rijk/ministeriele-regeling/regeling-stimulering-internationale-mobiliteit-volledige-hoger-onderwijsopleidin/BWBR0014391/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

15 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2002 BWBR0014391 ministeriele-regeling geldend 2003-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014391 Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2002

Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2002

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Doel van de regeling is meer nieuwe studenten in het hoger onderwijs in de gelegenheid te stellen een volledige hoger onderwijsopleiding te volgen in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte waarvoor geen recht op studiefinanciering bestaat op grond van de regels gegeven bij of krachtens de WSF 2000.

Artikel 3

1. Deze regeling heeft betrekking op studenten die voor het eerst in het studiejaar 2003-2004 financiële ondersteuning genieten.

2. Het eerste lid is niet van toepassing zolang het recht op financiële ondersteuning is opgeschort op grond van artikel 12, dan wel voorwaardelijk is geëindigd op grond van artikel 13.

Artikel 4

De lijst van hoger onderwijsinstellingen in de lidstaten van de Europese Economische Ruimte en van aan die instellingen te behalen diplomas die gelijkwaardig worden geacht aan een Nederlands hoger onderwijsdiploma, is vastgesteld op grond van de Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 1999. Deze lijst is van toepassing.

Artikel 5

1.

De financiële ondersteuning wordt slechts verleend aan de student die:

a. a. op 1 september van het studiejaar waarin hij de opleiding aanvangt waarvoor hij financiële ondersteuning vraagt, nog niet de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt, en b. b. gedurende de periode van 1 augustus van het vijfde jaar voorafgaand aan het studiejaar waarin hij de opleiding aanvangt waarvoor hij financiële ondersteuning vraagt, tot de datum van de aanvraag, in Nederland ten minste 1 schooljaar voor het volgen van onderwijs was ingeschreven aan een school of instelling die:

        1º.
        op grond van een onderwijswet is bekostigd, 
      
      
        2º.
         op grond van een onderwijswet is aangewezen,
        of
      
      
        3º.
         is erkend op grond van de Wet op de erkende onderwijsinstellingen en de gevolgde opleiding binnen de reikwijdte van die wet valt, en

1º. 1º. op grond van een onderwijswet is bekostigd, 2º. 2º. op grond van een onderwijswet is aangewezen, of 3º. 3º. is erkend op grond van de Wet op de erkende onderwijsinstellingen en de gevolgde opleiding binnen de reikwijdte van die wet valt, en c. c. voor 1 september van het eerste studiejaar waarvoor hij financiële ondersteuning vraagt, niet langer dan 5 maanden in het hoger onderwijs als student ingeschreven is geweest, noch in Nederland, noch in het buitenland.

2. De Nuffic kan afwijken van de termijnen genoemd in het eerste lid, onder b en c, indien, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, toepassing ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 6

1. Een student kan ter verkrijging van financiële ondersteuning een aanvraag indienen. De aanvraag voor het studiejaar 2003-2004 wordt ingediend bij de Nuffic in de periode van 1 januari 2003 tot 1 november 2003. Indiening vindt uitsluitend plaats via: Nuffic, Postbus 29777, 2502 LT Den Haag.

2. Voor het indienen van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de Nuffic en bij decanen van scholen voor voortgezet onderwijs, scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en instellingen voor beroepsonderwijs. Tevens kan het formulier worden gedownload via www.nuffic.nl/visiebeurzen.

3. De student verstrekt aan de Nuffic een kopie van het toelatingsbewijs tot de opleiding waarvoor financiële ondersteuning wordt aangevraagd, of, als men nog niet over dit bewijs beschikt, een kopie van correspondentie met de instelling in het buitenland waar men een studie wil volgen.

4. De student voegt bij zijn aanvraag een gewaarmerkte kopie van een diploma dat toegang geeft tot een opleiding in het hoger onderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Indien de student op het tijdstip van het indienen van de aanvraag nog niet beschikt over het diploma, bedoeld in de vorige volzin, zendt hij een gewaarmerkte kopie van het diploma zodra het diploma in zijn bezit is. Tevens verstrekt de student een kopie van paspoort of identiteitskaart aan de Nuffic.

5. Een aanvraagformulier dat niet volledig is ingevuld, dat niet is ondertekend, of waaraan de bijlagen ontbreken, wordt niet in behandeling genomen, maar aan de aanvrager teruggezonden.

6.

