rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-commissie-modernisering-opsporingsonderzoek-in-het-digitale-t/BWBR0039770/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

103 lines
3.4 KiB
Markdown
Raw Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Instellingsbesluit Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale
tijdperk
bwb_id: BWBR0039770
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2017-07-13'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0039770
citeertitel: Instellingsbesluit Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het
digitale tijdperk
---
# Instellingsbesluit Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*Ministers:* de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming;
b. b.
*commissie:* de commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
### Artikel 2
**1.** Er is een commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk.
**2.** De commissie heeft tot taak de Ministers te adviseren over de opdracht als gevoegd in de bijlage, inzake de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.
### Artikel 3
**1.**
De commissie bestaat uit de volgende leden:
a. a.
dhr. prof. dr. E.J. Koops, voorzitter;
b. b.
dhr. mr. R.J. Verbeek, secretaris;
c. c.
dhr. mr. dr. B.W. Schermer;
d. d.
mevr. mr. M.J. Grapperhaus;
e. e.
dhr. mr. A. Kuijer;
f. f.
mevr. mr. D. van der Ven-Laheij;
g. g.
mevr. mr. A.M. van Hoorn;
h. h.
dhr. mr. T. Dieben;
i. i.
mevr. mr. E. van den Bosch;
j. j.
dhr. mr. M. Goos;
k. k.
mevr. mr. M. Viersma;
l. l.
dhr. drs. M. van Barneveld;
m. m.
dhr. mr. E. Gilissen;
n. n.
dhr. mr. F.J.E. Krips;
o. o.
dhr. mr. M. Zoetekouw;
p. p.
dhr. mr. P.C. Verloop;
q. q.
dhr. mr. E. Franken.
**2.** De benoeming van de leden geschiedt voor de duur van de commissie.
**3.** Bij tussentijds vertrek van een lid kunnen de Ministers een ander lid benoemen.
### Artikel 4
**1.** De commissie wordt ingesteld voor de periode van1 juni 2017 tot 1 mei 2018
**2.** De instellingsduur van de commissie kan eenmaal verlengd worden.
**3.** De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
### Artikel 5
De voorzitter van de Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk ontvangt een vaste vergoeding, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,2 (1 dag per week).
### Artikel 6
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de eventuele bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
### Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2017.
### Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk.
## Bijlage . Opdracht Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk juni 2017
Het doel van de advisering door de commissie is te bezien of de wettelijke regeling van het opsporingsonderzoek, zoals neergelegd in het concept-wetsvoorstel ter vaststelling van Boek 2 van het Wetboek van Strafvordering, voldoet, of bijstelling dan wel aanvulling behoeft in het licht van de volgende vragen: