rijk/amvb/tijdelijke-tegemoetkomingsregeling-ko/BWBR0043463/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

16 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO BWBR0043463 AMvB geldend 2022-04-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043463 Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO

Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
  • kinderopvangtoeslag: kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
  • ouder: ouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
  • SVB: Sociale Verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
  • tegemoetkoming: financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 of artikel 5b.

Paragraaf 2. Eerste sluitingsperiode

Artikel 2

Het doel van deze paragraaf is het voorzien in een wettelijke grondslag voor het verstrekken van een tegemoetkoming aan kinderopvangtoeslag ontvangende ouders vanwege de door hen betaalde eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang over de periode van 16 maart 2020 tot en met 19 mei 2020.

Artikel 3

1. Recht op een tegemoetkoming op grond van deze paragraaf heeft de ouder die over de periode van 16 maart 2020 tot en met 19 mei 2020 kinderopvangtoeslag heeft ontvangen en de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang aan de houder, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, heeft betaald.

2. Bij ministeriële regeling kan de kring van rechthebbenden worden uitgebreid.

Artikel 4

1.

De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule:

A = (B * C * (100% - D))

waarna:

A * (Xa+Xb+Xc) = Y_KS

waarna:

waarna:

Hierbij staat:

A voor de eigen bijdrage per maand per soort kinderopvang per kind;

B voor het aantal toegekende uren opvang per maand per soort kinderopvang per kind, met een maximum van 230 uur per maand voor alle soorten van kinderopvang, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de uren voor de opvangsoort met de hoogste maximum uurprijs (zie C) als eerste worden beschouwd;

C voor de maximum uurprijs per soort kinderopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag;

D voor het percentage kinderopvangtoeslag gerekend naar eerste kind of volgend kind, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kinderopvangtoeslag in samenhang met artikel 3 van het Besluit kinderopvangtoeslag;

X voor de periode: aantal dagen in maart (maximaal 16/31 (Xa)) + aantal dagen in april (maximaal 30/30 (Xb) + aantal dagen in mei (maximaal 19/31 (Xc));

Y_KS voor de hoogte van de tegemoetkoming per soort kinderopvang per kind per deelperiode;

Y_K voor de hoogte van de tegemoetkoming per kind;

Y_T voor de totale hoogte van de tegemoetkoming. Bij een kind dat naar een soort kinderopvang gaat is dit gelijk aan Y_KS.

2. De hoogte van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euros.

Artikel 5

De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 6 april 2020.

Paragraaf 3. Tweede sluitingsperiode

Artikel 5a

Het doel van deze paragraaf is het voorzien in een wettelijke grondslag voor het verstrekken van een tegemoetkoming aan kinderopvangtoeslag ontvangende ouders vanwege de door hen betaalde eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021.

Artikel 5b

Recht op een tegemoetkoming op grond van deze paragraaf heeft de ouder die over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 kinderopvangtoeslag heeft ontvangen en de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang aan de houder, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, heeft betaald.

Artikel 5c

1.

De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule:

A = (B * C * (100% D))

waarna:

A * (Xa+Xb+Xc) = Y_KS

Hierbij staat:

A voor de eigen bijdrage per maand per soort kinderopvang per kind;

B voor het aantal toegekende uren opvang per maand per soort kinderopvang per kind, met een maximum van 230 uur per maand voor alle soorten van kinderopvang, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de uren voor de opvangsoort met de hoogste maximum uurprijs (zie C) als eerste worden beschouwd;

C voor de maximum uurprijs per soort kinderopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de maximum uurprijs voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2020 en voor januari en februari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2021;

D voor het percentage kinderopvangtoeslag gerekend naar eerste kind of volgend kind, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kinderopvangtoeslag in samenhang met artikel 3 van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij het percentage voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2020 en voor januari en februari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2021;

X voor het deel van de maand waarop A van toepassing is: aantal dagen in december (maximaal 16/31 (Xa)) + aantal dagen in januari (maximaal 31/31 (Xb)) + aantal dagen in februari (maximaal 7/28 (Xc));

Y_KS voor de hoogte van de tegemoetkoming per soort kinderopvang per kind per deelperiode.

