rijk/ministeriele-regeling/regeling-inburgering-allochtone-vrouwen-g31/BWBR0020127/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

11 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling inburgering allochtone vrouwen G31 BWBR0020127 ministeriele-regeling geldend 2006-08-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020127 Regeling inburgering allochtone vrouwen G31

Regeling inburgering allochtone vrouwen G31

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties; b. b. Besluit: het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid; c. c. Brede doeluitkering: brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid; d. d. G30: de gemeenten Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (Overijssel), s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad en Zwolle; e. e. allochtone vrouw: de vrouw die

      1°.
       behoort tot de eerste generatie niet-westerse allochtonen, dan wel de eerste generatie allochtonen afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie of voormalig Joegoslavië;
    
    
      2°.
      geen nieuwkomer is als bedoeld in de Wet inburgering nieuwkomers;
    
    
      3°.
      geen inburgeringsprogramma voor oudkomers volgt op grond van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid, de Regeling inburgering oudkomers 25 gemeenten 2005, de Regeling inburgering oudkomers G25 2006 of de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006;
    
    
      4°.
      al voor langere tijd rechtmatig in Nederland verblijft, anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers, en
    
    
      5°.
      algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria of de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten, en aan wie in het kader van de uitvoering van voornoemde wetten of regelingen een voorziening is aangeboden gericht op arbeidsinschakeling, dan wel
    
    
      6°.
      geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid, algemene bijstand of een uitkering als bedoeld onder 5° geniet;

1°. 1°. behoort tot de eerste generatie niet-westerse allochtonen, dan wel de eerste generatie allochtonen afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie of voormalig Joegoslavië; 2°. 2°. geen nieuwkomer is als bedoeld in de Wet inburgering nieuwkomers; 3°. 3°. geen inburgeringsprogramma voor oudkomers volgt op grond van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid, de Regeling inburgering oudkomers 25 gemeenten 2005, de Regeling inburgering oudkomers G25 2006 of de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006; 4°. 4°. al voor langere tijd rechtmatig in Nederland verblijft, anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers, en 5°. 5°. algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria of de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten, en aan wie in het kader van de uitvoering van voornoemde wetten of regelingen een voorziening is aangeboden gericht op arbeidsinschakeling, dan wel 6°. 6°. geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid, algemene bijstand of een uitkering als bedoeld onder 5° geniet; f. f. categorie uitkeringsgerechtigd: de categorie, genoemd in onderdeel e, onder 5°; g. g. categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd: de categorie, genoemd in onderdeel e, onder 6°; h. h. aanvullende uitkering: een verhoging van de brede doeluitkering ; i. i. inburgeringsvoorziening: de inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 6; j. j. inburgeringsexamen: het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7; k. k. IB-Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

Hoofdstuk 2. Aanvraag en verlening aanvullende uitkering en verlening voorschot

Artikel 2

1. De gemeenten komen in aanmerking voor een aanvullende uitkering, onder de in deze regeling genoemde voorwaarden, teneinde hen in staat te stellen allochtone vrouwen deel te laten nemen aan een inburgeringsvoorziening en deze inburgeringsvoorziening te laten afsluiten met het inburgeringsexamen.

2. Het college van burgemeester en wethouders dient binnen vier weken na inwerkingtreding van deze regeling bij Onze Minister een aanvraag in voor de aanvullende uitkering. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het ontwikkelingsprogramma.

3.

Het gewijzigde ontwikkelingsprogramma bevat een gemotiveerde keuze van de resultaten die het college van burgemeester en wethouders wil bereiken ten aanzien van:

a. a. het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, en het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, met wie in 2006 een overeenkomst als bedoeld in artikel 8 wordt gesloten; b. b. het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, en het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, dat uiterlijk 31 december 2009 zal hebben deelgenomen aan het inburgeringsexamen.

4. Het procentuele aandeel van elke gemeente behorend tot de G30 in de middelen voor bevordering van de inburgering van allochtone vrouwen is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 3

Onze Minister neemt een beschikking tot verlening van de aanvullende uitkering binnen zes weken na het tijdstip waarop de in artikel 2 bedoelde aanvraag is ontvangen.

Artikel 4

De normvergoedingen welke ten aanzien van de resultaten, genoemd in artikel 2, derde lid, worden gehanteerd, zijn:

a. a. € 1854, voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, respectievelijk € 1271, voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, met wie in 2006 een overeenkomst is gesloten; b. b. € 4807, voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, respectievelijk € 3294, voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, die uiterlijk 31 december 2009 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen.

Artikel 5

1. Onze Minister verleent aan de gemeente in 2006 een voorschot ter hoogte van het bedrag dat op grond van artikel 3 is verleend.

2. Het voorschot wordt na het besluit tot verlening van de aanvullende uitkering betaald bij de eerstvolgende voorschotverlening zoals die plaatsvindt op grond van artikel 20 van het Besluit.

Hoofdstuk 3. Inburgeringsvoorziening, inburgeringsexamen en overeenkomst

Artikel 6

1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de inburgeringsvoorziening vast, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de persoonlijke situatie van de desbetreffende allochtone vrouw.

2. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening toeleidt naar het inburgeringsexamen en op uiterlijk 31 december 2009 wordt afgesloten door middel van deelname aan het inburgeringsexamen.

Artikel 7

1.

Het inburgeringsexamen toetst de beheersing van:

a. a. de Nederlandse taal op het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen voor spreekvaardigheid, luistervaardigheid en gespreksvaardigheid; b. b. de Nederlandse taal op het niveau A1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen voor schrijfvaardigheid en leesvaardigheid; en c. c. Kennis van de Nederlandse Samenleving op de domeinen Werk en inkomen, Omgangsvormen, waarden en normen, Wonen, Gezondheid en gezondheidszorg, Geschiedenis en geografie, Instanties, Staatsinrichting en rechtsstaat en Onderwijs en opvoeding.

2. Het inburgeringsexamen bestaat uit een centraal deel en uit een praktijkdeel.

3.

Het centrale deel van het inburgeringsexamen wordt afgenomen door de IB-Groep en bestaat uit:

a. a. een elektronisch praktijkexamen; b. b. een toets gesproken Nederlands, en c. c. een examen in de kennis van de Nederlandse samenleving.

4. Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen wordt afgenomen door de IB-Groep en de door de IB-Groep aangewezen exameninstellingen en bestaat uit een assessment, een portfolio dan wel een combinatie daarvan. Het praktijkdeel omvat een beoordeling van de taalvaardigheden in een aantal praktijksituaties, ontleend aan het domein Burgerschap en het domein Werk dan wel het domein Onderwijs, gezondheid en opvoeding.

5. Het resultaat van beide delen van het inburgeringsexamen wordt vastgesteld door de IB-Groep en de door de IB-Groep aangewezen exameninstellingen en wordt uitgedrukt in geslaagd of niet geslaagd. Het inburgeringsexamen is behaald indien alle daartoe behorende examens met goed gevolg zijn afgelegd.

6. Ten bewijze dat het inburgeringsexamen is behaald, wordt door de IB-Groep aan de allochtone vrouw een diploma uitgereikt, waarvan het model door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wordt vastgesteld.

Artikel 8

1. Het college van burgemeester en wethouders sluit een overeenkomst met de allochtone vrouw die een inburgeringsvoorziening krijgt. De overeenkomst wordt door partijen niet later ondertekend dan 31 december 2006.

2.

De overeenkomst bevat ten minste bepalingen met betrekking tot:

a. a. het doel van de inburgeringsvoorziening; b. b. de onderdelen van de inburgeringsvoorziening; c. c. de rechten en de verplichtingen van de partijen bij de overeenkomst; d. d. de gevolgen welke zijn verbonden aan niet-nakoming van de overeenkomst.

3. Het college van burgemeester en wethouders sluit op grond van deze regeling met een allochtone vrouw slechts één overeenkomst.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 9

Wijzigt de Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering allochtone vrouwen G31.

Bijlage . , behorend bij