rijk/ministeriele-regeling/regeling-tarieven-scheepvaart-2005/BWBR0017739/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

58 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling tarieven scheepvaart 2005 BWBR0017739 ministeriele-regeling geldend 2004-12-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017739 Regeling tarieven scheepvaart 2005

Regeling tarieven scheepvaart 2005

Hoofdstuk 1. Tarieven binnenvaart

Paragraaf 1.1. Tarieven meting binnenvaartuigen

Artikel 1.1

1. In deze paragraaf zijn de begripsbepalingen van artikel 1 van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978 van toepassing.

2.

In deze paragraaf wordt voorts verstaan onder:

a. a. meting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een meetbrief voor een schip, waarvoor niet eerder een Nederlandse meetbrief is afgegeven; b. b. hermeting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een meetbrief voor een schip dat een verbouwing heeft ondergaan die van invloed is geweest op de ledige diepgang van het schip, en waarvoor eerder een Nederlandse meetbrief is afgegeven; c. c. controlemeting: werkzaamheden ten behoeve van de verlenging van de geldigheidsduur van een meetbrief voor een schip dat sedert de afgifte van de meetbrief geen verbouwing heeft ondergaan die van invloed is geweest op de ledige diepgang van het schip; d. d. ponton: blokvormig schip zonder mogelijkheid om benedendeks lading te vervoeren; e. e. zusterschepen: schepen die volgens dezelfde bouwtekening zijn gebouwd.

Artikel 1.1a

Deze regeling is mede gebaseerd op artikel 34 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen.

Artikel 1.1b

1. De tarieven, bedoeld in deze regeling, zijn verschuldigd voor het verrichten van werkzaamheden door ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport in Nederland of een andere verstrekker.

2. In geval van een vast tarief wordt het bedrag binnen 30 kalenderdagen na verzending van het betalingsverzoek voldaan. Een aanvraag bij een andere verstrekker dan de ILT wordt pas in behandeling genomen wanneer het verschuldigde tarief is voldaan.

3. In geval van een uurtarief worden de werkzaamheden periodiek gefactureerd op basis van het werkelijk aantal bestede uren. De te betalen vergoeding wordt achteraf vastgesteld door het aantal bestede uren te vermenigvuldigen met het uurtarief. De aanvrager voldoet elke ontvangen factuur binnen 30 kalenderdagen na verzending van het betalingsverzoek.

Artikel 1.2

1. Voor de meting of de hermeting van een schip of een ponton ten behoeve van de afgifte van een meetbrief, hieronder begrepen het aanbrengen van ijkmerken of ijkplaten, is een tarief verschuldigd, van € 1.659.

2. In afwijking van het eerste lid is voor de meting of de hermeting van een schip dat niet bestemd is voor het vervoer van goederen een tarief verschuldigd van € 1.051.

3. Voor de controlemeting is een tarief verschuldigd van € 471.

Artikel 1.3

Vervallen

Artikel 1.4

Vervallen

Artikel 1.5

1. Voor de afgifte van een meetbrief, zonder dat hiervoor een meting of hermeting plaatsvindt, is een tarief verschuldigd van € 181 en voor een verlenging van de meetbrief een tarief van € 181.

2. Voor het aanbrengen van een wijziging in een meetbrief, zonder dat hiervoor een meting of hermeting plaatsvindt, is een tarief verschuldigd van € 181.

Artikel 1.6

Vervallen

Artikel 1.7

Indien de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een meetbrief buiten toedoen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of de daartoe door hem aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, niet leiden tot afgifte van het desbetreffende document is een tarief verschuldigd van € 132 per manuur, indien de werkzaamheden niet volledig zijn uitgevoerd.

Artikel 1.8

Voor werkzaamheden voortvloeiende uit het bepaalde bij of krachtens de Binnenvaartwet, en waarvoor niet op grond van een van de overige artikelen van deze paragraaf een tarief is vastgesteld, is een tarief verschuldigd van € 132 per manuur.

Paragraaf 1.2. Tarieven onderzoek binnenvaart

Artikel 1.9

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. certificaat van onderzoek: certificaat, bedoeld in artikel 9 van de Binnenvaartwet en in artikel 1.03 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995; b. b. certificaat van goedkeuring: certificaat, bedoeld in bijlage 1, B1, Rn. 10.282 en bijlage 1, B2, Rn. 210.282, van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen; c. c. communautair certificaat: certificaat, bedoeld in artikel 8, van het Binnenvaartbesluit; d. d. communautair aanvullend certificaat: certificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Binnenvaartbesluit; e. e. proefvaart voor nieuw gebouwde schepen: beproeving tijdens de vaart teneinde aan te tonen dat wordt voldaan aan de gestelde eisen die niet bij een stilliggend schip zijn vast te stellen; f. f. proefvaart voor bestaande schepen: beproeving tijdens een kortdurende vaart teneinde aan te tonen dat wordt voldaan aan eisen die worden gesteld aan een stuurinrichting, dan wel aan de maximaal toelaatbare geluidsniveaus; g. g. verklaring minimumbemanning: in artikel 3.14, tweede lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn bedoelde vermelding alsmede de in artikel 5.7, tweede lid, van de Binnenvaartregeling bedoelde verklaring.

Artikel 1.10

1. Voor de afgifte of wijziging van in deze paragraaf genoemde certificaten of verklaringen is een tarief verschuldigd van € 117.

2. Voor de afgifte van een ontheffing als bedoeld in de artikelen 13, tweede lid, en 22, vijfde lid, van de Binnenvaartwet, waarbij geen inspectie plaatsvindt, is een tarief verschuldigd van € 117, per certificaat, bijlage bij een certificaat of verklaring.

Artikel 1.11

Voor de afgifte van een duplicaat, uittreksel, of gewaarmerkt afschrift van een certificaat van onderzoek, een certificaat van goedkeuring, een communautair certificaat, een communautair aanvullend certificaat of een bijlage bij een certificaat of verklaring is een tarief verschuldigd van € 138.

Artikel 1.12

Aan degene die ingevolge artikel 14, eerste lid, van de Binnenvaartwet is aangewezen het onderzoek ten behoeve van de certificering van binnenschepen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Binnenvaartwet, te verrichten, is een vergoeding verschuldigd op basis van een tarief waarvan hijzelf de hoogte en de wijze van betalen vaststelt.

Artikel 1.13

1. Voor het onderzoek nodig voor de eerste of hernieuwde afgifte van een certificaat van onderzoek, een communautair certificaat, een communautair aanvullend certificaat of een certificaat van goedkeuring ten behoeve van bestaande schepen, dan wel voor het wijzigen van die certificaten ten behoeve van deze schepen is een tarief verschuldigd dat wordt berekend aan de hand van het aantal inspecties aan boord van het schip.

2. Indien bij de inspecties aan boord van het schip gelijktijdig een elektrotechnisch onderzoek en een scheepsbouwkundig onderzoek plaatsvindt, worden deze onderzoeken als afzonderlijke inspecties aangemerkt.

3. Voor het afstempelen plaatjes, het opnieuw verzegelen van lensafsluiters en andere werkzaamheden op verzoek is een tarief verschuldigd van € 132 per manuur.

4. Indien een inspectie aan boord van het schip niet kan plaatsvinden op de geplande tijd en plaats, doordat het schip of de eigenaar van het schip of zijn vertegenwoordiger niet aanwezig is, is, indien de inspectie geheel vervalt, een tarief van € 297 verschuldigd.

Artikel 1.14

1. Voor een onderzoek voor keuring van onderdelen of uitrustingsstukken waarvoor de goedkeuring van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of de Commissie van Deskundigen voor de Rijnvaart is voorgeschreven, is een tarief verschuldigd van € 452.

2. Voor het aanwijzen van bedrijven om namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat installaties en onderdelen van objecten te mogen keuren is een tarief verschuldigd van € 133.

Artikel 1.15

Vervallen

Artikel 1.16

Vervallen

Paragraaf 1.3. Overige tarieven binnenvaart

Artikel 1.17

In deze paragraaf wordt onder het CBR verstaan: het bureau bedoeld in artikel 4z van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1.18

Voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Binnenvaartwet, is een tarief verschuldigd van € 233.

Artikel 1.19

1. Voor de afgifte van een Rijnpatent is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor uitbreiden, vervangen of omruilen van een Rijnpatent is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.20

1. Voor het examen voor het Schippersdiploma Rijnvaart ter verkrijging van het Rijnpatent is een tarief verschuldigd per onderdeel van de schriftelijke onderscheidenlijk de mondelinge examens dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het herexamen voor het diploma, bedoeld in het eerste lid, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3. Voor het afnemen van het mondelinge examen ter verkrijging van het Sportpatent bedoeld in artikel 7.03, tweede lid, onderdeel c, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn is aan de exameninstantie een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.21

1. Voor de afgifte van een dienstboekje als bedoeld in artikel 5.11, eerste lid, van de Binnenvaartregeling en artikel 3.06, eerste lid, van het Rsp is een tarief verschuldigd van € 47,74, exclusief BTW.

2. Voor het jaarlijks afstempelen van een dienstboekje of een verklaring van vaartijdtelling uit het dienstboekje is een tarief verschuldigd van € 17,98, exclusief BTW.

Artikel 1.22

1. Voor de afgifte van een vaartijdenboek als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van de Binnenvaartregeling en artikel 3.13 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, is een tarief verschuldigd van € 53,72, exclusief BTW.

2. Voor de afgifte van een verklaring bij het vaartijdenboek als bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, van de Binnenvaartregeling en artikel 3.13, vierde lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, is een tarief verschuldigd van € 17,98, exclusief BTW.

3. Voor het verrichten van mutaties in het vaartijdenboek of in een verklaring bij het vaartijdenboek is een tarief verschuldigd van € 17,98, exclusief BTW.

Artikel 1.23

Voor de behandeling van een aanvraag tot ontheffing als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Binnenvaartwet, is een vergoeding verschuldigd van € 90.

Artikel 1.24

Een tarief is verschuldigd van:

a. a. € 123 voor documenten van toelating als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Binnenvaartwet; b. b. € 464 voor de behandeling van een aanvraag van een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Binnenvaartwet; c. c. € 198 voor de behandeling van een aanvraag van ontheffing van de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de Binnenvaartwet; d. d. € 48 voor de behandeling van een aanvraag van een gewaarmerkt afschrift van documenten als bedoeld in de onderdelen a, b en c; e. e. een bedrag dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen voor het afnemen van het schriftelijk examen ter verkrijging van het diploma Ondernemer in de binnenvaart, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, onder 1°, van de Binnenvaartregeling.

Artikel 1.25

1. Voor de behandeling van de eerste aanvraag van een (beperkt) groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 25, het eerste lid, van de Binnenvaartwet, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor de behandeling van de aanvraag van een duplicaat dan wel een vernieuwing van de geldigheid van het (beperkt) groot vaarbewijs in verband met de leeftijdscategorieën is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.25a

1. Voor de behandeling van de eerste aanvraag van een kwalificatiecertificaat schipper, bedoeld in artikel 7.18 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor de behandeling van de aanvraag van een duplicaat dan wel een vernieuwing van de geldigheid van het kwalificatiecertificaat schipper in verband met de leeftijdscategorieën is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.26

1. Voor deelname aan het examen voor het Schippersdiploma Rivieren, Kanalen en Meren ter verkrijging van het (beperkt) groot vaarbewijs voor de vaart op rivieren, kanalen en meren en voor deelname aan het examen voor het Schippersdiploma Alle Binnenwateren ter verkrijging van een groot vaarbewijs voor de vaart op alle binnenwateren, is een tarief verschuldigd per onderdeel van de schriftelijke onderscheidenlijk de mondelinge examens dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het herexamen voor het diploma, bedoeld in het eerste lid, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.26a

1. Voor deelname aan het examen ter verkrijging van het kwalificatiecertificaat schipper is een tarief verschuldigd per onderdeel van het schriftelijk, mondeling of praktijkexamen dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het herexamen voor een van de examens, bedoeld in het eerste lid, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.26b

1. Voor de behandeling van de eerste aanvraag van een kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas, bedoeld in artikel 7.19b, lid 1, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor de behandeling van de aanvraag van een duplicaat dan wel een vernieuwing van de geldigheid van het kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas in verband met het verstrijken van de tijd is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.26c

1. Voor deelname aan het examen ter verkrijging van het kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas is een tarief verschuldigd per onderdeel van het schriftelijk, mondeling of praktijkexamen dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het herexamen voor een van de examens, bedoeld in het eerste lid, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.26d

1. Voor de behandeling van de eerste aanvraag van een specifieke vergunning schipper als bedoeld in artikel 7.19a, van de Binnenvaartregeling is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor de behandeling van de aanvraag van een duplicaat dan wel een vernieuwing van de geldigheid van de specifieke vergunning is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.26e

1. Voor deelname aan het examen ter verkrijging van een specifieke vergunning als bedoeld in artikel 7.16a van de Binnenvaartregeling is een tarief verschuldigd per van toepassing zijnde onderdeel van het schriftelijk, mondeling of praktijkexamen dat per verschillend type specifieke vergunning is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het herexamen voor een van de examens, bedoeld in het eerste lid, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.26f

1. Voor deelname aan het examen ter verkrijging van een competentieverklaring dekbemanningslid als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van de Binnenvaartregeling is een tarief verschuldigd per van toepassing zijnde onderdeel van het schriftelijk, mondeling of praktijkexamen dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het herexamen voor een van de examens, bedoeld in het eerste lid, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.27

Voor het gedeeltelijk onderzoek, op basis van een gedeeltelijke vrijstelling van de examenverplichtingen voor het klein vaarbewijs I, als bedoeld in artikel 7.12 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.27a

Voor het examen ter verkrijging van het klein vaarbewijs voor de vaart op de rivieren, kanalen en meren en de vaart op alle binnenwateren, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.27b

1. Voor de behandeling van het gedeeltelijk onderzoek, op basis van een gedeeltelijke vrijstelling van de examenverplichtingen voor het klein vaarbewijs I, als bedoeld in artikel 7.12 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het examen voor het klein vaarbewijs II, betrekking hebbend op de onderwerpen genoemd in artikel 7.15, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.27c

Voor de behandeling van een aanvraag voor een groot pleziervaartbewijs, als bedoeld in artikel 7.8, derde lid, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.27d

1. Voor de behandeling van de aanvraag van een vrijstellingsbewijs schipper rondvaartboot met beperkt vaargebied of een aanvraag voor het afnemen van het praktijkexamen schipper rondvaartboot met beperkt vaargebied en de afgifte van een verklaring schipper rondvaartboot met beperkt vaargebied, als bedoeld in artikel 7.6 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor de behandeling van de aanvraag van een verlenging van een vrijstellingsbewijs schipper rondvaartboot met beperkt vaargebied als bedoeld in artikel 7.6 van de Binnenvaartregeling, in verband met de aan de leeftijd gerelateerde geldigheid van het vaarbewijs, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

3. Voor de verlenging van een verklaring schipper rondvaartboot met een beperkt vaargebied of de afgifte van een duplicaat is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.27e

1. Voor de afgifte van het bewijs riviergedeelten bevoegd voor varen op de Rijn is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994.

2. Voor de uitbreiding van de riviergedeelten is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994.

3. Voor de afgifte van een medische beschikking, noodzakelijk bij de afgifte van het bewijs riviergedeelten (het zogenaamde B3- formulier) is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994.

4. Voor deelname aan een onderdeel van het schriftelijk examen voor het bewijs riviergedeelten bevoegd voor varen op de Rijn is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1.27f

1. Voor deelname aan het theoriegedeelte van het examen ter verkrijging van het diploma CWO groot motorschip, bedoeld in artikel 7.8, derde lid, onderdeel a, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor deelname aan het praktijkgedeelte van het examen ter verkrijging van het diploma CWO groot motorschip, bedoeld in artikel 7.8, derde lid, onderdeel a, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.27g

Voor de kosten van de behandeling van een aanvraag van een internationaal certificaat van competentie als bedoeld in artikel 7.25 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.27h

1. Voor de behandeling van de aanvraag van een zeilbewijs als bedoeld in artikel 7.9 van de Binnenvaartregeling is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor de behandeling van de aanvraag van een verlenging van een zeilbewijs als bedoeld in artikel 7.9 van de Binnenvaartregeling in verband met de aan de leeftijd gerelateerde geldigheid van het vaarbewijs, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

3. Voor het afnemen van een schriftelijk examen ter verkrijging van het diploma Schipper zeilvaart, bedoeld in artikel 7.9, derde lid, onderdeel a, van de Binnenvaartregeling is aan de exameninstantie een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

4. Voor het afnemen van een mondeling examen ter verkrijging van het diploma Schipper zeilvaart, bedoeld in artikel 7.9, derde lid, onderdeel a, van de Binnenvaartregeling is aan de exameninstantie een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 127i

