rijk/amvb/besluit-trekkende-bevolking-wpo/BWBR0003833/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

22 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit trekkende bevolking WPO BWBR0003833 AMvB geldend 1985-08-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003833 Besluit trekkende bevolking WPO

Besluit trekkende bevolking WPO

Titel A. Algemeen

Artikel A 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

wet: Wet op het primair onderwijs;

school: een basisschool als bedoeld in de titels B en C van dit besluit, tenzij het tegendeel blijkt;

schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend voor zover in dit besluit niet anders is bepaald.

Artikel A 2

1. Artikel 4 van de wet is niet van toepassing op een school als bedoeld in dit besluit. Artikel 2 van de wet is niet van toepassing op de school, bedoeld in titel C van dit besluit.

2. De artikelen 8, 10 tot en met 16, behoudens de in artikel 13 bedoelde algemene maatregel van bestuur, 29 tot en met 36, 38a, 40, eerste, tweede en negende tot en met elfde lid, 40b, 41, 42, 45a, 50 tot en met 63, 66, 67, 69, zesde lid, 120, 152, 155, 165 tot en met 179, 181, 182, 183, 187 tot en met 191 en 194 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts is het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO van overeenkomstige toepassing.

Artikel A 3

Vervallen

Artikel A 4

De artikelen 12 en 20 van de Wet register onderwijsdeelnemers zijn van overeenkomstige toepassing.

Titel B. Rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers

Afdeling 1. Algemeen

Artikel B 1

1. Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf of het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in daartoe ingerichte voertuigen die standplaats kiezen bij daarvoor in aanmerking komende kermissen of circussen.

2. Gedurende een aantal maanden in het jaar kunnen de scholen een vaste standplaats innemen die wordt bepaald door het bevoegd gezag in overeenstemming met de inspecteur. Indien de inspecteur bedenkingen heeft tegen de standplaats en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.

3. In afwijking van het eerste lid kan het onderwijs ook gedeeltelijk op afstand worden gegeven.

Afdeling 2. Onderwijs

Artikel B 2

Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf, onderscheidenlijk het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in scholen die bestemd zijn voor kinderen vanaf de leeftijd van 4 tot omstreeks 12 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs, onderscheidenlijk aansluitend voortgezet onderwijs.

Artikel B 3

Artikel 9, eerste tot en met derde lid, vijfde en zesde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel B 3a

Vervallen.

Artikel B 4

Vervallen.

Artikel B 5

Vervallen

Afdeling 3. Personeel

Artikel B 6

Vervallen

Artikel B 7

Vervallen

Artikel B 8

Vervallen

Artikel B 9

Vervallen

Afdeling 4. Leerlingen

Artikel B 10

1. Om als leerling tot een school voor kinderen als bedoeld in artikel B 2 te worden toegelaten, moet het kind de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt.

2. De leerlingen verlaten de school, bedoeld in het eerste lid, in elk geval na afloop van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.

Afdeling 5. Overige bepalingen

Artikel B 10a

Vervallen

Artikel B 11

Vervallen

Afdeling 6. Bekostiging

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel B 12

De artikelen 1, 2, 4, 9 tot en met 12, 23, 24 en 26 van het Besluit bekostiging WPO 2022 zijn van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2. Aanvang van de bekostiging

Artikel B 13

1. Het bevoegd gezag van een bijzondere school kan Onze Minister verzoeken de school voor bekostiging in aanmerking te brengen.

2. Het verzoek gaat vergezeld van een opgave van het verwachte aantal leerlingen en de voorgestelde datum van aanvang van de bekostiging. Voorts vermeldt het bevoegd gezag naam en adres van het bevoegd gezag en de richting van de school.

3. Onze Minister willigt het verzoek in elk geval in, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school zal worden bezocht door ten minste 20 leerlingen.

4. Onze Minister besluit binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien Onze Minister niet binnen 3 maanden heeft besloten, is het verzoek ingewilligd.

Paragraaf 3. Voorziening in de huisvesting

Artikel B 14

1. Het bevoegd gezag van een bijzondere school dat een voertuig bestemd voor de huisvesting wenst met inbegrip van ingrijpende voorzieningen aan een dergelijk voertuig, dient een daartoe strekkend verzoek in bij Onze Minister. Het bevoegd gezag vermeldt de reden en de omvang van de voorziening.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag een andere voorziening wenst die niet het gewoon onderhoud betreft, alsmede indien het bevoegd gezag een aanschaffing wenst te doen waarmee bij de eerste inrichting van de school geen rekening was gehouden.

3.

