rijk/ministeriele-regeling/regeling-structuurverbetering-glastuinbouw-2002/BWBR0013595/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

22 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002 BWBR0013595 ministeriele-regeling geldend 2002-04-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013595 Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002

Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

De minister kan ter verbetering van de bedrijfsstructuur van de glastuinbouwsector op aanvraag subsidie verstrekken voor:

a. a. afbraak van verouderde glasopstanden en bedrijfsgebouwen; b. b. de ontwikkeling van een clusterplan; c. c. investeringen ten behoeve van de reconstructie van bestaande glastuinbouwkavels.

Artikel 3

1. Het totale subsidie bedrag per begunstigde in het kader van deze regeling bedraagt niet meer dan € 1.125.000,-.

2. Op grond van deze regeling kan geen subsidie worden verstrekt aan glastuinbouwbedrijven die deel uitmaken van een rechtspersoon die onder meer gericht is op het doen van onderzoek of het geven van onderwijs.

3. De afbraak van verouderde glasopstanden en bedrijfsgebouwen, de ontwikkeling van een clusterplan of een investering ten behoeve van de reconstructie van bestaande glastuinbouwkavels, met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt, alvorens de ontvangst van de aanvraag voor subsidie schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd, komen niet voor subsidie in aanmerking. Onder het maken van een aanvang met de uitvoering wordt in elk geval verstaan het aangaan van verplichtingen.

Artikel 4

1. De minister kan per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vaststellen voor het aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 2 en kan daarbij nadere voorwaarden met betrekking tot het indienen van een aanvraag vaststellen.

2. De minister stelt voor iedere aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies en kan daarbij onderscheid maken tussen activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, b, of c.

3. De minister verdeelt het per aanvraagperiode beschikbare bedrag in de volgorde van de datum van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld bepalend is voor het moment van indiening van de aanvraag.

4. Indien door toewijzing van subsidieaanvragen met dezelfde datum van ontvangst, het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de rangschikking door middel van een loting, verricht door een notaris, van de op dezelfde dag ontvangen aanvragen. De loting geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.

5. De minister kan besluiten dat geen aanvragen meer kunnen worden ingediend indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden of indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

6. De minister maakt de besluiten, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, bekend in de Staatscourant.

Paragraaf 3. Subsidie voor afbraak

Artikel 5

1.

Een subsidie voor afbraak als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt slechts verstrekt aan de eigenaar van glasopstanden, indien:

a. a. hij zijn glasopstanden en, voorzover aanwezig, de daarbij behorende bedrijfsgebouwen afbreekt; b. b. de tot uitoefening van het glastuinbouwbedrijf bestemde gronden worden overgedragen aan een natuurlijke of rechtspersoon niet zijnde een vennootschap waarin de stakende eigenaar aandelen heeft; c. c. de eigenaar dan wel eigenaren, natuurlijke persoon dan wel natuurlijke personen, van glasopstanden, de bedrijfsmatige exploitatie van de glasopstanden definitief staakt dan wel staken, en d. d. de eigenaar, rechtspersoon, van glasopstanden, alsmede diens aandeelhouders, de bedrijfsmatige exploitatie van de glasopstanden definitief staakt.

2.

De in het eerste lid bedoelde overdracht kan slechts plaatsvinden door middel van:

a. a. overdracht van eigendom, b. b. de vestiging van erfpacht, c. c. de vestiging van een recht van opstal, of d. d. de vestiging van een pachtrecht.

Artikel 6

1.

De subsidie bedraagt 100% van de kosten van de afbraak van glasopstanden en bedrijfsgebouwen met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan:

  • € 3,50 per m^2 glasoppervlak;
  • € 25,- per m^2 bedrijfsgebouw;
  • € 2,50 per m^2 betonnen teeltvloer;
  • € 4,- per m^3 nieuw gegraven sloot.

2. Subsidies die in de vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag zijn verstrekt met betrekking tot de bouw of verbouwing van de glasopstanden en de bedrijfsgebouwen worden in mindering gebracht op de subsidie voor de afbraak daarvan.

Paragraaf 4. Subsidie voor clusterplannen

Artikel 7

1. Een subsidie voor de kosten van het ontwikkelen van een clusterplan als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt slechts verstrekt aan glastuinbouwbedrijven die in een samenwerkingsverband zijn verenigd.

2. Voor subsidie komen slechts in aanmerking de kosten die door derden in rekening zijn gebracht in verband met de ontwikkeling en de totstandkoming van het clusterplan.

3. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 22.500,-.

4. Een clusterplan mag er niet toe leiden dat het totaal aantal hectare glasopstanden van de kavels waarop het clusterplan betrekking heeft wordt uitgebreid ten opzichte van de glasopstanden die op enig tijdstip in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van indienen van de aanvraag tot subsidieverlening op de betrokken kavels aanwezig zijn geweest.

5.

Subsidie wordt slechts verstrekt voor een clusterplan dat erin voorziet dat na uitvoering de kavels de geherstructureerde glastuinbouwbedrijven:

  • aan elkaar grenzen of binnen een straal van ten hoogste 200 meter ten opzichte van elkaar zijn gelegen, en
  • totaal een grootte hebben van ten minste 5 hectare glasopstanden.

Paragraaf 5. Subsidie voor investeringen

Artikel 8

1.

Een subsidie voor investeringen als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, kan slechts worden verstrekt aan een natuurlijk persoon die voor eigen rekening en risico een glastuinbouwbedrijf exploiteert, indien:

a. a. deze beschikt over voldoende agrarisch vakbekwaamheid, blijkend uit een getuigschrift van een erkende landbouwkundige opleiding of van een opleiding van een hiermee gelijkwaardig niveau of blijkend uit het hebben opgedaan van voor de exploitatie van een glastuinbouwbedrijf relevante werkervaring van ten minste 3 jaren; b. b. deze een boekhouding voert die ten minste voldoet aan de volgende voorwaarden:

         het boeken van ontvangsten en uitgaven, met bewijsstukken, en
      
      
         het opstellen van een jaarbalans betreffende de stand van de activa en passiva van het bedrijf;
  • het boeken van ontvangsten en uitgaven, met bewijsstukken, en
  • het opstellen van een jaarbalans betreffende de stand van de activa en passiva van het bedrijf; c. c. de economische levensvatbaarheid van het glastuinbouwbedrijf op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening wordt aangetoond; d. d. bij de exploitatie van het glastuinbouwbedrijf en eventuele andere bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen in ieder geval betekent dat op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening het glastuinbouwbedrijf wordt uitgeoefend met inachtneming van de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Plantenziektewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1996, de Warenwet, de Woningwet en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldende normen.

2.

Een subsidie, als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, kan slechts worden verstrekt aan een rechtspersoon indien:

a. a. hij blijkens de statuten de exploitatie van glasopstanden bestemd voor het glastuinbouwbedrijf ten doel heeft; b. b. hij voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onderdelen b, c, en d; c. c. het door de rechtspersoon aangewezen bedrijfshoofd voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, onderdeel a.

3. Indien meerdere natuurlijke of rechtspersonen gezamenlijk glasopstanden bestemd voor de glastuinbouw exploiteren, kan een subsidie slechts worden verstrekt indien ten minste één van hen voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel a, gestelde voorwaarde en indien zij gezamenlijk voldoen aan de in het eerste lid, onderdelen b, c en d gestelde voorwaarden.

Artikel 9

1. De subsidie voor investeringen als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, bedraagt € 45.000,- per hectare nieuw gerealiseerde glasopstand, doch niet meer dan 40% van het totale bedrag dat met de investering is gemoeid.

2.

In aanmerking voor subsidie komen slechts investeringen in nieuwe glasopstanden ter vervanging van oude glasopstanden voorzover deze:

  • worden gerealiseerd op glastuinbouwkavels waarvan de grenzen zijn of worden gewijzigd ten opzichte van de voor de aanvang van de reconstructie bestaande situatie,
  • worden uitgevoerd overeenkomstig een clusterplan dat voldoet aan de in artikel 7, vijfde lid, gestelde eisen of een verbeteringsplan.

3. De subsidie wordt slechts verleend indien de nieuw te realiseren glasopstanden over een voor- en achtergevel beschikken van ten minste 80 meter breed.

4. Geen subsidie voor investeringen als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt verstrekt indien de investeringen worden aangewend voor nieuwe glasopstanden bedoeld voor de teelt van producten waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden.

5. De investering mag er niet toe leiden dat het tot een glastuinbouwbedrijf behorende totale aantal hectare glasopstanden toeneemt, ten opzichte van de glasopstanden die op enig tijdstip in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van indienen van de aanvraag tot subsidieverlening op de tot het glastuinbouwbedrijf behorende kavels aanwezig zijn geweest.

6. In afwijking van het vijfde lid, mag een investering wel leiden tot een vergroting van het totale aantal hectare glasopstanden op een individueel glastuinbouwbedrijf, mits de investering geschiedt overeenkomstig een clusterplan en het totale aantal hectare glasopstanden van de kavels waarop het clusterplan betrekking heeft niet toeneemt ten opzichte van de glasopstanden die op enig tijdstip in de in artikel 7, vierde lid, bedoelde periode of in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van indienen van de aanvraag tot subsidieverlening op de betrokken kavels aanwezig zijn geweest.

Paragraaf 6. Subsidieverlening

Artikel 10

1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt op een daartoe vastgesteld formulier ingediend bij LASER.

2. In geval van een aanvraag voor een subsidie bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden documenten overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in artikel 5, eerste lid, onder b, gestelde voorwaarde.

3.

In geval van een aanvraag voor een subsidie bedoeld in artikel 2, onderdeel b, gaat deze vergezeld van:

  • een projectvoorstel waarin wordt beschreven hoe de huidige situatie in het betrokken glastuinbouwgebied is en hoe de te realiseren situatie wordt gezien;
  • een verklaring waarin wordt aangegeven op welke wijze de totstandkoming van het clusterplan zal plaatsvinden.

De aanvraag wordt ingediend door alle aan het samenwerkingsverband deelnemende glastuinbouwbedrijven gezamenlijk.

4.

In geval van een aanvraag voor een subsidie bedoeld in artikel 2, onderdeel c, gaat deze vergezeld van:

  • een verklaring van de aanvrager of aanvragers dat vóór het verrichten van de beoogde investeringen wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b;
  • een gespecificeerde begroting van de beoogde investeringen en een opgave van de financieringswijze van het plan;
  • in voorkomend geval, een verklaring van een financierende derde waaruit blijkt dat deze de voorgenomen investeringen geheel of voor een substantieel deel zal financieren;
  • een cluster- of verbeteringsplan, bestaande uit een beschrijving van de beoogde structuurverbetering van de betrokken glastuinbouwkavels na voltooiing van het plan;
  • indien artikel 9, zesde lid, van toepassing is, een overeenkomst waarin de aan het clusterplan deelnemende bedrijven zich verbinden tot een zodanige uitvoering van het clusterplan dat het totale aantal hectare glasopstanden van de aan het clusterplan deelnemende bedrijven niet toeneemt.

5.

Indien geen verklaring als bedoeld in het vierde lid, derde gedachtestreepje, wordt overgelegd, wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening overgelegd:

a. a. een exploitatiebegroting over het boekjaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt waaruit kan worden afgeleid dat het eigen vermogen van het glastuinbouwbedrijf nadat de investering waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend heeft plaatsgevonden, niet minder dan 15 procent van het totale vermogen uitmaakt, b. b. een meerjarenbegroting over een periode van 5 jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt, en c. c. financiële gegevens waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager of -aanvragers gedurende de drie jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag niet meer dan gedurende één jaar verlies heeft of hebben geleden.

Artikel 11

De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. Indien deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel 12

1. De subsidieverlening wordt geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de financiering van de te subsidiëren activiteit niet toereikend zal zijn.

2. De subsidieverlening wordt geweigerd of ingetrokken indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening in hetzelfde kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of vaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend, waarop dezelfde hoofdstukken van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van toepassing zijn en deze andere aanvraag is door ernstige nalatigheid of opzet onjuist.

3. De subsidieverlening wordt geweigerd of ingetrokken, indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling in het voorafgaande kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of vaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend waarop dezelfde hoofdstukken van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van toepassing zijn en deze andere aanvraag is door opzet onjuist.

Paragraaf 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 13

1. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, draagt zorg voor de afbraak en het verwijderen van glasopstanden, bedrijfsgebouwen en overige vaste installaties, het verwijderen van ondergrondse voorzieningen, het graven van nieuwe sloten, alsmede voor het gebruiksvrij overdragen van de vrijkomende grond aan een natuurlijke of rechtspersoon, zulks binnen één jaar nadat de minister het besluit tot subsidieverlening heeft genomen, met de mogelijkheid tot verlenging van deze periode, in geval van overmacht, met maximaal 6 maanden.

2. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, alsmede in geval van een natuurlijke persoon, diens echtgenoot of geregistreerde partner en in geval van een rechtspersoon diens aandeelhouders, zijn voorts verplicht om uiterlijk een jaar nadat de minister de beschikking tot subsidieverlening heeft genomen, de bedrijfsmatige glastuinbouw definitief te staken.

3. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, dient binnen 2 jaar na de subsidieverlening een clusterplan in dat een realistisch beeld geeft van de toekomstmogelijkheden in het betrokken gebied.

4. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, realiseert de nieuwe glasopstanden binnen 2 jaar na de subsidieverlening, met een mogelijkheid tot verlenging van deze periode, in geval van overmacht, met maximaal 1 jaar.

5.

De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, voert de investeringen uit:

a. a. ingeval er voor zijn gebied een clusterplan is gemaakt, overeenkomstig het clusterplan binnen een periode van 2 jaar nadat de minister een beschikking tot subsidieverlening heeft genomen, en b. b. indien er geen clusterplan geldt, overeenkomstig een door hem op te stellen verbeteringsplan, binnen een periode van 2 jaar nadat de minister een beschikking tot subsidieverlening heeft genomen.

6. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verplicht gedurende tenminste 5 jaar de met behulp van de subsidie opgerichte nieuwe glasopstanden in stand te houden.

7. De minister kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 14

1. De subsidieontvanger is verplicht de handelsdocumenten gedurende ten minste 3 jaren te bewaren, ingaande na afloop van het jaar waarin zij zijn opgesteld, en ingeval de met de controle belaste functionarissen of daartoe gemachtigde personen hierom verzoeken, uittreksels of kopieën van de handelsdocumenten te verstrekken.

2. De subsidieontvanger is verplicht de fysieke en administratieve controles toe te laten door de door de minister aangewezen toezichthouders en door de bij of krachtens het EG-verdrag bevoegde Europese controleurs.

Paragraaf 8. Subsidievaststelling

Artikel 15

1.

De aanvraag voor de vaststelling van de subsidie wordt op een daartoe vastgesteld formulier ingediend bij LASER binnen vier maanden nadat:

a. a. overeenkomstig artikel 5 de overdracht van de grond heeft plaatsgevonden, in geval van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, b. b. het clusterplan in geval van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is ingediend, of c. c. de investeringen ter uitvoering van het cluster- of verbeteringsplan zijn uitgevoerd, in geval van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c.

2. Bij het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt een schriftelijke verklaring van de betrokken waterschappen en gemeenten bijgevoegd, houdende instemming met het voorgestelde cluster- of verbeteringsplan.

3. Bij het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt bijgevoegd een afschrift van de bouwvergunningen die voor de door de aanvrager uitgevoerde investeringen noodzakelijk zijn, alsmede - indien van toepassing - een afschrift van de vergunningen die zijn vereist voor het uitvoeren of benutten van de investeringen.

Artikel 16

1. De subsidievaststelling wordt geweigerd of ingetrokken indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de financiering van de te subsidiëren activiteit niet toereikend zal zijn.

2. De subsidievaststelling wordt geweigerd of ingetrokken indien de subsidieaanvraag niet heeft voldaan aan de verplichtingen bedoeld in artikel 13.

3. De subsidievaststelling wordt geweigerd of ingetrokken indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidievaststelling in hetzelfde kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend, waarop dezelfde hoofdstukken van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van toepassing zijn en deze andere aanvraag is door ernstige nalatigheid of opzet onjuist.

4. De subsidievaststelling wordt geweigerd of ingetrokken, indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidievaststelling in het voorafgaande kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of vaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend waarop dezelfde hoofdstukken van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van toepassing zijn en deze andere aanvraag is door opzet onjuist.

Paragraaf 9. Bevoorschotting, betaling en terugvordering

Artikel 17

1. De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek, afhankelijk van diens liquiditeitsbehoefte een voorschot verlenen.

2. Het totaal van de verleende voorschotten kan nooit meer bedragen dan 80% van de verleende subsidie.

3. De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Artikel 18

1. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies, kunnen terug te vorderen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente over de periode die aanvangt op het tijdstip van uitbetaling van het subsidiebedrag tot aan het moment van algehele voldoening.

2. In geval van terugvordering, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van hoofdelijke aansprakelijkheid van de participanten in een samenwerkingsverband.

Artikel 19

De beslissing tot subsidieverlening kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is wegens het uitblijven of intrekken van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling, of voor het plattelandsontwikkelingsplan Nederland, voor zover dat betrekking heeft op deze regeling.

Paragraaf 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20

Indien voor de subsidiabele investeringen of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is of zal worden verstrekt, wordt deze subsidie in mindering gebracht op de op grond van deze regeling verkregen of te verkrijgen subsidie.

Artikel 21

De Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw wordt ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft ten aanzien van subsidieaanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de onderhavige regeling.

Artikel 22

Eén jaar na inwerkingtreding en voorts iedere drie jaar wordt door de minister een evaluatieverslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de in het kader van deze regeling verstrekte subsidies in de praktijk.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002.

Artikel 24

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.