40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
15 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit identificatie en registratie van dieren | BWBR0009019 | AMvB | geldend | 2013-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009019 | Besluit identificatie en registratie van dieren |
Besluit identificatie en registratie van dieren
Hoofdstuk 1. Identificatie en registratie van landbouwhuisdieren
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Hoofdstuk 2. Identificatie en registratie van honden
Paragraaf 1. Definities
Artikel 5
In dit hoofdstuk en de op de artikelen van dit hoofdstuk berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– –
*chip:* transponder, subcutaan of intramusculair aangebracht;
– –
*databank:* geautomatiseerde gegevensbank als bedoeld in artikel 10, eerste lid, waarin de gegevens worden verwerkt, bedoeld in artikel 10, derde lid;
– –
*persoonsgegevens, verwerking, verwerkingsverantwoordelijke, betrokkene onderscheidenlijk verwerker:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Paragraaf 2. Plicht tot identificatie en registratie
Artikel 6
1. Degene die een hond houdt, verhandelt, vervoert, aanvoert, afvoert of overdraagt, is verplicht de hond te identificeren en registreren overeenkomstig dit hoofdstuk en de op dit hoofdstuk berustende bepalingen.
2. Een hond wordt slechts verhandeld, geschonken of anderszins overgedragen aan een opvolgende houder, nadat de hond is geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig dit hoofdstuk en de op dit hoofdstuk berustende bepalingen.
3.
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:
a. a. de houder van een hond in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit houders van dieren, waarin gezelschapsdieren worden gehouden ten behoeve van opvang, mits de hond twee weken na de binnenkomst in deze inrichting wordt geïdentificeerd en na vier weken is geregistreerd; b. b. de houder die afkomstig is uit een Europese lidstaat of een derde land, en voornemens is met zijn hond in Nederland te verblijven voor een periode korter dan drie maanden; c. c. de houder van een hond als bedoeld in artikel 13 van het Dierproevenbesluit, mits de hond overeenkomstig dat artikel is of wordt voorzien van een permanent individueel merkteken en totdat de hond is vrijgegeven voor adoptie als bedoeld in artikel 13d van de Wet op de dierproeven.
Artikel 6a
Indien een hond op grond van artikel 13d van de Wet op de dierproeven voor adoptie is vrijgegeven:
a. a. wordt de hond geïdentificeerd met een chip overeenkomstig artikel 14, indien de hond nog niet gechipt is, en b. b. registreert de houder binnen veertien dagen de hond in een databank overeenkomstig artikel 7, derde of vierde lid.
Artikel 7
1. Een houder laat zijn hond identificeren binnen zeven weken na de geboorte.
2. Een houder registreert zijn hond binnen acht weken na de geboorte in een databank.
3.
Indien de houder een natuurlijk persoon is, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door:
a. a. naam, adres en woonplaats; b. b. het nummer van de chip; c. c. de geboortedatum van de hond; d. d. de datum van identificatie; e. e. de naam, adres en woonplaats van de persoon die de chip inbrengt; f. f. indien de houder daarover beschikt, het registratienummer dat op grond van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend.
4.
Indien de houder een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door:
a. a. vestigingsadres van de onderneming waarop de hond wordt gehouden; b. b. naam van de onderneming en de beheerder van de onderneming; c. c. het nummer van de inschrijving in het handelsregister; d. d. het registratienummer dat op basis van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend, en e. e. de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen b tot en met e.
5.
De houder meldt in een databank:
a. a. een wijziging van de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of vierde lid, onderdelen a tot en met c; b. b. het overlijden of de blijvende vermissing van de hond.
6.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. a. de wijze van registratie van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid; b. b. de bewaartermijn van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid, en c. c. de termijn waarbinnen de houder de melding, bedoeld in het vijfde lid, doet.
Artikel 8
1. Indien een hond wordt overgedragen, meldt de houder zich af in een databank.
2.
De opvolgende houder registreert de volgende gegevens in een databank:
a. a. naam, adres en woonplaats; b. b. het nummer van de chip, en c. c. de datum van overdracht.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze en termijn van registratie bedoeld in het eerste en tweede lid.
Artikel 9
1. Indien een natuurlijk persoon die woonachtig is in Nederland of een onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, een hond in Nederland brengt, registreert hij de hond in een databank.
2.
Indien de houder een natuurlijk persoon is, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het eerste en tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door:
a. a. naam, adres en woonplaats; b. b. het nummer van de chip; c. c. de geboortedatum van de hond; d. d. de datum van identificatie; e. e. datum van het in Nederland brengen van de hond, en f. f. land van herkomst van de hond; g. g. indien de houder daarover beschikt, het registratienummer dat op grond van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend.
3.
Indien de houder een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, de volgende gegevens door:
a. a. vestigingsadres van de onderneming waarop de hond wordt gehouden; b. b. naam van de onderneming en de beheerder van de onderneming; c. c. het nummer van de inschrijving in het handelsregister; d. d. het registratienummer dat op basis van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend, en e. e. de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met f.
4.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
a. a. de termijn waarbinnen de registratie bedoeld in het tweede of derde lid plaatsvindt, en b. b. de wijze van registratie, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
Paragraaf 3. Databanken
Artikel 10
1. De registratie vindt plaats in een door Onze Minister aangewezen databank.
2. Ingeval Onze Minister verschillende databanken aanwijst, volstaat registratie bij een van de databanken.
3. Een beheerder van een databank verwerkt de gegevens, bedoeld in artikel 7, derde tot en met vijfde lid, 8, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, en stelt deze gegevens beschikbaar aan Onze Minister.
4.
