40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.9 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren | BWBR0006646 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-08-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006646 | Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren |
Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. rechterlijk ambtenaar: degene op wiens bezoldiging artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van toepassing of van overeenkomstige toepassing is; b. b. Minister: de Minister van Justitie; c. c. Wet: de Wet op de loonbelasting 1964; d. d. Uitvoeringsregeling: de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen; e. e. financiële instelling: een financiële instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling; f. f. functionele autoriteit: de functionele autoriteit, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, 4, eerste lid, onderdeel b, van de Beroepswet, 5, eerste lid onderdeel b, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie; g. g. gerecht: een rechtbank, een gerechtshof, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Artikel 2
1. De Minister onderscheidenlijk de functionele autoriteit, voorzover het een rechterlijk ambtenaar werkzaam bij een gerecht betreft, houdt op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar op diens salaris maandelijks of eens per jaar een bedrag in dat wordt overgemaakt op een door de rechterlijk ambtenaar opgegeven spaarloonrekening danwel de rekening van de financiële instelling waarbij de rechterlijk ambtenaar een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, heeft afgesloten.
2. De in het eerste lid bedoelde bedragen zijn niet hoger dan het ingevolge artikel 32, juncto artikel 31, tweede lid, onderdeel f, van de Wet vastgestelde maximumspaarbedrag.
Artikel 3
1. De aanvraag wordt eens per jaar gedaan met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het in de bijlage bij deze regeling opgenomen model.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring van de financiële instelling waarbij de rechterlijk ambtenaar een spaarloonrekening heeft geopend dan wel een in artikel 2 bedoelde verzekering heeft afgesloten, uit welke verklaring blijkt:
a. a. dat de instelling ten aanzien van de spaarloonrekening zal handelen overeenkomstig de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling; b. b. dat de instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, de Minister direct na afloop van elk kalenderjaar een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt, voor zoveel het betreft het spaarloon en de op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt; c. c. dat de instelling, bij opneming van spaargelden als bedoeld in artikel 7, tweede lid, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, danwel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van de Minister aan hem zal doen toekomen.
Artikel 4
1. De rechterlijk ambtenaar kan de Minister voor de aanvang van elk kalenderjaar verzoeken het in te houden bedrag te wijzigen.
2. Hij kan de Minister te allen tijde verzoeken de inhouding van spaarbedragen te beëindigen.
Artikel 5
1. De Minister stort het op het salaris ingehouden spaarbedrag onmiddellijk op het door de rechterlijk ambtenaar opgegeven bank- of gironummer van de financiële instelling ten gunste van diens spaarloonrekening respectievelijk ten gunste van de afgesloten levensverzekering.
2. Op de spaarloonrekening mogen, behoudens de periodieke rentebijschrijvingen, geen andere stortingen worden verricht.
Artikel 6
1. De rechterlijk ambtenaar kan het op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen, ook indien toepassing is gegeven aan artikel 4, tweede lid, pas opnemen nadat het tenminste vier jaar op de spaarloonrekening heeft gestaan.
2.
In afwijking van het eerste lid kan het spaarbedrag eerder worden opgenomen voor zover het wordt aangewend:
a. a. ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling, of b. b. ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits voldaan wordt aan de voorwaarde van artikel 16, tweede lid, juncto artikel 8, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling.
3. Voor het opnemen van spaarbedragen als bedoeld in het tweede lid is de schriftelijke machtiging van de Minister nodig.
4. De rechterlijk ambtenaar kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen.
Artikel 6a
In afwijking van artikel 6, eerste lid, kunnen de spaarbedragen over 1999 en 2000 vanaf 1 januari 2003 worden opgenomen.
Artikel 7
1. De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien de Minister aan de belanghebbende geen loon uit tegenwoordige taakstelling meer betaalt overeenkomstig de criteria die worden gehanteerd bij het arbeidskostenforfait van de loon- en inkomstenbelasting.
2. Bij beëindiging van de taakstelling, daaronder begrepen het overlijden van de rechterlijk ambtenaar, geeft de rechterlijk ambtenaar of geven zijn nagelaten betrekkingen aan de Minister op of de gespaarde bedragen, met behoud van de in artikel 6, tweede lid, genoemde opnamemogelijkheden, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in artikel 6, eerste lid, bedoelde termijn nog niet is verstreken, dan wel dat de gespaarde bedragen zullen worden opgenomen.
3. Het opnemen van gespaarde bedragen overeenkomstig het tweede lid geschiedt in overleg met de Minister, teneinde te bewerkstelligen dat overeenkomstig artikel 22 van de Uitvoeringsregeling kan worden overgegaan tot loonheffing krachtens de Wet alsmede tot inhouding van premies ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt. Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
Het is de rechterlijk ambtenaar niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonrekening of de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1994.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.