Onze Minister weigert inwilliging van het verzoek, indien hij van oordeel is dat:

a. a. op andere wijze dan is gevraagd redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting van de school kan worden voorzien; b. b. de voorgenomen voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen; c. c. de voorgenomen voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van onderwijskundige ontwikkelingen; d. d. de voorgenomen voorziening op grond van de hem ten dienste staande gegevens niet noodzakelijk is.

4. Alvorens Onze Minister een besluit neemt die afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.

5. Artikel B 13, vierde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 4. Bekostiging

Artikel B 15

1.

De kosten die voor vergoeding uit 's Rijks kas in aanmerking kunnen komen, zijn:

a. a. de kosten, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen a tot en met d, f tot en met i en k, van de wet; b. b. het onderhoud en de schoonmaak van het voertuig, bedoeld in artikel B 14; c. c. de kosten voor verplaatsing en inneming van standplaats; d. d. de kosten voor noodzakelijk vervoer van leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek; en e. e. de reiskosten en andere noodzakelijke kosten verbonden aan het ononderbroken meerdaagse verblijf van het personeel.

2. De bekostiging is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.

3. De bekostiging bestaat uit een jaarlijks bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per school.

Artikel B 16

1. In geval van bijzondere ontwikkelingen in het basisonderwijs, kan Onze Minister in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel B 15, bekostiging verstrekken.

2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid.

3. Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling.

Paragraaf 4A. Bekostiging personeel

Artikel B 16a

Vervallen

Artikel B 16b

Vervallen

Artikel B 16c

Vervallen

Artikel B 16d

Vervallen

Artikel B 16e

Vervallen

Artikel B 16f

Vervallen

Artikel B 16g

Vervallen

Artikel B 16h

Vervallen

Artikel B 16i

Vervallen

Artikel B 16i.1

Vervallen

Artikel B 16i.2

Vervallen

Artikel B 16i.3

Vervallen

Artikel B 16j

Vervallen

Artikel B 16k

Vervallen

Artikel B 16k.1

Vervallen

Artikel B 16l

Vervallen

Artikel B 16m

Vervallen

Paragraaf 5. Wijze van bekostiging

Artikel B 17

Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de kosten van de voorzieningen genoemd in artikel B 14.

Artikel B 18

Vervallen

Artikel B 19

Vervallen

Artikel B 20

1. Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 januari, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel B 15 vast. De bedragen hebben betrekking op een kalenderjaar.

2. De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen gedurende het kalenderjaar door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.

Artikel B 21

De betaling van de bekostiging vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.

Paragraaf 6. Beëindiging van de bekostiging

Artikel B 21a

1. In deze paragraaf wordt onder het aantal leerlingen van de school verstaan: het aantal unieke leerlingen als bedoeld in artikel B 10, eerste lid, tot 1 oktober van het schooljaar, geteld over de periode vanaf 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.

2. Het bevoegd gezag vermeldt het aantal leerlingen van de school in het jaarverslag, bedoeld in artikel 165, eerste lid, van de wet.

Artikel B 22

1. De bekostiging van een school onder het bevoegd gezag wordt beëindigd op 1 augustus indien het aantal leerlingen van alle scholen onder dat bevoegd gezag gedurende drie achtereenvolgende jaren per school gemiddeld telkens minder heeft bedragen dan 10.

2. De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.

Artikel B 23

1. Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag van een bijzondere school aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken, binnen 4 maanden aan het Rijk overdragen.

2. Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.

Titel C. Het onderwijs aan varende kinderen

Afdeling 1. Algemeen

Artikel C 1

1. Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd door de school voor varende kinderen.

2. Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen houdt een hoofdvestiging in stand en kan in een of meer andere gemeenten een vestiging in stand houden waar onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd.

Afdeling 2. Onderwijs

Artikel C 2

1. Het onderwijs aan varende kinderen is het onderwijs bestemd voor kinderen van 3,5 tot omstreeks 7 jaar die aan boord wonen bij hun ouders, die het schippersbedrijf uitoefenen.

2. De inspecteur kan toestemming verlenen dat andere kinderen dan bedoeld in het eerste lid, van wie de ouders een trekkend bestaan leiden, tot het onderwijs aan varende kinderen worden toegelaten.

3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het verzoek om toestemming, bedoeld in het tweede lid.

Artikel C 2a

Vervallen

Artikel C 3

1. Artikel 9 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verplichting tot het geven van onderwijs in de Engelse en Friese taal niet bestaat. Het onderwijs aan varende kinderen legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs.

2.

Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd:

a. a. in onderwijsruimten op plaatsen waar de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school in stand wordt gehouden; b. b. aan boord, door middel van:

        1
        
          ^e boordbezoek,
      
      
        2
        
          ^e afstandsonderwijs door middel van vormen van telecommunicatie, dan wel
      
      
        3
        
          ^e speelwerkpakketten

1 1

          ^e boordbezoek,

2 2

          ^e afstandsonderwijs door middel van vormen van telecommunicatie, dan wel

3 3

          ^e speelwerkpakketten

3. Een leerling is gehouden het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, te volgen indien de afstand tussen de ligplaats van het schip waar de leerling aan boord woont en de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school minder bedraagt dan 5 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.

Artikel C 4

Vervallen

Artikel C 5

Vervallen

Artikel C 6

Vervallen

Artikel C 7

Vervallen

Artikel C 8

Vervallen

Afdeling 3. Leerlingen

Artikel C 9

1. Een kind kan als leerling tot de school voor varende kinderen worden toegelaten indien het de leeftijd van 3,5 jaar heeft bereikt.

2. Een leerling verlaat de school voor varende kinderen in elk geval na afloop van het schooljaar waarin deze de leeftijd van 7 jaar heeft bereikt.

Afdeling 4. Bekostiging

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel C 10

De artikelen 7, tweede, derde en vierde lid, en 9 tot en met 12 van het Besluit bekostiging WPO 2022 zijn van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2. Bekostiging

Artikel C 11

1. Onze Minister stelt jaarlijks de bekostiging voor de school voor varende kinderen vast.

2. De bekostiging bestaat uit een bedrag per school en een bedrag per leerling.

3. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks de bedragen, bedoeld in het tweede lid vastgesteld en worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van de bekostiging wordt berekend.

4. Bij de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel C 2, dat op 1 februari van het voorafgaande jaar, aan de school voor varende kinderen is ingeschreven.

Artikel C 12

1. In geval van bijzondere ontwikkelingen in het basisonderwijs, kan Onze Minister in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel C 11 bekostiging verstrekken.

2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid.

3. Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling.

Paragraaf 3. Wijze van bekostiging

Artikel C 13

1. Het Rijk bekostigt ten behoeve van elk kalenderjaar de uitgaven voor voorzieningen in de huisvesting.

2. De bekostiging van voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van een kalenderjaar, bestaat uit een vast bedrag, verhoogd met een bedrag voor elke leerling, bedoeld in artikel C 11, derde lid.

3. De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.

Artikel C 14

Vervallen

Artikel C 15

Vervallen

Artikel C 16

1. Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 januari, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel C 11 vast. De bedragen hebben betrekking op een kalenderjaar.

2. De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.

Artikel C 16.1

De betaling van de bekostiging vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel C 17

De artikelen 128 tot en met 134 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 130, vierde en vijfde lid, «nevenvestiging» wordt gelezen als: vestiging, bedoeld in artikel C 1, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO.

Artikel C 18

Vervallen

Artikel C 19

Indien een andere school voor basisonderwijs tijdelijk het onderwijs verzorgt aan een of meer leerlingen die zijn ingeschreven bij de school voor varende kinderen, ontvangt die andere school voor basisonderwijs ondersteuning door de school voor varende kinderen en kan die andere school voor basisonderwijs een vergoeding ontvangen volgens een regeling die het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen met het bevoegd gezag van die andere school voor basisonderwijs overeenkomt.

Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging

Artikel C 20

De bekostiging van de school voor varende kinderen wordt beëindigd indien het aantal ingeschreven leerlingen in het eerste en derde schooljaar van 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 50.

Titel D

Afdeling 1

Artikel D 1

Vervallen

Artikel D 2

Vervallen

Artikel D 2a

Vervallen

Artikel D 2b

Vervallen

Afdeling 2

Artikel D 3

Vervallen

Artikel D 4

Vervallen

Artikel D 5

Vervallen

Afdeling 3

Artikel D 6

Vervallen

Afdeling 4

Artikel D 6a

Vervallen

Artikel D 7

Vervallen

Afdeling 5

Paragraaf 1

Artikel D 8

Vervallen

Artikel D 9

Vervallen

Paragraaf 2

Artikel D 10

Vervallen

Paragraaf 3

Artikel D 11

Vervallen

Paragraaf 4

Artikel D 12

Vervallen

Paragraaf 4A

Artikel D 12a

Vervallen

Artikel D 12b

Vervallen

Artikel D 12c

Vervallen

Artikel D 12d

Vervallen

Artikel D 12e

Vervallen

Artikel D 12f

Vervallen

Artikel D 12g

Vervallen

Artikel D 12h

Vervallen

Artikel D 12i

Vervallen

Artikel D 12i.1

Vervallen

Artikel D 12i.2

Vervallen

Artikel D 12i.3

Vervallen

Artikel D 12j

Vervallen

Artikel D 12k

Vervallen

Artikel D 12k.1

Vervallen

Artikel D 12l

Vervallen

Artikel D 12m

Vervallen

Paragraaf 5

Artikel D 13

Vervallen

Artikel D 13a

Vervallen

Paragraaf 6

Artikel D 14

Vervallen

Artikel D 15

Vervallen

Artikel D 16

Vervallen

Artikel D 17

Vervallen

Titel E. Afdelingen voor zeer jeugdige kinderen van woonwagenbewoners verbonden aan scholen voor basisonderwijs

