt de inlichtingen die Onze Minister noodzakelijk acht.

3.

Onze Minister vermeldt in de beschikking tot ontheffingverlening in ieder geval:

a. a. de eisen waarvan ontheffing is verleend; b. b. de beperkingen waaronder de ontheffing is verleend en de voorschriften die aan de ontheffing zijn verbonden; c. c. de datum van afgifte; d. d. de geldigheidsduur.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Paragraaf 3. Keuring na herstel

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Paragraaf 4. Intrekking en verval geldigheid goedkeuringscertificaat

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Paragraaf 5. Registratie en bewaring van gegevens of documenten

Artikel 18

Vervallen

Paragraaf 6. EG-verklaringen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Paragraaf 7. Begrenzing van de hoofdspoorweg

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Paragraaf 8. Spoorwegbruggen

Artikel 25

1.

Onze Minister bepaalt:

a. a. voor welke beweegbare bruggen door hem vaste openingstijden worden vastgesteld; b. b. welke beweegbare bruggen op verzoek van de schipper worden geopend volgens een door hem goed te keuren regeling van de beheerder; c. c. welke beweegbare bruggen als regel geopend zijn, en alleen gesloten zijn als er een trein moet passeren; d. d. bij welke beweegbare bruggen door hem voor te schrijven communicatiemiddelen ten behoeve van de scheepvaart aanwezig moeten zijn; e. e. ten aanzien van welke bruggen de beheerder door hem goed te keuren voorwaarden voor de doorvaart vaststelt, voor zover dit in verband met de uit de afmetingen van schepen voortvloeiende gevaren en beperkingen en met het oog daarop te nemen maatregelen nodig is.

2. Onze Minister hoort, alvorens hij zijn bevoegdheden ingevolge het eerste lid uitoefent, de beheerder, de vaarwegbeheerder en vertegenwoordigers uit de scheepvaart.

3. Onze Minister kan bepalen hoe lang voordat een trein een brug, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, moet passeren, met het sluiten van de brug kan of moet worden aangevangen.

4. Indien in een vaarweg ter plaatse van een beweegbare brug de scheepvaart is gestremd, kan in afwijking van hetgeen in of krachtens de vorige leden is bepaald, de brug gesloten blijven.

Artikel 26

1. De beheerder draagt er zorg voor, dat bij de bruggen tekens worden getoond overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6.25 en 6.26, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, met dien verstande dat het teken, bedoeld in artikel 6.26, vierde lid, onderdeel f, van het Binnenvaartpolitiereglement, alleen wordt gebruikt indien Onze Minister zulks bepaalt of goedkeurt.

2. In het geval van gestoorde lichttekens toont de beheerder een bord als bedoeld in artikel 6.26, vijfde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

3. Artikel 6.26 van het Binnenvaartpolitiereglement is van overeenkomstige toepassing, voor zover in dit besluit daar niet van wordt afgeweken.

Paragraaf 9. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 27

1. Vergunningen die ingevolge artikel 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen (Stb. 1977, 152) en ontheffingen die ingevolge artikel 39 van de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67) zijn verleend van de artikelen 36, eerste lid, 37 en 38 van de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67) en gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, worden vanaf de dag waarop dit besluit in werking treedt, aangemerkt als verleend op grond van artikel 19 van de wet.

2. Ontheffingen die ingevolge artikel 39 van de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67) zijn verleend van artikel 36, tweede lid, van de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67) en gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, worden vanaf de dag waarop dit besluit in werking treedt, aangemerkt als verleend op grond van artikel 21 van de wet.

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Vervallen

Artikel 30

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit hoofdspoorweginfrastructuur.

Artikel 31

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.