Onze Minister wijst een databank aan indien:
a. a. de beheerder van de databank een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd; b. b. de databank schriftelijk of elektronisch voldoende bereikbaar is voor houders; c. c. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens elektronisch en tijdig kan aanleveren aan Onze Minister; d. d. de beheerder van de databank aantoont passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de geregistreerde gegevens afdoende te beveiligen teneinde verlies, onrechtmatige of onnodige verwerking hiervan te voorkomen; e. e. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens:
1°.
overeenkomstig dit besluit verwerkt;
2°.
slechts voor andere doelen dan bedoeld in artikel 12, derde lid, gebruikt, nadat toestemming is verkregen van de betrokkene;
1°. 1°. overeenkomstig dit besluit verwerkt; 2°. 2°. slechts voor andere doelen dan bedoeld in artikel 12, derde lid, gebruikt, nadat toestemming is verkregen van de betrokkene; f. f. de beheerder van de databank informatie verstrekt aan de houder van een hond en ook overigens maatregelen treft om hem zijn rechten te kunnen laten uitoefenen en de plichten na te leven als bedoeld in hoofdstuk 3 en de artikelen 33 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming en artikel 40 tot en met 42 en 47 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, en g. g. de beheerder zorg draagt voor de kwaliteit van de gegevens en deze slechts bewaart gedurende een bij ministeriële regeling bepaalde termijn.
5. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanwijzing door Onze Minister, bedoeld in het eerste lid.
6.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. a. de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b, c, d, en f; b. b. de wijze waarop de databank aantoont dat voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid; c. c. de termijn waarop de databank de geregistreerde gegevens bewaart; d. d. de wijze van indienen van een aanvraag tot aanwijzing; e. e. de procedure voor aanwijzing van een databank.
Artikel 11
1. Onze Minister kan de aanwijzing van een databank intrekken, indien deze niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, vierde en zesde lid, of de verplichtingen uit artikel 13.
2.
Indien Onze Minister de aanwijzing van een databank intrekt of indien de beheerder van een databank de aanwijzing beëindigt:
a. a. verstrekt de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens aan Onze Minister of geeft Onze Minister de opdracht aan de beheerder van een databank de gegevens te vernietigen, en b. b. verleent de beheerder van de databank alle medewerking ter zake van de overdracht van de werkzaamheden inzake de verwerking van de gegevens aan Onze Minister of de beheerder van een andere databank.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de overdracht of vernietiging van gegevens, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 12
1. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de databank.
2. Een beheerder van een databank is verwerker van de persoonsgegevens.
3. De gegevens worden verwerkt met als doel het welzijn van honden te verbeteren door het bevorderen van een effectieve handhaving van de toepasselijke regelgeving over het welzijn van honden.
Artikel 13
1. Onze Minister en de beheerder van een databank verstrekken elkaar over en weer alle benodigde informatie teneinde een goede naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming en andere privacywetgeving mogelijk te maken. Op verzoek van Onze Minister toont de beheerder aan dat de noodzakelijke maatregelen zijn genomen.
2. De beheerder van de databank stelt Onze Minister te allen tijde kosteloos in de gelegenheid alle benodigde controles, gericht op de uitvoering van dit besluit en de naleving van privacywetgeving zoals de Algemene verordening gegevensbescherming, uit te voeren of uit te doen voeren.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het tweede lid.
Paragraaf 4. Eisen aan chip, dierenarts, beroepsmatige inbrenger van chips, vervaardiger en leverancier van chips
Artikel 14
1. Een hond wordt geïdentificeerd door middel van het inbrengen van een chip met een uniek nummer.
2. Voor de identificatie wordt een chip gebruikt die voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen.
3. Het is verboden een chip te hergebruiken.
4. Het is verboden een chip te verwijderen, tenzij de verwijdering noodzakelijk is vanwege een diergeneeskundige oorzaak, die door een dierenarts in de databank wordt geregistreerd.
5.
Bij ministeriële regeling kunnen:
a. a. nadere regels worden gesteld over het vierde lid; b. b. regels worden gesteld over de plichten van de houder met betrekking tot de afleesbaarheid van de chip.
Artikel 15
1.
Degene die gerechtigd is op grond van artikel 4.1 van de Wet dieren of artikel 2.8, onderdeel a, van het Besluit diergeneeskundigen, een chip in te brengen, houdt een administratie bij van:
a. a. de datum van inbrengen van de chip, en b. b. het nummer van de chip.
2.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. a. de plaats van inbrengen van de chip, en b. b. de gegevens die worden bijgehouden in de administratie, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 16
1. Degene die chips vervaardigt of laat vervaardigen, maakt gebruik van unieke nummers die zijn verstrekt door Onze Minister.
2.
Indien degene, bedoeld in het eerste lid, de chips levert aan een andere persoon of onderneming, houdt diegene een administratie bij van:
a. a. de gegevens van de persoon aan wie of de onderneming waaraan de chips worden geleverd, en b. b. de nummers van de chips.
3. Indien de persoon of de onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, chips levert aan een andere persoon of onderneming, houdt die persoon of die onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een administratie bij met de gegevens bedoeld in het tweede lid.
4.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. a. de verstrekking, bedoeld in het eerste lid, en b. b. de gegevens die worden bijgehouden in de administratie, bedoeld in het tweede en derde lid.
Paragraaf 5. Overig
Artikel 17
De bepalingen van dit hoofdstuk gelden niet met betrekking tot honden, geboren in Nederland voor de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
Artikel 18
Wijzigt dit besluit.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 18a
Dit besluit berust op de artikelen 2.2, tiende lid, onderdeel l, 2.4, tweede lid, 7.1 en 7.2 van de Wet dieren.
Artikel 19
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit identificatie en registratie van dieren.