rijk/ministeriele-regeling/regeling-inburgering-allochtone-vrouwen-niet-g31/BWBR0019949/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

212 lines
14 KiB
Markdown
Raw Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31
bwb_id: BWBR0019949
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2006-06-28'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0019949
citeertitel: Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31
---
# Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31
## Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en strekking van de regeling
### Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
Minister: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;
b. b.
samenwerkingsverband: een centrumgemeente of een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan de deelnemende gemeenten de hen ingevolge deze regeling toekomende rechten en de ingevolge deze regeling op hen rustende verplichtingen hebben overgedragen;
c. c.
college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, niet zijnde een gemeente welke behoort tot de G31, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid;
d. d.
bestuur: het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
e. e.
allochtone vrouw: de vrouw die
1°.
behoort tot de eerste generatie niet-westerse allochtonen, dan wel de eerste generatie allochtonen afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie of voormalig Joegoslavië, en;
2°.
geen nieuwkomer is als bedoeld in de Wet inburgering nieuwkomers, en;
3°.
geen inburgeringsprogramma voor oudkomers volgt op grond van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid, de Regeling inburgering oudkomers 25 gemeenten 2005, de Regeling inburgering oudkomers G25 2006 of de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006, en;
4°.
al voor langere tijd rechtmatig in Nederland verblijft, anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers, en;
5°.
algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria of de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten, en aan wie in het kader van de uitvoering van voornoemde wetten of regelingen een voorziening is aangeboden gericht op arbeidsinschakeling, dan wel;
6°.
geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid, algemene bijstand of uitkering geniet;
1°. 1°.
behoort tot de eerste generatie niet-westerse allochtonen, dan wel de eerste generatie allochtonen afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie of voormalig Joegoslavië, en;
2°. 2°.
geen nieuwkomer is als bedoeld in de Wet inburgering nieuwkomers, en;
3°. 3°.
geen inburgeringsprogramma voor oudkomers volgt op grond van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid, de Regeling inburgering oudkomers 25 gemeenten 2005, de Regeling inburgering oudkomers G25 2006 of de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006, en;
4°. 4°.
al voor langere tijd rechtmatig in Nederland verblijft, anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers, en;
5°. 5°.
algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria of de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten, en aan wie in het kader van de uitvoering van voornoemde wetten of regelingen een voorziening is aangeboden gericht op arbeidsinschakeling, dan wel;
6°. 6°.
geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid, algemene bijstand of uitkering geniet;
f. f.
categorie uitkeringsgerechtigd: de categorie, genoemd in onderdeel e, onder 5º;
g. g.
categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd: de categorie, genoemd in onderdeel e, onder 6º;
h. h.
bijdrage: de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 2;
i. i.
prognose: het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, alsmede het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd met wie het college of het bestuur naar de verwachting in het jaar 2006 een overeenkomst als bedoeld in artikel 6 zal sluiten;
j. j.
inburgeringsvoorziening: de inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 4;
k. k.
inburgeringsexamen: het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 5;
l. l.
IB-Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.
### Artikel 2
**1.** De Minister kan aan een gemeente of een samenwerkingsverband, onder de in deze regeling genoemde voorwaarden, een bijdrage verlenen teneinde de gemeente of het samenwerkingsverband in staat te stellen allochtone vrouwen deel te laten nemen aan een inburgeringsvoorziening en deze inburgeringsvoorziening te laten afsluiten met het inburgeringsexamen.
**2.** Het budget voor de bedragen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 8.000.000. De Minister kan besluiten het budget te verhogen. De bijdrage wordt onder voorbehoud van autorisatie van de begrotingswetgever verleend en vastgesteld.
## Hoofdstuk 2. Aanvraag bijdrage en verlening voorschot
### Artikel 3
**1.** Indien een gemeente of een samenwerkingsverband in aanmerking wenst te komen voor verlening van een bijdrage dient het college of het bestuur binnen drie weken na inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag in, onder gebruikmaking van het in bijlage 1 opgenomen formulier. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de prognose, welke ten minste 5 bedraagt.
**2.** De Minister beoordeelt alle ingediende aanvragen en prognoses gezamenlijk en verleent per aanvraag een voorschot op de bijdrage aan de hand van het bepaalde in het derde en vierde lid.
**3.**
Indien het budget, bedoeld in artikel 2, tweede lid, toereikend is om alle ingediende prognoses te honoreren, is de hoogte van het voorschot gelijk aan:
a. a.
 4235 vermenigvuldigd met het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, en:
b. b.
 6180 vermenigvuldigd met het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd.
**4.** Indien het budget, bedoeld in artikel 2, tweede lid, niet toereikend is om alle ingediende prognoses te honoreren, bepaalt de Minister het relatieve aandeel van de ingediende prognose in het totaal van de prognoses, aan de hand waarvan de Minister vervolgens de ingediende prognose neerwaarts bijstelt, waarbij de neerwaarts bijgestelde prognose echter niet lager zal zijn dan 5. De hoogte van het voorschot wordt in dit geval vastgesteld aan de hand van de bedragen, genoemd in het derde lid, vermenigvuldigd met de neerwaarts bijgestelde prognose.
