40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
37 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000 | BWBR0012010 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-12-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012010 | Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000 |
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. In deze regeling wordt onder het vervoeren van een vervoermiddel verstaan het voortbewegen of doen voortbewegen van een vervoermiddel.
Hoofdstuk 2. Hygiënevoorschriften in het kader van vervoer van vee
Paragraaf 1. Verbods- en vrijstellingsbepalingen
Artikel 2
1. Het is verboden evenhoevigen te vervoeren met een vervoermiddel, tenzij is voldaan aan de artikelen 6, 7, 8, 10, 15 tot en met 18 en 19.
2. In het eerste lid wordt onder het vervoeren met een vervoermiddel mede verstaan het aanwezig zijn van een vervoermiddel waarmee kennelijk evenhoevigen zijn of zullen worden vervoerd, op of in de nabijheid van plaatsen waar kennelijk evenhoevigen zijn gelost of geladen, dan wel waar gewoonlijk evenhoevigen worden gelost of geladen, met inbegrip van de daarbij behorende parkeerplaatsen.
Artikel 2a
Indien een vervoerder van evenhoevigen het bepaalde in deze regeling bij herhaling overtreedt, kan de minister de erkenning, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit dierenvervoer 1994, schorsen of intrekken.
Artikel 3
Het is verboden een of meer evenhoevigen te vervoeren met een vervoermiddel waaruit uitwerpselen, strooisel of voeder kunnen lopen of vallen.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
1. Het is verboden een of meer evenhoevigen te ontvangen op een houderij van evenhoevigen of slachtplaats met geringe capaciteit, tenzij op dat bedrijf of die plaats een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen aanwezig is die voldoet aan bijlage I, deel A, bij deze regeling.
2. Het is verboden een of meer evenhoevigen of vervoermiddelen voor evenhoevigen te vervoeren naar, dan wel een of meer evenhoevigen, af te leveren, te ontvangen of te houden op een slachtplaats, niet zijnde een slachtplaats met geringe capaciteit, verzamelcentrum voor evenhoevigen of een andere, voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen bestemde of gebruikte plaats, tenzij die plaats beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen die is geregistreerd overeenkomstig artikel 23, eerste lid.
3.
Het is verboden een of meer evenhoevigen te ontvangen op een houderij van evenhoevigen of een slachtplaats met geringe capaciteit, bij een temperatuur van 0° C of lager, tenzij
a. a. dat bedrijf of die plaats beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen die is geregistreerd overeenkomstig artikel 23, eerste lid, of b. b. de voorziening, bedoeld in het eerste lid, zodanig is ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen onder alle klimatologische omstandigheden ongehinderd, met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden op het bedrijf en ongeacht het type vervoermiddel kan plaatsvinden.
4.
De in het eerste en derde lid bedoelde verboden zijn niet van toepassing op een slachtplaats met geringe capaciteit waarvan de eigenaar of exploitant beschikt over een door de minister afgegeven vergunning om vervoermiddelen voor evenhoevigen te reinigen en te ontsmetten op een, in de vergunning genoemde, reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen, die is geregistreerd overeenkomstig artikel 23, eerste lid.
Artikel 5a
De voorziening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt uitsluitend gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen voor evenhoevigen.
Artikel 5b
1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt ingediend bij de VWA met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier.
2.
Een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt slechts verleend indien de eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit ten genoegen van de minister aan de hand van schriftelijke stukken aantoont dat:
a. a. uitsluitend andere evenhoevigen dan varkens op de slachtplaats worden geslacht; b. b. de op de slachtplaats geslachte dieren worden geslacht ten behoeve van de eigen verkoop aan consumenten; c. c. voor de duur van de vergunning een schriftelijke overeenkomst is gesloten met de eigenaar of exploitant van een in de vergunning te noemen in de directe nabijheid gelegen reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen, die is geregistreerd overeenkomstig artikel 23, eerste lid, waaruit blijkt dat vervoermiddelen die op de slachtplaats dieren hebben afgeleverd op deze reinigings- en ontsmettingsplaats worden gereinigd en ontsmet.
3.
De eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit, die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid:
a. a. houdt op het bedrijf een register als bedoeld in artikel 22 bij; b. b. toont aan dat direct na lossing van dieren op de slachtplaats de vervoermiddelen steeds zijn gereinigd en ontsmet op de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats en bewaart daartoe in elk geval afschriften van het bewijs, bedoeld in artikel 21, derde lid; c. c. vermeldt in het geschrift, bedoeld in artikel 17, eerste lid, de datum, het tijdstip en de plaats van lossing van de evenhoevigen, alsmede het nummer van de vergunning en de naam van de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats.
4. De vergunning wordt verleend voor één jaar en kan jaarlijks op aanvraag worden verlengd.
5. De in het vierde lid bedoelde aanvraag tot verlenging wordt tenminste 8 weken vóór afloop van de vergunning bij de VWA ingediend.
Artikel 5c
1. Indien naar het oordeel van de minister niet wordt voldaan aan één of meer onderdelen van artikel 5b, tweede of derde lid, wordt de eigenaar of exploitant hiervan op de hoogte gebracht en in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan deze eisen te voldoen.
2. De minister kan de vergunning, bedoeld in artikel 5, vierde lid, schorsen voor een bepaalde termijn indien de termijn, bedoeld in het eerste lid, is verstreken en de eigenaar of exploitant nog steeds niet voldoet aan één of meer onderdelen van artikel 5b, tweede of derde lid.
3. Het is verboden een of meer evenhoevigen te ontvangen op een slachtplaats met geringe capaciteit in geval van schorsing van de vergunning, bedoeld in het tweede lid.
4.
De minister kan de vergunning, bedoeld in artikel 5, vierde lid, intrekken indien:
a. a. de eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit niet voldoet aan het derde lid; b. b. na afloop van de schorsing, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de eigenaar of exploitant nog steeds niet voldoet aan één of meer onderdelen van artikel 5b, tweede of derde lid.
Artikel 6
1. De vervoerder is verplicht een vervoermiddel, de daarbij behorende voorwerpen daaronder begrepen, waarmee een of meer evenhoevigen worden vervoerd terstond na lossing op de plaats van lossing te reinigen en te ontsmetten en daarvan aantekening te maken in het in artikel 17, eerste lid, bedoelde geschrift.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het vervoer van evenhoevigen, niet zijnde varkens, die uitsluitend rechtstreeks van de stal of de weide naar een andere weide en terug worden vervoerd met een vervoermiddel, mits het vervoermiddel zo spoedig mogelijk na dit vervoer wordt gereinigd en ontsmet en daarvan aantekening wordt gemaakt in het in artikel 17, eerste lid, bedoelde geschrift.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien de vervoerder evenhoevigen, niet zijnde varkens, heeft gelost bij een slachtplaats met geringe capaciteit, waarvan de eigenaar of exploitant beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid.
Paragraaf 2. Nadere voorschriften inzake de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor vee
Artikel 7
1. Een ongeladen vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen zijn vervoerd, wordt niet op de openbare weg dan wel op een houderij van evenhoevigen, slachtplaats, verzamelcentrum voor evenhoevigen, of andere plaats waar evenhoevigen verblijven gebracht, tenzij het vervoermiddel is gereinigd en ontsmet en die reiniging en ontsmetting is vermeld in het in artikel 17, eerste lid, bedoelde geschrift.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het vervoer van evenhoevigen als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Artikel 7a
Artikel 7, eerste lid, is niet van toepassing op het vervoer van een vervoermiddel over de openbare weg vanaf een slachtplaats met geringe capaciteit, waarvan de eigenaar of exploitant beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid, mits:
-
- voldaan is aan artikel 5b, derde lid, onder c en
-
- het vervoermiddel direct na lossing op de slachtplaats rechtstreeks, langs de kortste weg naar de in de vergunning aangewezen reinigings- en ontsmettingsplaats rijdt om aldaar gereinigd en ontsmet te worden.
Artikel 8
1. Met een vervoermiddel worden niet tegelijkertijd verschillende diersoorten vervoerd.
2. De vervoerder van schapen en geiten voldoet aan artikel 8 quater, derde lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
1. Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen worden vervoerd, wordt na aankomst op de plaats van aflevering geheel gelost.
2. De eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de plaats waar evenhoevigen worden gelost, verleent alle medewerking aan de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel waarmee de evenhoevigen zijn vervoerd.
Artikel 10a
1. Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het in zoverre in afwijking van artikel 10, eerste lid, toegestaan het vervoermiddel waarmee deze varkens vervoerd zijn, na aankomst op het varkenshouderijbedrijf van herkomst, gedeeltelijk te lossen.
2. De vervoerder draagt er in zoverre in afwijking van artikel 6, eerste lid, van deze regeling, artikel 2, eerste lid, van de regeling van 1 maart 2001 betreffende de uitbreiding van de reinigings- en ontsmettingsmaatregelen voor vervoermiddelen bestemd voor het vervoer van evenhoevigen en artikel 2.11 van de Regeling handel levende dieren en levende producten, zorg voor dat de wielen en de wielkasten van een vervoermiddel als bedoeld in het eerste lid na aankomst op het varkenshouderijbedrijf van herkomst, zo spoedig mogelijk na de lossing, maar voordat het vervoermiddel dit bedrijf weer verlaat, op de plaats van lossing worden gereinigd en ontsmet.
3. De reiniging en ontsmetting als bedoeld in het tweede lid heeft plaats door middel van een installatie die water levert van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting.
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
1. Een vervoermiddel dat kennelijk is gebruikt voor het vervoeren van een of meer evenhoevigen in een lidstaat dan wel in een derde land en leeg vanuit die lidstaat, onderscheidenlijk dat derde land, anders dan in doorvoer in Nederland wordt gebracht, wordt onmiddellijk gereinigd en ontsmet op een op grond van artikel 23, eerste lid, geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen. De vervoerder toont binnen 24 uur na binnenkomst aan de VWA het bewijs, bedoeld in artikel 21, derde lid,.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een vervoermiddel waarvan de vervoerder binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland aan de VWA een bewijs zendt dat het vervoermiddel is gereinigd en ontsmet op een reinigings- en ontsmettingsplaats in de lidstaat, bedoeld in het eerste lid, welke plaats is erkend in de zin van artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een vervoermiddel dat kennelijk is gebruikt voor het anders dan in doorvoer vervoeren van één of meer evenhoevigen in Italië of in Slowakije en ongeladen vanuit één van deze gebieden in Nederland wordt gebracht.
Artikel 13
1. Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen in Nederland worden gebracht, afkomstig uit een lidstaat of een derde land, en dat wordt gelost, wordt op de plaats van lossing zo spoedig mogelijk na de lossing, tezamen met de bij het vervoermiddel behorende voorwerpen gereinigd en ontsmet. De vervoerder toont binnen 24 uur na binnenkomst aan de VWA het bewijs, bedoeld in artikel 21, derde lid, dat de reiniging en ontsmetting is geschied.
2. Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen in Nederland worden gebracht, afkomstig uit een lidstaat of een derde land, en dat wordt gelost op een plaats die niet beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in artikel 23, eerste lid, wordt na reiniging en ontsmetting op de plaats van lossing onmiddellijk vervoerd naar een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in artikel 23, eerste lid, om aldaar te worden gereinigd en ontsmet.
Artikel 14
1. De vervoerder van een vervoermiddel dat in een lidstaat dan wel in een derde land is gebruikt om een of meer evenhoevigen te vervoeren en leeg vanuit die lidstaat, onderscheidenlijk dat derde land, in Nederland wordt gebracht en welk vervoermiddel niet voldoet aan artikel 12, tweede lid en derde lid, brengt dit vervoermiddel niet op enige plaats, tenzij om te voldoen aan artikel 12, eerste lid.
2. De vervoerder van een vervoermiddel dat is geladen met een of meer evenhoevigen uit een lidstaat dan wel uit een derde land dat anders dan in doorvoer in Nederland wordt gebracht, brengt dit vervoermiddel voorafgaand aan lossen niet op een andere plaats dan de plaats van aflevering opgenomen in het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), artikel 9 van richtlijn nr. 91/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46), artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen, geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), onderscheidenlijk artikel 6 van richtlijn nr. 92/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PbEG L 268).
Artikel 15
Een ongeladen vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen zijn of kunnen worden vervoerd, wordt niet toegelaten op een houderij van evenhoevigen, tenzij de eigenaar of exploitant van deze houderij dan wel diens vertegenwoordiger:
-
- vaststelt dat het vervoermiddel is gereinigd en ontsmet;
-
- vaststelt dat in het in artikel 17, eerste lid, bedoelde, bij het betrokken vervoermiddel behorende geschrift van de reiniging en ontsmetting melding is gemaakt, dan wel dat door de vervoerder, indien het een vervoermiddel betreft waarin of waarbij ingevolge deze regeling een dergelijk geschrift niet aanwezig behoeft te zijn, de reiniging en ontsmetting op andere wijze kan worden aangetoond, en
-
- voldoet aan artikel 22.
Paragraaf 3. Voorschriften inzake de wijze waarop de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor vee geschiedt
Artikel 16
De reiniging en ontsmetting, bedoeld in de artikelen 6, 7, 12 en 13 geschieden overeenkomstig de in bijlage II bij deze regeling opgenomen voorschriften.
Paragraaf 4. Administratieve voorschriften betreffende vervoermiddelen voor vee
Artikel 17
1. De vervoerder van een vervoermiddel waarmee evenhoevigen worden vervoerd, vermeldt in het daartoe door de Minister, per vervoerseenheid verstrekte geschrift elke datum en elk tijdstip waarop, alsmede het adres van elke plaats waar reiniging en ontsmetting van dat vervoermiddel heeft plaatsgevonden.
2. In aanvulling op het eerste lid houdt de vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd een register bij dat voldoet aan artikel 8 quater, tweede lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.
3. De vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd, overlegt aan de VWA een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8 quater, vierde lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.
4.
Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in artikel 23:
a. a. wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van het stempel van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, waarin de naam en het adres van die plaats is te lezen, alsmede van de handtekening van de persoon die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, en b. b. worden de datum en het tijdstip waarop de reiniging en ontsmetting heeft plaatsgevonden, door de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bijgehouden in een daartoe bestemd register, onder vermelding van de naam van de persoon die en in voorkomend geval het bedrijf dat of de organisatie die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, alsmede van het kenteken van ieder vervoermiddel en het nummer dat is vermeld op het goedkeuringsbewijs, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling dierenvervoer, dat bij het betrokken vervoermiddel behoort.
5. Het register, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt op de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in het tweede lid, bewaard, voorzover het register vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan drie jaren geleden hebben plaatsgevonden.
6.
De eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in artikel 23, verstrekt de VWA:
a. a. de namen van de personen en het bedrijf of de organisatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en b. b. een afschrift van een overeenkomstig de aanwijzingen van de Minister opgesteld geschrift, waarin is vastgelegd op welke wijze het proces van reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen op die reinigings- en ontsmettingsplaats wordt uitgevoerd.
7. Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een houderij van evenhoevigen wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van de handtekening van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van dat bedrijf, nadat deze de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel heeft gecontroleerd en heeft vastgesteld dat deze overeenkomstig bijlage II heeft plaatsgevonden.
8. Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is in of bij het betreffende vervoermiddel aanwezig, zolang dat geschrift vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan twee maanden geleden hebben plaatsgevonden. De vervoerder bewaart het geschrift vervolgens gedurende drie jaren na de datum waarop de laatste in het geschrift vermelde reiniging of ontsmetting heeft plaatsgevonden, op zijn bedrijf of onderneming.
9. De vervoerder draagt er zorg voor dat in of bij de tot zijn bedrijf of onderneming behorende vervoermiddelen tijdig en voldoende geschriften als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn.
10. In of bij een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens zijn vervoerd, is gedurende ten minste tien dagen na het betreffende vervoer tevens een afschrift aanwezig van het vervoersdocument, bedoeld in de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003, en van het gezondheidscertificaat, bedoeld in Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), die de partij runderen of varkens hebben vergezeld, een en ander voorzover dit document, onderscheidenlijk certificaat, voor de betreffende runderen of varkens is voorgeschreven.
11. De vervoerder bewaart de in het achtste lid bedoelde afschriften op zijn bedrijf of onderneming gedurende drie jaren, gerekend vanaf het tijdstip waarop de afschriften op het bedrijf of de onderneming aanwezig zijn.
12. De chauffeur van een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens worden vervoerd, draagt er zorg voor dat, alvorens het vervoermiddel het Nederlands grondgebied verlaat vóór het verstrijken van de termijn, bedoeld in het achtste lid, de in het vervoermiddel aanwezige afschriften, bedoeld in dat lid, op het bedrijf of de onderneming waartoe het vervoermiddel behoort, aanwezig zijn.
13. Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is te allen tijde in het vervoermiddel aanwezig.
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Artikel 17 is van overeenkomstige toepassing op een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens zijn vervoerd, dat blijkens zijn kenteken in het buitenland thuishoort, met dien verstande dat waar in dat artikel sprake is van de vermelding van gegevens in het door de Minister verstrekte geschrift, de bedoelde gegevens ook op andere wijze mogen worden vastgelegd, mits dit geschiedt op een wijze die voor een ambtenaar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de wet, controleerbaar is.
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
1. Bij een vermelding als bedoeld in artikel 17, tweede lid, wordt aangetekend dat de reiniging en ontsmetting betrekking heeft op een reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 12, onderscheidenlijk 13, is verricht.
2. Indien het vervoermiddel blijkens zijn kenteken in het buitenland thuishoort, wordt door de eigenaar of de exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, aan de vervoerder van dat vervoermiddel een reinigings- en ontsmettingsverklaring afgegeven die in het vervoermiddel wordt bewaard.
3. De eigenaar of de exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, verstrekt na afloop van de reiniging en ontsmetting aan de vervoerder een bewijs, overeenkomstig het in bijlage III bij deze regeling gevoegde model, dat de reiniging en ontsmetting is geschied.
Artikel 22
De eigenaar of exploitant van een houderij van evenhoevigen, verzamelcentrum voor evenhoevigen, of slachtplaats, dan wel diens vertegenwoordiger, vermeldt in een op het bedrijf aanwezig register de datum van de aanwezigheid, het tijdstip van de laatste reiniging en ontsmetting, alsmede het kenteken en het nummer van het in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, bedoelde goedkeuringsbewijs van elk vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen zijn of worden vervoerd, waarbij:
a. a. indien het een Nederlands vervoermiddel betreft, het tijdstip van de laatste reiniging en ontsmetting van het betrokken vervoermiddel wordt overgenomen uit het geschrift, bedoeld in artikel 17; b. b. indien het een leeg vervoermiddel als bedoeld in artikel 12, eerste lid, betreft dat blijkens het kenteken in het buitenland thuishoort, het tijdstip van de laatste reiniging en ontsmetting wordt overgenomen uit de verklaring, bedoeld in artikel 21; c. c. indien het een geladen vervoermiddel als bedoeld in artikel 13, eerste lid, betreft dat blijkens het kenteken in het buitenland thuishoort, als datum van de laatste reiniging en ontsmetting wordt overgenomen de
Artikel 22a
Vervallen
Paragraaf 5. Registratie van reinigings- en ontsmettingsplaatsen voor vervoermiddelen voor vee
Artikel 23
1.
Registratie van een reinigings- en ontsmettingsplaats vindt slechts plaats, indien:
a. a. de plaats voldoet aan de eisen, opgenomen in bijlage I, deel B, bij deze regeling, en b. b. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de plaats door middel van een daartoe opgesteld document ten genoegen van de minister garandeert dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen die op zijn bedrijf worden gebracht, op adequate wijze en in overeenstemming met deze regeling geschieden.
2. De registratie geschiedt door de minister nadat is gebleken dat aan het eerste lid is voldaan.
3. De aanvraag voor een registratie wordt schriftelijk ingediend bij de VWA.
4. Aan een reinigings- en ontsmettingsplaats die is geregistreerd, wordt een registratienummer toegekend.
5.
De registratie kan door de minister worden ingetrokken, indien:
a. a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor registratie; b. b. de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, bij aankomst van een leeg vervoermiddel dat niet of onvoldoende is gereinigd, niet terstond meldt bij de Algemene Inspectiedienst; c. c. niet wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen in het eerste lid, onderdeel b bedoelde document is gegarandeerd, of d. d. de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, enig ander van toepassing zijnd voorschrift van deze regeling op de reinigings- en ontsmettingsplaats niet naleeft.
6. De Minister houdt een register bij van geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaatsen dat ter inzage ligt bij de VWA.
Artikel 23a
Vervallen.
Hoofdstuk 3. Hygiënevoorschriften voor varkenshouderijbedrijven
Artikel 24
Het is verboden:
a. a. een of meer varkens te ontvangen op een varkenshouderijbedrijf; b. b. een of meer varkens op een varkenshouderijbedrijf te houden, dan wel c. c. een of meer varkens die zich op een varkenshouderijbedrijf bevinden, ten vervoer af te staan, tenzij:
1.
op het bedrijf een zodanige (erf)afsluiting aanwezig is rondom de gebouwen waar dieren worden gehouden en het bedrijfsterrein, dat een directe toegang tot deze gebouwen en dat terrein onmogelijk is;
2.
in het bedrijf de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer varkens worden gehouden, door een slot afgesloten kunnen worden en bij afwezigheid van de houder afgesloten zijn;
3.
op het bedrijf in de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer evenhoevigen worden gehouden, geen andere landbouwhuisdieren aanwezig zijn of kunnen komen;
4.
op het bedrijf in de gebouwen waar een of meer varkens worden gehouden, deugdelijke ongediertebestrijding plaatsvindt;
5.
op het bedrijf aanwezige, lege vervoermiddelen zijn gereinigd en ontsmet;
6.
op het bedrijf aanwezige producten en voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, zijn gereinigd en ontsmet, voorzover de aard van die producten en voorwerpen zich niet verzet tegen reiniging en ontsmetting;
7.
op het bedrijf aanwezige personen gekleed zijn in bedrijfskleding en laarzen van het bedrijf;
8.
de kadaverplaatsen waarop kadavers ter destructie worden aangeboden, voldoen aan de in bijlage V bij deze regeling opgenomen inrichtings- en gebruikseisen;
9.
op het bedrijf tot het bedrijf behorende drijfschotten voor het verplaatsen van varkens en merktangen of slaghamers voor het aanbrengen van identificatiemerken aanwezig zijn;
10.
de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, al datgene heeft gedaan wat in redelijkheid in zijn vermogen ligt om het optreden van besmettelijke dierziekten op het bedrijf te voorkomen;
11.
in geval de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, varkens die verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertonen, behandelt of laat behandelen, binnen 24 uur nadat die behandeling is ingesteld, bloed is afgenomen en is ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een besmettelijke dierziekte;
12.
de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, voorzover op dat bedrijf varkens mogelijk ten gevolge van een besmettelijke dierziekte zijn gestorven, een representatief aantal van die dieren ter sectie heeft ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest, of
13.
de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van het bedrijf eenmaal per twaalf maanden door een geaccrediteerde keuringsinstantie overeenkomstig bijlage V een bedrijfsrapport laat opstellen waaruit blijkt in hoeverre op het bedrijf wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde voorschriften en welke voorzieningen eventueel zouden moeten worden getroffen, indien het bedrijf niet of niet volledig aan die voorschriften voldoet en de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, een exemplaar van dat bedrijfsrapport op het bedrijf bewaart.
-
-
op het bedrijf een zodanige (erf)afsluiting aanwezig is rondom de gebouwen waar dieren worden gehouden en het bedrijfsterrein, dat een directe toegang tot deze gebouwen en dat terrein onmogelijk is;
-
-
-
in het bedrijf de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer varkens worden gehouden, door een slot afgesloten kunnen worden en bij afwezigheid van de houder afgesloten zijn;
-
-
-
op het bedrijf in de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer evenhoevigen worden gehouden, geen andere landbouwhuisdieren aanwezig zijn of kunnen komen;
-
-
-
op het bedrijf in de gebouwen waar een of meer varkens worden gehouden, deugdelijke ongediertebestrijding plaatsvindt;
-
-
-
op het bedrijf aanwezige, lege vervoermiddelen zijn gereinigd en ontsmet;
-
-
-
op het bedrijf aanwezige producten en voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, zijn gereinigd en ontsmet, voorzover de aard van die producten en voorwerpen zich niet verzet tegen reiniging en ontsmetting;
-
-
-
op het bedrijf aanwezige personen gekleed zijn in bedrijfskleding en laarzen van het bedrijf;
-
-
-
de kadaverplaatsen waarop kadavers ter destructie worden aangeboden, voldoen aan de in bijlage V bij deze regeling opgenomen inrichtings- en gebruikseisen;
-
-
-
op het bedrijf tot het bedrijf behorende drijfschotten voor het verplaatsen van varkens en merktangen of slaghamers voor het aanbrengen van identificatiemerken aanwezig zijn;
-
-
- de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, al datgene heeft gedaan wat in redelijkheid in zijn vermogen ligt om het optreden van besmettelijke dierziekten op het bedrijf te voorkomen;
-
- in geval de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, varkens die verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertonen, behandelt of laat behandelen, binnen 24 uur nadat die behandeling is ingesteld, bloed is afgenomen en is ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een besmettelijke dierziekte;
-
- de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, voorzover op dat bedrijf varkens mogelijk ten gevolge van een besmettelijke dierziekte zijn gestorven, een representatief aantal van die dieren ter sectie heeft ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest, of
-
- de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van het bedrijf eenmaal per twaalf maanden door een geaccrediteerde keuringsinstantie overeenkomstig bijlage V een bedrijfsrapport laat opstellen waaruit blijkt in hoeverre op het bedrijf wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde voorschriften en welke voorzieningen eventueel zouden moeten worden getroffen, indien het bedrijf niet of niet volledig aan die voorschriften voldoet en de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, een exemplaar van dat bedrijfsrapport op het bedrijf bewaart.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen en wijziging van andere regelingen
Artikel 25
1. Degene die ingevolge deze regeling gegevens moet bijhouden of vermelden op daartoe bestemde bescheiden, doet dit volledig, juist en naar waarheid.
2. Het bijhouden of vermelden van de in het eerste lid bedoelde gegevens geschiedt onverwijld nadat de gegevens bekend zijn bij degene die zij ingevolge deze regeling moet bijhouden of vermelden.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden gedurende een jaar bewaard.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 26
1. De Regeling inzake hygiëne-voorschriften besmettelijke dierziekten wordt ingetrokken.
2. Geschriften die ingevolge artikel 17, eerste lid, van de in het eerste lid genoemde regeling dan wel ingevolge de artikelen 6, eerste lid, of 6a, eerste lid, van de Beschikking ontsmetting motorrijtuigen en aanhangwagens 1976 zijn verstrekt ten behoeve van het houden van aantekening van de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, zijn geschriften als bedoeld in artikel 17, eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid blijft de regeling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing voorzover dat voor de strafrechtelijke handhaving van de daarin opgenomen bepalingen noodzakelijk is.
4. De krachtens artikel 23 van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten verleende registraties worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 23 van deze regeling.
Artikel 27
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst
Artikel 28
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000.
Bijlage I. als bedoeld in de
Artikel A
1. Het bedrijf is voorzien van een verharde plaats waar de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen geschiedt.
2. De verharde plaats heeft opstaande randen, dan wel is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen.
3. Het bedrijf kan voldoende water leveren voor de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen die een of meer evenhoevigen op dat bedrijf lossen.
4. De verharde plaats kan op zodanige wijze worden verlicht dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen te allen tijde onbelemmerd en naar behoren kan plaatsvinden.
5. Op het bedrijf zijn voorzieningen aanwezig waarmee ontsmettingsmiddelen kunnen worden toegepast.
6. Op het bedrijf zijn reinigingsmiddelen aanwezig, alsmede ontsmettingsmiddelen die voor dat doel op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zijn toegelaten, in voldoende mate om te kunnen voorzien in de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen die op dat bedrijf een of meer evenhoevigen lossen.
7. Op het bedrijf is een voorziening aanwezig waar de chauffeurs van de vervoermiddelen die varkens op het bedrijf lossen hun handen kunnen wassen met warm water en zeep.
Bijlage II. als bedoeld in de
Bijlage III. Model Bewijs van reiniging en ontsmetting als bedoeld in
[afbeelding]
[afbeelding]
Bijlage IV. als bedoeld in
Vervallen
Bijlage V. bij
Bijlage VI. als bedoeld in
Naam geaccrediteerde instantie: ......................
Datum bezoek: ..................................................
Naam opsteller rapport: .....................................
- Doorhalen hetgeen niet van toepassing is.
Opmerkingen/adviezen/te treffen maatregelen:
........
........
........
Datum bedrijfsbezoek: