rijk/ministeriele-regeling/regeling-certificering-luchtvaartterreinen/BWBR0014318/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling certificering luchtvaartterreinen BWBR0014318 ministeriele-regeling geldend 2002-11-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014318 Regeling certificering luchtvaartterreinen

Regeling certificering luchtvaartterreinen

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Deze regeling is van toepassing op de krachtens artikel 18 van de Luchtvaartwet aangewezen luchtvaartterreinen, met uitzondering van de aangewezen zweefvliegterreinen Haamstede en Terlet en het terrein voor ultralichte vliegtuigen Onstwedde.

2. Deze regeling is ook van toepassing op het luchthavengebied van de luchthaven Schiphol, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart.

Paragraaf 2. De aanvraag van een certificaat

Artikel 3

1. De exploitant dient ter verkrijging van het certificaat een aanvraag in bij de minister.

2. De aanvraag gaat vergezeld met het luchthavenbedrijfshandboek. Het luchthavenbedrijfshandboek bevat een beschrijving van de aanleg, de inrichting, de uitrusting, het veilig gebruik, alsmede van het veiligheidsmanagementsysteem van het luchtvaartterrein.

Paragraaf 3. Voorwaarden voor aanvragen van een certificaat

Artikel 4

1. Om in aanmerking te komen voor een certificaat beschikt de exploitant over een werkend veiligheidsmanagementsysteem.

2.

Het veiligheidsmanagementsysteem bevat tenminste:

a. a. veiligheidsbeleid; b. b. organisatiestructuur; c. c. taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van sleutelfunctionarissen; d. d. relevante bedrijfsprocessen; e. e. risico-inventarisatie en de daaruit voortvloeiende verbeteringen; f. f. bedrijfsmiddelen; g. g. opleiding en training; h. h. melding van ongevallen en ernstige incidenten; i. i. registratie, analyse en afhandeling van ongevallen en incidenten, defecten en gebreken, afwijkingen en tekortkomingen en interne en externe klachten met betrekking tot de veiligheid; j. j. documenten- en registratiebeheer; k. k. met contractpartners gemaakte afspraken inzake de veiligheid op en rond het luchtvaartterrein; l. l. een procedurebeschrijving waaruit blijkt hoe de exploitant nagaat of de door hem gestelde voorschriften met betrekking tot de orde en veiligheid door gebruikers van het luchtvaartterrein worden nageleefd.

Paragraaf 4. Het certificaat

Artikel 5

1. De minister onderzoekt of de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van het luchtvaartterrein in overeenstemming zijn met de daarvoor geldende regels en of dit door het veiligheidsmanagementsysteem van de exploitant, alsmede de implementatie en naleving daarvan, geborgd wordt.

2.

Daarnaast kan de minister een onderzoek uitvoeren ten behoeve van:

a. a. het verlengen van de geldigheidsduur van het certificaat; b. b. het wijzigen van het operationeel gebruik van het luchtvaartterrein; c. c. het wijzigen van het veiligheidsmanagementsysteem.

3. De minister maakt van elk onderzoek een onderzoeksrapport op.

Artikel 6

1. Indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, blijkt dat de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van het luchtvaartterrein in overeenstemming zijn met de daarvoor geldende regels en dit door het veiligheidsmanagementsysteem van de exploitant, alsmede de implementatie en naleving daarvan geborgd wordt, geeft de minister een certificaat af.

2. Het certificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar.

3. Het certificaat vermeldt het operationeel gebruik waarvoor het certificaat is afgegeven.

Artikel 7

De minister trekt het certificaat in indien:

a. a. het veiligheidsmanagementsysteem niet naar behoren functioneert; of b. b. de orde of de veiligheid op het luchtvaartterrein niet meer gewaarborgd kan worden.

Paragraaf 5. Verplichtingen van de exploitant na afgifte van het certificaat

Artikel 8

1. De exploitant controleert ten minste één maal per jaar of de werking van het veiligheidsmanagementsysteem doeltreffend en doelmatig is.

2. Bij luchtvaartterreinen die beschikken over een baan die langer is dan 1200 meter en voorzieningen hebben voor landingen met behulp van navigatie-instrumenten, beschikt de exploitant over een intern auditprogramma op basis waarvan de jaarlijkse controle van het veiligheidsmanagementsysteem wordt uitgevoerd.

3. Indien de resultaten van de controle bedoeld in het eerste lid daartoe aanleiding geven brengt de exploitant de nodige wijziging in het veiligheidsmanagementsysteem aan.

4. In door de minister te bepalen gevallen beschikt de exploitant over een monitoringsysteem ten behoeve van de beoordeling van het veiligheidsmanagementsysteem van de eigen organisatie.

Artikel 9

De exploitant gaat na of de door hem uitgevaardigde voorschriften ter beheersing van de orde en de veiligheid worden nageleefd.

Artikel 10

1. De exploitant zorgt voor de vastlegging van gegevens, die noodzakelijk zijn voor de werking van het veiligheidsmanagementsysteem.

2. De exploitant stelt procedures vast ten behoeve van het beheer van documentatie en registratie van deze gegevens.

3. De exploitant heeft de meest recente uitgave van documenten voorhanden op de daartoe bestemde plaatsen.

4. De exploitant registreert de uitgave van documenten alsmede de wijziging van documenten.

5. De exploitant draagt er zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde gegevens gedurende 5 jaren zodanig worden bewaard dat er geen achteruitgang van de kwaliteit plaatsvindt.

6. De gegevens en de documenten zijn ten behoeve van het onderzoek door de minister als genoemd in artikel 5, toegankelijk.

Artikel 11

1. De exploitant draagt er zorg voor dat het luchthavenbedrijfshandboek een actuele beschrijving bevat van het veiligheidsmanagementsysteem alsmede van de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van het luchtvaartterrein.

2. De exploitant draagt er zorg voor dat de minister en de op het luchtvaartterrein gevestigde bedrijven en organisaties die hun werkzaamheden op het airsidegedeelte uitoefenen, beschikken over de actuele versie van het luchthavenbedrijfshandboek en stelt hen onverwijld in kennis van wijzigingen daarvan.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling certificering luchtvaartterreinen.

Artikel 13

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 2, tweede lid.

2. Artikel 2, tweede lid, treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 27 juni 2002 (Stb. 374) tot wijziging de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol.