40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
16 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting | BWBR0044932 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-03-13 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044932 | Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting |
Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– –
*college:* college van burgemeester en wethouders;
– –
*deelgebied:* één of meerdere zones op postcode-4-niveau in een kwetsbaar gebied van de gemeente waarbinnen fysieke maatregelen gepland zijn, waarbij een zone slechts in één deelgebied wordt opgenomen;
– –
*deelplan:* zelfstandig onderdeel binnen een programma met fysieke maatregelen binnen een deelgebied, inclusief plan van aanpak voor de herstructurering van dat deelgebied;
– –
*financieel tekort:* negatief saldo van kosten en opbrengsten van fysieke maatregelen in een deelplan, gedurende de looptijd van het programma;
– –
*fysieke maatregel:* op geld waardeerbare concrete maatregel die gericht is op het aanbrengen van een wijziging in een fysiek object en handelingen die daarmee samenhangen;
– –
*herstructurering:* bouwactiviteiten die bestaan uit ten minste één van de volgende onderdelen:
a.
*renovatie:*activiteiten waarbij de energieprestatie van het gebouw met ten minste 3 energielabelstappen verbetert, of waarbij de energieprestatie tot ten minste label B wordt verbeterd, en die ook kunnen zijn gericht op:
1°.
het aanpakken van achterstallig onderhoud; of
2°.
het aanpakken van schimmelproblematiek;
b.
*transformatie*: renovatie waarbij de gebruiksfunctie van een gebouw of van een onderdeel van een gebouw wijzigt in een woonfunctie; of
c.
*Sloop-nieuwbouw*: slopen van een gebouw en vervolgens binnen hetzelfde deelgebied bouwen van een nieuw gebouw met een woonfunctie of een gebouw met onderdelen met een woonfunctie;
a. a.
*renovatie:*activiteiten waarbij de energieprestatie van het gebouw met ten minste 3 energielabelstappen verbetert, of waarbij de energieprestatie tot ten minste label B wordt verbeterd, en die ook kunnen zijn gericht op:
1°.
het aanpakken van achterstallig onderhoud; of
2°.
het aanpakken van schimmelproblematiek;
1°. 1°. het aanpakken van achterstallig onderhoud; of 2°. 2°. het aanpakken van schimmelproblematiek; b. b.
*transformatie*: renovatie waarbij de gebruiksfunctie van een gebouw of van een onderdeel van een gebouw wijzigt in een woonfunctie; of
c. c.
*Sloop-nieuwbouw*: slopen van een gebouw en vervolgens binnen hetzelfde deelgebied bouwen van een nieuw gebouw met een woonfunctie of een gebouw met onderdelen met een woonfunctie;
– –
*inponding:* het aankopen of verwerven van een woning door een persoon of rechtspersoon ten behoeve van de herstructurering van deze woning, waaronder uitsluitend:
a.
verwerving;
b.
advies;
c.
participatie; en
d.
compensatie van de minimumbijdrage in de verhuiskosten, bedoeld in artikel 220 lid 6 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
a. a. verwerving; b. b. advies; c. c. participatie; en d. d. compensatie van de minimumbijdrage in de verhuiskosten, bedoeld in artikel 220 lid 6 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; – –
*kwetsbaar gebied:* wijk of buurt binnen een gemeente die binnen die gemeente op grond van landelijke data ondergemiddeld scoort op de indicator woonkenmerken en ten minste één van de volgende indicatoren:
1°.
Veiligheid;
2°.
Werk en inkomen, of;
3°.
Opleiding en jeugdhulp;
1°. 1°. Veiligheid; 2°. 2°. Werk en inkomen, of; 3°. 3°. Opleiding en jeugdhulp; – –
*minister:* Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
– –
*programma:* programma bestaande uit één of meerdere deelplannen gericht op het doel, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
– –
*woningcorporatie:* toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.
Artikel 2
1. De minister kan op aanvraag van een college een eenmalige specifieke uitkering verstrekken aan de gemeente voor bijdragen aan fysieke maatregelen in een of meer deelplannen ter uitvoering van een programma in kwetsbare gebieden die de herstructurering van kwalitatief slechte woningen tot doel hebben, in het bijzonder particuliere woningen, in het belang van de woonkwaliteit en de leefomgeving in de betreffende gebieden.
