rijk/ministeriele-regeling/instellingsregeling-commissie-stimulering-lokaal-vrijwilligersbeleid/BWBR0012520/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsregeling commissie stimulering lokaal vrijwilligersbeleid BWBR0012520 ministeriele-regeling geldend 2001-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012520 Instellingsregeling commissie stimulering lokaal vrijwilligersbeleid

Instellingsregeling commissie stimulering lokaal vrijwilligersbeleid

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. de commissie: de commissie, genoemd in artikel 2.

Artikel 2

Er is een Commissie Stimulering Lokaal Vrijwilligersbeleid.

Artikel 3

1. De commissie heeft tot taak gemeenten en provincies te stimuleren tot het ontwikkelen, verbreden, vernieuwen en intensiveren van een vrijwilligersbeleid waarbij instrumenten voor een plaatselijk, regionaal en provinciaal vrijwilligerswerk van verantwoorde kwaliteit worden ontwikkeld dan wel toegepast.

2. De commissie stelt een plan van aanpak op voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, waarbij rekening wordt gehouden met reeds ontwikkelde plannen vanuit de verschillende overheidsniveaus en het aanbod van de landelijke, provinciale en lokale ondersteuningsorganisaties voor het vrijwilligerswerk. In dit plan wordt ook aandacht besteed aan communicatie- en informatievoorziening.

3. Het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de minister ter goedkeuring voorgelegd.

4. De minister kan de commissie ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

Artikel 4

1. De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de minister.

2. De minister voegt aan de commissie een secretariaat toe. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitoefening van zijn werk uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

Artikel 5

1.

Tot lid van de commissie worden benoemd:

a. a. als onafhankelijk voorzitter: mw. M.C.W. Visser-van Doorn; b. b. als materiedeskundigen:

        mw. drs. H. Burleson-Esajas;
      
      
        mw. J.A. Jorritsma-Van Oosten;
      
      
         dhr. L.W. Lageweg;
      
      
        dhr. dr. L.C.P.M. Meijs;
      
      
        mw. A.D. Rensen-Oosting;
      
      
        dhr. B. Seali;
      
      
         dhr. mr. J.H. Wakkie;
  • mw. drs. H. Burleson-Esajas;

  • mw. J.A. Jorritsma-Van Oosten;

  • dhr. L.W. Lageweg;

  • dhr. dr. L.C.P.M. Meijs;

  • mw. A.D. Rensen-Oosting;

  • dhr. B. Seali;

  • dhr. mr. J.H. Wakkie; c. c. vanuit het lokale bestuursniveau:

          mw. drs. M. Burgman, Maarn;
    
    
           dhr. F.C. Dales, Breukelen;
    
    
           dhr. drs. A. Donkers, Borne;
    
    
           mw. E.L.M. Dings-Niesten, Wisch;
    
    
           dhr. L.W. van Rijswijk, Sittard;
    
  • mw. drs. M. Burgman, Maarn;

  • dhr. F.C. Dales, Breukelen;

  • dhr. drs. A. Donkers, Borne;

  • mw. E.L.M. Dings-Niesten, Wisch;

  • dhr. L.W. van Rijswijk, Sittard; d. d. vanuit het provinciale bestuursniveau:

           dhr. drs. J.M. Bos, provincie Flevoland;
    
  • dhr. drs. J.M. Bos, provincie Flevoland; e. e. namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten:

           dhr. H.J.C. Baaijens;
    
  • dhr. H.J.C. Baaijens; f. f. namens de minister:

          mw. drs. M.J.H. Smulders.
    
  • mw. drs. M.J.H. Smulders.

2. Met uitzondering van de vertegenwoordigers van de minister en van de VNG hebben de leden zitting op persoonlijke titel.

Artikel 6

1. Op grond van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de Regeling maximumbedragen vacatiegeld 1999 ontvangen de leden van de commissie met uitzondering van de voorzitter en de vertegenwoordiger van de minister een vacatiegeld van f 275,- (€ 124,79) per bijgewoonde vergadering.

2. Aan de leden, bedoeld in het eerste lid, worden de reis- en verblijfkosten vergoed, voorzover niet uit anderen hoofde een vergoeding van deze kosten wordt ontvangen. Het Reisbesluit binnenland is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 8

1. De commissie zendt jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar aan de minister een verslag over de werkzaamheden en bevindingen in het afgelopen jaar en een activiteitenplan voor het komende jaar.

2. De commissie sluit haar werkzaamheden af met een rapportage over de werkzaamheden, ervaringen en bereikte resultaten.

Artikel 9

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van dat ministerie.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2001 en vervalt met ingang van 1 januari 2005.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsregeling commissie stimulering lokaal vrijwilligersbeleid.