rijk/ministeriele-regeling/regeling-garanties-van-oorsprong-voor-elektriciteit-opgewekt-in-een-installatie/BWBR0022539/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

13 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling BWBR0022539 ministeriele-regeling geldend 2007-09-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022539 Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling

Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. wet: de Elektriciteitswet 1998; b. b. richtlijn: de richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van Richtlijn 92/42/EEG (PbEU L 52); c. c. hoogrenderende warmtekrachtkoppeling: de warmtekrachtkoppeling die voldoet aan bijlage 3 bij de richtlijn; d. d. HR-WKK-elektriciteit: de elektriciteit die wordt opgewekt door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling; e. e. HR-WKK-eenheid: een onderdeel binnen een productie-installatie dat zelfstandig gecombineerd warmte en elektriciteit of mechanische energie opwekt op een zodanige wijze dat sprake is van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en waarvoor op grond van de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1, een systeemgrens is bepaald; f. f. HR-WKK-installatie: een productie-installatie bestemd voor het opwekken van elektriciteit, bestaande uit ten minste één HR-WKK-eenheid; g. g. systeemgrens van de HR-WKK-installatie: een fictieve, gesloten omhulling van de HR-WKK-eenheden die deel uitmaken van de HR-WKK-installatie, welke omhulling voldoet aan hetgeen in de bijlage bij de beschikking van de Commissie van 19 november 2008 tot vastlegging van gedetailleerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II bij Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 338) is bepaald ten aanzien van systeemgrenzen; h. h. garantie van oorsprong: een garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 1, onderdeel ac, van de Elektriciteitswet 1998; i. i. gecertificeerd meetbedrijf: een meetbedrijf, niet zijnde een netbeheerder, dat op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van de wet, is toegelaten tot het verrichten van de in die voorwaarden neergelegde werkzaamheden en dat de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit meet die afkomstig is van een HR-WKK-installatie; j. j. meetprotocol: het document waarin beschreven zijn de bemetering van een HR-WKK-installatie, de wijze van meten en de wijze van kwaliteitsborging van de meetgegevens ten aanzien van de hoeveelheden brandstof die de installatie verbruikt en de hoeveelheden elektriciteit, warmte en, voor zover van toepassing, mechanische energie, die de installatie opwekt; k. k. meetrapport: het rapport dat alle meetgegevens van de desbetreffende kalendermaand bevat.

Paragraaf 2. Onderzoek installatie en meten van elektriciteit

Artikel 2

1. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong draagt de producent van HR-WKK-elektriciteit die een HR-WKK-installatie in stand houdt er zorg voor dat ten aanzien van deze installatie een meetprotocol opgesteld wordt, dat voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

2. De producent laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, indient, goedkeuren door een gecertificeerd meetbedrijf.

Artikel 3

1. Indien een in Nederland gevestigde producent van HR-WKK-elektriciteit de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de wet, te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

2. Naar aanleiding van het verzoek stelt de netbeheerder vast of de installatie een HR-WKK-installatie is en, indien dit het geval is, welke eenheden binnen de installatie een HR-WKK-eenheid zijn, of de meetinrichting geschikt is om de hoeveelheid op een net ingevoede HR-WKK-elektriciteit te meten en of een goedgekeurd meetprotocol aanwezig is.

3. De netbeheerder doet de vaststelling door een administratief onderzoek in te stellen naar de installatie en de aansluiting daarvan op het net. De netbeheerder kan ten behoeve van de vaststelling in aanvulling op het administratief onderzoek en ter verificatie van de in het formulier opgenomen gegevens de installatie van de producent onderzoeken. De producent stelt de netbeheerder in staat het onderzoek te verrichten.

4. De netbeheerder deelt het resultaat van de vaststelling binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

5. Tenzij de tariefstructuren, bedoeld in artikel 27 van de wet, iets anders bepalen, brengt de netbeheerder de kosten van de vaststelling in rekening bij de producent.

6. Indien de producent een aanpassing aan zijn HR-WKK-installatie doorvoert die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het vaststellingsverzoek, ten gevolge heeft, is een eerder verrichte vaststelling niet langer geldig.

7. De producent bericht de netbeheerder vooraf over zijn voornemen een aanpassing als bedoeld in het zesde lid door te voeren en hij dient voor het verkrijgen van garanties van oorsprong een nieuw verzoek tot vaststelling in. Het eerste tot en met het zesde lid zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

1. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong draagt de producent van HR-WKK-elektriciteit die een HR-WKK-installatie in stand houdt er zorg voor dat de hoeveelheden brandstof die zijn installatie verbruikt en de hoeveelheden elektriciteit, warmte en, voor zover van toepassing, mechanische energie, die zijn installatie opwekt, gemeten worden volgens het meetprotocol.

2.

De producent draagt er zorg voor dat per maand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld, dat:

a. a. voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1; b. b. de wijze van totstandkoming van de meetgegevens beschrijft, en c. c. geverifieerd wordt door een gecertificeerd meetbedrijf.

3. De producent overlegt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van het kwartaal waarvan de kalendermaand waarop het meetrapport betrekking heeft deel uitmaakt, aan de garantiebeheerinstantie.

4. Indien de producent de garantiebeheerinstantie hierover tevoren heeft geïnformeerd, kan de producent volstaan met het jaarlijks overleggen van de meetrapporten, uiterlijk twee maanden na afloop van het jaar waarop de meetrapporten betrekking hebben.

