rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-beoordelingscommissie-incidentele-middelen-voor-leerlingendal/BWBR0043648/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.4 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit beoordelingscommissie incidentele middelen voor leerlingendaling in het vo BWBR0043648 ministeriele-regeling geldend 2020-06-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043648 Instellingsbesluit beoordelingscommissie incidentele middelen voor leerlingendaling in het vo

Instellingsbesluit beoordelingscommissie incidentele middelen voor leerlingendaling in het vo

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • commissie: beoordelingscommissie als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
  • minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
  • regeling: Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020.

Artikel 2

1. Er is een beoordelingscommissie incidentele middelen voor leerlingendaling in het voortgezet onderwijs.

2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 15 juni 2020 en wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2025.

3.

De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over:

a. a. de beoordeling van de subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling op basis van het beoordelingskader, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van de regeling; b. b. de rangschikking van de subsidieaanvragen die voldoen aan de criteria in het beoordelingskader, bedoeld onder a, volgens de voorschriften, bedoeld in artikel 3.6 van de regeling; c. c. de subsidieverlening, bedoeld in artikel 3.9 van de regeling; d. d. de tussenrapportages van de deelnemende regios, indien de minister daaraan behoefte heeft; en e. e. de tussenrapportages en eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en uitvoering van de plannen monitort en evalueert, indien de minister daaraan behoefte heeft.

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste negen overige leden.

2. De leden worden door de minister benoemd en, in voorkomend geval, door de minister geschorst of tussentijds ontslagen.

3. De benoeming geschiedt voor de duur dat de commissie is ingesteld.

4. Een lid neemt niet deel aan de beoordeling of advisering over een subsidieaanvraag, indien het de beoordeling van of het advies over een aanvraag betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.

5.

Een lid kan worden geschorst of tussentijds worden ontslagen indien:

a. a. daarom door de betreffende persoon is verzocht; b. b. het functioneren van het lid daartoe aanleiding geeft; of c. c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van het lid niet gewaarborgd is.

6. Bij tussentijds ontslag van de voorzitter kan de minister een andere voorzitter benoemen.

7. Bij tussentijds ontslag van een overig lid kan de minister een ander lid benoemen.

Artikel 4

Tot lid van de commissie worden benoemd:

a. a. de heer A. Peltekian, tevens voorzitter; b. b. de heer D. van Bennekom; c. c. mevrouw B. Bock; d. d. de heer K. Pit; e. e. mevrouw M. Besselink; f. f. mevrouw Y. Ulenaers; g. g. de heer H. Verschoor; h. h. de heer A. van der Meij; i. i. mevrouw K. Strauss; en j. j. de heer H. van der Molen.

Artikel 5

1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

3. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen laten bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 7

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 8

1. De voorzitter en de overige leden ontvangen voor de periode waarin dit besluit van toepassing is per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en deze vergoeding het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag niet overschrijdt. Twee of meer vergaderingen per dag worden als één vergadering beschouwd.

2. De vergoeding per vergadering van de leden bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van de CAO Rijk.

3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de overige leden van de commissie is toegekend.

4. Voor de periode van 1 april 2021 tot 1 september 2021 ontvangen de commissieleden, met uitzondering van de voorzitter, een vaste vergoeding per maand in plaats van een vergoeding per vergadering. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de overige leden is het maximum van salarisschaal 18 van de cao Rijk. De deeltijdfactor hiervoor bedraagt 0,17 van een volledige taakvergoeding indien sprake is van maximaal 10 te beoordelen subsidieaanvragen per commissielid en 0,25 indien sprake is van 11 tot 15 te beoordelen subsidieaanvragen per commissielid.

Artikel 9

De kosten van de commissie komen, voor zover vooraf goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen.

Artikel 10

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 11

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 12

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

2. Dit besluit vervalt per 1 augustus 2025.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit beoordelingscommissie incidentele middelen voor leerlingendaling in het vo.