rijk/ministeriele-regeling/regeling-budgetverdeling-politie/BWBR0022462/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

12 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling budgetverdeling politie BWBR0022462 ministeriele-regeling geldend 2007-09-05 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022462 Regeling budgetverdeling politie

Regeling budgetverdeling politie

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. besluit: Besluit financiën regionale politiekorpsen; b. b. Politie Nederland: de publiekrechtelijke rechtspersoon, bedoeld in de Voorziening tot samenwerking Politie Nederland; c. c. frictiekosten: kosten die verband houden met het feit dat bij de invoeringsfase van nieuwe producten, diensten, processen of systemen het aantal afnemers onvoldoende is om de kosten van voornoemde nieuwe voorzieningen te bestrijden uit de hiervoor in rekening te brengen tarieven.

Paragraaf 2. Bijdragen aan politiekorpsen

Artikel 2

1. Als centrumgemeente in de zin van artikel 2d, zesde lid, van het besluit zijn aangemerkt de gemeenten: Almere, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Dordrecht, Eindhoven, s-Gravenhage, Groningen, Haarlem, Heerlen, s-Hertogenbosch, Leiden, Maastricht, Roermond, Rotterdam, Sittard-Geleen, Tilburg, Utrecht en Venlo.

2. Aan de gemeenten Roermond en Venlo wordt de waarde 0,5 toegekend. De overige in het eerste lid genoemde gemeenten krijgen de waarde 1.

Artikel 3

1.

De onderdelen van de som van de algemene bijdrage en de bijzondere bijdragen die een regio op grond van het besluit zoals het gold op 31 december 2006 zou hebben ontvangen die niet worden betrokken in de referentiebijdrage 2007, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, zijn:

1°. 1°. bijdrage ten behoeve van asiel; 2°. 2°. bijdrage PVOV; 3°. 3°. bijdrage opleidingsbudget PVOV; 4°. 4°. bijdrage motie Verhagen; 5°. 5°. bijdrage loon- en prijsbijstelling over de compensatie; 6°. 6°. bijdrage Forensisch Medewerkers; 7°. 7°. bijdrage Wijkagenten; 8°. 8°. bijdrage Burgernet; 9°. 9°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Drenthe ter verbetering van de vermogenspositie; 10°. 10°. bijdrage Prestatiebekostiging 2007; 11°. 11°. bijdrage TOR; 12°. 12°. bijdrage Strafheffing TOR; 13°. 13°. inhouding C2000; 14°. 14°. inhouding op grond van artikel 4 van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.

2.

De onderdelen van de bijdrage op grond van de artikelen 2a, 2b, 2c, 2d en 3 bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van het besluit die vanaf 2007 niet worden betrokken in de berekening van de jaarbijdrage zijn:

1°. 1°. bijdrage ten behoeve van asiel; 2°. 2°. bijdrage PVOV; 3°. 3°. bijdrage opleidingsbudget PVOV; 4°. 4°. bijdrage motie Verhagen; 5°. 5°. bijdrage loon- en prijsbijstelling over de compensatie; 6°. 6°. bijdrage Forensisch Medewerkers; 7°. 7°. bijdrage Wijkagenten; 8°. 8°. bijdrage Burgernet; 9°. 9°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Drenthe ter verbetering van de vermogenspositie; 10°. 10°. bijdrage Prestatiebekostiging 2007; 11°. 11°. bijdrage TOR; 12°. 12°. bijdrage Strafheffing TOR; 13°. 13°. inhouding C2000; 14°. 14°. inhouding op grond van artikel 4 van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.

Artikel 3a

De onderdelen van de jaarbijdrage die in 2008 bij de berekeningen, bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid, en artikel 12, tweede lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen buiten beschouwing worden gelaten zijn:

1°. 1°. asiel; 2°. 2°. bijdrage PVOV; 3°. 3°. opleidingsbudget PVOV; 4°. 4°. bijdrage loon- en prijsbijstelling over de compensatie; 5°. 5°. bijdrage Forensisch Medewerkers; 6°. 6°. bijdrage Wijkagenten; 7°. 7°. bijdrage Vergrijzing; 8°. 8°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Twente in verband met huisvesting; 9°. 9°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Utrecht in verband met Burgernet; 10°. 10°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Kennemerland in verband met motie Verhagen; 11°. 11°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Limburg-Zuid in verband met het project Borderline; 12°. 12°. bijdrage CAO 2008-2010; 13°. 13°. Frictiecompensatie aan de politieregio Rotterdam-Rijnmond; 14°. 14°. Programma Intelligence; 15°. 15°. Versterking Intelligence BR-teams; 16°. 16°. Afrekening Prestatiebekostiging 2007; 17°. 17°. Prestatiebekostiging diversiteit 2008; 18°. 18°. Prestatiebekostiging 2008; 19°. 19°. inhouding C2000; 20°. 20°. inhouding Cohort 2007; 21°. 21°. inhouding Bovenregionale recherche; 22°. 22°. inhouding versterking Dienst specialistische recherchetechnieken.

Artikel 3b

De onderdelen van de jaarbijdrage die in 2009 bij de berekeningen, bedoeld in artikel 11, derde lid, en artikel 12, tweede lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen buiten beschouwing worden gelaten, zijn:

1°. 1°. bijdrage ten behoeve van asiel; 2°. 2°. bijdrage PVOV; 3°. 3°. bijdrage opleidingsbudget PVOV; 4°. 4°. bijdrage loon- en prijsbijstelling over de compensatie; 5°. 5°. bijdrage Forensisch Medewerkers; 6°. 6°. bijdrage Wijkagenten; 7°. 7°. bijdrage Vergrijzing; 8°. 8°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Twente in verband met huisvesting; 9°. 9°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Utrecht in verband met Burgernet; 10°. 10°. bijdrage op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen aan de politieregio Rotterdam-Rijnmond in verband met gevolgen structurele budgetdaling; 11°. 11°. bijdrage CAO 20082010; 12°. 12°. Frictiecompensatie aan de politieregios Groningen, Fryslân, Gelderland-Zuid, Rotterdam-Rijnmond en Limburg-Zuid; 13°. 13°. Afrekening Prestatiebekostiging 2007; 14°. 14°. Taskforce diversiteit; 15°. 15°. bijdrage Prestatiebekostiging 2009; 16°. 16°. inhouding C2000; 17°. 17°. inhouding Cohort 2007; 18°. 18°. Vergoeding reisregeling 2009; 19°. 19°. inhouding bureau werving en selectie; 20°. 20°. inhouding op grond van artikel 4 van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.

Paragraaf 3. Bijdrage aan Voorziening tot samenwerking Politie Nederland

Artikel 4

1. Voor een bijdrage komen in aanmerking activiteiten en projecten die bijdragen aan of ten gunste komen van de taken van Politie Nederland, zoals die zijn omschreven in artikel 2.3. van de Voorziening tot samenwerking Politie Nederland.

2. De activiteiten en projecten bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op onderzoek naar, of ontwikkeling, doorontwikkeling of innovatie van door Politie Nederland te leveren producten, diensten processen of systemen.

3. Tevens komen voor een bijdrage in aanmerking eventuele frictiekosten bij de invoering van de producten, diensten, processen en systemen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 5

1. Bijdragen aan de Politie Nederland worden verleend op basis van een aanvraag.

2.

In een aanvraag van Politie Nederland voor een bijdrage zijn opgenomen:

a. a. een omschrijving van de activiteit of het project waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd; b. b. het doel van de activiteit of project; c. c. de wijze waarop het doel zal worden gerealiseerd; d. d. de prioriteit die aan de activiteit of het project wordt toegekend binnen de werkzaamheden die binnen een kalenderjaar worden gerealiseerd; e. e. de startdatum en verwachte duur van de activiteit of project; f. f. de te verwachten resultaten; g. g. een kostenraming voor de activiteit of het project ter onderbouwing van het bedrag waarvoor bijdrage wordt aangevraagd; h. h. de financiële inbreng van Politie Nederland of de eerder genoemde partners in veiligheid in de activiteit of het project; en i. i. de wijze van evaluatie.

Artikel 6

De bijdrage wordt verleend onder de volgende voorwaarden:

a. a. Politie Nederland maakt de met de activiteit of het project opgedane kennis en ervaring openbaar, tenzij de aard van de informatie zich gelet op hoofdstuk V van de Wet openbaarheid van bestuur zich verzet tegen openbaarmaking; b. b. Openbaarmaking zoals bedoeld in onderdeel a, vindt in ieder geval plaats door plaatsing op de projectenbank van het PolitieKennisNet en indien van toepassing op kennisnetten van andere organisaties met een publiekrechtelijke taak op het terrein van politie, justitie of veiligheid waarmee de politiekorpsen samenwerken; c. c. Onverminderd onderdeel a, zorgt Politie Nederland ervoor dat de Minister de beschikking krijgt over de kennis en ervaring die met de activiteit of het project waarvoor een bijdrage is verstrekt, is verzameld, respectievelijk is opgedaan.

Artikel 7

1. Politie Nederland rapporteert aan de Minister over de voortgang van de activiteit of project waarvoor een bijdrage wordt verleend in de begroting, de tussentijdse rapportage en de jaarrekening en toelichtende modellen, bedoeld in artikel 6 van het Besluit samenwerkingsvoorzieningen politie.

2. De rapportage bedoeld in het eerste lid, betreft zowel de inhoudelijke als de financiële voortgang van de activiteit of het project.

3. Aan de informatievoorziening aan de Minister over de voortgang van de activiteit of het project kunnen in het besluit tot bijdrageverlening nadere eisen worden gesteld.

Artikel 8

1. Per activiteit of project wordt de bijdrage maximaal 80% bevoorschot.

2. Indien een project zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekt, kan bij de bijdrageverlening worden bepaald dat de bevoorschotting per kalenderjaar of per periode van twaalf maanden plaatsvindt.

3. Op basis van de verantwoording in de jaarrekening of de daaronder begrepen toelichtingen van Politie Nederland stelt de Minister de bijdrage vast, onder verrekening van het betaalde voorschot.

4. Bij bijdrageverlening voor maximaal het tijdvak van een begrotingsjaar, kan de Minister bepalen het niet bestede deel van een bijdrage als voorschot te handhaven, als Politie Nederland voldoende kan onderbouwen waarom de bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet volledig tot besteding is gekomen.

5. De Minister kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van een bijdrage indien na beoordeling van de jaarrekening of toelichtingen blijkt dat de bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet tot besteding is gekomen volgens de bepalingen in deze regeling of de aanvullende eisen in het besluit tot bijdrageverlening.

Artikel 9

Subsidies verleend op basis van de Subsidieregeling Voorziening tot Samenwerking Politie Nederland worden geacht bijdragen te zijn die zijn verleend op grond van § 3 van deze regeling.

Artikel 10

De Subsidieregeling Voorziening tot Samenwerking Politie Nederland wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatcourant waarin zij wordt geplaatst. Deze regeling met uitzondering van de artikelen 4 tot en met 10 werkt terug tot 1 januari 2007.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling budgetverdeling politie.