rijk/ministeriele-regeling/ijkregeling-gewichten/BWBR0009126/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

14 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
IJkregeling gewichten BWBR0009126 ministeriele-regeling geldend 1998-01-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009126 IJkregeling gewichten

IJkregeling gewichten

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De bepalingen van deze regeling moeten wat betreft gewichten in acht worden genomen bij:

a. a. het onderzoek tot toelating van een model; b. b. de keuring; c. c. de herkeuring; d. d. het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet; e. e. bij het toezicht.

Artikel 2a

Met de gewichten, die de in artikel 10, eerste lid, van de wet, bedoelde keuring hebben ondergaan, worden gelijkgesteld gewichten, die in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht en die door een gelijkwaardige, door die andere staat erkende instantie zijn gekeurd, mits bij die keuringen aan gelijkwaardige eisen is voldaan.

Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende gewichten voor gewone weging

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 3

De gewichten voor gewone weging zijn te onderscheiden in:

a. a. blokvormige gewichten van 5, 10, 20 en 50 kg; b. b. cilindrische gewichten van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 g en 1, 2, 5 en 10 kg; c. c. afgeknot-kegelvormige ijzeren gewichten van 1, 2, 5, 10, 20, 25 en 50 kg; d. d. ijzeren blokgewichten van 1, 2, 5, 10, 20, 25 en 50 kg; e. e. de koperen gewichten van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 g en 1, 2, 5, 10, 20 en 25 kg.

Artikel 4

De toegelaten afwijking van de op het gewicht aangegeven massa is vermeld in de onderstaande tabellen:

Artikel 5

De gewichten zijn, indien nodig, beschermd tegen corrosie door middel van een voor het doel geschikte deklaag die bestand is tegen slijtage en stoten.

Artikel 6

Artikel 11, tweede lid, van de wet is niet van toepassing op gewichten voor gewone weging.

Paragraaf 2. Blokvormige gewichten voor gewone weging van 5, 10, 20, en 50 kg

Artikel 7

Onverminderd hetgeen overigens in deze regeling is bepaald, zijn tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders is bepaald, op de blokvormige gewichten voor gewone weging van 5, 10, 20 en 50 kg de bijlagen I en II, met uitzondering van punten 7 en 8 van bijlage I, van toepassing, met dien verstande dat telkens wordt gelezen voor:

eerste EEG-ijk: keuring;

ijkmerk van eerste EEG-ijk: ijkmerk.

Artikel 8

In afwijking van punt 1.2.2 van bijlage I, behoeft de handgreep van gietijzer niet één geheel uit te maken met het gewicht.

Artikel 9

1. In afwijking van punt 6.1 van bijlage I geldt de tabel der maten in bijlage II alleen voor gewichten met een volumieke massa van 7400 kg/m³

2. Bij een volumieke massa van het gewicht tussen 6900 en 7800 kg/m³ mogen de geven afmetingen naar evenredigheid of alleen naar de hoogte van het gewicht aangepast worden aan de volmnieke massa.

Artikel 10

In afwijking van het gegeven in kolom B in de tabel der maten van bijlage II, geldt de waarde, als gegeven in onderstaande tabel:

Paragraaf 3. Cilindrische gewichten voor gewone weging van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 g en 1, 2, 5, en 10 kg

Artikel 11

Onverminderd hetgeen overigens in deze regeling is bepaald, zijn tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders is bepaald, op de cilindrische gewichten voor gewone weging van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200, 500 g en 1, 2, 5 en 10 kg de bijlagen III en IV, met uitzondering van de punten 7 en 8 van bijlage III, van toepassing, met dien verstande dat telkens wordt gelezen voor:

eerste EEG-ijk: keuring;

ijkmerk van eerste EEG-ijk: ijkmerk.

Artikel 12

In afwijking van het gegeven in kolom y in de tabel der maten van bijlage IV, geldt de waarde, als gegeven in onderstaande tabel:

Paragraaf 4. Afgeknot-kegelvormige ijzeren gewichten

Artikel 13

De afgeknot-kegelvormige ijzeren gewichten stemmen overeen met de tekening, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 14

De gewichten bestaan uit een romp van gietijzer met een opening, waarin een handvat van smeedijzer is vastgewigd en waarin zich het lood bevindt, waarmee het gewicht gejusteerd is.

Artikel 15

1. De romp heeft aan de bovenzijde een voorziening, bestemd voor het aanbrengen van de ijkmerken.

2. Deze voorziening mag, in afwijking van de in artikel 13 bedoelde tekening, naar beneden enigszins schuin toelopen, mits door een bijzondere voorziening het uitvallen van het lood wordt voorkomen.

Artikel 16

De massa is aangegeven door holle ingegoten cijfers en letters.

Artikel 17

Een weinig in het oog vallend fabrieksmerk is hol ingegoten.

Artikel 18

De hoogte j, zijnde de toegelaten hoogte onder het lood, waarover de opening niet gevuld is, is vermeld in onderstaande tabel:

Paragraaf 5. IJzeren blokgewichten

Artikel 19

De ijzeren blokgewichten stemmen overeen met de tekening, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel 20

De gewichten bestaan uit een romp van gietijzer en een handvat van smeedijzer.

Artikel 21

1. De romp heeft aan de bovenzijde een voorziening, bestemd voor het aanbrengen van de ijkmerken.

2. Deze voorziening mag, in afwijking van de in artikel 19 bedoelde tekening, naar beneden enigszins schuin toelopen, mits door een bijzondere voorziening het uitvallen van het lood wordt voorkomen.

Artikel 22

Ten behoeve van het justeren zijn aan de onderzijde twee openingen uitgespaard.

Artikel 23

De massa is aangegeven door holle ingegoten cijfers en letters.

Artikel 24

Een weinig in het oog vallend fabrieksmerk is hol ingegoten.

Artikel 25

De hoogte j, zijnde de toegelaten hoogte onder het lood, waarover de justeeropeningen niet gevuld zijn, is vermeld in de onderstaande tabel:

Paragraaf 6. Koperen gewichten

Artikel 26

De koperen gewichten stemmen overeen met de tekening, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Artikel 27

De gewichten zijn vervaardigd van geelkoper.

Artikel 28

1. In een voor het justeren bestemde, over de gehele hoogte van schroefdraad voorziene, opening is lood aangedreven.

2. Bij de keuring moet het onderste gedeelte van deze opening over ten minste de halve hoogte van de romp van het gewicht ongevuld zijn.

Artikel 29

De vermelding van de massa is in het bovenvlak van de romp van het gewicht gestempeld.

Artikel 30

Een weinig in het oog vallend fabrieksmerk is in het grondvlak van het gewicht gestempeld.

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende gewichten voor fijne weging

Paragraaf 1. Koperen gewichten van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 200, 200, en 500 g en van 1, 2, 5, 10, 20 en 25 kg

Artikel 31

De koperen gewichten stemmen overeen met de tekening, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 32

De gewichten zijn vervaardigd van geelkoper en mogen geplatineerd, verguld, verzilverd, verchroomd, vernikkeld of gevernist zijn.

Artikel 33

De knoppen van de gewichten van 5 gram of meer zijn afschroefbaar.

Artikel 34

Bij de keuring moet de hoogte van de niet gevulde ruimte onder de stift van de knop de justeeropening ten minste één derde van de romphoogte bedragen.

Artikel 35

1. De vermelding van de massa, uitgedrukt in een getal, gevolgd door het symbool g, is in het bovenvlak van de romp van het gewicht gestempeld.

2. Tegenover deze vermelding mag, op overeenkomstige wijze, de massa in metriekkaraat vermeld zijn door een getal, gevolgd door het symbool Kt of het symbool ct.

Artikel 36

Een weinig in het oog vallend fabrieksmerk is in het grondvlak van het

gewicht gestempeld.

Artikel 37

De toegelaten afwijking van de op het gewicht aangegeven massa is vermeld in de onderstaande tabellen:

Artikel 38

Artikel 11, tweede lid, van de wet is niet van toepassing op de in deze paragraaf bedoelde gewichten.

Paragraaf 2. Milligramgewichten van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200, 500 en 1000 mg

Artikel 39

De milligramgewichten stemmen overeen met de tekening, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

Artikel 40

1. De gewichten zijn vervaardigd van aluminium.

2. Gewichten van 10 mg of meer mogen van platina of goud vervaardigd zijn; in dat geval zijn de afmetingen zoveel kleiner als met de grotere volumieke massa van deze metalen in overeenstemming is.

Artikel 41

1. Het getal, aangevende de massa van het gewicht in milligram, is ingestempeld.

2. Onder het getal mag in de gewichten van 10 mg of meer, op overeenkomstige wijze, de massa in metriekkaraat zijn vermeld.

Artikel 42

De toegelaten afwijking van de op het gewicht aangegeven massa is vermeld in onderstaande tabel:

Artikel 43

Het bepaalde in artikel 11, tweede lid, van de wet is niet van toepassing op milligramgewichten.

Hoofdstuk 4. Bepalingen betrefende4 gewichten, bedoeld in artikel 1, onder C onder c, van het IJkreglement

Artikel 44

1. Op de gewichten, bedoeld in artikel 1, onder C, onder c, van het IJkreglement, is de vermelding van hun nominale massa duidelijk, ondubbelzinnig en gemakkelijk waarneembaar aangebracht, met dien verstande, dat die vermelding bij de gewichten in plaatvorm van 1000 mg en bij de gewichten met een nominale massa kleiner dan 1000 mg, mag geschieden in de vorm van een getal.

2. Bij de gewichten met een nominale massa kleiner dan 1 mg, kan die vermelding geheel achterwege blijven, indien op andere wijze van de nominale massa blijkt.

