rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-commissie-werken-in-de-zorg/BWBR0041176/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7.7 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Commissie Werken in de Zorg BWBR0041176 ministeriele-regeling geldend 2018-08-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041176 Instellingsbesluit Commissie Werken in de Zorg

Instellingsbesluit Commissie Werken in de Zorg

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *Minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. b.

    *bewindspersonen:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister voor Medische Zorg en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

c. c.

    *commissie:* commissie, bedoeld in artikel 2;

d. d.

    *programma:* het actieprogramma Werken in de Zorg.

Artikel 2

1. Er is een Commissie Werken in de Zorg (verder: commissie).

2.

De commissie heeft als taak de kwaliteit en voortgang van de regionale arbeidsmarktaanpak te stimuleren. In verband daarmee vervult de commissie de volgende taken:

a. a.

      Stimuleren van het leren van regios over de aanpak van de arbeidsmarktknelpunten. Daartoe:
    
      
        i.
        Gaat de commissie met bestuurlijke vertegenwoordigers van regios in gesprek over de lessen die zij trekken vanuit de afgelopen periode waarin de zorg vanwege het Corona-virus onder enorme druk is komen te staan en hoe deze bij kunnen dragen aan het verbeteren van de arbeidsmarktaanpak. Daarnaast betrekt de commissie ook andere stakeholders.
      
      
        ii.
        Adviseert de commissie de regios in algemene zin (niet per regio) over verbetermogelijkheden in de arbeidsmarktaanpak, naar aanleiding van de onder i. genoemde gesprekken.

i. i. Gaat de commissie met bestuurlijke vertegenwoordigers van regios in gesprek over de lessen die zij trekken vanuit de afgelopen periode waarin de zorg vanwege het Corona-virus onder enorme druk is komen te staan en hoe deze bij kunnen dragen aan het verbeteren van de arbeidsmarktaanpak. Daarnaast betrekt de commissie ook andere stakeholders. ii. ii. Adviseert de commissie de regios in algemene zin (niet per regio) over verbetermogelijkheden in de arbeidsmarktaanpak, naar aanleiding van de onder i. genoemde gesprekken. b. b.

      Rapporteren aan de minister over de mogelijkheden voor VWS en andere (landelijke) stakeholders om de impact van de arbeidsmarktaanpak te vergroten, zowel op landelijk als regionaal niveau.
    
      
        i.
        Uiterlijk 1 november 2020 ontvangt de minister de rapportages over de prioritaire themas: behoud, medewerkersbetrokkenheid en onderwijsvernieuwing.
      
      
        ii.
        Een overkoepelende rapportage ontvangt de minister vóór 1 december 2020. Naast de genoemde prioritaire themas zal deze rapportage in ieder geval ook ingaan op innovatie en op anders besturen.
      
      
        iii.
        Over de precieze aanpak en focus voor 2021 worden uiterlijk begin 2021 nadere afspraken gemaakt.

i. i. Uiterlijk 1 november 2020 ontvangt de minister de rapportages over de prioritaire themas: behoud, medewerkersbetrokkenheid en onderwijsvernieuwing. ii. ii. Een overkoepelende rapportage ontvangt de minister vóór 1 december 2020. Naast de genoemde prioritaire themas zal deze rapportage in ieder geval ook ingaan op innovatie en op anders besturen. iii. iii. Over de precieze aanpak en focus voor 2021 worden uiterlijk begin 2021 nadere afspraken gemaakt. c. c. Gedurende de uitvoering van het programma laten evalueren van de uitvoering van het programma. Daartoe doet de commissie de bewindspersonen uiterlijk 1 mei 2019 een voorstel voor de periodieke evaluatie van de uitvoering van het programma gedurende de looptijd en voert regie op de uitvoering van de beleidsevaluatie.

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en vier andere leden.

2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.

5. De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Minister.

Artikel 4

b. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 augustus 2018 en wordt opgeheven per 1 januari 2022.

Artikel 5

1.

Met ingang van 1 augustus 2018 worden voor de periode van 1 augustus 2018 tot en met 31 december 2021 tot lid van de commissie benoemd:

a. a. de heer D. Terpstra te Acquoy, tevens voorzitter; b. b. de heer P. van Driel te Breda; c. c. mevrouw M. ten Hoonte te Zwolle; d. d. de heer P. Rullmann te Haarlem; e. e. mevrouw A. Schouten te Heerhugowaard.

Artikel 6

1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

3. De commissie voorziet zelf in haar secretariaat.

Artikel 7

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8

De commissie verstrekt aan de bewindspersonen desgevraagd de door hen gewenste inlichtingen. De bewindspersonen kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 9

De voorzitter en de andere leden ontvangen een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. De arbeidsduurfactor is voor de voorzitter 7,2/36, voor de leden genoemd in artikel 5, onder b en d, 5,5/36 en voor de leden genoemd in artikel 5, onder c en e 2,5/36.

Artikel 10

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, en b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

Artikel 11

De commissie biedt de bewindspersonen uiterlijk 1 december 2021 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

Artikel 12

1. De adviezen aan de regio worden door de commissie niet openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de bestuurlijke vertegenwoordigers van de partijen in de regio's en aan de bewindspersonen overgedragen.

2. Overige rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de bewindspersonen uitgebracht of overgedragen.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Macro Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2018.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Werken in de Zorg.