rijk/amvb/formatiebesluit-wvo/BWBR0005446/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

12 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Formatiebesluit WVO BWBR0005446 AMvB geldend 2003-08-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005446 Formatiebesluit WVO

Formatiebesluit WVO

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • directie: in artikel 84, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde personeel;

  • formatieplaats: betrekking met de omvang van een volledige weektaak;

  • leerwegondersteunend onderwijs: onderwijs, bedoeld in artikel 10e van de wet;

  • Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • personeelscategorie: in artikel 84 van de wet genoemde onderscheiden personeelscategorieën;

  • ratio: aantal formatieplaatsen van een bepaalde personeelscategorie per aantal leerlingen als bedoeld in artikel 84, tweede lid, van de wet;

  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • school: school voor voortgezet onderwijs;

  • scholengemeenschap: scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen;

  • schooljaar: tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend;

  • schoolsoortgroep 1: scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, scholen voor praktijkonderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit ten minste twee van deze schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

  • schoolsoortgroep 2: scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit een combinatie van deze scholen;

  • schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

  • schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor praktijkonderwijs of scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs, en

      **wet:**
      Wet op het voortgezet onderwijs.
    

Hoofdstuk II. De afzonderlijke elementen van de berekeningssystematiek

Artikel 2

1.

Het in artikel 84, derde lid, van de wet bedoelde vaste aantal formatieplaatsen in verband met de personeelscategorie van de leraren bedraagt voor de school of scholengemeenschap het aantal volgens onderstaande tabellen.

School Vaste aantal formatieplaatsen
praktijkonderwijs 3,14
v.b.o. 2,64
m.a.v.o. 2,43
h.a.v.o. 2,55
v.w.o. 2,55
Scholengemeenschap Vaste aantal formatieplaatsen
v.b.o.-m.a.v.o. 4,24
v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. 3,97
v.b.o.-h.a.v.o. 3,97
v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 3,97
v.b.o.-v.w.o. 3,97
v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. 3,97
v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o 5,36
m.a.v.o.-h.a.v.o. 2,65
m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 4,91
m.a.v.o.-v.w.o. 2,65
h.a.v.o.-v.w.o. 4,47

2.

In verband met leerwegondersteunend onderwijs dat voortkomt uit het speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel III van de wet van 25 mei 1998, Stb. 337, wordt het aantal formatieplaatsen, bedoeld in het eerste lid, voor elke voormalige school of afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs vermeerderd als volgt:

a. a. schoolsoortgroep 1: 2,80 formatieplaatsen; b. b. schoolsoortgroep 3: 0,38 formatieplaatsen; c. c. schoolsoortgroep 4: 1,43 formatieplaatsen.

3.

In verband met een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel III, vierde lid, van de Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Stb. 296), wordt, voor zover de school is ontstaan uit een afdeling voor praktijkonderwijs die is ontstaan uit het speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel III of VII van de wet van 25 mei 1998, Stb. 337, of die is ontstaan uit een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging, voortkomend uit dat speciaal voortgezet onderwijs, het aantal formatieplaatsen, bedoeld in het eerste lid, tabel 2, vermeerderd als volgt:

a. a. schoolsoortgroep 1: 1,53 formatieplaatsen; b. b. schoolsoortgroep 4: 0,36 formatieplaatsen.

Artikel 3

1. Het in artikel 84, tweede lid, van de wet, bedoelde leerlingafhankelijke aantal formatieplaatsen wordt berekend door de desbetreffende ratio te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap.

2. De ratio directie/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/169,12. Indien een of meer scholen onderdeel uitmaken van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, geldt een ratio adjunct-directie/leerling van 1/228,57.

3.

De ratios leraar/leerling voor scholen en voor scholengemeenschappen zijn:

School Ratio leraar/leerling
praktijkonderwijs 1/17,14
v.b.o. 1/17,14
h.a.v.o. 1/20,00
m.a.v.o. 1/20,00
v.w.o. 1/20,00
Scholengemeenschap Ratio leraar/leerling
v.b.o.-m.a.v.o. 1/17,14
v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. 1/17,14
v.b.o.-h.a.v.o. 1/17,14
v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 1/17,14
v.b.o.-v.w.o. 1/17,14
v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. 1/17,14
v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 1/17,14
m.a.v.o.-h.a.v.o. 1/20,00
m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 1/20,00
m.a.v.o.-v.w.o. 1/20,00
h.a.v.o.-v.w.o. 1/20,00

4. In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs voor wie de het samenwerkingsverband heeft bepaald dat zij op dit onderwijs zijn aangewezen een ratio leraar/leerling van 1/17,14.

5. Indien een school voor praktijkonderwijs deel uitmaakt van een scholengemeenschap, geldt voor leerlingen van die school een ratio leraar/leerling van 1/17,14 en geldt voor leerlingen van de overige scholen van de scholengemeenschap de ratio leraar/leerling van tabel 2 van het derde lid.

6. De ratio onderwijsondersteunend personeel/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/104,38.

Artikel 3a

De formatie, bedoeld in artikel 85b, vijfde lid, van de wet bedraagt 0,007930 formatieplaats per leerling.

Artikel 4

In aanvulling op het aantal formatieplaatsen als bedoeld in de artikelen 2 en 3, krijgen scholen die op grond van artikel 108, vierde lid, van de wet in stand worden gehouden dan wel worden bekostigd, extra formatieplaatsen volgens onderstaande tabellen.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

1. Het in artikel 3, eerste lid, bedoelde aantal leerlingen is het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap dat als werkelijk schoolgaand als bedoeld in artikel 7, eerste, tweede en derde lid, en artikel 7a, eerste en tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO was ingeschreven op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de in artikel 85 van de wet bedoelde bekostiging wordt vastgesteld.

2.

Bij de vaststelling van het aantal leerlingen worden niet meegeteld:

a. a. de leerlingen die reeds met goed gevolg eindexamen aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs hebben afgelegd en zich voorbereiden op het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school, met dien verstande dat het afleggen van het eindexamen in een bepaalde leerweg aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs door een leerling die reeds met goed gevolg het eindexamen heeft afgelegd van een andere leerweg van het voorbereidend beroepsonderwijs niet worden aangemerkt als het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school, b. b. de leerlingen die deelnemen aan het onderwijs in het kader van contractactiviteiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de wet, en c. c. nieuwkomers als bedoeld in artikel 1 van het Bekostigingsbesluit WVO.

3. Bij de toepassing van het eerste lid juncto artikel 3, eerste en zesde lid, wordt uitgegaan van een aantal van ten minste 200 leerlingen.

4. Het derde lid is niet van toepassing op een school voor praktijkonderwijs.

5. Onze Minister kan in verband met de aanvang of beëindiging van de bekostiging van een school, van een scholengemeenschap of van een profiel aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, afwijken van het eerste tot en met derde lid.

Artikel 6a

Vervallen

Artikel 6b

Vervallen

Artikel 7

Voor de berekening van de aantallen formatieplaatsen volgens de artikelen 2 tot en met 6 worden:

a. a. de op grond van artikel 3 berekende aantallen formatieplaatsen, en b. b. de som van de op grond van de artikelen 2 en 3, eerste en derde lid, berekende aantallen formatieplaatsen,

uitgedrukt in een getal dat rekenkundig wordt afgerond op drie decimalen.

Hoofdstuk III. Wijze van bepaling van de bekostiging

Artikel 8

1. De bekostiging in verband met de kosten van het personeel wordt bepaald door het met toepassing van de artikelen 2 tot en met 7 berekende aantal formatieplaatsen voor de onderscheiden personeelscategorieën te vermenigvuldigen met de desbetreffende gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de wet, en de uitkomsten bij elkaar op te tellen.

2. De uitkomsten van deze vermenigvuldiging en de som van de bedragen voor de onderscheiden personeelscategorieën worden uitgedrukt in een bedrag dat rekenkundig wordt afgerond op twee decimalen.

3. Naast de bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voor het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs per geïndiceerde leerling een bedrag beschikbaar gesteld voor extra ondersteuning. Dit ondersteuningsbedrag is tot stand gekomen door het verschil te berekenen tussen de ratio leraar/leerling van 1/8,87, vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast en de ratio leraar/leerling van 1/17,14, bedoeld in artikel 3, eveneens vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast. Het ondersteuningsbedrag wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld. De bekostiging op schoolniveau wordt berekend door het aantal op de teldatum ingeschreven leerlingen praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van de school of scholengemeenschap te vermenigvuldigen met de bij ministeriële regeling vast te stellen ondersteuningsbedragen per leerling. Bij de jaarlijkse vaststelling van deze ondersteuningsbedragen wordt rekening gehouden met het beschikbare budget van het Rijk.

Hoofdstuk IV. Aanwijzing schoolsoorten in kader vervangingsfonds

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk V. Overige bepalingen

Artikel 10

Onze Minister bepaalt de wijze waarop de hoofdstukken I tot en met III, alsmede artikel 85 van de wet toepassing vinden ten behoeve van een cursus, verbonden aan een school of scholengemeenschap, in verband met de aard, inhoud, omvang of duur van de cursus.

Artikel 11

Ten behoeve van een school of scholengemeenschap met een bijzondere inrichting van het onderwijs kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag toestaan dat wordt afgeweken van de hoofdstukken I en II. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Hoofdstuk VI. Overgangsbepalingen

Artikel 12

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip vervallen in artikel 2 het tweede en derde lid en de aanduiding van het eerste lid.

Artikel 13

Paragraaf 4 en paragraaf 7 van en de bijlage bij de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs zoals luidend op 31 juli 2003 blijven van toepassing op de daarin bedoelde samenvoegingen en omzettingen in afdelingen voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs die uiterlijk op 1 augustus 2002 hebben plaatsgevonden.

Hoofdstuk VII. Citeertitel

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Formatiebesluit WVO.

Bijlage 1

Vervallen.

Bijlage 2

Vervallen.

Bijlage 3

Vervallen.

Bijlage 4

Vervallen.

Bijlage 5

Vervallen.