Artikel 45

Op de gewichten, bedoeld in artikel 44, met een nominale massa van 1 g of meer, met uitzondering van de gewichten in plaatvorm van 1000 mg, zijn voorts vermeld:

a. a. een weinig in het oog vallend fabrieksmerk; b. b. zo nodig, het gebruiksdoel, waarvoor de gewichten bij uitsluiting zijn bestemd; c. c. elke andere door de ijkinstelling noodzakelijk geachte aanduiding als aangegeven in de verklaring van toelating.

Artikel 46

De gewichten, bedoeld in artikel 44, met een nominale massa van 50 mg of meer dienen zodanig te zijn ingericht, dat de ijkmerken daarop kunnen worden aangebracht, met dien verstande, dat de gewichten in plaatvorm van 1000 mg en de gewichten met een nominale massa van 50 mg of meer, doch kleiner dan 1000 mg, slechts behoeven te zijn ingericht tot het aanbrengen van het eerste deel van het ijkmerk, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a, van het IJkreglement.

Artikel 47

1. Voor de gewichten voor gewone weging, bedoeld in artikel 44, waarvan de nominale massa niet kleiner is dan 1 g en niet groter dan 50 kg, zijn de maximaal toelaatbare afwijkingen gelijk aan die, welke voor gewichten van overeenkomstige nominale massa in artikel 4 van deze regeling zijn vastgesteld.

2.

Indien de nominale massa van zulke gewichten is gelegen tussen twee opeenvolgende waarden, genoemd in artikel 4, zijn de maximaal toelaatbare afwijkingen gelijk aan:

a. a. de afwijkingen, vastgesteld voor de kleinste van die twee waarden, indien de nominale massa niet groter is dan de helft van de som van die twee waarden; b. b. de afwijkingen, vastgesteld voor de grootste van die twee waarden, indien de nominale massa groter is dan de helft van de som van die twee waarden.

Artikel 48

Voor de gewichten voor gewone weging, bedoeld in artikel 44, waarvan de nominale massa groter is dan 50 kg, zijn de maximaal toelaatbare afwijkingen:

a. a. bij de keuring: van 0 tot + 0,16 ^o/_oo van de nominale massa; b. b. bij de herkeuring, het onderzoek bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en het toezicht: van -0,16 tot +0,16 ^o/_oo van de nominale massa.

Artikel 49

1. Voor de gewichten voor fijne weging, bedoeld in artikel 44, waarvan de nominale massa niet kleiner is dan 1 mg en niet groter dan 25 kg, zijn de maximaal toelaatbare afwijkingen gelijk aan die, welke voor gewichten van overeenkomstige nominale massa in de artikelen 37 en 42 zijn vastgesteld.

2.

Indien de nominale massa van zulke gewichten is gelegen tussen twee opeenvolgende waarden, genoemd in artikel 37 en 42, zijn de maximaal toelaatbare afwijkingen gelijk aan:

a. a. de afwijkingen, vastgesteld voor de kleinste van die twee waarden, indien de nominale massa niet groter is dan de helft van de som van die twee waarden; b. b. de afwijkingen, vastgesteld voor de grootste van die twee waarden, indien de nominale massa groter is dan de helft van de som van die twee waarden.

Artikel 50

Voor de gewichten voor fijne weging, bedoeld in artikel 44, waarvan de nominale massa kleiner is dan 1 mg, onderscheidenlijk de nominale massa groter is dan 25 kg, zijn de maximaal toelaatbare afwijkingen:

a. a. bij de keuring: van 0 tot +10% van de nominale massa, onderscheidenlijk van 0 tot +0,016 ^o/_oo van de nominale massa; b. b. bij de herkeuring, het onderzoek bedoeld in artikel 16 van de wet en het toezicht: van -5 tot +10% van de nominale massa, onderscheidenlijk van 0 tot +0,016 ^o/_oo van de nominale massa.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 51

In afwijking van het bepaalde in de hoofdstukken 2 tot en met 4 geldt dat gewichten, die

a. a. zijn vervaardigd overeenkomstig een toegelaten model dat is onderzocht overeenkomstig de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989, of b. b. voor 1 mei 1989 zijn aangewezen krachtens artikel 11, derde lid, van de wet en zijn goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989, bij de keuring, de herkeuring, het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en het toezicht moeten voldoen aan de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989.

Artikel 52

De bijlagen, bedoeld in de artikelen 13, 19, 26, 31 en 39 liggen ter inzage bij de ijkinstelling.

Artikel 53

Na de inwerkingtreding van deze regeling behoren de in de artikelen 13, 19, 26, 31 en 39 van de IJkregeling gewichten (Stcrt. 1989, 83) bedoelde bijlagen bij deze regeling en berusten de krachtens de IJkregeling gewichten (Strct. 1989, 83) vastgestelde besluiten op deze regeling.

Artikel 54

De IJkregeling gewichten (Strct. 1989, 83) wordt ingetrokken.

Artikel 55

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 56

Deze regeling kan worden aangehaald als: IJkregeling gewichten.