40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
117 lines
7.1 KiB
Markdown
117 lines
7.1 KiB
Markdown
---
|
|
titel: Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering
|
|
bwb_id: BWBR0002777
|
|
type: AMvB
|
|
status: geldend
|
|
datum_inwerkingtreding: '1999-08-11'
|
|
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002777
|
|
citeertitel: Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering
|
|
---
|
|
|
|
# Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering
|
|
|
|
### Artikel 1
|
|
|
|
**1.**
|
|
|
|
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
|
|
|
|
a. a.
|
|
tehuis: een in Nederland gelegen tehuis, niet zijnde een inrichting toegelaten of voorlopig toegelaten overeenkomstig artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, hetwelk een capaciteit heeft van ten minste 10 bedden welke zijn bestemd om aan zieken dan wel gehandicapten behandeling dan wel verpleging of verzorging te verschaffen.
|
|
b. b.
|
|
centraal betaalkantoor: het centraal administratiekantoor, bedoeld in het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.
|
|
|
|
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder een tehuis niet verstaan een verzorgingshuis als bedoeld in artikel 16 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, behoudens voor zover het betreft de ziekenafdeling van een verzorgingshuis.
|
|
|
|
### Artikel 2
|
|
|
|
**1.**
|
|
|
|
De verzekerde, die gedurende de dag en nacht verblijft in een tehuis, heeft met inachtneming van hetgeen nader in dit besluit is bepaald aanspraak op vergoeding wegens kosten ter zake van het verblijf in dat tehuis, indien en zolang:
|
|
|
|
a. a.
|
|
ten aanzien van hem een indicatiebeoordeling is vastgesteld voor opneming en verder verblijf in een verpleeginrichting als bedoeld in artikel 14 of in een inrichting voor zwakzinnigen als bedoeld in artikel 23 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering;
|
|
b. b.
|
|
hij uitsluitend wegens plaatsgebrek niet in een inrichting als bedoeld onder *a* is opgenomen;
|
|
c. c.
|
|
hij het uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 3, schriftelijk heeft gemachtigd de hem ingevolge dit besluit toekomende vergoeding namens hem aan derden uit te betalen.
|
|
|
|
**2.**
|
|
|
|
Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat het eerste lid in daarbij aan te wijzen gebieden niet van toepassing is.
|
|
|
|
Hij gaat daartoe niet over dan nadat hem is gebleken, dat de inrichtingen van de desbetreffende categorie in het betrokken gebied naar redelijke maatstaven gemeten voldoende gelegenheid bieden tot opneming van verzekerden voor wie een indicatie bestaat als in het eerste lid bedoeld.
|
|
|
|
**3.** Een beschikking krachtens het tweede lid treedt niet eerder in werking dan nadat drie maanden zijn verstreken na haar bekendmaking in de Staatscourant.
|
|
|
|
**4.** De regionale contactkantoren, bedoeld in het Besluit van de Ziekenfondsraad van 26 augustus 1971 (*Stcrt.* 1971, 169) welke in het aangewezen gebied werkzaam zijn, dragen zorg, dat de verzekerden wie het aangaat zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van een beschikking krachtens het tweede lid, bericht ontvangen in welke erkende inrichting(en) zij kunnen worden opgenomen.
|
|
|
|
### Artikel 3
|
|
|
|
**1.** De in artikel 2 bedoelde vergoeding wordt door of namens de verzekerde aangevraagd bij het uitvoeringsorgaan, waarbij hij voor de toepassing van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is ingeschreven.
|
|
|
|
**2.**
|
|
|
|
Het uitvoeringsorgaan gaat slechts tot toekenning van de in artikel 2 bedoelde vergoeding over na te hebben vastgesteld, dat
|
|
|
|
a. a.
|
|
voor de verzekerde een indicatie bestaat voor opneming en verder verblijf in een verpleeg- onderscheidenlijk zwakzinnigeninrichting en dat
|
|
b. b.