2.
De eenmalige specifieke uitkering kan tevens worden verstrekt ten behoeve van:
a. a. de inponding van woningen, of woningen met hoofdzakelijk een woonfunctie, om te herstructureren; b. b. activiteiten gericht op de inrichting van de openbare ruimte indien deze noodzakelijk zijn voor de herstructurering; en c. c. de voor de uitvoering van het programma door de gemeente te maken noodzakelijke projectkosten, niet zijnde de gebruikelijke kosten van het ambtelijke apparaat, voor ten hoogste 10 procent van de aangevraagde uitkering.
Artikel 3
1. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen, indien de gemeente eerder een toekennende uitkeringsbeschikking heeft gekregen op grond van deze regeling.
2.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen, indien uit de bij de aanvraag ingediende gegevens en bescheiden blijkt dat het programma waarvoor een uitkering wordt gevraagd:
a. a. een totale omvang heeft van ten minste € 7.500.000 of ten minste 200 woningen herstructureert; b. b. enkel fysieke maatregelen bevat als bedoeld in artikel 2, eerste lid; c. c. enkel fysieke maatregelen bevat waarbij sprake is van een financieel tekort; d. d. een fysieke maatregel bevat waarvan de uitvoering binnen twee jaar na toekenning van de uitkering opgestart kan worden; e. e. enkel fysieke maatregelen bevat waarvan de uitvoering binnen tien jaar na toekenning van de uitkering afgerond kan worden; en f. f. door de gemeente en andere medeoverheden van een financiële bijdrage wordt voorzien van ten minste 30 procent van het totale financiële tekort van het programma en van elk deelplan.
3. De minister kan op verzoek van het college de in het tweede lid, onderdeel e, genoemde termijn, telkens met ten hoogste één jaar verlengen, indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat het deelplan niet binnen die termijn kan worden afgerond.
Artikel 4
1. In totaal is ten hoogste € 385.000.000 beschikbaar voor specifieke uitkeringen.
2. Specifieke uitkeringen worden niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van programma’s, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Artikel 5
1. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend met ingang van 3 mei 2021 om 9:00 uur tot en met 19 mei 2021 tot 17.00 uur.
2.
Een aanvraag bevat ten minste:
a. a. een omschrijving van het programma, en de fysieke maatregelen waarin wordt ingegaan op de wijze waarop deze voldoen aan de voorwaarden, gesteld in artikel 3, tweede lid; b. b. een omschrijving van de mate waarin de fysieke maatregelen voldoen aan het doel van deze regeling zoals beschreven in artikel 2, eerste lid; c. c. indien de aanvraag fysieke maatregelen bevat die gericht zijn op activiteiten gericht op de inrichting van de openbare ruimte: een onderbouwing van de mate van toerekenbaarheid, profijt en proportionaliteit conform de PTP-methodiek; d. d. een plan van aanpak voor de uitvoering van het programma en per deelplan de fysieke maatregelen, inclusief fasering van de uitvoering van de fysieke maatregelen; e. e. een begroting van de fysieke maatregelen met kosten en opbrengsten per deelplan gedurende de looptijd van het programma, en de projectkosten voor de gemeente; f. f. een toelichting waarin wordt aangetoond dat het programma en het deelplan of de deelplannen onderdeel uitmaken van een bredere aanpak gericht op het verbeteren van de leefbaarheid in het kwetsbare gebied; en g. g. de verwachte begin- en einddatum van de fysieke maatregelen.
3. De minister beslist binnen 13 weken na het sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het eerste lid, over de toekenning van een specifieke uitkering. De minister beslist niet eerder op een aanvraag, dan nadat advies is ingewonnen van de commissie, bedoeld in artikel 9, eerste lid.
4. Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Artikel 6
1.
De minister betaalt in het geval van een toekennend uitkeringsbeschikking, de uitkering in één keer uit. De minister kan daarbij een voorschot van 100% verlenen als:
a. a. De gemeente uiterlijk 30 juni van het daaropvolgende jaar een overeenkomst sluit met de andere bij de uitvoering van het programma betrokken partijen ter uitvoering van de fysieke maatregelen waarvoor de uitkering is toegekend; of b. b. De gemeente uiterlijk 30 juni van het daaropvolgende jaar voorbereidende werkzaamheden verricht voor de uitvoering van de fysieke maatregelen.
2.
De uitkeringsbeschikking vermeldt in elk geval:
a. a. welke fysieke maatregelen worden uitgevoerd en hoeveel woningen daarmee worden geherstructureerd; b. b. het bedrag van de uitkering; c. c. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering; d. d. de periode waarbinnen de fysieke maatregelen moeten zijn uitgevoerd; en e. e. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de fysieke maatregelen zijn uitgevoerd.
3. Aan een uitkering kunnen in de uitkeringsbeschikking nadere verplichtingen worden verbonden.
Artikel 7
1.
De minister stelt een rangschikking op van de aanvragen op basis van een beoordeling van de mate waarin de deelplannen voldoen aan het doel zoals beschreven in artikel 2, eerste lid. De rangschikking wordt bepaald op grond van de behaalde eindscores van de deelplannen bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria:
a. a. effectiviteit; b. b. doelmatigheid; c. c. hardheid; d. d. urgentie; en e. e. prioriteit.
2. De scores en de weging van de criteria, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald conform bijlage I.
3. Indien meerdere aanvragen gelijk scoren bij de weging, en de toekenning van uitkeringen zou leiden tot overschrijding van het in artikel 4, eerste lid, vastgestelde bedrag, worden de aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score van de deelplannen bij het criterium effectiviteit. Indien daarna nog steeds meerdere aanvragen gelijk scoren worden de aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score bij het criterium prioriteit.
4. De minister kan een rangschikking opstellen die afwijkt van de rangschikking, bedoeld in het eerste en derde lid, indien dat in het belang is van het bereiken van het doel van deze regeling zoals beschreven in artikel 2, eerste lid.
5. Specifieke uitkeringen worden toegekend op volgorde van de rangschikking, bedoeld in het eerste en derde lid, of, indien de minister gebruik maakt van de mogelijkheid in het vierde lid, op volgorde van de rangschikking, bedoeld in dat lid.
Artikel 8
1.
De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk af voor zover:
a. a. het deelplan of de deelplannen een onvoldoende score behaalt of behalen bij de weging, bedoeld in artikel 7, eerste lid; of b. b. het bedrag van de aangevraagde uitkering bij de toekenning ervan bij de rangschikking, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of, indien de minister gebruik maakt van de in artikel 7, vierde lid, geregelde mogelijkheid, de rangschikking bedoeld in dat lid, leidt tot een overschrijding van het in artikel 4, eerste lid, genoemde bedrag.
2. Indien de minister een aanvraag gedeeltelijk afwijst, kan de minister voorwaarden opnemen in de beschikking die afwijken van de voorwaarden in artikel 3, tweede lid, onder a.
Artikel 9
1. Er is een Toetsingscommissie herstructurering volkshuisvesting.
2. De commissie adviseert de minister over de toepassing van artikel 7, eerste lid.
2. De commissie brengt advies uit binnen 8 weken na het sluiten van het in artikel 5, eerste lid, bedoelde aanvraagtijdvak.
3. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
4. De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 10
1. De commissie, genoemd in artikel 9, eerste lid, bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden.
2. De minister benoemt de leden voor de duur van vier jaar of tot uiterlijk zoveel eerder dat het uitkeringsplafond, genoemd in artikel 4, eerste lid, is uitgeput, en bepaalt de vergoeding van de leden.
3. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
4. De voorzitter en de leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
Artikel 11
1. De commissie, genoemd in artikel 9, eerste lid, wordt ondersteund door een secretariaat.
2. In het secretariaat wordt voorzien door de minister.
3. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
Artikel 12
1. De commissie, genoemd in artikel 9, eerste lid, stelt haar eigen werkwijze vast. Dit omvat in ieder geval een protocol omtrent de wijze waarop de commissie voorgelegde aanvragen toetst en weegt. Het protocol wordt opgesteld in overleg met de minister.
2. De commissie kan de indiener van de aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, om nadere informatie verzoeken omtrent de in artikel 5, tweede lid, bedoelde gegevens.
Artikel 13
1. Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is toegekend.
2. Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.
Artikel 14
1. Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is van toepassing.
2. Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting.