rijk/ministeriele-regeling/landbouwkwaliteitsregeling-rauwe-melk-en-zuivelbereiding/BWBR0006437/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.6 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding BWBR0006437 ministeriele-regeling geldend 1994-02-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006437 Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding

Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

De regels bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit worden door het produktschap bij verordening gesteld, voorzover het betreft inrichtingseisen voor het produktiebedrijf van rauwe melk van koeien of buffelkoeien.

Artikel 3

De Warenwetregeling Zuivelbereiding is, met uitzondering van artikel 3, eerste tot en met vierde lid, geheel in deze regeling ingelast en maakt daarvan deel uit.

Artikel 4

1.

Rauwe melk van koeien en buffelkoeien wordt alleen bestemd voor de bereiding van produkten op basis van melk of van warmtebehandelde consumptiemelk als zij aan de volgende eisen voldoet:

a. a. zij voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk I en hoofdstuk IV van de bij deze regeling behorende bijlage; b. b. zij afkomstig is van produktiebedrijven die voldoen aan de voorwaarden van

          hoofdstuk II van de bijlage en
      
      
        artikel 9 van de produktschapsverordening;
  • hoofdstuk II van de bijlage en

  • artikel 9 van de produktschapsverordening; c. c. zij voldoet aan de voorwaarden van:

            hoofdstuk III van de bijlage en
    
    
          de artikelen 10, 11 en 12 van de produktschapsverordening.
    
  • hoofdstuk III van de bijlage en

  • de artikelen 10, 11 en 12 van de produktschapsverordening.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op rauwe melk van geiten en ooien.

3. Rauwe melk van gezonde dieren die behoort tot beslagen die niet voldoen aan de eisen van hoofdstuk I, punt 1, onder a), onder i), en onder b), onder i), van de bijlage wordt uitsluitend gebruikt voor de bereiding van warmtebehandelde melk of produkten op basis van melk, nadat onder toezicht van het COKZ of de KvW een warmtebehandeling heeft plaatsgevonden.

4. Geite- en schapemelk bestemd voor het intracommunautaire handelsverkeer moeten deze warmtebehandeling ter plaatse ondergaan.

Artikel 5

1.

Aan een inrichting waar melk van koeien of buffelkoeien ontvangen wordt, wordt een erkenning, als bedoeld in artikel 5 van het besluit, uitsluitend verstrekt, indien voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld in:

  • bijlage I en II van de Warenwetregeling Zuivelbereiding en
  • de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de produktschapsverordening.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op inrichtingen waar melk van geiten en ooien ontvangen wordt.

3. In afwijking van het eerste lid kan een erkenning, als bedoeld in artikel 5 van het besluit, tevens worden verstrekt aan een inrichting waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 8 van de produktschapsverordening is verleend.

4.

In afwijking van het bepaalde in het tweede lid jo. het eerste lid:

a. a. zijn voor een beperkte produktie van vloeibare drinkmelk in inrichtingen waar melk van geiten en ooien ontvangen wordt, andere vullings- en sluitingsmethoden dan de in artikel 7, onder a, van de produktschapsverordening genoemde methoden toegestaan, voorzover:

        aa
         gebruik gemaakt wordt van niet-automatische vullings- en sluitingsmethoden en
      
      
        bb
         de onder aa genoemde methoden gelijkwaardige garanties bieden ten aanzien van de hygiëne als de in artikel 7, onder a, van de produktschapsverordening genoemde methoden.

aa aa gebruik gemaakt wordt van niet-automatische vullings- en sluitingsmethoden en bb bb de onder aa genoemde methoden gelijkwaardige garanties bieden ten aanzien van de hygiëne als de in artikel 7, onder a, van de produktschapsverordening genoemde methoden. b. b. kan aan inrichtingen waar melk van geiten en ooien ontvangen wordt andere apparatuur dan de in artikel 7, onder f, onder 1, van de produktschapsverordening genoemde apparatuur worden toegestaan, indien die gelijkwaardige prestaties met dezelfde gezondheidsgaranties levert.

5. Onverminderd het eerste en tweede lid worden melkbehandelings- en melkverwerkingsinrichtingen niet erkend, indien zij rauwe melk ontvangen die niet voldoet aan de in de bijlage, hoofdstuk IV, vermelde normen.

6. Een aanvraag voor een erkenning als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt bij het COKZ ingediend.

5. Het COKZ verstrekt een erkenning in de vorm van een erkenningsnummer aan de inrichting indien het heeft vastgesteld dat aan de in het eerste of tweede lid bedoelde vereisten is voldaan.

Artikel 6

1. Het COKZ kan een verleende erkenning aan een bij haar aangesloten inrichting intrekken, wanneer het constateert dat de inrichting niet meer voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 5, eerste en tweede lid, gestelde eisen of wanneer het constateert dat het toezicht op de naleving van het bij of krachtens het besluit bepaalde wordt belemmerd.

2. Alvorens een erkenning wordt ingetrokken wordt de exploitant of de beheerder van de inrichting een redelijke termijn gegeven om de geconstateerde overtreding op te heffen.

Artikel 7

Artikel 3 van de produktschapsverordening is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot inrichtingen waar melk van geiten en ooien of produkten op basis van melk van geiten en ooien worden verwerkt of behandeld.

Artikel 8

1.

Aan bij het COKZ aangesloten inrichtingen die produkten op basis van melk van geiten en ooien bereiden, kan op aanvraag ontheffing worden verleend van de krachtens artikel 7 geldende verplichting tot het opstellen of verstrekken van opleidingprogramma's, voorzover dit de produktie uit hygiëne- of gezondheidsoogpunt niet schaadt en met inachtneming van de volgende voorwaarden:

a. a. de inrichting voldoet aan het bepaalde in bijlage A, punten 1 en 2 van beschikking 95/165/EG; b. b. de inrichting dient voor het verkrijgen van een ontheffing een schriftelijke aanvraag bij het COKZ in te dienen. Het COKZ zendt de aanvraag, voorzien van zijn advies, aan de Minister.

Onverminderd specifieke informatie die door het COKZ kan worden verlangd, bevat de aanvraag de gegevens als genoemd in bijlage A, punt 3, eerste tot en met vijfde gedachtenstreepje en laatste volzin, van beschikking 95/165/EG.

2. Aan bij het COKZ aangesloten melkverwerkingsinrichtingen kan op aanvraag ontheffing worden verleend van de in artikel 5, eerste lid, genoemde bijlage I en II van de Warenwetregeling Zuivelbereiding en, voorzover het de bereiding van de produkten op basis van melk van geiten en ooien betreft, de artikelen 4 en 7 van de produktschapsverordening, indien dit de produktie uit hygiëne- of volksgezondheidsoogpunt niet schaadt en met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, onder a en b.

3.

Aan bij het COKZ aangesloten melkbehandelings- en melkverwerkingsinrichtingen die produkten op basis van melk van geiten en ooien bereiden kan op aanvraag ontheffing worden verleend van de in artikel 5, eerste lid, tweede gedachtenstreepje, genoemde artikelen 4 en 7 van de produktschapsverordening, indien dit de produktie uit hygiëne- of volksgezondheidsoogpunt niet schaadt en met inachtneming van de volgende voorwaarden:

a. a. de inrichting voldoet aan het bepaalde in bijlage B, punten 1 en 2 van beschikking 95/165/EG; b. b. de inrichting dient voor het verkrijgen van een ontheffing een schriftelijke aanvraag bij het COKZ in te dienen. Het COKZ zendt de aanvraag, voorzien van zijn advies, aan de Minister.

Onverminderd specifieke informatie die door het COKZ kan worden verlangd, bevat de aanvraag de gegevens als genoemd in bijlage B, eerste tot en met vijfde gedachtenstreepje en laatste volzin, van beschikking 95/165/EG.

Artikel 9

Voor de bereiding van kaas met een rijpingstijd van ten minste 60 dagen kan vrijstelling of, op aanvraag, ontheffing verleend worden van de eisen van de bijlage, hoofdstuk IV, voor wat betreft de kenmerken van rauwe melk.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding in werking treedt.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage . voorschriften betreffende de ontvangst van rauwe melk in de melkbehandelings- of melkverwerkingsinrichting