**5.** De beschikking tot verlening van het voorschot wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college of het bestuur bekendgemaakt.
## Hoofdstuk 3. Inburgeringsvoorziening, inburgeringsexamen en overeenkomst
### Artikel 4
**1.** Het college of het bestuur stelt de inburgeringsvoorziening vast, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de persoonlijke situatie van de desbetreffende allochtone vrouw.
**2.** Het college of het bestuur draagt er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening toeleidt naar het inburgeringsexamen en op uiterlijk 31 december 2009 wordt afgesloten door middel van deelname aan het inburgeringsexamen.
### Artikel 5
**1.**
Het inburgeringsexamen toetst de beheersing van:
a. a.
de Nederlandse taal op het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen voor spreekvaardigheid, luistervaardigheid en gespreksvaardigheid;
b. b.
de Nederlandse taal op het niveau A1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen voor schrijfvaardigheid en leesvaardigheid; en
c. c.
Kennis van de Nederlandse Samenleving op de domeinen Werk en inkomen, Omgangsvormen, waarden en normen, Wonen, Gezondheid en gezondheidszorg, Geschiedenis en geografie, Instanties, Staatsinrichting en rechtsstaat en Onderwijs en opvoeding.
**2.** Het inburgeringsexamen bestaat uit een centraal deel en uit een praktijkdeel.
**3.**
Het centrale deel van het inburgeringsexamen wordt afgenomen door de IB-Groep en bestaat uit:
a. a.
een elektronisch praktijkexamen;
b. b.
een toets gesproken Nederlands, en;
c. c.
een examen in de kennis van de Nederlandse samenleving.
**4.** Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen wordt afgenomen door de IB-Groep en de door de IB-Groep aangewezen exameninstellingen en bestaat uit een assessment, een portfolio dan wel een combinatie daarvan. Het praktijkdeel omvat een beoordeling van de taalvaardigheden in een aantal praktijksituaties, ontleend aan het domein Burgerschap en het domein Werk dan wel het domein Onderwijs, gezondheid en opvoeding.
**5.** Het resultaat van beide delen van het inburgeringsexamen wordt vastgesteld door de IB-Groep en de door de IB-Groep aangewezen exameninstellingen en wordt uitgedrukt in geslaagd of niet geslaagd. Het inburgeringsexamen is behaald indien alle daartoe behorende examens met goed gevolg zijn afgelegd.
**6.** Ten bewijze dat het inburgeringsexamen is behaald, wordt door de IB-Groep aan de allochtone vrouw een diploma uitgereikt, waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld.
### Artikel 6
**1.** Het college of het bestuur sluit een overeenkomst met de allochtone vrouw die een inburgeringsvoorziening krijgt. De overeenkomst wordt door partijen niet later ondertekend dan 31 december 2006.
**2.**
De overeenkomst bevat ten minste bepalingen met betrekking tot:
a. a.
het doel van de inburgeringsvoorziening;
b. b.
de onderdelen van de inburgeringsvoorziening;
c. c.
de rechten en de verplichtingen van de partijen bij de overeenkomst;
d. d.
de gevolgen welke zijn verbonden aan niet-nakoming van de overeenkomst.
**3.** Het college of het bestuur sluit op grond van deze regeling met een allochtone vrouw slechts één overeenkomst.
## Hoofdstuk 4. Informatieverstrekking, vaststelling bijdrage
### Artikel 7
**1.**
Het college of het bestuur verstrekt aan de Minister de volgende prestatiegegevens:
a. a.
het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, en het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, met wie in 2006 een overeenkomst als bedoeld in artikel 6 is gesloten;
b. b.
het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, en het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, dat voor 1 januari 2010 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen.
**2.** Het college of het bestuur verstrekt aan de Minister de gegevens, bedoeld in het eerste lid, tezamen met de jaarrekening, bedoeld in artikel 186 van de Gemeentewet, welke ziet op het jaar 2009. De jaarrekening is voorzien van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, Gemeentewet.
### Artikel 8
**1.** De Minister stelt de bijdrage vast aan de hand van de gegevens, bedoeld in artikel 7.
**2.**
De bijdrage voor een gemeente of samenwerkingsverband bedraagt:
a. a.
 1854 voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, respectievelijk € 1271 voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, met wie in 2006 een overeenkomst is gesloten;
b. b.
 4807 voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, respectievelijk € 3294 voor iedere allochtone vrouw, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, die voor 1 januari 2010 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen.
**3.** Het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie niet-werkend en niet-uitkeringsgerechtigd, alsmede het aantal allochtone vrouwen, behorend tot de categorie uitkeringsgerechtigd, dat de Minister bij het vaststellen van de bijdrage betrekt, kan de in de beschikking tot verlening van het voorschot genoemde aantallen allochtone vrouwen, per te onderscheiden categorie, niet overtreffen.
**4.** De Minister stelt de bijdrage uiterlijk 1 oktober 2010 vast.
**5.** De vastgestelde bijdrage wordt binnen zes maanden na de vaststelling ervan betaald.
**6.** Indien het voorschot hoger is dan de vastgestelde bijdrage, kan de Minister het verschil terugvorderen.
## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
### Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst****en vervalt met ingang van 1 januari 2012.
### Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31.
## Bijlage 1