40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8.6 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit kinderopvangtoeslag | BWBR0017321 | AMvB | geldend | 2005-11-28 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0017321 | Besluit kinderopvangtoeslag |
Besluit kinderopvangtoeslag
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. wet: Wet kinderopvang; b. b. dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen; c. c. maximum uurprijs: de maximaal voor kinderopvangtoeslag en voor tegemoetkomingen van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in aanmerking komende prijs per zestig minuten geboden kinderopvang; d. d. kosten van kinderopvang: het aantal uren kinderopvang per kind, vermenigvuldigd met de voor die kinderopvang te betalen prijs, met inachtneming van het bedrag, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, van de wet; e. e. tegenwoordige arbeid: tegenwoordige arbeid als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet.
Artikel 1a
Indien buitenschoolse opvang wordt geboden aan kinderen die basisonderwijs volgen waarvan de dagelijkse schooltijd verschillend is:
a. a. kan voor het eindtijdstip van de buitenschoolse opvang die voor de dagelijkse schooltijd plaatsvindt, worden uitgegaan van de dagelijkse schooltijd van de kinderen van wie de basisschool als laatste begint; b. b. kan voor het aanvangstijdstip van de buitenschoolse opvang die na schooltijd plaatsvindt, worden uitgegaan van de dagelijkse schooltijd van de kinderen van wie de basisschool als eerste eindigt.
Hoofdstuk 2. De kinderopvangtoeslag
Paragraaf 1. Algemene berekeningsfactoren
Artikel 2
De hoogte van de kinderopvangtoeslag wordt voor iedere kalendermaand afzonderlijk bepaald.
Artikel 3
1. Indien meer dan één kind van een ouder gebruik maakt van kinderopvang, wordt voor de kinderopvangtoeslag onderscheid gemaakt tussen het eerste kind en de overige kinderen.
2. Het kind met het hoogste aantal uren kinderopvang wordt voor de berekening van de hoogte van de kinderopvangtoeslag als eerste kind beschouwd.
3. In het geval meer kinderen van een ouder een zelfde aantal uren gebruik maken van kinderopvang, wordt het kind met de hoogste kosten van kinderopvang als eerste kind beschouwd.
4. In het geval meer kinderen van een ouder een zelfde aantal uren gebruik maken van kinderopvang met gelijke kosten van kinderopvang, stelt de Dienst Toeslagen vast welk kind als eerste kind moet worden beschouwd.
Artikel 4
1.
De maximum uurprijs bedraagt voor:
a. a. dagopvang € 11,23; b. b. buitenschoolse opvang € 9,98; en c. c. gastouderopvang € 8,49.
2. Indien de prijs per uur kinderopvang hoger ligt dan de maximum uurprijs wordt bij de bepaling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag per kind in plaats van de prijs per uur kinderopvang de maximum uurprijs in aanmerking genomen.
Artikel 5
De maximum uurprijs, bedoeld in artikel 4, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig:
a. a. 80% van de ontwikkeling van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in het voorafgaande jaar, is geraamd; en b. b. het verschil tussen de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat jaar, was geraamd en de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat voorafgaande jaar, nader is geraamd.
Artikel 5a
Vervallen
Artikel 6
Voor de berekening van de kinderopvangtoeslag is de verdeling van de toetsingsinkomens in inkomensgroepen in de bij dit besluit behorende bijlage I opgenomen.
Artikel 7
De bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen, bedoeld in artikel 6, worden aangepast overeenkomstig de ontwikkeling van de contractlonen, zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in het voorafgaande jaar, is geraamd, waarbij onder ontwikkeling van de contractlonen wordt verstaan: het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde sector en de gesubsidieerde sector, en bij de overheid, zoals dit door het Centraal Planbureau wordt bekendgemaakt.
Artikel 7a
Vervallen
Artikel 8
1. De kinderopvangtoeslag wordt uitgedrukt in een percentage van de kosten van kinderopvang.
2. De percentages, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in bijlage I.
3. Indien het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 6, € 165.658, of meer bedraagt, ontvangt de ouder voor de kosten van de kinderopvang van het eerste kind, bedoeld in artikel 3, een kinderopvangtoeslag waarvan de hoogte 36,5 procent van die kosten betreft.
Artikel 8a
1.
Het aantal uren kinderopvang dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedraagt voor ieder kind niet meer dan:
a. a. 230 uren per kalendermaand; b. b. per berekeningsjaar 230 uren, vermenigvuldigd met het aantal maanden waarin de ouder of partner in dat berekeningsjaar:
1°.
arbeid heeft verricht als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen a of b, of derde lid, onderdeel a, van de wet;
2°.
gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c tot en met j, van de wet;
3°.
aanspraak op kinderopvangtoeslag behoudt op grond van artikel 1.6, vijfde of zevende lid, van de wet;
4°.
recht heeft op zorg als bedoeld in artikel 1.6, achtste of negende lid, van de wet; of,
5°.
veroordeeld is tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, gedurende de periode waarin die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd als bedoeld in artikel 1.6, tiende of elfde lid, van de wet.
1°. 1°. arbeid heeft verricht als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen a of b, of derde lid, onderdeel a, van de wet; 2°. 2°. gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c tot en met j, van de wet; 3°. 3°. aanspraak op kinderopvangtoeslag behoudt op grond van artikel 1.6, vijfde of zevende lid, van de wet; 4°. 4°. recht heeft op zorg als bedoeld in artikel 1.6, achtste of negende lid, van de wet; of, 5°. 5°. veroordeeld is tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, gedurende de periode waarin die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd als bedoeld in artikel 1.6, tiende of elfde lid, van de wet.
2. Voor het aantal uren dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgegaan van het aantal uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar het minste aantal maanden heeft gewerkt, gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus heeft gevolgd of aanspraak heeft behouden op kinderopvangtoeslag.
Artikel 8b
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Paragraaf 2. Specifieke berekeningsfactor bij kinderopvangtoeslag voor ouder zonder partner
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Hoofdstuk 3. Tegemoetkoming Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 22a
Vervallen
Artikel 22b
Voor de aanspraak op kinderopvangtoeslag in een berekeningsjaar dat voorafgaat aan het lopende jaar blijft dit besluit, zoals dat luidde op 31 december van dat berekeningsjaar, van toepassing.
Artikel 23
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 24
Dit Besluit wordt aangehaald als: Besluit kinderopvangtoeslag.
Bijlage I. behorende bij
Bijlage II. , behorende
Vervallen
Bijlage IIa. , behorende
Vervallen
Bijlage IIb. , behorende
Vervallen
Bijlage IIc. , behorende
Vervallen