De Nuffic kent aan de aanvragen in volgorde van ontvangst een volgnummer toe, met dien verstande dat

wanneer de student krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen of te verbeteren, de dag waarop de Nuffic de aangevulde of verbeterde aanvraag ontvangt, geldt als datum van ontvangst.

7. Indien een student na het inzenden van zijn aanvraag deze intrekt, deelt hij dit zo spoedig mogelijk aan de Nuffic mee.

8. De Nuffic zendt de aanvragen voor het studiejaar 20032004 die vóór 1 januari 2003 of na 31 oktober 2003 worden ingediend terug aan de afzender onder vermelding van het feit dat zij niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend.

Artikel 7

Voor het studiejaar 2003-2004 zijn maximaal 300 beurzen beschikbaar voor studenten die voldoen aan de gestelde voorwaarden.

Artikel 8

1.

De Nuffic kent de financiële ondersteuning aan een student toe uiterlijk 6 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 6, ingeval de student:

a. a. behoort tot het maximaal aantal gerechtigden, bedoeld in artikel 7, b. b. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5 en c. c. beschikt over een diploma dat toegang geeft tot een opleiding in het hoger onderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

2.

De Nuffic kent de financiële ondersteuning aan een student voorwaardelijk toe uiterlijk 6 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 6, ingeval de student:

a. a. behoort tot het maximaal aantal gerechtigden, bedoeld in artikel 7, b. b. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, en c. c. nog niet beschikt over een diploma dat toegang geeft tot een opleiding in het hoger onderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

3. De Nuffic vervangt de voorwaardelijke toekenning, bedoeld in het tweede lid, door een definitieve toekenning uiterlijk 6 weken na datum van ontvangst van de gewaarmerkte kopie van een diploma dat toegang geeft tot een opleiding in het hoger onderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

4. Indien een student niet behoort tot het maximaal aantal gerechtigden, bedoeld in artikel 7, deelt de Nuffic dit aan hem mee uiterlijk 6 weken na datum van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 6, onder vermelding van het aan hem toegekende volgnummer. Voorts deelt de Nuffic hem mee of hij voor het overige voldoet aan de voorwaarden voor het in aanmerking komen voor financiële ondersteuning.

Artikel 9

1. De financiële ondersteuning bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2007 € 366,61 per kalendermaand.

2. Het ondersteuningsbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks per 1 januari van ieder kalenderjaar aangepast op de wijze bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid, van het Besluit studiefinanciering 2000.

Artikel 10

1. De student zendt jaarlijks uiterlijk in de maand november aan de Nuffic een kopie van het bewijs waaruit blijkt voor welke maanden van het dan lopende studiejaar hij is ingeschreven voor de opleiding waarvoor hij financiële ondersteuning heeft aangevraagd.

2. De student zendt met ingang van het studiejaar volgend op het studiejaar waarin hij de opleiding aanving waarvoor hij financiële ondersteuning vroeg, jaarlijks uiterlijk in de maand november aan de Nuffic een kopie van een overzicht van in het voorafgaande studiejaar behaalde studieresultaten.

3. Indien bij de door de student gevolgde opleiding geldt dat deze in onderdelen is verdeeld waarvoor per onderdeel een bepaalde studieprestatie is vastgesteld en dat een student die niet binnen die tijd voldoet aan deze studieprestatie, niet tot een volgende fase van de opleiding wordt toegelaten, zendt de student aan de Nuffic een gewaarmerkte kopie van een verklaring van de instelling dat hij al dan niet binnen die tijd aan deze studieprestatie heeft voldaan, binnen een maand na de dagtekening van die verklaring.

4. De student is verplicht tot 5 jaren nadat zijn recht op de financiële ondersteuning is geëindigd, aan de Nuffic zijn adresgegevens te verstrekken.

5. De student is verplicht desgevraagd alle overige inlichtingen en bewijsstukken aan de Nuffic te verstrekken die ten behoeve van de uitvoering van deze regeling noodzakelijk zijn.

Artikel 11

1. De ondersteuningsbedragen over een kalenderkwartaal worden uitbetaald in de loop van de eerste maand van dat kalenderkwartaal op een door de student aangewezen bank- of postbankrekening in Nederland.

2. In afwijking van het eerste lid wordt het ondersteuningsbedrag over de maand september van het jaar waarin de student de opleiding aanvangt waarvoor hij financiële ondersteuning vraagt, uitbetaald in de maand september van dat jaar.

