rijk/ministeriele-regeling/regeling-erkenning-eg-beroepskwalificaties-kandidaat-gerechtsdeurwaarder/BWBR0025006/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties kandidaat-gerechtsdeurwaarder BWBR0025006 ministeriele-regeling geldend 2008-12-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025006 Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties kandidaat-gerechtsdeurwaarder

Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties kandidaat-gerechtsdeurwaarder

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *kandidaat-gerechtsdeurwaarder:* de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de artikelen 1, onderdeel d, en 25, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet;

b. b.

    *wet:* de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

c. c.

    *KBvG:* de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Gerechtsdeurwaarderswet;

d. d.

    *aanvraag:* de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verkrijgen van een erkenning van EG-beroepskwalificaties, bedoeld in artikel 5 van de wet, ten aanzien van het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder;

e. e.

    *aanvrager:* de migrerende beroepsbeoefenaar die een aanvraag indient;

f. f.

    *proeve van bekwaamheid:* de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 1 van de wet, bestaand uit een of meer examens;

Artikel 2

De taken en bevoegdheden van de Minister van Justitie, bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 11,12, 13, 17, 19, 32, 34, tweede lid, en 35 van de wet, met betrekking tot het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder, worden uitgevoerd, respectievelijk uitgeoefend door de KBvG.

Artikel 3

1. De aanvraag wordt ingediend bij de KBvG.

2.

Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overlegd:

a. a. de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de wet; b. b. een kopie van de opleidingstitel(s):

        i.
        gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat van oorsprong of herkomst op grond waarvan de aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gerechtsdeurwaarder, of een daarmee vergelijkbaar beroep, en waaruit tevens de duur van de opleiding blijkt, of
      
      
        ii.
        gewaarmerkt door het in een derde land bevoegde gezag dat de opleidingstitel heeft afgegeven en een bewijsstuk, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat van oorsprong of herkomst, waaruit blijkt dat dit bevoegde gezag de opleidingstitel heeft erkend alsmede dat de aanvrager tenminste drie jaar beroepservaring in het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gerechtsdeurwaarder, of een daarmee vergelijkbaar beroep heeft opgedaan op het grondgebied van die betrokken staat en waaruit tevens de duur van de opleiding blijkt;

i. i. gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat van oorsprong of herkomst op grond waarvan de aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gerechtsdeurwaarder, of een daarmee vergelijkbaar beroep, en waaruit tevens de duur van de opleiding blijkt, of ii. ii. gewaarmerkt door het in een derde land bevoegde gezag dat de opleidingstitel heeft afgegeven en een bewijsstuk, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat van oorsprong of herkomst, waaruit blijkt dat dit bevoegde gezag de opleidingstitel heeft erkend alsmede dat de aanvrager tenminste drie jaar beroepservaring in het beroep van kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gerechtsdeurwaarder, of een daarmee vergelijkbaar beroep heeft opgedaan op het grondgebied van die betrokken staat en waaruit tevens de duur van de opleiding blijkt; c. c. een overzicht van vakken die deel hebben uitgemaakt van de opleidingen, bedoeld in onderdeel b, en waarin de aanvrager met goed gevolg examen heeft afgelegd alsmede een leerstofomschrijving van deze vakken en de daarbij behorende studietijd; d. d. in voorkomend geval een bewijs van de beroepservaring, waaronder inzicht in de duur van deze beroepservaring en de onderdelen en inhoud waaruit de beroepswerkzaamheden hebben bestaan.

3. De KBvG kan ter vaststelling van wezenlijke verschillen als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, verlangen dat nadere informatie wordt verstrekt over de opleiding en beroepservaring.

4. De KBvG kan verlangen dat de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met d, en het derde lid, die zijn gesteld in een andere dan de Nederlandse taal, vergezeld gaan van vertalingen in de Nederlandse taal, en dat deze vertalingen zijn opgesteld door een beëdigd tolk of vertaler.

Artikel 4

1. Met inachtneming van artikel 11 van de wet stelt de KBvG de aanvrager op de hoogte van de eis van het met goed gevolg afleggen van een proeve van bekwaamheid.

2.

De KBvG informeert de aanvrager schriftelijk over:

a. a. op welke in het Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder genoemde onderdelen van het Nederlands recht de proeve van bekwaamheid betrekking heeft; b. b. de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen; c. c. de termijn waarbinnen de proeve van bekwaamheid dient te geschieden; en d. d. de kosten die aan het afleggen van de proeve van bekwaamheid zijn verbonden.

3. De KBvG draagt zorg voor de mogelijkheid tot het kunnen afleggen van een proeve van bekwaamheid aan een opleidingsinstituut dat een door de Minister van Justitie erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder verzorgt.

4.

De KBvG draagt ervoor zorg dat de aanvrager:

a. a. tenminste eenmaal per jaar de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de proeve van bekwaamheid; b. b. inzicht verkrijgt in de normen die worden gehanteerd bij de beoordeling van de proeve van bekwaamheid; c. c. wordt geïnformeerd over het vereiste studiemateriaal; d. d. wordt geïnformeerd over degene aan wie de kosten van de proeve van bekwaamheid moeten worden voldaan; en e. e. binnen vier weken schriftelijk wordt meegedeeld wat het resultaat van het afleggen van de proeve van bekwaamheid is.

5. De aanvrager die voor een of meer onderdelen van de proeve van bekwaamheid het examen niet met goed gevolg heeft afgelegd, kan voor elk van die onderdelen opnieuw een examen afleggen. De met goed gevolg afgelegde examens behouden hun geldigheid gedurende vijf jaar.

6. De proeve van bekwaamheid wordt in de Nederlandse taal afgelegd.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties kandidaat-gerechtsdeurwaarder.