40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
10 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Handhavingsvoorschrift Rotterdam | BWBR0013408 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-02-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013408 | Handhavingsvoorschrift Rotterdam |
Handhavingsvoorschrift Rotterdam
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. De berekening van de geluidsbelasting geschiedt volgens de krachtens artikel 25g, eerste lid, van de Luchtvaartwet vastgestelde regels.
Hoofdstuk 2. Verzameling van gegevens
Artikel 2
1. De gegevens die nodig zijn voor de bepaling van de geluidsbelasting, zijn de in bijlage A en B bij deze regeling genoemde gegevens.
2. De Inspecteur-Generaal verzoekt de exploitant om de in het eerste lid bedoelde gegevens voor het Ke-verkeer ten minste per kwartaal en voor het bkl-verkeer ten minste over de eerste zes maanden van het gebruiksplanjaar en vervolgens over het derde en het vierde kwartaal van dat jaar te verstrekken. De Inspecteur-Generaal verzoekt de exploitant, indien dit naar zijn oordeel nodig is, deze gegevens met een hogere frequentie te verstrekken.
3. De Inspecteur-Generaal laat de radar- en vliegplangegevens voor het Ke-verkeer, genoemd in bijlage B bij deze regeling, in het FANOMOS-systeem opslaan en verwerken.
4. De Inspecteur-Generaal laat iedere werkdag een reservebestand van deze gegevens maken. Dit reservebestand wordt ten minste 5 jaar bewaard.
5. De Inspecteur-Generaal laat de radiotelefonie-gesprekken tussen de verkeersleiding en het stuurhutpersoneel 24 uur per dag registreren en ten minste drie maanden bewaren.
6. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van de in het tweede en derde lid genoemde gegevens aan de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 3
Indien blijkt dat de exploitant de in artikel 14 van het aanwijzingsbesluit bedoelde gegevens over het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein niet tijdig heeft verstrekt, vordert de Inspecteur-Generaal, binnen een door hem te bepalen termijn, dat de exploitant deze gegevens alsnog verstrekt.
Artikel 4
Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, dan wel artikel 14 van het aanwijzingsbesluit, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan binnen twee weken rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28.
Hoofdstuk 3. Toetsing van feitelijk gebruik aan gebruiksplan en geluids-zones
Artikel 5
1. Na afloop van elke periode zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, laat de Inspecteur-Generaal voor elk netwerkpunt de zich ontwikkelende geluidsbelasting en het verschil tussen de maximaal toelaatbare geluidsbelasting en de zich ontwikkelende geluidsbelasting respectievelijk de feitelijke geluidsbelasting berekenen.
2. De Inspecteur-Generaal rapporteert ten minste één keer per kwartaal aan de Minister over de zich ontwikkelende geluidsbelasting en de toetsing daarvan aan het verwachte gebruik van het luchtvaartterrein en aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, en zendt een afschrift van het rapport aan de Minister van VROM, de exploitant en de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 6
1. Indien blijkt dat de zich ontwikkelende Ke-geluidsbelasting in het eerste of tweede kwartaal van het gebruiksplanjaar of de zich ontwikkelende bkl-geluidsbelasting in het eerste half jaar van het gebruiksplanjaar in enig netwerkpunt de verwachte geluidsbelasting heeft overschreden met meer dan 50% van het verschil tussen de verwachte geluidsbelasting en de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, deelt de Inspecteur-Generaal aan de exploitant mee dat deze binnen vier weken een voorstel tot wijziging van het gebruiksplan aan de Minister dient te zenden.
2. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 7
1. Indien blijkt dat de zich ontwikkelende Ke of bkl geluidsbelasting in enig netwerkpunt hoger is dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, handelt de Inspecteur-Generaal overeenkomstig artikel 6.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval verzoekt de Inspecteur-Generaal aan de exploitant de in artikel 14 van het aanwijzingsbesluit bedoelde gegevens over het feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein maandelijks te verstrekken.
Artikel 8
Indien blijkt, dat op enig moment gedurende het gebruiksplanjaar in enig netwerkpunt de feitelijke geluidsbelasting groter is dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting stelt de Inspecteur-Generaal de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie-28.
Hoofdstuk 4. Toezicht op naleving gebruiksvoorschriften
Artikel 9
De Inspecteur-Generaal toetst of de periodes en tijdstippen waarop de vliegtuigbewegingen plaatsvinden niet in strijd zijn met de bepalingen en voorschriften die bij het aanwijzingsbesluit zijn gesteld.