Voor het afnemen van praktijktoets 4 van het praktijkexamen schipper binnenvaart, bedoeld in artikel 7.19a van de Binnenvaartregeling, is aan de exameninstantie een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 127j

Voor de afgifte van een verklaring praktijkexamen matroos, bedoeld in artikel 2.9, zevende lid, onderdeel b, onder 2, van de Binnenvaartregeling is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.28

1. Voor het afnemen van een examen als bedoeld in artikel 8.04, eerste lid, van het Rsp is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het afnemen van een theorieherexamen als bedoeld in artikel 8.04, vierde lid, van het Rsp is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

3. Voor het afnemen van een praktijkherexamen als bedoeld in artikel 8.04, vierde lid, van het Rsp is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.29

1. Voor de afgifte van een radarpatent als bedoeld in artikel 8.05, eerste lid, van het Rsp is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Voor het bijschrijven van het radarpatent op de schipperspatentkaart, bedoeld in artikel 8.05, tweede lid, van het Rsp is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.30

Voor de werkzaamheden die samenhangen met het omwisselen van radardiplomas als bedoeld in artikel 9.03, tweede lid, van het Rsp is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 1.31

De kosten van het geneeskundig onderzoek van de individuele aanvrager van een vaarbewijs, bedoeld in artikel 28, eerste en derde lid, van de Binnenvaartwet, of van de individuele aanvrager van een rijnpatent, bedoeld in de artikelen 7.01, derde lid, onderdeel a, 7.02, derde lid, onderdeel a, 7.03, tweede lid, onderdeel a, en artikel 7.17, eerste lid, van het Rsp, bedragen:

a. a. van de arts: ten hoogste € 154, exclusief BTW; b. b. van de deskundige: ten hoogste € 154, exclusief BTW, indien een fysiek onderzoek plaatsvindt en ten hoogste € 101, exclusief BTW bij een schriftelijke beoordeling.

Artikel 1.32

Het tarief voor het verrichten van de handelingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet bedraagt ten hoogste € 35, exclusief BTW.

Artikel 1.33

Vervallen

Artikel 1.34

Voor de afgifte van een duplicaat van de volgende door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk afgegeven diplomas is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen:

a. a. Schipper binnenvaart: alle binnenwateren; b. b. Schipper binnenvaart: rivieren kanalen meren; c. c. Schipper Rijnvaart; d. d. Schipper zeilvaart; e. e. Aspirant schipper; f. f. Ondernemer in de binnenvaart.

Artikel 1.35

1. Voor het erkennen van een opleidingsinstituut als bevoegd tot het geven van cursussen en opfriscursussen en het afnemen van examens, als bedoeld in artikel 4a.05 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, is aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen een door haar, overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, vastgesteld tarief verschuldigd.

2. Voor het registreren van een door een erkend opleidingsinstituut aangemelde cursist is aan het CBR een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

3. Voor het afgeven van een verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas als brandstof als bedoeld in artikel 4a.02 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

4. Voor het verlengen van de geldigheidsduur van een verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas als brandstof, als bedoeld in artikel 4a.04 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Hoofdstuk 2. Tarieven zeevaart

Paragraaf 2.1. Tarieven meting zeeschepen

Artikel 2.1

1. In deze paragraaf zijn de begripsbepalingen van artikel 1 van de Meetbrievenwet 1981 en artikel 1 van de Regeling metingsvoorschriften van toepassing.

2.

In deze paragraaf wordt voorts verstaan onder:

a. a. meting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van:

        1°.
        een Internationale Meetbrief (1969);
      
      
        2°.
        een bijzondere meetbrief voor een schip, waarvoor niet eerder een Internationale Meetbrief (1969) of bijzondere meetbrief is afgegeven;

1°. 1°. een Internationale Meetbrief (1969); 2°. 2°. een bijzondere meetbrief voor een schip, waarvoor niet eerder een Internationale Meetbrief (1969) of bijzondere meetbrief is afgegeven; b. b. hermeting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van:

        1°.
        een Internationale Meetbrief (1969) voor een schip, waarvoor reeds eerder een Internationale Meetbrief (1969), bijzondere meetbrief of een meetbrief als bedoeld in het Verdrag van Oslo 1947, is afgegeven;
      
      
        2°.
        een bijzondere meetbrief voor een schip, waarvoor reeds eerder een Internationale Meetbrief (1969), bijzondere meetbrief of een meetbrief als bedoeld in het Verdrag van Oslo 1947, is afgegeven;

1°. 1°. een Internationale Meetbrief (1969) voor een schip, waarvoor reeds eerder een Internationale Meetbrief (1969), bijzondere meetbrief of een meetbrief als bedoeld in het Verdrag van Oslo 1947, is afgegeven; 2°. 2°. een bijzondere meetbrief voor een schip, waarvoor reeds eerder een Internationale Meetbrief (1969), bijzondere meetbrief of een meetbrief als bedoeld in het Verdrag van Oslo 1947, is afgegeven; c. c. ponton: blokvormig schip zonder mogelijkheid om benedendeks lading te vervoeren; d. d. zusterschepen: schepen die volgens dezelfde bouwtekening zijn gebouwd

Artikel 2.2

1. Voor de meting van een schip ten behoeve van de afgifte van een internationale Meetbrief (1969) is een tarief verschuldigd van € 167 per uur.

2.

In afwijking van het eerste lid is voor de meting van:

a. a. een vissersvaartuig met een lengte in zijn totaliteit van minder dan 15 meter een tarief verschuldigd van € 353; b. b. een pleziervaartuig met een lengte van minder dan 24 meter een tarief verschuldigd van € 307.

Artikel 2.3

Voor de meting van een schip, ten behoeve van de afgifte van een bijzondere meetbrief, speciaal ingericht voor gebruik bij de vaart door het Suezkanaal, is een tarief verschuldigd van € 167 per uur.

Artikel 2.4

Voor onderzoek ten behoeve van de afgifte van een inhoudsverklaring voor gebruik bij de vaart door het Panamakanaal (PC/UMS Documentation of Total Volume) is een tarief verschuldigd van € 472.

Artikel 2.5

Voor controlewerkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een Internationale Meetbrief (1969) of een bijzondere meetbrief is, indien bij het omvlaggen van een schip de buitenlandse meetgegevens worden overgenomen of indien een schip door een daartoe bevoegde buitenlandse autoriteit ingevolge artikel 8 van de Meetbrievenwet 1981 of de Regeling metingsvoorschriften is gemeten of hermeten, een tarief verschuldigd van € 1.203.

Artikel 2.6

1. Voor de afgifte van een meetbrief of een bijzondere meetbrief is een het tarief verschuldigd van € 171.

2. Voor het aanbrengen van een wijziging in een Internationale Meetbrief (1969), een bijzondere meetbrief of een inhoudsverklaring als bedoeld in artikel 2.4, zonder dat hiervoor een meting of hermeting plaatsvindt, is een tarief verschuldigd van € 59.

Artikel 2.7

Indien de eigenaar een verzoek indient voor de meting of hermeting van twee of meer van zijn schepen, niet zijnde zusterschepen, en deze metingen gelijktijdig op één locatie kunnen worden uitgevoerd voor één rekening, is voor het eerste schip een tarief als bedoeld in de deze paragraaf verschuldigd en voor de volgende schepen een tarief van € 132 per manuur verschuldigd.

Artikel 2.8

Indien de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van documenten als bedoeld in deze paragraaf, buiten toedoen van de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, niet leiden tot afgifte van dat document, is het volgende tarief verschuldigd:

a. a. indien de werkzaamheden niet volledig zijn uitgevoerd € 132 per manuur; b. b. indien de werkzaamheden volledig zijn uitgevoerd, het tarief dat is vastgesteld voor werkzaamheden of meting ten behoeve van de afgifte van het document.

Artikel 2.9

Voor werkzaamheden voortvloeiende uit het bepaalde bij of krachtens de Meetbrievenwet 1981, en waarvoor niet op grond van een van de overige artikelen van deze paragraaf een tarief is vastgesteld, is een tarief verschuldigd van € 132 per manuur.

Paragraaf 2.2. Tarieven inschrijving rompbevrachtingsregister, zeebrief en verklaring nationaliteit

Artikel 2.10

1. Voor de werkzaamheden ten behoeve van de inschrijving van een zeeschip in het rompbevrachtingsregister, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, is de rompbevrachter een tarief verschuldigd van € 1.661.

2. Voor het aanbrengen van een wijziging in de in het eerste lid bedoelde inschrijving, is de rompbevrachter een tarief verschuldigd van € 179.

3. Voor de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een gewaarmerkt uittreksel uit het rompbevrachtingsregister, bedoeld in het eerste lid, is de rompbevrachter een tarief verschuldigd van € 147.

4. In afwijking van het tweede lid is de rompbevrachter voor het aanbrengen van een wijziging die betrekking heeft op de dagtekening of de tijdsduur van de rompbevrachtingsovereenkomst een tarief verschuldigd van € 510.

5. Voor een bareboat-outverklaring, houdende de instemming van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met de inschrijving in een buitenlands rompbevrachtingsregister, is een vergoeding verschuldigd van € 171.

Artikel 2.11

Voor de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 311a, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel of artikel 37, eerste lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992, is de aanvrager het volgende tarief verschuldigd:

a. a. indien de aanvraag betrekking heeft op een schip dat uitsluitend of mede in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt: € 327; b. b. indien de aanvraag betrekking heeft op een schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt: € 197.

Artikel 2.12

Voor de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van de zeebrief, bedoeld in artikel 6, derde lid, en 6a, derde lid, van de Zeebrievenwet, of een voorlopige zeebrief als bedoeld in de artikelen 4 en 4a van de Zeebrievenwet, is een tarief verschuldigd van € 187.

Artikel 2.13

Indien de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van documenten als bedoeld in deze paragraaf, buiten toedoen van de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, niet leiden tot afgifte van dat document, is het volgende tarief verschuldigd:

a. a. indien de werkzaamheden niet volledig zijn uitgevoerd € 132 per manuur; b. b. indien de werkzaamheden volledig zijn uitgevoerd, het tarief dat is vastgesteld voor werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van het document.

Artikel 2.14

Voor werkzaamheden voortvloeiende uit het bepaalde bij of krachtens de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, de Zeebrievenwet of de Maatregel teboekgestelde schepen 1992, en waarvoor niet op grond van een van de overige artikelen van deze paragraaf een tarief is vastgesteld, is een tarief verschuldigd van € 132 per manuur.

Paragraaf 2.3. Tarieven voorkoming verontreiniging door schepen

Artikel 2.15

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. MARPOL-verdrag: het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag te voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1978, 188); b. b. verklaring: de verklaring als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen; c. c. certificaat: Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie, als bedoeld in voorschrift 7 van bijlage I van het MARPOL-verdrag; d. d. Ballastwaterverdrag: het op 13 februari 2004 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (Trb. 2005, 44).

Artikel 2.16

Voor de afgifte of tussentijdse vervanging van een certificaat of een verklaring is een tarief verschuldigd van € 267.

Artikel 2.17

1.

Voor het onderzoek dat nodig is voor de afgifte van een certificaat of een verklaring voor een vissersvaartuig groter dan 400 GT, is het tarief verschuldigd dat voor de werkzaamheden is genoemd in onderstaande tabel:

Type onderzoek ≤75 m >75 m
Onderzoek eerste afgifte € 167
Onderzoek eerste afgifte € 334
Viseren certificaten € 85
Viseren certificaten € 85
Onderzoek hernieuwde afgifte € 167
Onderzoek hernieuwde afgifte € 167

2. Voor het onderzoek van niet-geklasseerde schepen, nodig voor het viseren of de hernieuwde afgifte van een certificaat of een verklaring, is een tarief verschuldigd van € 412.

3. Voor het onderzoek van niet-geklasseerde vissersvaartuigen nodig voor de eerste afgifte van een certificaat of een verklaring, is het tarief verschuldigd van: € 616 voor vissersvaartuigen kleiner dan 400 GT.

Artikel 2.18

Indien een scheepstype niet is opgenomen in artikel 2.17, wordt voor het onderzoek nodig voor de afgifte van een certificaat of een verklaring door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het tarief gebaseerd op het tarief van het scheepstype dat hiermee het meest overeenkomt.

Artikel 2.19

Voor het onderzoek aan boord nodig voor een tussentijdse aanpassing van een certificaat of verklaring, is een tarief verschuldigd van € 195.

Artikel 2.20

1. Voor het onderzoek aan boord nodig voor de afgifte of tussentijdse aanpassing van een AFS-certificaat als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen (PbEU L115), is een tarief verschuldigd van € 195.

2. Voor de afgifte of tussentijdse vervanging van een AFS-certificaat is een tarief verschuldigd van € 267.

Artikel 2.21

Voor de afgifte, tussentijdse controle of verlenging van het internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk, als bedoeld in voorschrift 9 van Bijlage II van het MARPOL-verdrag is een tarief verschuldigd van € 267.

Artikel 2.21a

1. Voor het onderzoek, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit voorkoming verontreiniging van door schepen is een tarief verschuldigd van € 187. Dit tarief is ook van toepassing op schepen < 400 GT die een verklaring als bedoeld in artikel 12a van de Regeling voorkoming verontreiniging door schepen hebben aangevraagd.

2. Voor de afgifte of tussentijdse vervanging van een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval, als bedoeld in voorschrift 5 van Bijlage IV van het MARPOL-verdrag is een tarief verschuldigd van € 267. Dit tarief is ook van toepassing in het geval van de afgifte of tussentijdse vervanging van een vrijwillige verklaring.

Artikel 2.21b

1. Voor het onderzoek aan boord nodig voor de afgifte van een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging, als bedoeld in voorschrift 6 van Bijlage VI van het MARPOL-verdrag of een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, behorende bij Nox-Code als bedoeld in artikel 1, onderdeel p, van het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen, is een tarief verschuldigd van € 167 per stuk.

2. Voor de afgifte of vervanging van een certificaat, als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 267.

Artikel 2.21c

1. Voor het beoordelen van het Ballastwaterbeheerplan en het onderzoek aan boord dat nodig is nodig voor de afgifte van een internationaal ballastwaterbeheercertificaat als bedoeld in voorschrift E-1 in de bijlage bij het Ballastwaterverdrag of als bedoeld in artikel 13a bij het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen, is een tarief verschuldigd van € 521.

2. Voor de afgifte of vervanging van een certificaat, als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 164.

Artikel 2.21d

Voor de afgifte of vervanging van een International Energie Efficiency Certificate is een tarief verschuldigd van € 183.

Artikel 2.22

Voor de vergoeding van de kosten die samenhangen met een ontheffing als bedoeld in artikel 9c van het Besluit havenontvangstvoorzieningen is een tarief verschuldigd van:

a. a. € 259 voor het onderzoek voor een ontheffing; b. b. € 267 voor de afgifte van een ontheffing.

Artikel 2.22a

Vervallen

Artikel 2.23

Op deze paragraaf is artikel 23 van de Regeling Nederlandse tarieven ingevolge de Schepenwet van toepassing.

Paragraaf 2.4. Tarieven monsterboekje, vaarbevoegdheidsbewijs, erkennen opleidingsinstituten, type rating certificate en certificaat

Artikel 2.24

Voor de afgifte of vervanging van een monsterboekje als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 79.

Artikel 2.25

1.

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet zeevarenden, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

a. a. € 121 voor elk vaarbevoegdheidsbewijs of een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarop ten minste één van de volgende functies voorkomt:

        1°.
        kapitein;
      
      
        2°.
        eerste stuurman;
      
      
        3°.
        wachtstuurman;
      
      
        4°.
        hoofdwerktuigkundige;
      
      
        5°.
        tweede werktuigkundige;
      
      
        6°.
        wachtwerktuigkundige;
      
      
        7°.
        eerste maritiem officier;
      
      
        8°.
        maritiem officier;
      
      
        9°.
        officier elektrotechniek;
      
      
        10°.
        schipper zeevisvaart;
      
      
        11°.
        plaatsvervangend schipper zeevisvaart;
      
      
        12°.
        stuurman-werktuigkundige zeevisvaart; of
      
      
        13°.
        radio-operator;

1°. 1°. kapitein; 2°. 2°. eerste stuurman; 3°. 3°. wachtstuurman; 4°. 4°. hoofdwerktuigkundige; 5°. 5°. tweede werktuigkundige; 6°. 6°. wachtwerktuigkundige; 7°. 7°. eerste maritiem officier; 8°. 8°. maritiem officier; 9°. 9°. officier elektrotechniek; 10°. 10°. schipper zeevisvaart; 11°. 11°. plaatsvervangend schipper zeevisvaart; 12°. 12°. stuurman-werktuigkundige zeevisvaart; of 13°. 13°. radio-operator; b. b. € 81 voor elk vaarbevoegdheidsbewijs of duplicaat van een vaarbevoegdheidsbewijs waarop de in onderdeel a genoemde functies niet voorkomen. c. c. € 122 voor een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als bedoeld in artikel 22, tweede lid, en artikel 22a, tweede lid, van de Wet zeevarenden.

2. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing van de verplichting om in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, bedoeld in artikel 25 van de Wet zeevarenden, is een tarief verschuldigd van € 166.

3. Voor de afgifte van een erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeevaart is een tarief verschuldigd van € 125.

Artikel 2.26

Voor de behandeling van een aanvraag voor de erkenning van een opleiding als bedoeld in artikel 19a, derde lid, van de Wet zeevarenden wordt een tarief in rekening gebracht van € 167 per manuur.

Artikel 2.27

Voor de afgifte van een certificaat type rating HSC als bedoeld in artikel 8.27 van de Regeling zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 122.

Artikel 2.28

1. Voor de afgifte, vervanging of duplicaat van een bunker liability certificate als bedoeld in artikel 647, eerste lid, van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is een tarief verschuldigd van € 155.

2. Voor de afgifte, vervanging of duplicaat van een civil liability certificate als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid olietankschepen is een tarief verschuldigd van € 155.

Paragraaf 2.5. Tarieven geneeskundige verklaringen en ontheffingen zeevaart

Artikel 2.29

In deze paragraaf wordt verstaan onder geneeskundige verklaring:

Schriftelijke verklaring van een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen geneeskundige of medisch specialist waaruit blijkt dat een bemanningslid voldoet aan de medische eisen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, onderscheidenlijk artikel 62, eerste lid, van het Besluit zeevisvaartbemanning, dan wel houdende een bericht van afkeuring.

Artikel 2.30

Het tarief voor de afgifte van een geneeskundige verklaring betreffende de algemene lichamelijke gesteldheid door een aangewezen geneeskundige bedraagt ten hoogste € 101, exclusief BTW bij een uitsluitend lichamelijke keuring en ten hoogste € 154, exclusief BTW, bij een volledige keuring.

Artikel 2.31

Vervallen

Artikel 2.32

Vervallen

Artikel 2.33

1. Het tarief voor de afgifte van een geneeskundige verklaring door een op grond van artikel 42, eerste lid, van de Wet zeevarenden aangewezen scheidsrechter bedraagt ten hoogste € 154, exclusief BTW, indien een fysiek onderzoek plaatsvindt en ten hoogste € 101, exclusief BTW bij een schriftelijke beoordeling.

2. Het tarief voor het verlenen van de in artikel 44, derde lid, van de Wet zeevarenden bedoelde ontheffing bedraagt ten hoogste € 36, exclusief BTW.

Artikel 2.34

Vervallen

Hoofdstuk 3. Overige tarieven

Artikel 3.1

1. Voor de vergoeding, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet havenstaatcontrole, is een tarief verschuldigd van € 1.688.

2. Voor de vergoeding, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet havenstaatcontrole, is een tarief verschuldigd van € 579.

Artikel 3.1a

1. Voor de kosten van werkzaamheden verricht door ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het kader van de aanhouding bedoeld in artikel 23 van de Wet voorkoming van verontreiniging door schepen BES, en de opheffing van de aanhouding bedoeld in artikel 27 van die wet, is een tarief verschuldigd van USD 2.413.

2. Voor de vergoeding, bedoeld in artikel 14i, eerste lid, van de Wet havenstaatcontrole, is een tarief verschuldigd van USD 2.413.

3. Het in het eerste of tweede lid bedoelde tarief wordt vermeerderd met USD 191 per keer dat ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport over water hebben moeten afreizen naar het schip dat onderwerp van een onderzoek was dat geleid heeft tot de aanhouding, dan wel de opheffing van de aanhouding van dat schip.

Artikel 3.2

Voor een ontheffing van een gecertificeerd kwaliteitszorgsysteem voor terminals als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet laden en lossen zeeschepen, is voor de afgifte van een ontheffing een tarief verschuldigd van € 267.

Artikel 3.3

Vervallen

Artikel 3.4

1. Voor de afgifte van een bemanningscertificaat als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet zeevarenden, is een tarief verschuldigd van € 267.

2. Voor de beoordeling van een bemanningsplan als bedoeld in artikel 7, eerste lid, Wet zeevarenden, is een tarief verschuldigd van € 335.

3. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing van de verplichting om een schip te bemannen in overeenstemming met het bemanningscertificaat, bedoeld in artikel 16 van de Wet zeevarenden, is een tarief verschuldigd van € 267.

Artikel 3.5

Voor de behandeling van de aanvraag van een verklaring naleving maritieme arbeid, deel I, is een tarief verschuldigd van € 164.

Artikel 3.6

1.

Voor de afgifte van de volgende bewijzen is een tarief van € 122 verschuldigd:

a. a. bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling olie- en chemicaliëntankschepen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart; b. b. bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling gastankschepen als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart; c. c. bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling olietankschepen voor gevorderden als bedoeld in artikel 35, derde lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart; d. d. bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling chemicaliëntankschepen voor gevorderden als bedoeld in artikel 35, vierde lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart; e. e. bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling gastankschepen voor gevorderden als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart; f. f. de vernieuwing van een bekwaamheidsbewijs als bedoeld onder a tot en met e.

2. Voor de afgifte van een erkenning van een buitenlands bekwaamheidsbewijs als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, is een tarief verschuldigd van € 122.

Artikel 3.7

1. Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs scheepskok als bedoeld in artikel 8.37 van de Regeling zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 122.

2. Voor de afgifte van een erkenning van een buitenlands bekwaamheidsbewijs als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 144.

Artikel 3.8

Voor de afgifte van een certificaat uitvoering beveiligingstaken of een certificaat bewustwording scheepsbeveiliging als bedoeld in artikel 11.1 van de Regeling zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 52.

Artikel 3.9

Voor de afgifte of waarmerking van een certificaat als bedoeld in artikel 529c, van Boek 8, van het Burgerlijk Wetboek is een tarief verschuldigd van € 151.

Artikel 3.10

Voor de afgifte van een certificaat als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen is een tarief verschuldigd van € 308.

Artikel 3.11

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs ingevolge de op grond van hoofdstuk XIV-1.1 van het SOLAS-verdrag toepasselijke Polar-Code als bedoeld in artikel 36a van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, is een tarief verschuldigd van € 125.

Artikel 3.12

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs ingevolge de op grond van hoofdstuk II-1/2.29 van het SOLAS-verdrag toepasselijke IGF-Code als bedoeld in artikel 39a, tweede en derde lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, is een tarief verschuldigd van € 125.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 4.1

Voor de afgifte van een duplicaat van een certificaat of enig ander document als bedoeld in de paragrafen 2.2 en 2.3 en hoofdstuk 3 van deze regeling, is een tarief verschuldigd dat gelijk is aan het tarief voor de afgifte van dat certificaat of enig ander document.

Artikel 4.2

Indien werkzaamheden geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd op werkdagen tussen 18.00 en 08.00 uur, op een zaterdag, op een zondag of op een in artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet genoemde algemeen erkende feestdag, is een aanvullend tarief per uur verschuldigd van € 84 voor de werkzaamheden bedoeld in § 2.1, § 2.2, § 2.3 en in artikel 2.26.

Artikel 4.3

1. Indien onderzoeken geheel of gedeeltelijk buiten Nederland worden uitgevoerd, is voor de reistijd buiten Nederland en voor de eventuele wachttijd tijdens het verblijf buiten Nederland een aanvullend tarief per manuur verschuldigd van € 154 voor onderzoeken bedoeld in § 2.3 en § 2.4.

2. Bij de berekening van de reistijd buiten Nederland als bedoeld in het eerste lid en eventuele wachttijd geldt een maximum van acht uren per etmaal.

3. De reis- en verblijfkosten van de ambtenaar, ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken buiten Nederland, komen voor rekening van de aanvrager. Deze kosten worden afzonderlijk in rekening gebracht.

4. In afwijking van het eerste lid, is voor onderzoeken bedoeld in § 1.2 een aanvullende tarief niet verschuldigd, indien het onderzoek plaatsvindt in België of Duitsland, binnen een afstand van 50 km van de Nederlands-Belgische grens of Nederlands-Duitse grens.

5. Indien onderzoek ten behoeve van de afgifte van een certificaat, vergunning, verklaring of document als bedoeld in deze regeling, buiten toedoen van de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport niet volledig is uitgevoerd en niet leidt tot de afgifte van dat document, is het geldende uurtarief verschuldigd.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1

Artikel 9 van de Regeling havenontvangstvoorzieningen en artikel 6 van de Regeling vaartijden en bemanningssterkte vervallen.

Artikel 5.2

De volgende regelingen worden ingetrokken:

a. a.

    Regeling Nederlandse tarieven vaarbevoegdheidsbewijs en type rating certificate 2004;

b. b.

    Regeling tarief examen certificaatloods 2004;

c. c.

    Regeling tarieven examens groot vaarbewijs 2004;

d. d.

    Regeling tarieven examens Rijnpatent 2004;

e. e.

    Regeling tarief monsterboekje 2004;

f. f.

    Regeling tarief ontheffing vaarbewijsplicht 2004;

g. g.

    Regeling tarief Wet aansprakelijkheid olietankschepen 2004;

h. h.

    Regeling tarieven Besluit aangroeiwerende verfsystemen zeeschepen 2004;

i. i.

    Regeling tarieven Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen 2004;

j. j.

    Regeling tarieven Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen 2004;

k. k.

    Regeling tarieven controle radarinstallaties en bochtaanwijzers Rijnvaart 2004;

l. l.

    Regeling tarieven meting schepen, inschrijving rompbevrachtingsregisters en afgifte zeebrief en verklaring nationaliteit;

m. m.

    Regeling tarieven onderzoek binnenschepen 2004;

n. n.

    Regeling tarieven Rijnpatenten, dienstboekjes, vaartijdenboek en verklaring vaartijdenboek 2004;

o. o.

    Regeling tarieven Reglement radarpatenten 2004;

p. p.

    Regeling tarieven Wet havenstaatcontrole 2004;

q. q.

    Regeling vergoedingen binnenvaart 2004;

r. r.

    Regeling vaststelling kosten behandeling aanvrage vaarbewijzen 2004.

Artikel 5.3

1.

Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juli 2003 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, de Wet verontreiniging zeewater en de Scheepvaartverkeerswet in verband met de instelling van de Nederlandse exclusieve economische zone en enkele andere onderwerpen (28 984) tot wet is verheven en artikel I, onderdeel U, van die wet in werking treedt:

a. a. berust deze regeling na die inwerkingtreding mede op artikel 40, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen; b. b.

      Wijzigt deze regeling.

2. Indien de Wet laden en lossen zeeschepen in werking is getreden, berust deze regeling na die inwerkintreding mede op artikel 23, tweede lid, van die wet.

Artikel 5.4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005, met uitzondering van artikel 3.2. dat inwerking treedt op het tijdstip waarop de Wet laden en lossen zeeschepen in werking treedt.

Artikel 5.5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tarieven scheepvaart 2005.