40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
3.6 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2011 | BWBR0030018 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-06-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0030018 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2011 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2011
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam in de functie van medeweker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving in dienst van de nationale politie, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
Artikel 4
De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent, kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012, omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien, korte wapenstok en pepperspray.
Artikel 5
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 75 personen per regionale eenheid als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 6
1. Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket waarbinnen het werkgebied van de buitengewoon opsporingsambtenaar gelegen is.
2. Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel 7
1.
Het Hoofd team Verkeer van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 6 bedoelde toezichthouders en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving van 16 december, nr. 5679797/Justis/10, wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2011 en vervalt met ingang van 1 juni 2016.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2011.