3. In afwijking van het eerste en het tweede lid worden de ondersteuningsbedragen niet eerder uitbetaald dan in de maand volgend op de maand waarin de student bij de Nuffic een gewaarmerkte kopie van een diploma dat toegang geeft tot het hoger onderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en kopie van het toelatingsbewijs tot de opleiding waarvoor financiële ondersteuning wordt aangevraagd, heeft ingediend.

4. Indien de toekenning van de financiële ondersteuning over een maand geschiedt in de loop van die maand of later, wordt het bedrag van de toekenning over die maand uitbetaald in de maand volgend op de maand van de toekenning.

Artikel 12

1. De uitbetaling van de financiële ondersteuning wordt opgeschort indien de student gedurende een ononderbroken periode van 1 maand niet voldoet aan één of meer voorwaarden, genoemd in artikel 10, eerste tot en met derde lid, dan wel 2 maanden niet voldoet aan één of meer voorwaarden, genoemd in artikel 10, vierde en vijfde lid. De uitbetaling van de financiële ondersteuning wordt hervat, en de bedragen waar de opschorting betrekking op heeft, worden alsnog uitbetaald zonder vergoeding voor het renteverlies, zodra de student alsnog aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 10, voldoet.

2. De student kan in geval van bijzondere omstandigheid bij de Nuffic een met redenen omklede aanvraag indienen om de aanspraak op een VISIE-beurs tijdelijk op te schorten. De student kan bij de Nuffic een aanvraag indienen om een opgeschorte aanspraak te laten herleven.

Artikel 13

1. Indien bij de door de student gevolgde opleiding geldt dat deze in onderdelen is verdeeld waarvoor een bepaalde studieprestatie is vastgesteld en dat een student die niet binnen die tijd voldoet aan deze studieprestatie, niet tot een volgende fase van de opleiding wordt toegelaten, en de student niet voldoet aan deze studieprestatie, eindigt het recht op de financiële ondersteuning met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de laatste dag van de fase waarin de student niet voldoet aan deze studieprestatie.

2. Het recht van de student op de financiële ondersteuning herleeft met ingang van de eerste dag van de maand waarin de student alsnog tot de volgende fase van de opleiding waarvoor hij financiële ondersteuning heeft aangevraagd wordt toegelaten. In de tussenliggende periode wordt geen recht verbruikt in de zin van het eerste lid.

Artikel 14

1.

Het recht op de financiële ondersteuning eindigt:

a. a. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de nominale studieduur van de opleiding van de student is verbruikt dan wel de student:

        1º.
        de opleiding beëindigt zonder het afsluitend examen met succes te hebben afgelegd.
      
      
        2º.
        het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd,
      
      
        3º.
        studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de WTOS ontvangt.

1º. 1º. de opleiding beëindigt zonder het afsluitend examen met succes te hebben afgelegd. 2º. 2º. het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd, 3º. 3º. studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de WTOS ontvangt. b. b. met ingang van de zesde maand nadat de uitbetaling van de financiële ondersteuning op grond van artikel 12 is opgeschort en de student nog steeds niet heeft voldaan aan één van de voorwaarden genoemd in artikel 10, met dien verstande dat de reeds verstrekte financiële ondersteuning vanaf de aanvang van het betreffende studiejaar als onverschuldigd betaald wordt aangemerkt, of c. c. 10 jaar nadat het recht is ontstaan.

2.

Indien het eerste lid, onderdeel a, onder 1°°, van toepassing is, draagt de student er zorg voor dat een gedagtekend bewijs van uitschrijving binnen twee maanden na het beëindigen van de opleiding in het bezit is van de Nuffic. Indien de student niet tijdig voldoet aan deze voorwaarde, wordt de reeds verstrekte

financiële ondersteuning vanaf de aanvang van het studiejaar waarin de opleiding is beëindigd, als onverschuldigd betaald aangemerkt.

Artikel 15

Indien het recht op de financiële ondersteuning eindigt, wordt het teveel betaalde teruggevorderd.

Artikel 16

De Nuffic voert deze regeling namens de minister uit.

Artikel 17

Studenten die een financiële ondersteuning genieten op grond van de Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2001 behouden hun aanspraak daarop zolang zij ononderbroken aan de voorwaarden van die regeling blijven voldoen.

Artikel 18

De Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2001 wordt ingetrokken.

Artikel 19

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 20

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003 en vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 21

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2002.