De totale hoogte van de tegemoetkoming is de som van alle bedragen per soort kinderopvang per kind per deelperiode.

2. De hoogte van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euros.

Artikel 5d

1. De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5c, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 21 februari 2021.

2. Voor de ouder aan wie na 21 februari 2021 over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 voor het eerst of voor een of meer volgende kinderen kinderopvangtoeslag is toegekend, zijn in afwijking van het eerste lid de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op een bij ministeriële regeling vastgestelde datum bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming.

Paragraaf 3a. Derde sluitingsperiode

Artikel 5e

Het doel van deze paragraaf is het voorzien in een wettelijke grondslag voor het verstrekken van een tegemoetkoming aan kinderopvangtoeslag ontvangende ouders vanwege de door hen betaalde eigen bijdrage in de kosten voor de buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang over de periode van 21 december 2021 tot en met 9 januari 2022.

Artikel 5f

Recht op een tegemoetkoming op grond van deze paragraaf heeft de ouder die over de periode van 21 december 2021 tot en met 9 januari 2022 kinderopvangtoeslag heeft ontvangen voor buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang aan de houder, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, heeft betaald.

Artikel 5g

1.

De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule:

A = (B * C * (100% D))

waarna:

A * (Xa+Xb) = Y_KS

Hierbij staat:

A voor de eigen bijdrage per maand per kind;

B voor het aantal toegekende uren opvang per maand per kind, met een maximum van 230 uur per maand, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag;

C voor de maximum uurprijs, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de maximum uurprijs voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2021 en voor januari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2022;

D voor het percentage kinderopvangtoeslag gerekend naar eerste kind of volgend kind, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kinderopvangtoeslag in samenhang met artikel 3 van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij het percentage voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2021 en voor januari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2022;

X voor het deel van de maand waarop A van toepassing is: aantal dagen in december (maximaal 11/31 (Xa)) + aantal dagen in januari (maximaal 9/31 (Xb));

Y_KS voor de hoogte van de tegemoetkoming per kind per deelperiode.

De totale hoogte van de tegemoetkoming is de som van alle bedragen per kind per deelperiode.

2. De hoogte van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euros.

Artikel 5h

De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5g, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 1 mei 2022.

Paragraaf 3b. Additionele tegemoetkoming eerste en tweede sluitingsperiode

Artikel 5i

1.

De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt eveneens verstrekt aan de ouder, bedoeld in dat lid, of de rechthebbende krachtens artikel 3, tweede lid, aan wie over de periode van 16 maart 2020 tot en met 7 juni 2020:

a. a. voor 1 mei 2022 reeds een tegemoetkoming is toegekend en de gegevens, bedoeld in artikel 5k, leiden tot een hogere tegemoetkoming; of b. b. voor het eerst kinderopvangtoeslag is toegekend na de krachtens artikel 8, eerste lid, in afwijking van de in artikel 5 vastgestelde datum.

2.

De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5b, wordt eveneens verstrekt aan de in dat artikel bedoelde ouder aan wie over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 voor dagopvang of gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, dan wel tot en met 18 april 2021 voor buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang:

a. a. voor 1 mei 2022 reeds een tegemoetkoming is toegekend en de gegevens, bedoeld in artikel 5k, leiden tot een hogere tegemoetkoming; of b. b. voor het eerst kinderopvangtoeslag is toegekend na de krachtens artikel 5d, tweede lid, vastgestelde datum.

Artikel 5j

1. Op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5i zijn de artikelen 4 of 5c en de krachtens artikel 8, eerste lid, gestelde regels over de formules van overeenkomstige toepassing.

2. Indien sprake is van een hogere tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5i wordt de eerdere vaststelling van de tegemoetkoming verrekend met de nieuwe vaststelling.

Artikel 5k

1. De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5j, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 1 mei 2022.

2.

