40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling gelijkstelling procedure-onderdelen en -momenten | BWBR0003855 | ministeriele-regeling | geldend | 1985-10-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003855 | Regeling gelijkstelling procedure-onderdelen en -momenten |
Regeling gelijkstelling procedure-onderdelen en -momenten
Artikel 1
Bij ruilverkavelingen waartoe het besluit tot ruilverkaveling is genomen voor de inwerkingtreding van de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299) en die worden voltooid volgens de bepalingen van deze wet, worden de navolgende procedure-onderdelen en procedure-momenten van de Ruilverkavelingswet 1954 (Stb. 510) gelijkgesteld aan de daarna genoemde procedure-onderdelen en procedure-momenten van de Landinrichtingswet:
a. a. het vastgestelde rapport ingevolge artikel 34 van de Ruilverkavelingswet 1954 en het vastgestelde Landinrichtingsplan ingevolge artikel 88, aanhef en onder b, van de Landinrichtingswet; b. b. toezending van het plan aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Ruilverkavelingswet 1954, ingevolge artikel 79, tweede lid, van de laatstgenoemde wet en toezending van het plan aan de Centrale Landinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Landinrichtingswet, ingevolge artikel 131, tweede en vierde lid, van de laatstgenoemde wet; c. c. toezending aan Gedeputeerde Staten van het plan, het advies en het voorstel ingevolge artikel 79, tweede lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en toezending aan Gedeputeerde Staten van het plan en de voorstellen, als bedoeld in artikel 131, tweede en vierde lid, van de Landinrichtingswet; d. d. toegezonden planwijziging aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie, als bedoeld onder b, ingevolge artikel 79, tweede lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en de aan de Centrale Landinrichtingscommissie, als bedoeld onder b, voorgelegde planuitwerking of planuitbreiding ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Landinrichtingswet; e. e. toegezonden planwijziging aan Gedeputeerde Staten ingevolge artikel 79, tweede lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en het ontwerp planuitwerking of planuitbreiding ingevolge artikel 85, derde lid, van de Landinrichtingswet; f. f. de ter visie gelegde planwijziging ingevolge artikel 79, derde lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en het ter visie gelegde ontwerp planuitwerking of planuitbreiding ingevolge artikel 85, derde lid, van de Landinrichtingswet; g. g. kennisgeving ingevolge artikel 79, vierde lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en de kennisgeving ingevolge artikel 85, vierde lid, van de Landinrichtingswet; h. h. het vastgestelde plan ingevolge artikel 79, zesde lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en het vastgestelde plan ingevolge artikel 131, derde lid, van de Landinrichtingswet; i. i. het besluit ingevolge artikel 80, eerste lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en het besluit ingevolge artikel 133, eerste lid, van de Landinrichtingswet; j. j. toezending van het afschrift ingevolge artikel 80, vierde lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en toezending van het afschrift ingevolge artikel 138, eerste lid, van de Landinrichtingswet; k. k. de mogelijkheid tot kroonberoep ingevolge artikel 80, vijfde lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en de mogelijkheid tot kroonberoep ingevolge artikel 138, vierde lid, van de Ruilverkavelingswet; l. l. de goedkeuring van de richtlijnen ingevolge artikel 26, tweede lid, van de instructie voor de plaatselijke commissie, bedoeld in artikel 51, vierde lid, van de Ruilverkavelingswet 1954 en de vaststelling van de richtlijnen ingevolge artikel 195, eerste lid, van de Landinrichtingswet; m. m. de wenszitting ingevolge artikel 27, eerste lid, van de instructie, als bedoeld in artikel 51, vierde lid van de Ruilverkavelingswet 1954 en de wenszitting ingevolge artikel 198 van de Landinrichtingswet.
Artikel 2
De op het moment van de inwerkingtreding van de Landinrichtingswet afgeronde procedure-onderdelen en proceduremomenten ingevolge de Ruilverkavelingswet worden geacht te zijn afgerond volgens de Landinrichtingswet.
Artikel 3
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Landinrichtingswet.
2. Zij kan worden aangehaald als: Regeling gelijkstelling procedure-onderdelen en -momenten.