rijk/ministeriele-regeling/regeling-gegevensuitwisseling-nma-ez/BWBR0019200/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling gegevensuitwisseling NMa-EZ BWBR0019200 ministeriele-regeling geldend 2005-12-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019200 Regeling gegevensuitwisseling NMa-EZ

Regeling gegevensuitwisseling NMa-EZ

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: Minister van Economische Zaken; b. b. wet: de Mededingingswet.

Artikel 2

1. De raad verstrekt zo spoedig mogelijk de gegevens die de minister verlangt en die benodigd zijn voor de taakuitoefening van de minister of waarvan de raad redelijkerwijs kan aannemen dat zij voor de taakuitoefening van de minister benodigd zijn.

2. De minister verstrekt de raad zo spoedig mogelijk uit eigen beweging de gegevens waarvan hij redelijkerwijs kan aannemen dat zij van belang zijn voor de taakuitoefening van de raad.

Paragraaf 2. Werkzaamheden in internationaal verband

Artikel 3

1. De raad stelt de minister onverwijld in kennis van uitnodigingen voor deelname in een vergadering van een adviescomité als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van verordening 1/2003 waarin andere kwesties worden besproken dan individuele zaken.

2. De raad zendt de minister een afschrift van de verslagen van de in het eerste lid bedoelde vergaderingen.

Artikel 4

De raad brengt onverwijld schriftelijk verslag uit aan de minister van door de raad bijgewoonde bijeenkomsten in het kader van de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5b van de wet en van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de instructies van de minister.

Artikel 5

De minister zendt door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen aan de lidstaten voor commentaar voorgelegde zaken of vragen die op het werkterrein van de raad liggen, ter kennisneming aan de raad. De minister kan de raad terzake om schriftelijke opmerkingen verzoeken.

Paragraaf 3. Concentraties

Artikel 6

1. De raad stelt de minister terstond in kennis van een verwijzingsverzoek als bedoeld in artikel 4, vierde en vijfde lid, van verordening 139/2004.

2. De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een kennisgeving aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen de kennisgeving aan de Commissie moet worden gedaan.

3. De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een verzoek of een voornemen tot aansluiting bij een verzoek aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, tweede alinea, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen het verzoek of de mededeling inzake aansluiting bij een verzoek aan de Commissie moet worden gedaan.

4. Indien de minister de raad een instructie wil geven ten aanzien van een verwijzingsverzoek als bedoeld in het eerste lid, of een voornemen als bedoeld in het tweede of derde lid, geeft hij deze instructie binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de raad. Indien een beoordeling van het verzoek of het voornemen niet binnen die termijn mogelijk is, stelt de minister de raad daarvan op de hoogte.

Artikel 7

1. De raad stelt de minister terstond in kennis van een weigering door de raad van een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie op grond van artikel 41, tweede lid, van de wet.

2. De minister doet binnen een week na ontvangst van een aanvraag op grond van artikel 47 van de wet daarvan mededeling aan de raad.

3. Voordat de minister de ontwerp-beslissing op een aanvraag op grond van artikel 47 van de wet in de ministerraad aan de orde stelt, stelt hij de raad in de gelegenheid binnen een week zijn opmerkingen terzake schriftelijk aan hem kenbaar te maken.

Paragraaf 4. Beleidsregels en jaarverslag

Artikel 8

1. De minister stelt de raad in de gelegenheid zijn zienswijze op het ontwerp van beleidsregels als bedoeld in artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen te geven.

2. De raad geeft binnen vier weken aan de minister zijn zienswijze over de voorgenomen beleidsregels.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

De raad zendt de minister onverwijld een afschrift van een besluit dat afwijkt van een door de minister vastgestelde beleidsregel.

Artikel 11

1. De raad stelt de minister ten minste vier weken voordat het jaarverslag overeenkomstig artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen aan de minister wordt gezonden in de gelegenheid kennis te nemen van het ontwerp-jaarverslag.

2. De minister stelt de raad ten minste vier weken voordat hij zijn bevindingen omtrent het jaarverslag aan de beide kamers der Staten-Generaal zendt in de gelegenheid kennis te nemen van zijn ontwerp-bevindingen omtrent het jaarverslag van de raad.

Paragraaf 5. Betreden plaatsen en klachten

Artikel 12

Van het betreden van een plaats met toepassing van artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van een onderzoek in de zin van hoofdstuk 6 van de wet of van een inspectie in een woning als bedoeld in artikel 89d van de wet door krachtens artikel 50, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren, maakt de raad zo spoedig mogelijk na aanvang daarvan melding aan de minister.

Artikel 13

1. De raad zendt de minister jaarlijks voor 1 mei een overzicht van alle door de raad in het vorige kalenderjaar behandelde klachten als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede van alle in dat jaar bij de Nationale Ombudsman ingediende klachten. Het overzicht gaat vergezeld van een toelichting.

2. Aan de minister gerichte klachten over de wijze waarop de raad of een persoon werkzaam onder gezag van de raad zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een derde heeft gedragen, worden terstond aan de raad gemeld en ter behandeling overgedragen. De raad zendt de minister een afschrift van de beantwoording van het doorgezonden klaagschrift.

Paragraaf 6. Samenwerkingsafspraken met andere instanties

Artikel 14

1. De raad stelt de minister in kennis van de ontwerp-afspraken met andere overheidsinstanties inzake afbakening van werkzaamheden of inzake samenwerking.

2. De minister stelt de raad binnen twee weken in kennis van zijn voornemen opmerkingen te maken bij de ontwerp-afspraken. Hij maakt zijn opmerkingen binnen twee weken na die kennisgeving.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 14a

Deze regeling berust op artikel 5e van de Mededingingswet.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gegevensuitwisseling NMa-EZ.