In afwijking van het eerste lid zijn de gegevens zoals uiterlijk op 1 juli 2022 verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen of op grond van artikel 18 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ambtshalve bepaald of ambtshalve herzien door de Belastingdienst/Toeslagen, bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming voor de ouder:

a. a. die in de periode van 22 februari 2022 tot en met 30 april 2022 een wijziging aan de Belastingdienst/Toeslagen heeft doorgegeven van diens uren opvang of het krachtens artikel 1.8, tweede lid, van de Wet kinderopvang geldende toetsingsinkomen over de periode, bedoeld in artikel 5i, tweede lid, aanhef; en b. b. voor wie het bedrag van de eerste of hogere tegemoetkoming over die periode op basis van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ten minste € 500 bedraagt.

Paragraaf 4. Overige bepalingen

Artikel 6

1. Onze Minister van Financiën stelt op basis van de gegevens van de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming vast.

2. Dit besluit wordt uitgevoerd namens Onze Minister van Financiën door de SVB en de Belastingdienst/Toeslagen.

3. Het nemen van beschikkingen ter vaststelling van de tegemoetkoming en het informeren van ouders over het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming is opgedragen aan de SVB.

4. De uitvoering voor zover het betreft het beslissen op bezwaarschriften en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, dan wel het afzien van hoger beroep, is opgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen.

5. De Belastingdienst/Toeslagen kan zijn bevoegdheid vanwege de uitvoering, bedoeld in het vierde lid, mandateren.

Artikel 7

1.

De Belastingdienst/Toeslagen levert voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 6, derde lid, aan de SVB de volgende gegevens per rechthebbende ouder:

a. a. burgerservicenummer van de ouder en kind(eren); b. b. International Bank Account Number (IBAN) waarop de kinderopvangtoeslag wordt uitbetaald; en c. c. de waarden uit de formule, bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 5c, eerste lid, artikel 5g, eerste lid, of artikel 5j, eerste lid; d. d. het krachtens artikel 1.8, tweede lid, van de Wet kinderopvang geldende toetsingsinkomen; en e. e. het verschil tussen de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5j, eerste lid, en de reeds vastgestelde tegemoetkoming, bedoeld in de artikelen 3 en 5b.

2. Het eerste lid, onderdelen a, c, d en e, is van overeenkomstige toepassing op gegevens over de ouder, bedoeld in artikel 3, eerste lid, of 5b, aan wie geen tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5i wordt toegekend.

3. De Belastingdienst/Toeslagen ontvangt ter uitvoering van zijn taak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, alle voor die taak noodzakelijke gegevens van de SVB.

Artikel 8

1. Bij ministeriële regeling kan de periode, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 respectievelijk 5a tot en met 5c, worden verlengd, en kunnen nadere regels worden gesteld, waarbij kan worden afgeweken van artikel 5 respectievelijk artikel 5d en het van rechtswege vaststellen van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 6.

2. Bij het verlengen van de periode en het stellen van nadere regels kan onderscheid worden gemaakt naar soort kinderopvang.

Artikel 8a

1. Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan dit besluit en de krachtens dit besluit door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te treffen regeling.

2. De SVB beheert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.

3.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv voorschotten op de rijksbijdrage op basis van de door de SVB geraamde kosten van:

a. a. de tegemoetkomingen, met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van de maand; en b. b. de uitvoering, met als valutadatum de vijftiende dag van de maand.

4. Onze Minister kan, na overleg met de SVB, van de in het derde lid, onderdelen a en b, bedoelde data afwijken.

5. De SVB brengt uiterlijk op 1 juni 2023 aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van dit besluit en de krachtens dit besluit gestelde regels, inclusief een controleverklaring opgesteld door de Auditdienst van de SVB.

6. Na goedkeuring van het verslag rekent Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot dit besluit en de krachtens dit besluit gestelde regels, af met als valutadatum 1 september 2023.

Artikel 9

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2020.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2023 met dien verstande dat het besluit zoals dat luidde op 30 juni 2023 van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van dit besluit.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO.