40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
112 lines
6 KiB
Markdown
112 lines
6 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Mandaatregeling Buitenlandse Zaken 1996
|
||
bwb_id: BWBR0008322
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '1996-11-12'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008322
|
||
citeertitel: Mandaatregeling Buitenlandse Zaken 1996
|
||
---
|
||
|
||
# Mandaatregeling Buitenlandse Zaken 1996
|
||
|
||
### Paragraaf 1. - Begripsbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||
|
||
### Paragraaf 2. - Algemene bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
Een (onder)mandaat wordt niet uitgeoefend indien de aard of de inhoud van een stuk een zodanig gewicht heeft dat het door de (onder)mandaatgever zelf of in elk geval door een hiërarchisch hoger geplaatste behoort te worden afgedaan.
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
Bij afwezigheid of verhindering van degene aan wie een (onder)mandaat is verleend, wordt diens bevoegdheid op grond van het (onder)mandaat voor de duur van de afwezigheid of verhindering door diens als zodanig schriftelijk aangewezen plaatsvervanger dan wel waarnemer uitgeoefend.
|
||
|
||
### Paragraaf 3. - Verlening en omvang van het algemeen mandaat
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
**Lid 1.** Aan de Secretaris-Generaal wordt bij deze mandaat verleend besluiten te nemen op het totale terrein van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.
|
||
|
||
**Lid 2.**
|
||
|
||
Voor deze algemene mandaatverlening gelden de volgende uitzonderingen:
|
||
|
||
- bevoegdheden die bij of krachtens de wet niet mogen worden gemandateerd of tot de uitoefening waarvan een wet een speciale functionaris aanwijst;
|
||
- bevoegdheden waarvan de aard zich tegen mandaatverlening verzet. Aan elk der bewindspersonen blijft voorbehouden de afdoening en ondertekening van stukken:
|
||
|
||
|
||
gericht aan H.M. de Koningin;
|
||
|
||
|
||
gericht aan de Raad van ministers van het Koninkrijk, de Raad van ministers en de daaruit gevormde colleges;
|
||
|
||
|
||
gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies;
|
||
|
||
|
||
gericht aan Nederlandse Ministers en staatssecretarissen;
|
||
|
||
|
||
gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State;
|
||
|
||
|
||
gericht aan de Algemene Rekenkamer;
|
||
|
||
|
||
gericht aan de Nationale ombudsman;
|
||
|
||
|
||
inzake bezwaren tegen beslissingen die door bewindspersonen of namens deze door de Secretaris-Generaal zijn genomen;
|
||
- gericht aan H.M. de Koningin;
|
||
- gericht aan de Raad van ministers van het Koninkrijk, de Raad van ministers en de daaruit gevormde colleges;
|
||
- gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies;
|
||
- gericht aan Nederlandse Ministers en staatssecretarissen;
|
||
- gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State;
|
||
- gericht aan de Algemene Rekenkamer;
|
||
- gericht aan de Nationale ombudsman;
|
||
- inzake bezwaren tegen beslissingen die door bewindspersonen of namens deze door de Secretaris-Generaal zijn genomen;
|
||
|
||
**Lid 3.** Het tweede lid van dit artikel onder d tot en met g geldt niet ten aanzien van stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang, dan wel van strikt informatieve aard, alsmede niet voorzover het gaat om stukken gewisseld in het kader van internationale en nationale rechterlijke en semi-rechterlijke bezwaar- en beroepsprocedures, resp. in het kader van onderzoeken van de Nationale ombudsman.
|
||
|
||
### Paragraaf 4. - Ondermandaat
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**Lid 1.**
|
||
|
||
De Secretaris-Generaal verleent ondermandaat aan: de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal, de Directeuren-Generaal, de Plaatsvervangend Directeuren Generaal, de Directeuren van Directies en aan de Chefs de Poste in het buitenland. Hij kan indien nodig ondermandaat verlenen aan andere functionarissen.
|
||
|
||
Dit ondermandaat is beperkt tot het werkterrein van de genoemde functionarissen conform artikel 4 t/m 10 van het Organisatiebesluit, uitgewerkt in orgaanbeschrijvingen.
|
||
|
||
**Lid 2.** Ondermandaatverlening terzake van het vaststellen van beleidregels en circulaires, respectievelijk de openbaarmaking daarvan, kan de Secretaris-Generaal alleen verlenen aan Directeuren-Generaal en de Plaatsver-vangend Secretaris-Generaal.
|
||
|
||
**Lid 3.** Functionarissen met een (onder)mandaat kunnen de Secretaris-Generaal voorstellen hun bevoegdheid om namens een (of meer) bewindspersoon (of - personen) besluiten te ondertekenen, toe te kennen aan één of meer van de functionarissen in hun dienstonderdeel. Toekenning van tekenbevoegdheid geschiedt schriftelijk en na advisering door de Dienst Juridische Zaken.
|
||
|
||
**Lid 4.** Chefs de Poste in het buitenland kunnen zelfstandig ondermandaat of tekenbevoegdheid verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
**Lid 1.** De verlening van ondermandaat door de Secretaris-Generaal geschiedt schriftelijk en op advies van de Dienst Juridische Zaken.
|
||
|
||
**Lid 2.** De verlening van ondermandaat door Chefs de Poste geschiedt schriftelijk en wordt aanstonds gemeld aan de Dienst Juridische Zaken.
|
||
|
||
**Lid 3.** De Dienst Juridische Zaken houdt ten behoeve van de dienstleiding een register bij betreffende verleende (onder)mandaten. Dit register bevat ten minste de functie van degene aan wie een bevoegdheid (onder)gemandateerd wordt, alsmede een aanduiding van de inhoud en omvang van het (onder)mandaat. Dit register bevat tevens de schriftelijke meldingen van waarnemingen bedoeld in art. 3 en van tekenbevoegdheden bedoeld in art. 5 lid 3 en lid 4.
|
||
|
||
### Paragraaf 5. - Overgangs- en slotbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
Mandaten verleend vóór het tijdstip van het inwerkingtreden van deze regeling vervallen met de inwerkingtreding van deze regeling, met uitzondering van het ’Mandateringsbesluit personele bevoegdheden Buitenlandse Zaken’ (nr. HDBZ/AB-111/96).
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening en werkt terug tot 1 september 1996.
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
Deze regeling wordt aangehaald als Mandaatregeling Buitenlandse Zaken 1996.
|