40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Wetenschappelijke Expertgroep Masterplan Basisvaardigheden 2026 | BWBR0052316 | ministeriele-regeling | geldend | 2026-02-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0052316 | Instellingsbesluit Wetenschappelijke Expertgroep Masterplan Basisvaardigheden 2026 |
Instellingsbesluit Wetenschappelijke Expertgroep Masterplan Basisvaardigheden 2026
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. b.
*expertgroep:* Wetenschappelijke Expertgroep Masterplan Basisvaardigheden, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Wetenschappelijke Expertgroep Masterplan Basisvaardigheden
2.
De expertgroep heeft tot taak het:
a. a. adviseren van de minister over (deel)onderzoeken die worden opgezet voor de evaluatie van het Masterplan Basisvaardigheden; b. b. bijdragen aan het valideren en opzetten van de (deel)onderzoeken voor de evaluatie van het Masterplan Basisvaardigheden; c. c. adviseren van de minister over de onderzoeksresultaten van de uitgevoerde (deel)onderzoeken voor de evaluatie van het Masterplan Basisvaardigheden.
Artikel 3
1. De expertgroep bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
3. De benoeming geschiedt voor de duur van de expertgroep.
4. De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of wegens andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
5. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
Artikel 4
Voor de duur van de expertgroep worden tot lid van de expertgroep benoemd:
○ ○ mevrouw J. Bolhaar, afdelingshoofd Arbeid, Onderwijs en Innovatie bij het CPB en hoogleraar aan de Erasmus School of Economics, tevens voorzitter; ○ ○ de heer T. Bol, universitair hoofddocent sociologie, UvA; ○ ○ de heer R. Daas, universitair docent pedagogische- en onderwijswetenschappen, UvA; ○ ○ mevrouw M. Ehren, hoogleraar onderwijswetenschappen, VU; ○ ○ de heer T. van Huizen, universitair hoofddocent onderwijseconomie en vroegkinderlijke ontwikkeling, UU; ○ ○ mevrouw T. Schils, hoogleraar Onderwijseconomie Universiteit van Maastricht; en ○ ○ mevrouw J. Voogt, hoogleraar onderwijswetenschappen, UvA.
Artikel 5
1. De expertgroep wordt ingesteld met ingang van 1 april 2025.
2. De expertgroep wordt opgeheven met ingang van de dag na de datum van indiening van het eindverslag, bedoeld in artikel 7, derde lid.
Artikel 6
1. De minister voorziet in een secretaris en een plaatsvervangend secretaris voor de expertgroep.
2. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris zijn geen lid van de expertgroep en zijn voor de uitvoering van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de expertgroep.
Artikel 7
1. De expertgroep stelt zijn eigen werkwijze vast.
2. De expertgroep stelt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
3. De expertgroep verantwoordt zijn werkwijze in een eindverslag. In dit eindverslag, dat uiterlijk op 31 december 2028 aan de minister wordt aangeboden, wordt verslag gedaan over de activiteiten van de periode waarin de expertgroep werkzaam is geweest.
4. De expertgroep kan zich door gastdeskundigen en andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is.
Artikel 8
1. De voorzitter en andere leden van de expertgroep, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.
2. De vergoeding per vergadering van de leden van de expertgroep bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals deze is vastgesteld in de geldende CAO Rijk.
3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de expertgroep bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de expertgroep is toegekend.
Artikel 9
1. De kosten van de expertgroep worden, voor zover goedgekeurd, gefinancierd door de minister.
2.
Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor:
a. a. de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. b. het vergoeden van reiskosten en andere redelijkerwijs te verantwoorden kosten die aanwezigheid van leden van de expertgroep bij een vergadering mogelijk maken; en c. c. het inschakelen van verdere externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek.
Artikel 10
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de expertgroep worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de expertgroep openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 11
De expertgroep draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van zijn werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan de directie Organisatie en Beheer van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 12
Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de expertgroep en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2025.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2029.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Wetenschappelijke Expertgroep Masterplan Basisvaardigheden 2026.