5. Indien de producent op grond van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998 maandelijks een meetrapport aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overlegt, kan hij voor de opstelling van het in het tweede lid bedoelde meetrapport volstaan met een aanvulling op het eerstbedoelde rapport overeenkomstig de voorwaarden die daartoe zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 5

1. De netbeheerder of het gecertificeerde meetbedrijf meet op verzoek van de producent bij een HR-WKK-installatie met een aansluitwaarde die groter is dan 3 × 80 A, maandelijks de hoeveelheid in de afgelopen maand op een net ingevoede HR-WKK-elektriciteit door het iedere kalendermaand bepalen van de meterstand.

2. De netbeheerder of het gecertificeerde meetbedrijf meet op verzoek van de producent bij een HR-WKK-installatie met een aansluitwaarde die gelijk is aan of kleiner is dan 3 × 80 A, jaarlijks de hoeveelheid in het afgelopen jaar op een net ingevoede HR-WKK-elektriciteit door het jaarlijks bepalen van de meterstand.

3. In de in het tweede lid bedoelde situatie verdeelt de netbeheerder de meetgegevens in gelijke delen over de twaalf voorafgaande kalendermaanden, tenzij de producent aantoont dat deze meetgegevens op een andere wijze over de twaalf voorafgaande kalendermaanden verdeeld moeten worden.

4. De producent van HR-WKK-elektriciteit stelt de netbeheerder dan wel het gecertificeerde meetbedrijf in staat de meting te verrichten.

5. Indien de HR-WKK-installatie van de producent voor de opwekking van HR-WKK-elektriciteit gebruik maakt van elektriciteit die is afgenomen van een net, brengt de netbeheerder dan wel het gecertificeerde meetbedrijf voor de bepaling van de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit die op een net is ingevoed, de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor is afgenomen van een net in mindering op de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit die hij op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de wet meet.

6. Indien zich achter de aansluiting van de producent verscheidene eenheden bevinden, wordt de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit die door een of meer van de HR-WKK-eenheden op het net wordt ingevoed, bepaald door op de HR-WKK-elektriciteit die elk van deze eenheden heeft opgewekt de elektriciteit die wordt verbruikt achter de aansluiting in mindering te brengen naar rato van het aandeel van de HR-WKK-eenheid in de totale feitelijke elektriciteitopwekking door alle eenheden achter de aansluiting.

7. De netbeheerder meldt, onder vermelding van de unieke 18-cijferige code van de aansluiting, aan de garantiebeheerinstantie de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit die de producent op het net heeft ingevoed.

8. Tenzij de tariefstructuren, bedoeld in artikel 27 van de wet, iets anders bepalen, brengt de netbeheerder of het gecertificeerde meetbedrijf de kosten van het meten van de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit, in rekening bij de producent.

9. Indien zich een omstandigheid voordoet die van belang is voor de bepaling hoeveel HR-WKK-elektriciteit is opgewekt en op een net is ingevoed, meldt de producent die omstandigheid en het tijdstip waarop deze zich voordeed binnen twee weken aan de netbeheerder of aan het gecertificeerde meetbedrijf.

Paragraaf 3. Garanties van oorsprong

Artikel 6

1. Een garantie van oorsprong heeft betrekking op een hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit die een meervoud is van 1 MWh.

2. De boeking van garanties van oorsprong overeenkomstig artikel 77cb, derde lid, van de wet kan slechts betrekking hebben op de HR-WKK-elektriciteit die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft gedaan.

3. Garanties van oorsprong worden overeenkomstig artikel 77cb, derde lid, van de wet slechts geboekt indien de netbeheerder heeft vastgesteld dat wordt voldaan aan de in artikel 3, derde lid, vermelde voorwaarden en voor zover is voldaan aan artikel 4, derde lid, en artikel 5, zevende lid.

4. De garantiebeheerinstantie brengt de kosten van het beheer van de rekening voor het boeken van garanties van oorsprong in rekening bij degene ten behoeve van wie de garanties van oorsprong worden geboekt.

Artikel 7

De garantiebeheerinstantie bepaalt de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit die de producent op een net heeft ingevoed en de besparing op primaire energie met toepassing van

a. a. bijlagen 2 en 3 van de richtlijn; b. b. de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen in haar beschikking van 21 december 2006 (PbEU 2007, L 32) vastgestelde rendementsreferentiewaarden; c. c. de beschikking van de Commissie van 19 november 2008 tot vastlegging van gedetailleerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II bij Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 338).

Artikel 8

Op de garantie van oorsprong wordt vermeld:

a. a. de calorische onderwaarde van de brandstofbron waaruit de elektriciteit is geproduceerd; b. b. de toepassing van de warmte die samen met de elektriciteit is gegenereerd; c. c. de datum en plaats van de productie; d. d. de hoeveelheid HR-WKK-elektriciteit waarvoor de garantie geldt; e. e. de besparing op primaire energie.

Artikel 9

1. Een garantie van oorsprong verliest haar geldigheid één jaar na de datum van boeking op grond van artikel 77cb, derde lid, van de wet.

2. De garantiebeheerinstantie boekt een garantie van oorsprong die haar geldigheid heeft verloren, af van de rekening.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat de wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ter implementatie van de richtlijn warmtekrachtkoppeling in werking treedt.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.

Bijlage 1. , behorende bij de

Bijlage 2

Ligt inzage bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te Arnhem.

Bijlage 3. bij

Vervallen