Artikel 10
Indien het hoofd van de Hand-havingsdienst Luchtvaart constateert dat door de exploitant, de gezagvoerder of anderen niet is gehandeld conform de bepalingen en voorschriften in het aanwijzingsbesluit, onderzoekt de Inspecteur-Generaal de oorzaak daarvan, maakt hiervan binnen twee weken na het constateren van het voorval rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de Minister, de Minister van VROM, de exploitant en aan de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 11
Het rapport zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de aanwijzing wordt gezonden naar de Inspecteur-Generaal.
Artikel 12
1. De Inspecteur-Generaal toetst steekproefsgewijs, doch ten minste één keer per kwartaal, de vliegtuigbewegingen die hebben plaatsgevonden overeenkomstig artikel 8, 9, 10 en 11 van de aanwijzing.
2. Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, naast het in het eerste lid bedoelde toezicht, een specifieke controle uitvoeren op de vliegtuigbewegingen die hebben plaats gevonden overeenkomstig artikel 8, 9, 10 en 11 van de aanwijzing.
Artikel 13
1. De Inspecteur-Generaal houdt dagelijks toezicht, met behulp van het FANOMOS-systeem, op de uitvoering door de gezagvoerders van de aan hen opgedragen standaard-instrument-vertrekprocedure, bedoeld in artikel 13 van het aanwijzingsbesluit.
2. Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie-28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding, naast het in het eerste lid bedoelde toezicht, een specifieke controle uitvoeren op de in het eerste lid bedoelde uitvoering.
Artikel 14
1. Indien blijkt dat een gezagvoerder de hem opgedragen standaard-instrument-vertrekprocedure niet heeft uitgevoerd binnen het voor die procedure vastgestelde tolerantiegebied, bedoeld in artikel 13 van het aanwijzingsbesluit, kan de Inspecteur-Generaal de oorzaak daarvan onderzoeken.
2. Indien uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat van het tolerantiegebied is afgeweken zonder een daartoe strekkende opdracht van de LVNL-organisatie, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.
3. Indien uit het onderzoek blijkt dat van het tolerantiegebied is afgeweken in opdracht van de LVNL-organisatie, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan het bestuur van de LVNL-organisatie en in afschrift aan de exploitant en aan de voorzitter van de Commissie-28.
4. In verband met het in het eerste lid bedoelde onderzoek kan de Inspecteur-Generaal aan de LVNL-organisatie verzoeken om hem de registratie van de betreffende radiotelefonie gesprekken tussen de verkeersleiding en het stuurhutpersoneel te verstrekken.
Artikel 15
1. De Inspecteur-Generaal houdt steekproefsgewijs toezicht op de naleving van artikel 11 van het aanwijzingsbesluit.
2. Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, een specifieke controle laten uitvoeren op de in het eerste lid bedoelde naleving.
Artikel 16
1. De Inspecteur-Generaal houdt steekproefsgewijs, doch ten minste één keer per kwartaal, toezicht op de naleving van Richtlijn nr. 92/14/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 maart 1992, betreffende de beperking van de exploitatie van vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, Boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 2.
2. Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, een specifieke controle laten uitvoeren op de in het eerste lid bedoelde naleving.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 17
1. De Inspecteur-Generaal rapporteert jaarlijks binnen drie maanden na afloop van de periode waarop het gebruiksplan betrekking heeft aan de Minister over de opgetreden geluidsbelasting en de toetsing daarvan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, alsmede het gebruik van het luchtvaartterrein. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van het rapport aan de Minister van VROM, de exploitant en de voorzitter van de Commissie-28.
2.
De Inspecteur-Generaal rapporteert gelijktijdig met het in het eerste lid bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28 over:
a. a. het aantal gesignaleerde overtredingen van de bij het aanwijzingsbesluit gestelde voorschriften, overeenkomstig het hiervoor gestelde; b. b. het toezicht op de naleving van artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet; c. c. de wijze van afhandeling van vorenstaande punten.
De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van dit rapport aan de exploitant.
3. De Inspecteur-Generaal geeft met reden aan indien hij is afgeweken van een voorschrift uit dit handhavingsvoorschrift.
Artikel 18
Dit handhavingsvoorschrift is van overeenkomstige toepassing op de voorschriften van een krachtens artikel 25f van de Luchtvaartwet gegeven ontheffing.
Artikel 19
Dit handhavingsvoorschrift treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2001.
Artikel 20
Dit handhavingsvoorschrift wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift Rotterdam.