|
|
metterdaad geen opneming en verder verblijf kunnen plaatsvinden in een erkende of voorlopig erkende verpleeg- onderscheidenlijk zwakzinnigeninrichting, welke op redelijke afstand is gelegen van de woonplaats van de verzekerde.
|
|
|
|
### Artikel 4
|
|
|
|
Indien na toekenning van de in artikel 2 bedoelde vergoeding naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan opneming en verder verblijf kunnen plaatsvinden in een der erkende of voorlopig erkende verpleeg- onderscheidenlijk zwakzinnigeninrichtingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub *b*, wordt deze vergoeding beëindigd, doch niet dan nadat het uitvoeringsorgaan de mogelijkheid van verblijf in een met name aan te duiden erkende of voorlopig erkende inrichting ter kennis heeft gebracht van de verzekerde en aan deze voldoende gelegenheid is geboden tot overplaatsing naar die erkende of voorlopig erkende inrichting.
|
|
|
|
### Artikel 5
|
|
|
|
De in artikel 2 bedoelde vergoeding is gelijk aan het voor het verblijf in het tehuis aan de verzekerde in rekening gebrachte tarief, doch uitsluitend voor zover dit tarief:
|
|
|
|
a. a.
|
|
niet in strijd met enig wettelijk voorschrift is vastgesteld;
|
|
b. b.
|
|
niet omvat kosten, verband houdende met de verstrekking van onderwijs, kleedgeld en zakgeld;
|
|
c. c.
|
|
is gebaseerd op plaatsing in de laagste klasse;
|
|
d. d.
|
|
geen elementen bevat, welke op grond van de in artikel 8 bedoelde nadere regelen niet bij de berekening van de vergoeding in aanmerking behoren te worden genomen.
|
|
|
|
### Artikel 6
|
|
|
|
**1.**
|
|
|
|
In de kosten wegens verblijf in een tehuis is door verzekerden behorende tot daarvoor aan te wijzen groepen van verzekerden van 65 jaar en ouder een bijdrage verschuldigd.
|
|
|
|
Voorts kan van verzekerden beneden de 65 jaar, die ter zake van het verblijf in een tehuis aanspraak hebben op een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eveneens een bijdrage in de kosten daarvan worden geheven.
|
|
|
|
**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld met toepassing van het Bijdragebesluit zorg.
|
|
|
|
### Artikel 7
|
|
|
|
Het centraal betaalkantoor draagt namens de uitvoeringsorganen zorg voor de betaling van de in artikel 2 bedoelde vergoeding.
|
|
|
|
### Artikel 8
|
|
|
|
**1.** Het College zorgverzekeringen kan met betrekking tot de uitvoering van dit besluit nadere en zo nodig van dit besluit afwijkende regelen stellen. Daarbij kan tevens worden bepaald door welke instellingen en onder welke regelen de administratie wordt verricht.
|
|
|
|
**2.** De kosten welke het centraal betaalkantoor en de instellingen, bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid, voor de uitvoering van hun taken maken, worden gedekt door uitkeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten volgens het bepaalde bij en krachtens het Besluit financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering.
|
|
|
|
### Artikel 9
|
|
|
|
**1.** Het College toezicht is belast met het toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten door het centraal betaalkantoor en door de instellingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin.
|
|
|
|
**2.** De artikelen 1x7, 1x11, 1x12, 43e en 43f van de Ziekenfondswet zijn van overeenkomstige toepassing op het centraal betaalkantoor en de instellingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin.
|
|
|
|
**3.** Onverminderd het tweede lid kan het College zorgverzekeringen regels stellen over de wijze waarop het centraal betaalkantoor en de instellingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, hun werkzaamheden uitvoeren.
|
|
|
|
### Artikel 9a
|
|
|
|
Vervallen
|
|
|
|
### Artikel 10
|
|
|
|
Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering.
|
|
|
|
### Artikel 11
|
|
|
|
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 1971.
|