40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
65 lines
3.9 KiB
Markdown
65 lines
3.9 KiB
Markdown
---
|
|
titel: Besluit loonkostensubsidie Participatiewet
|
|
bwb_id: BWBR0035631
|
|
type: AMvB
|
|
status: geldend
|
|
datum_inwerkingtreding: '2015-01-01'
|
|
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035631
|
|
citeertitel: Besluit loonkostensubsidie Participatiewet
|
|
---
|
|
|
|
# Besluit loonkostensubsidie Participatiewet
|
|
|
|
### Artikel 1
|
|
|
|
**1.**
|
|
|
|
Een persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie indien die persoon:
|
|
|
|
a. a.
|
|
een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
|
|
b. b.
|
|
over basale werknemersvaardigheden beschikt;
|
|
c. c.
|
|
aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; en
|
|
d. d.
|
|
ten minste vier uur per dag belastbaar is of ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
|
|
|
|
**2.** Onder minimumloon per uur wordt in dit artikel verstaan het bedrag, dat op grond van artikel 8, eerste en derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor de werknemer als minimumloon geldt, verminderd tot een bedrag per uur. Bij de vermindering, bedoeld in de vorige zin, wordt uitgegaan van een normale arbeidsduur als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, van 38 uur per week.
|
|
|
|
**3.** Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.
|
|
|
|
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het eerste lid nadere regels worden gesteld.
|
|
|
|
### Artikel 2
|
|
|
|
**1.** Het college stelt de loonwaarde schriftelijk vast op basis van de feitelijke werkzaamheden op de werkplek van een persoon uit de doelgroep loonkostensubsidie bij de werkgever en met inbreng van de werkgever, die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan dan wel een dienstbetrekking is aangegaan met die persoon.
|
|
|
|
**2.** Het college stelt de loonwaarde vast op basis van een beschreven objectieve methode en deze vaststelling vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een deskundige. Het college draagt er zorg voor dat de deskundige over voldoende deskundigheid beschikt.
|
|
|
|
### Artikel 3
|
|
|
|
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de methode ter vaststelling van de loonwaarde. Deze nadere regels betreffen tenminste eisen:
|
|
|
|
a. a.
|
|
ten aanzien van de bestanddelen, die worden meegenomen bij de bepaling van de loonwaarde;
|
|
b. b.
|
|
in welke gevallen het een functie betreft, waarbij sprake is van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort; en
|
|
c. c.
|
|
ten aanzien van de wijze waarop de loonwaarde wordt berekend en de bestanddelen daarvan worden gewogen.
|
|
|
|
### Artikel 4
|
|
|
|
**1.** Indien de colleges in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit SUWI voornemens zijn op grond van afspraken over eisen als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdeel i, van het Besluit SUWI, een methode van loonwaardebepaling toe te passen, dan wel voornemens zijn om een methode van loonwaardebepaling te wijzigen, meldt het bestuur van het samenwerkingsverband namens die colleges de desbetreffende methode uiterlijk een maand voorafgaand aan de datum waarop de methode zal worden toegepast, dan wel zal worden gewijzigd, aan Onze Minister.
|
|
|
|
**2.** Indien een methode van loonwaardebepaling is gemeld als bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister vast of die methode voldoet aan artikel 2. Indien die methode voldoet aan artikel 2, zijn de op grond van artikel 3 vastgestelde regels niet langer op die methode van toepassing.
|
|
|
|
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het eerste en het tweede lid.
|
|
|
|
### Artikel 5
|
|
|
|
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit loonkostensubsidie Participatiewet.
|
|
|
|
### Artikel 6
|
|
|
|
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel F, van de Invoeringswet Participatiewet in werking treedt.
|