rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-tijdelijke-adviescommissie-regionaal-investeringsfonds-mbo/BWBR0041860/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.8 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo BWBR0041860 ministeriele-regeling geldend 2019-01-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041860 Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo

Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • commissie: Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 2

1. Er is een Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo.

2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 januari 2019 en wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2028.

3. Leden van de commissie zijn ook na 1 januari 2028 te consulteren door de Minister in verband met de rechten en plichten die voortvloeien uit de in artikel 3 genoemde taken van de commissie.

Artikel 3

1.

De commissie is belast met:

a. a. het beoordelen van de subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 21 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022, en het adviseren van de Minister hierover; b. b. het beoordelen van de voortgangsrapportages, bedoeld in artikel 22 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022, en het adviseren van de Minister hierover; en c. c. de overige taken die haar zijn opgedragen op grond van de paragrafen 3 en 4 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022.

2.

De commissie brengt het advies, bedoeld in het eerste lid, onder a, uit binnen dertien weken na afloop van elke aanvraagperiode als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022. Dit advies bevat:

a. a. voor iedere aanvraag een beoordeling per criterium, bedoeld in artikel 21, derde of vierde lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022, als voldoende of als onvoldoende; b. b. een rangschikking van de als voldoende beoordeelde aanvragen, bedoeld in artikel 23 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022; en c. c. een draagkrachtige motivering per beoordeling.

3.

De commissie brengt het advies, bedoeld in het eerste lid, onder b, uit binnen de termijn, genoemd in artikel 28, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022. Dit advies bevat:

a. a. voor iedere voortgangsrapportage een beoordeling als bedoeld in artikel 22, derde en vierde lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022; b. b. voor iedere voortgangsrapportage de onderwerpen, genoemd in artikel 22, vijfde lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022; en c. c. indien toepassing wordt gegeven aan artikel 22, vijfde lid, onderdeel c, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022, een draagkrachtige motivering bij het advies.

4. De commissie brengt per kalenderjaar een verslag uit over de wijze waarop de beoordelingen van de subsidieaanvragen en voortgangsrapportages hebben plaatsgevonden.

Artikel 4

1. De commissie is belast met het beoordelen van de subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 19 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20242027, en het adviseren van de Minister hierover.

2.

De commissie brengt het advies, bedoeld in het eerste lid, uit binnen dertien weken na afloop van elke aanvraagperiode als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20242027. Dit advies bevat:

a. a. voor iedere aanvraag een beoordeling per criterium, bedoeld in artikel 19, derde of vierde lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20242027, als voldoende of als onvoldoende; b. b. een rangschikking van de voldoende beoordeelde aanvragen, bedoeld in artikel 20 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20242027; en c. c. een draagkrachtige motivering per beoordeling.

3. De commissie brengt per kalenderjaar een verslag uit over de wijze waarop de beoordelingen van de subsidieaanvragen hebben plaatsgevonden.

Artikel 5

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste acht andere leden.

2. De voorzitter en de overige leden worden door de Minister benoemd en, in voorkomend geval, geschorst of tussentijds ontslagen.

3.

De voorzitter of een ander lid kan worden geschorst of tussentijds ontslagen indien:

a. a. daarom door de betreffende persoon is verzocht; b. b. het functioneren van de voorzitter of het lid daartoe aanleiding geeft; of c. c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of het lid niet gewaarborgd is.

4. Bij tussentijds ontslag van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.

5. Een lid neemt niet deel aan de beoordeling van of advisering over een subsidieaanvraag, indien het de beoordeling van of het advies over een aanvraag betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.

Artikel 6

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. de heer E. Berends te Haarlem, tevens voorzitter; b. b. de heer bc. P. Dirckx te Wessem; c. c. mevrouw dr. M.J.M. van den Berg te Rotterdam; d. d. mevrouw M. Wagner te Zandvoort; e. e. mevrouw C.M.C. van Berkel te Rotterdam; f. f. de heer P.W. van Amersfoort te Amsterdam; g. g. de heer H.A. Lukken te Assen; en h. h. de heer J.A.L.M. van Erp te s-Hertogenbosch.

Artikel 7

1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

3. In het secretariaat wordt voorzien door de Minister.

Artikel 8

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich, na toestemming van de Minister, door andere personen doen bijstaan, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 9

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 10

1. De vergoeding van de voorzitter van de commissie bedraagt € 362,22 per dagdeel.

2. De vergoeding van de overige leden bedraagt € 331, per dagdeel.

3.

Een commissielid ontvangt de volgende vergoeding:

a. a. voor het beoordelen van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 21 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022 of artikel 19 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20242027:

        1°.
        twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
      
      
        2°.
        één dagdeel voor het bijwonen van de mondelinge toelichting, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022 of artikel 19, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20242027,
        blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;

1°. 1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en 2°. 2°. één dagdeel voor het bijwonen van de mondelinge toelichting, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022 of artikel 19, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20242027, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden; b. b. voor het beoordelen van een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 22 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022:

        1°.
        twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
      
      
        2°.
        één dagdeel voor het bijwonen van het gesprek of het bezoek aan het project, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022,
        blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;

1°. 1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en 2°. 2°. één dagdeel voor het bijwonen van het gesprek of het bezoek aan het project, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 20192022, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden; c. c. per aanvraagperiode één dagdeel voor het uitbrengen van advies aan de Minister.

4. Naast de vergoeding in het derde lid, kan de voorzitter in overleg met het ministerie ten hoogste twee dagdelen per commissielid reserveren voor werkzaamheden van de commissie betreffende voorbereiding en evaluatie.

Artikel 11

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning.

Artikel 12

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Middelbaar Beroepsonderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2028.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo.