rijk/ministeriele-regeling/regeling-lekdichtheidsvoorschriften-koelinstallaties-op-schepen/BWBR0008743/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen BWBR0008743 ministeriele-regeling geldend 2006-11-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008743 Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen

Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen

Artikel 1

Een koelinstallatie op een schip is onvoldoende lekdicht, indien bij onderhouds- of installatiewerkzaamheden materialen of onderdelen worden toegepast die niet voldoen aan paragraaf 2 van de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 2

1. Een koelinstallatie op een schip die op of na 17 maart 1993 is geïnstalleerd of voor het eerst voor gebruik ter beschikking is gesteld, is voorts onvoldoende lekdicht indien het ontwerp of de ruimte waarin de koelinstallatie op een schip is geplaatst, niet voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3 onderscheidenlijk paragraaf 5 van de bij deze regeling behorende bijlage, of indien tijdens de installatiewerkzaamheden niet is gehandeld overeenkomstig paragraaf 4 van die bijlage.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op veranderingen die op of na 17 maart 1993 aan een koelinstallatie op een schip zijn aangebracht, met dien verstande dat het vervangen van een onderdeel of van het koudemiddel niet wordt aangemerkt als een verandering aan de koelinstallatie op een schip.

Artikel 3

1. Een koelinstallatie op een schip die voor het eerst in bedrijf wordt gesteld en een bestaande koelinstallatie op een schip waaraan veranderingen zijn aangebracht, worden voordat die installatie in bedrijf wordt gesteld onderscheidenlijk opnieuw in bedrijf wordt gesteld, aan een controle onderworpen overeenkomstig paragraaf 7 van de bij deze regeling behorende bijlage.

2.

Een bestaande koelinstallatie op een schip die opnieuw in bedrijf wordt gesteld nadat

a. a. een lekkage van of een defect aan die installatie is verholpen, b. b. een onderdeel van die installatie is vervangen, of c. c. het koudemiddel van die installatie is vervangen door een ander koudemiddel, wordt, voordat die installatie opnieuw in bedrijf wordt gesteld, aan een beperkte controle onderworpen overeenkomstig paragraaf 7 van de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 4

De artikelen 2 en 3 zijn niet van toepassing op een koelinstallatie op een schip die vóór 17 maart 1993 is geïnstalleerd of voor gebruik ter beschikking is gesteld en die tijdelijk, voor een periode van ten hoogste zes maanden, op een andere plaats wordt geïnstalleerd, waarna de koelinstallatie op een schip op dezelfde of op een andere plaats binnen de inrichting wordt teruggeplaatst zonder dat aan de installatie wijzigingen zijn aangebracht, mits deze tijdelijke verplaatsing vooraf in het logboek, behorend bij de koelinstallatie op een schip, is aangetekend.

Artikel 5

Deze regeling is niet van toepassing op een koelinstallatie op een schip die tijdelijk in bedrijf wordt gesteld met als enig oogmerk de installatie te beproeven op het correct functioneren ervan, waarna de installatie wordt uitgevoerd naar een ander land.

Artikel 6

De beheerder van een koelinstallatie op een schip, de persoon die beschikt over een erkenningsbewijs als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten of de persoon, belast met het beheer van een koelinstallatie op een schip, die in dienst is van een onderneming die over een zodanig erkenningsbewijs beschikt, neemt paragraaf 6 van de bij deze regeling behorende bijlage in acht. Onder beheerder wordt in deze regeling verstaan de eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het verrichten van handelingen met betrekking tot een koelinstallatie op een schip.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst

Artikel 8a

Deze regeling berust op artikel 5, tweede lid, van het Besluit ozonlaagafbrekende stoffen milieubeheer of artikel 1, tweede lid, van het Besluit broeikasgassen in apparatuur op schepen milieubeheer.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage . Bijlage

Artikel 3

3.1.

Degene die een koelinstallatie ontwerpt of installeert draagt er zorg voor dat de koelinstallatie zodanig is ontworpen en uitgevoerd dat:

a. a. bij een normaal gebruik van de koelinstallatie geen verlies van koudemiddel optreedt; b. b. door corrosie, spanningen of trillingen die bij een normaal gebruik van de koelinstallatie kunnen optreden, geen verlies van koudemiddel optreedt; c. c. installatie-, onderhouds- en controlewerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, zonder dat dit leidt tot verlies van koudemiddel; d. d. de druk die optreedt tijdens de periode waarin de koelinstallatie normaal in bedrijf is, tijdens de periode waarin de koelinstallaties buiten bedrijf is gesteld, of tijdens het transport van een koelinstallatie, niet leidt tot verlies van koudemiddel.

3.2.

Bij de bepaling van de maximaal toelaatbare werkdruk voor een koelinstallatie dient rekening te worden gehouden met:

a. a. de omgevingstemperatuur; b. b. de aanwezigheid van niet condenseerbare gassen; c. c. de verschillen tussen de inwendige druk van de koelinstallatie tijdens een normaal gebruik en de druk waarop de pressostaat is ingesteld; d. d. de ontdooimethode; e. e. de aard van de toepassing van de koelinstallatie; f. f. de invloed van zonneschijn; g. g. mogelijke vervuiling of beschadiging van de koelinstallatie.

3.3. Indien een koelinstallatie is onderverdeeld in verschillende installatiegedeelten en voor ieder gedeelte een afzonderlijke maximaal toelaatbare werkdruk geldt, dient de druk waaronder de koelinstallatie of het installatiegedeelte normaal in bedrijf is, lager te zijn dan de maximaal toelaatbare werkdruk voor de koelinstallatie of het installatiegedeelte.

3.4. De ontwerpdruk van een onderdeel mag niet lager zijn dan de maximaal toelaatbare werkdruk voor de koelinstallatie of voor het gedeelte van de koelinstallatie waarvan het onderdeel deel uitmaakt.

3.5.

De verhouding tussen druk en maximaal toelaatbare werkdruk voor een koelinstallatie dient te voldoen aan de verhoudingen die zijn weergegeven in tabel 2.

Druksoort Drukwaarde
Ontwerpdruk Ten minste 1,0 maal de maximaal toelaatbare werkdruk
Sterktebeproevingensdruk voor een onderdeel van gietijzer Ten minste 1,5 maal de maximaal toelaatbare werkdruk
Sterktebeproevingsdruk voor een onderdeel van gewalst of getrokken materiaal Ten minste 1,3 maal de maximaal toelaatbare werkdruk
Beproevingsdruk voor een volledige installatie of een gedeelte van een installatie Ten minste 1,0 maal en ten hoogste 1,3 maal de maximaal toelaatbare werkdruk
Druk tijdens een lekkagetest Ten hoogste 1,0 maal de maximaal toelaatbare werkdruk
Instelling pressostaat Kleiner dan of gelijk aan 0,9 maal de maximaal toelaatbare werkdruk
Instelling van een ontlastorgaan Gelijk aan 1,0 maal de maximaal toelaatbare werkdruk
Druk waarbij de afblaascapaciteit van een ontlastorgaan wordt berekend Ten hoogste 1,1 maal de maximaal toelaatbare werkdruk

3.6. In een koelinstallatie, waarvan het lagedrukgedeelte niet gescheiden kan worden van het hogedrukgedeelte, mag de afpersdruk van de koelinstallatie gelijk zijn aan de maximaal toelaatbare werkdruk voor het lagedrukgedeelte, indien de onderdelen van het hogedrukgedeelte getest zijn overeenkomstig de drukken zoals weergegeven in tabel 2.