rijk/amvb/subsidiebesluit-raad-voor-rechtsbijstand/BWBR0010393/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.8 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidiebesluit raad voor rechtsbijstand BWBR0010393 AMvB geldend 2003-08-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010393 Subsidiebesluit raad voor rechtsbijstand

Subsidiebesluit raad voor rechtsbijstand

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. wet: Wet op de rechtsbijstand; b. b. subsidie: de krachtens artikel 42, eerste lid, van de wet aan de raad te verstrekken subsidie voor de uitvoering van de wettelijke taken van het bestuur en de raad van advies; c. c. deelsubsidie beheers- en programmakosten: de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, bedoelde deelsubsidie; d. d. deelsubsidie projecten en activiteiten: de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bedoelde deelsubsidie.

Artikel 2

1. De verstrekking van de subsidie wordt getoetst aan de aard en de omvang van de activiteiten van de raad.

2.

De subsidie bestaat uit deelsubsidies voor:

a. a. de beheers- en programmakosten, waaronder zijn begrepen:

        1°.
        de raads- en apparaatskosten;
      
      
        2°.
        de doeluitkering voor vergoedingen voor de verlening van rechtsbijstand en mediation krachtens toevoeging in civiele en bestuurszaken en in strafzaken;
      
      
        3°.
        de doeluitkering voor vergoedingen voor rechtsbijstandverlening ten behoeve van piketregelingen;
      
      
        4°.
        de doeluitkering voor de subsidiëring van de voorzieningen, bedoeld in artikel 42b, eerste lid, van de wet, verminderd met de wettelijk te innen eigen bijdragen van rechtzoekenden voor zover het voorzieningen betreft die belast zijn met de verlening van rechtsbijstand, anders dan rechtshulp, of mediation;
      
      
        5°.
        de doeluitkering voor de verlening van rechtsbijstand of mediation op basis van overeenkomsten als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel d, van de wet;
      
      
        6°.
        overige uitgaven;

1°. 1°. de raads- en apparaatskosten; 2°. 2°. de doeluitkering voor vergoedingen voor de verlening van rechtsbijstand en mediation krachtens toevoeging in civiele en bestuurszaken en in strafzaken; 3°. 3°. de doeluitkering voor vergoedingen voor rechtsbijstandverlening ten behoeve van piketregelingen; 4°. 4°. de doeluitkering voor de subsidiëring van de voorzieningen, bedoeld in artikel 42b, eerste lid, van de wet, verminderd met de wettelijk te innen eigen bijdragen van rechtzoekenden voor zover het voorzieningen betreft die belast zijn met de verlening van rechtsbijstand, anders dan rechtshulp, of mediation; 5°. 5°. de doeluitkering voor de verlening van rechtsbijstand of mediation op basis van overeenkomsten als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel d, van de wet; 6°. 6°. overige uitgaven; b. b. indien van toepassing de kosten van projecten en activiteiten.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

1. De subsidie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig het voor dat jaar vastgestelde percentage voor de bijdrage in de kosten van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling aan niet VWS-gebonden gepremieerde en gesubsidieerde sectoren, alsmede de ontwikkeling van het prijspeil. Het basisbedrag wordt afgerond op hele euros.

2. Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.

Artikel 5

Onze Minister verstrekt op basis van de begroting jaarlijks voorschotten. Hierbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in het volume van de toevoegingen en piketregelingen.

Hoofdstuk 2. VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 6

1. Onze Minister stelt de raad uiterlijk 1 juli van elk jaar schriftelijk in kennis van de voorlopige beleidsmatige en budgettaire kaders voor het daarop volgende jaar.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:

a. a. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen; b. b. de bij de aanvraag tot subsidieverlening over te leggen gegevens of bescheiden; c. c. de eisen waaraan de begroting moet voldoen; d. d. de wijze waarop de subsidie wordt bepaald; e. e. de overige eisen waaraan het financiële verslag en het activiteitenverslag, waaronder het rapport van bevindingen en de jaarrekening, moeten voldoen.

Artikel 7

Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot verlening van de subsidie.

Hoofdstuk 3. AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 8

1. De raad draagt ervoor zorg dat de doelstellingen waarvoor de subsidie wordt verleend op doelmatige en effectieve wijze worden nagestreefd, dat de werkzaamheden dienovereenkomstig worden geregeld, en dat een goed beleid en beheer wordt gevoerd.

2. De raad voert de op het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 1994 gebaseerde beleidsregels uit.

3.

Het jaarverslag als bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet geeft tevens inzicht in de wijze waarop de bedrijfsvoering heeft plaatsgevonden. Daarbij komen in ieder geval aan de orde:

a. a. de administratieve organisatie; b. b. de mate van betrouwbaarheid van de informatiebeveiliging; c. c. de maatregelen die zijn gericht op de voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegelden; d. d. de wijze waarop de kwaliteit van de bedrijfsvoering wordt gewaarborgd.

Artikel 9

1. Uiterlijk vier weken na afloop van de eerste vier respectievelijk acht maanden van het boekjaar, dient de raad een voortgangsrapportage in.

2. Indien uit de voortgangsrapportage blijkt dat de bedrijfsvoering of het beheer niet worden uitgevoerd overeenkomstig de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen, kan Onze Minister verlangen dat telkens na verloop van twee maanden van het boekjaar een voortgangsrapportage wordt ingediend.

3. Onze Minister kan ten gunste van de raad en met instemming van de raad van de termijn, bedoeld in het tweede lid, afwijken.

Artikel 10

Vervallen

Artikel 10a

Vervallen

Artikel 10b

Vervallen

Artikel 11

1. De raad draagt er zorg voor dat het onderzoek van de accountant, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, tevens strekt tot onderzoek van de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

2. De opdracht aan de accountant gaat vergezeld van een door Onze Minister vast te stellen aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in artikel 42a, tweede lid, van de wet. De aanwijzing bevat tevens een model accountantsverklaring volgens welke de accountant de uitslag van zijn onderzoek moet opstellen.

3. De raad draagt er zorg voor dat zijn accountant alle medewerking verleent aan de door Onze Minister in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controlewerkzaamheden, bedoeld in artikel 4:78 en 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12

1. De raad verzekert zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid tegenover derden voor een som van ten minste € 450 000, per gebeurtenis en per geval.

2. De raad verzekert zijn onroerende zaken tegen brandschade naar herbouwwaarde.

3. De raad verzekert zijn roerende zaken tegen brandschade en diefstal naar vervangingswaarde.

Artikel 13

1. Indien gedurende het boekjaar blijkt dat het verwachte saldo van baten en lasten meer dan 10% lager is dan het bedrag van de subsidieverlening, doet de raad daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

2. Onze Minister kan op grond van de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, de bevoorschotting verlagen.

Artikel 14

1. De raad behoeft de toestemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in artikel 32, onderdelen a tot en met f van de Kaderwet.

2. De raad behoeft tevens de toestemming van Onze Minister voor het aangaan of wijzigen van subsidieverplichtingen anders dan met voorzieningen, bedoeld in artikel 42b, eerste lid, van de wet.

Artikel 15

1. In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de raad aan Onze Minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd.

2. Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden de activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. Onze Minister onderscheidenlijk de raad wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.

3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de raad door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van Onze Minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.

Hoofdstuk 4. VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 16

De raad dient binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

Artikel 17

Onze Minister beslist binnen vier maanden op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 5. SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999.

Artikel 22

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit raad voor rechtsbijstand.

Bijlage . bij

Vervallen