Afdeling 1. Onderwijs

Artikel E 1

Vervallen

Artikel E 2

Vervallen

Artikel E 2a

Vervallen

Artikel E 3

Vervallen

Artikel E 4

Vervallen

Afdeling 2. Personeel

Artikel E 5

Vervallen

Artikel E 6

Vervallen

Artikel E 7

Vervallen

Afdeling 3. Leerlingen

Artikel E 8

Vervallen

Afdeling 4. Overige bepalingen

Artikel E 8a

Vervallen

Artikel E 9

Vervallen

Artikel E 10

Vervallen

Afdeling 5. Bekostiging

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel E 11

Vervallen

Artikel E 12

Vervallen

Paragraaf 2. Aanvang van de bekostiging

Artikel E 13

Vervallen

Paragraaf 3. Voorziening in de huisvesting

Artikel E 14

Vervallen

Paragraaf 4. Materiële instandhouding

Artikel E 15

Vervallen

Paragraaf 4A. Formatie personeel

Artikel E 15a

Vervallen

Artikel E 15b

Vervallen

Artikel E 15c

Vervallen

Artikel E 15d

Vervallen

Artikel E 15e

Vervallen

Artikel E 15f

Vervallen

Artikel E 15g

Vervallen

Artikel E 15h

Vervallen

Artikel E 15h.1

Vervallen

Artikel E 15i

Vervallen

Artikel E 15j

Vervallen

Artikel E 15k

Vervallen

Artikel E 15l

Vervallen

Paragraaf 5. Wijze van bekostiging

Artikel E 16

Vervallen

Artikel E 16a

Vervallen

Paragraaf 6. Beëindiging van de bekostiging

Artikel E 17

Vervallen

Artikel E 18

Vervallen

Artikel E 19

Vervallen

Artikel E 20

Vervallen

Titel F

Afdeling 1

Artikel F 1

Vervallen

Artikel F 2

Vervallen

Artikel F 2a

Vervallen

Artikel F 2b

Vervallen

Afdeling 2. Personeel

Artikel F 3

Vervallen

Artikel F 4

Vervallen

Artikel F 5

Vervallen

Artikel F 6

Vervallen

Afdeling 4. Overige bepalingen

Artikel F 6a

Vervallen

Artikel F 7

Vervallen

Artikel F 8

Vervallen

Afdeling 5. Bekostiging

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel F 9

Vervallen

Artikel F 10

Vervallen

Paragraaf 2. Aanvang van de bekostiging

Artikel F 11

Vervallen

Paragraaf 3. Voorziening in de huisvesting

Artikel F 12

Vervallen

Paragraaf 4. Materiële instandhouding

Artikel F 13

Vervallen

Paragraaf 4A. Formatie personeel

Artikel F 13a

Vervallen

Artikel F 13b

Vervallen

Artikel F 13c

Vervallen

Artikel F 13d

Vervallen

Artikel F 13e

Vervallen

Artikel F 13f

Vervallen

Artikel F 13g

Vervallen

Artikel F 13h

Vervallen

Artikel F 13i

Vervallen

Artikel F 13i.1

Vervallen

Artikel F 13i.2

Vervallen

Artikel F 13i.3

Vervallen

Artikel F 13j

Vervallen

Artikel F 13k

Vervallen

Artikel F 13k.1

Vervallen

Artikel F 13l

Vervallen

Artikel F 13m

Vervallen

Paragraaf 5. Wijze van bekostiging

Artikel F 14

Vervallen

Artikel F 14a

Vervallen

Paragraaf 6

Artikel F 15

Vervallen

Artikel F 16

Vervallen

Artikel F 17

Vervallen

Artikel F 18

Vervallen

Titel G. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel G 1

Dit besluit berust op artikel 193 van de wet.

Artikel G 1.a

Vervallen

Artikel G 1.b

Vervallen

Artikel G 2

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 185, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs treedt dit besluit in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Het koninklijk besluit kan er in voorzien dat het besluit terugwerkende kracht heeft tot en met 1 augustus 1985.

Artikel G 3

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit trekkende bevolking WPO".