rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-taskforce-zeeland/BWBR0026189/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.8 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Taskforce Zeeland BWBR0026189 ministeriele-regeling geldend 2009-08-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0026189 Instellingsbesluit Taskforce Zeeland

Instellingsbesluit Taskforce Zeeland

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

b. b.

    *commissie:* de commissie bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een commissie Taskforce Zeeland.

2. De commissie komt met adviezen over hoe de lokale onderwijspartijen, bedrijfsleven en lokale overheden gezamenlijk bestuurlijk en organisatorisch kunnen bijdragen aan een kwalitatief en kwantitatief voldoende en duurzaam onderwijsaanbod in de Zeeuwse regio en Zuidwest Nederland. Onderwijskwaliteit, toegankelijkheid/deelname mogelijkheden, doelmatigheid en de financiële bedrijfsvoering blijven hierbij voor langere termijn duurzaam op orde. Creatieve allianties binnen en buiten de provinciale grenzen zijn hierbij nadrukkelijk aan de orde.

3. De commissie komt met het oog daarop tot een goed onderbouwd inzicht in de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen voor het VMBO/MBO, HO en WO in de regio, en hanteert hierbij ook de strategische documenten die vanuit de lokale partijen voorhanden zijn.

4. Geeft advies over de wijze waarop de lokale partijen kunnen komen tot de gewenste situatie.

5. Geeft een tijdpad en kostenraming t.a.v. de implementatie van de gewenste situatie.

6. Komt met een voorstel voor de realisering van de geschetste visie en wie daar als kartrekken kan acteren.

7. Komt met een voorstel hoe de lokale partijen duurzaam gecommitteerd worden en ook blijven bij de verwezenlijking van de aanbevelingen en adviezen.

Artikel 3

De commissie wordt ingesteld met ingang van heden en wordt uiterlijk opgeheven per 1 maart 2010.

Artikel 4

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

Mr. E. dHondt, voorzitter

Prof. dr. V. Frissen

drs. E.P.J. Lemkes-Straver

Ir. H. de Goeij

2. De commissie draagt zorg voor een eigen ondersteuning.

3. Ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Provincie Zeeland zijn toehoorder bij de commissie.

4. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast binnen de kaders van dit instellingsbesluit.

2. De commissie of een deel van de commissie overlegt periodiek met de opdrachtgever en vertegenwoordigers van OCW.

Artikel 7

De commissie brengt uiterlijk 15 november 2009 een rapport uit met adviezen waaruit de lokale (onderwijs)bestuurders kunnen putten om hun bestuurlijke verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat er voldoende kwalitatief onderwijs in de regio is, gestand te doen

Artikel 8

1. De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.

2. De vergoeding per vergadering van de leden van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

4. De voorzitter en andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Artikel 9

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen; b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigen; c. c. de kosten voor publicatie van de notitie.

Artikel 10

De commissie biedt de minister een rapport aan waaruit blijkt dat zij aan haar taak zoals genoemd in artikel 2 heeft voldaan.

Artikel 11

Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 12

De notitie die door de commissie wordt vervaardigd wordt niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister en de Commissaris van de Koningin van Zeeland uitgebracht.

Artikel 13

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectueel eigendom.

Artikel 14

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Hoger Onderwijs en Studiefinanciering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 15

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 maart 2010.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Taskforce Zeeland.