rijk/ministeriele-regeling/garantstellingsregeling-curatoren/BWBR0005819/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Garantstellingsregeling curatoren BWBR0005819 ministeriele-regeling geldend 1993-04-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005819 Garantstellingsregeling curatoren

Garantstellingsregeling curatoren

Artikel 1

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 138, lid 10, en 248, lid 10, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt, met gebruikmaking van de als bijlage bij dit besluit behorende vragenlijst, ingediend bij de Staatssecretaris van Justitie, door tussenkomst van de rechter-commissaris die het verzoek van zijn advies voorziet.

Artikel 2

Een verzoek als bedoeld in artikel 1 wordt afgewezen indien:

    1. daaruit niet blijkt dat de boedel ontoereikend is voor het instellen van een rechtsvordering of voor het instellen van een voorafgaand onderzoek daartoe, of
    1. het niet de gronden bevat waarop het berust, of
    1. het geen beredeneerde schatting bevat van de kosten en de omvang van het onderzoek, of
    1. het onvoldoende, kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens bevat, of
    1. daaruit blijkt dat de hoogte van de verzochte garantstelling in geen redelijke verhouding staat tot de hoogte van het, eventueel na een terzake ingesteld onderzoek, redelijkerwijs te verwachten bedrag dat door de inspanningen van de verzoeker kan worden verhaald.

Artikel 3

1. Een voorschot als bedoeld in de artikelen 138, lid 10, en 248, lid 10, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt in de vorm van een garantstelling ten behoeve van een door de curator bij een bankinstelling speciaal daartoe te openen rekening-courant.

2. De garantstelling wordt gegeven tot een bedrag, nodig voor het instellen van een rechtsvordering of voor het onderzoek naar de mogelijkheid daartoe. Onder het bedrag is begrepen een vergoeding voor de door de verzoeker aan de zaak te besteden tijd en voor zijn verschotten waaronder de proceskosten waarin hij mogelijk jegens de wederpartij wordt veroordeeld.

3. De vaststelling van de garantstelling geschiedt overeenkomstig de Richtlijn voor de vaststelling van salarissen en verschotten van curatoren in faillissementen en bewindvoerders in (voorlopige) surséances van betaling (welke laatstelijk is gepubliceerd als bijlage bij het Advocatenblad van 28 september 1990 no. 17, althans zoals deze geldt ten tijde van toepassing van de regeling).

4. In verband met de berekening van de garantstelling kunnen nadere gegevens of bewijsstukken van de verzoeker worden verlangd.

Artikel 4

1. Gedurende de looptijd van de garantstelling dient de verzoeker tenminste éénmaal per zes maanden verslag uit te brengen aan de Staatssecretaris van Justitie, door tussenkomst van de rechter-commissaris, omtrent de stand van zaken. Aan de hand van deze periodieke verslaggeving wordt besloten tot al dan niet voortzetting van de garantstelling. Een besluit om tot niet-voortzetting van de garantstelling over te gaan wordt eerst genomen nadat hierover met de rechter-commissaris overleg is gepleegd.

2. Na beëindiging van de werkzaamheden terzake waarvan de garantstelling is verleend, legt de verzoeker zo spoedig mogelijk (financiële) rekening en verantwoording af, welke aan de Staatssecretaris van Justitie ter goedkeuring dient te worden voorgelegd.

Artikel 5

Indien de procedure tot aansprakelijkstelling leidt tot baten voor de boedel dienen deze baten te worden aangewend, alvorens (verder) gebruik te maken van de verleende garantstelling, ter bestrijding van de kosten die voortvloeien uit het voortzetten van de procedure. Indien daarvan geen sprake is of, na voortzetting of beëindiging van de procedure, dient een eventueel overschot aan baten, ter delging van de debetstand op de rekening-courant te worden aangewend.

Artikel 6

1. Afschriften van beschikkingen, genomen op grond van het onderhavige besluit, worden gezonden aan de rechter-commissaris.

2. Beschikkingen, gegevens op grond van dit besluit, geschieden in de vorm van een brief waarin de gronden zijn opgenomen en waarin melding wordt gemaakt van de wijze en de termijn waarbinnen tegen de beschikking bezwaar kan worden gemaakt.

Artikel 7

1. Deze regeling wordt aangehaald als: de Garantstellingsregeling curatoren.

2. Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van de vijfde dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.